Herkenbare vragen

- Waarom deed ik dat?

- Waarom zei ik dat?

- Waarom reageer ik hier zo sterk op?

- Is dit werkelijk mijn mening, of heb ik deze overtuiging overgenomen?

- Waarom blijf ik gedrag herhalen terwijl ik weet dat het me niet helpt?

- Welke rol spelen mijn opvoeding, geloof en omgeving in mijn keuzes?

- Kan ik naar mijn gedrag kijken zonder mezelf meteen schuldig te voelen?

- Kan ik erkennen dat ik ergens ongelijk in had zonder mezelf als persoon af te wijzen?

- Hoe ontdek ik wat werkelijk bij mij past?

Wat is zelfreflectie?

Zelfreflectie betekent dat je bewust aandacht geeft aan je eigen gedachten, gevoelens, overtuigingen en gedrag, met als doel jezelf beter te begrijpen. In psychologisch onderzoek wordt zelfreflectie onderscheiden van inzicht: nadenken over jezelf en werkelijk begrijpen wat er in jezelf gebeurt zijn niet precies hetzelfde. Alleen veel naar binnen kijken leidt dus niet automatisch tot meer helderheid. SBP Journal
Zelfreflectie begint niet meteen met:

‘Was dit goed
of fout?’

maar eerder met:

Wat gebeurde er?
      ↓
Wat dacht ik?
      ↓
Wat voelde ik?
      ↓
Waarom raakte
dit mij?
      ↓
Wat kan ik
hiervan leren?

Bijvoorbeeld: ‘Waarom word ik zo gespannen van kritiek?’ ‘Waarom vind ik nee zeggen zo moeilijk?’ ‘Waarom voel ik schuld wanneer ik voor mezelf kies?’ ‘Waarom geloof ik eigenlijk wat ik geloof?’
De kern is nieuwsgierigheid naar jezelf, niet onmiddellijk een oordeel.

Zelfreflectie is niet hetzelfde als zelfverwijt

Dit onderscheid is belangrijk.

ZELFREFLECTIE

Wat gebeurde er?
      ↓
Wat dacht en
voelde ik?
      ↓
Waarom reageerde
ik zo?
      ↓
Wat kan ik
hiervan leren?
      ↓
INZICHT
ZELFVERWIJT

Wat gebeurde er?
      ↓
Wat heb ík weer
verkeerd gedaan?
      ↓
Waarom ben ik
toch zo?
      ↓
Het ligt aan mij
      ↓
SCHULD EN SCHAAMTE

Zelfreflectie probeert iets te begrijpen. Zelfverwijt maakt van een gebeurtenis gemakkelijk een oordeel over jezelf als persoon.
Onderzoek naar zelfcompassie benadrukt juist een houding waarin pijn, fouten of tekortkomingen worden bekeken zonder harde zelfveroordeling. Dat betekent niet dat je fouten ontkent of verantwoordelijkheid afwijst; wel dat ‘ik deed iets waar ik niet tevreden over ben’ iets anders is dan ‘er is iets mis met mij als mens.’

Waarom is zelfreflectie belangrijk?

Veel van wat mensen denken en doen ontstaat niet iedere keer na een bewuste afweging. We leren vanaf jonge leeftijd ideeën over goed en fout, liefde, familie, geloof, seksualiteit, succes, schuld, autoriteit, God, onszelf en andere mensen.
Een kind onderzoekt al die ideeën niet eerst kritisch. Het leert van zijn omgeving. Dat is een normaal onderdeel van ontwikkeling en socialisatie.
Later kunnen we daar opnieuw naar kijken:

Wat heb ik
geleerd?
     ↓
Wat heb ik
ervaren?
     ↓
Wat heb ik zelf
onderzocht?
     ↓
Wat vind ik
vandaag?

Zelfreflectie kan zo ruimte creëren tussen wat ooit vanzelfsprekend werd aangeleerd en wat je tegenwoordig bewust onderschrijft.

Een voorbeeld

Stel dat iemand heeft geleerd:
‘Een goed mens stelt anderen altijd boven zichzelf.’
Jaren later merkt die persoon dat nee zeggen bijna onmogelijk voelt.
Zonder veel reflectie kan de conclusie zijn:
‘Zo ben ik nu eenmaal.’
Met zelfreflectie ontstaan andere vragen:
‘Waarom voelt nee zeggen zo verkeerd?’
‘Wat denk ik dat er gebeurt wanneer ik voor mezelf kies?’
‘Wanneer heb ik geleerd dat mijn behoeften minder belangrijk zijn?’
‘Vind ik dat zelf eigenlijk nog steeds?’

Automatische regel

‘Ik moet altijd
voor anderen kiezen’
        ↓
Onderzoeken
        ↓
‘Waar komt dit
vandaan?’
        ↓
‘Vind ik dit
zelf nog?’
        ↓
Bewuster kiezen

Dat verandert gedrag niet onmiddellijk. Maar het kan wel meer ruimte geven om anders te kiezen.

Hoe kan dit herkenbaar zijn bij (ex-)Jehovah’s Getuigen?

Voor iemand die jarenlang binnen dezelfde geloofsgemeenschap heeft geleefd, kunnen overtuigingen sterk verbonden raken met familie, vrienden, gewoonten en identiteit. Dat is niet uniek voor Jehovah’s Getuigen; ieder mens wordt gevormd door langdurige sociale, culturele en religieuze omgevingen.
Jehovah’s Getuigen beschrijven zelf dat ouders hun kinderen Bijbelse waarden en overtuigingen meegeven, met hen de Bijbel bestuderen en bijeenkomsten bezoeken. Tegelijk stelt de organisatie dat kinderen wanneer zij ouder worden uiteindelijk zelf moeten beslissen of zij Jehovah’s Getuige willen worden.
Na twijfel of vertrek kunnen daardoor nieuwe vragen ontstaan: ‘Wat geloof ik zelf? Welke normen wil ik behouden? Welke overtuigingen passen niet meer bij mij? Wat deed ik uit overtuiging en wat misschien ook omdat ik erbij wilde horen? Welke delen van mijn opvoeding waardeer ik nog steeds?’
Zelfreflectie hoeft dus niet te betekenen:

‘Alles van vroeger
was verkeerd’

Het kan juist betekenen:

Dit wil ik
behouden

Dit wil ik
onderzoeken

Dit past niet
meer bij mij

Hier weet ik het
nog niet

Die laatste mogelijkheid is net zo geldig. Je hoeft niet onmiddellijk overal een nieuw antwoord op te hebben.

Zelfreflectie en geloof

Zelfreflectie betekent niet dat iemand zijn geloof moet loslaten.
Een gelovige kan na onderzoek zeggen: ‘Ik heb hierover nagedacht en dit geloof ik nog steeds.’ Een ander kan tot een andere conclusie komen.
Psychologisch is het belangrijkste verschil niet welke conclusie iemand trekt, maar of er ruimte is geweest om bewust te onderzoeken waarom iets wordt geloofd of gedaan.

Niet:

‘Welke uitkomst
moet ik bereiken?’

Maar:

‘Heb ik ruimte
om dit werkelijk
te onderzoeken?’

Zelfreflectie schrijft de uitkomst dus niet voor.

Wanneer reflecteren verandert in piekeren

Veel over jezelf nadenken is niet automatisch gezonde zelfreflectie.
Onderzoek maakt onderscheid tussen meer nieuwsgierige, onderzoekende reflectie en ruminatie: repetitief denken dat rond dezelfde problemen of gevoelens blijft cirkelen. Trapnell en Campbell onderscheidden deze processen al expliciet; later onderzoek naar repetitief denken laat eveneens zien dat herhaald nadenken constructief óf onconstructief kan zijn, afhankelijk van onder andere de vorm en functie ervan.

ZELFREFLECTIE

Wat gebeurde er?
      ↓
Wat kan ik
begrijpen?
      ↓
Ontstaat er
nieuw inzicht?
      ↓
Wat wil ik
hiermee doen?
RUMINEREN

‘Waarom deed ik dit?’
      ↓
‘Waarom ben ik zo?’
      ↓
‘Had ik maar...’
      ↓
dezelfde gedachten
opnieuw
      ↓
weinig nieuw inzicht

Ruminatie is in onderzoek in verband gebracht met onder andere meer negatieve gedachten, slechter probleemoplossen en psychische klachten. Dat betekent niet dat iedere terugkerende gedachte direct problematisch is, maar wel dat lang nadenken niet hetzelfde is als diep nadenken. Sage Journals
Een bruikbaar onderscheid is:
Zelfreflectie: ‘Wat kan ik hiervan begrijpen of leren?’
Rumineren: ‘Waarom gebeurde dit toch? Waarom? Waarom? Waarom?’

Je hoeft jezelf niet vrij te pleiten

Jezelf zonder veroordeling onderzoeken betekent niet dat je nooit verantwoordelijkheid neemt.
Zelfreflectie kan juist leiden tot:

‘Dit heb ik gedaan’
       ↓
‘Dit was het gevolg’
       ↓
‘Nu begrijp ik beter
waarom ik zo handelde’
       ↓
‘Wat wil ik volgende
keer anders doen?’

Begrijpen waarom gedrag ontstond is iets anders dan zeggen dat alles wat je deed daarom goed was.
Je kunt dus tegelijk denken:
‘Ik begrijp mezelf beter’
én
‘Ik wil dit de volgende keer anders doen.’

Welke stem is eigenlijk van mij?

Sommige overtuigingen voelen zo vanzelfsprekend dat we nauwelijks meer merken dat we ze ooit hebben geleerd.
Zelfreflectie kan helpen verschillende lagen uit elkaar te halen:

Wat heb ik
meegekregen?
      ↓
Wat voel ik
automatisch?
      ↓
Wat weet ik
op basis van onderzoek?
      ↓
Wat onderschrijf
ik zelf?

Dat betekent niet dat een aangeleerde overtuiging automatisch onjuist is. Een overtuiging kan door je ouders of religieuze omgeving zijn aangeleerd en na eigen onderzoek nog steeds volledig bij je passen.
De vraag is niet alleen waar een overtuiging vandaan kwam, maar ook: onderschrijf ik haar nu zelf?

Wat kun je ermee?

Bij een gebeurtenis die je blijft bezighouden kun je vijf eenvoudige vragen gebruiken:

Wat gebeurde er?
      ↓
Wat dacht ik?
      ↓
Wat voelde ik?
      ↓
Waarom raakte
dit mij?
      ↓
Wat wil ik
hiermee doen?

Je kunt daar eventueel nog drie vragen aan toevoegen: Welke eerdere ervaringen of overtuigingen spelen mee? Welke feiten weet ik werkelijk? Zou ik opnieuw hetzelfde willen kiezen?
Zelfreflectie is daarmee niet alleen terugkijken. Ze kan helpen om volgende keuzes bewuster te maken.

Vragen om over na te denken

  • Welke overtuigingen uit mijn jeugd heb ik nooit bewust onderzocht?

  • Welke daarvan passen nog steeds bij mij?

  • Welke niet meer?

  • Wanneer reageer ik sterk vanuit angst, schuld of schaamte?

  • Welke situaties maken mij onzeker?

  • Van wie zoek ik veel goedkeuring?

  • Wat gebeurt er met mij wanneer iemand het niet met mij eens is?

  • Welke keuzes maak ik omdat ik ze werkelijk wil?

  • Welke keuzes maak ik vooral omdat anderen ze van mij verwachten?

  • Kan ik naar een fout kijken zonder mezelf als persoon af te wijzen?

  • Wanneer levert nadenken mij inzicht op en wanneer draai ik vooral in cirkels?

  • Wat heb ik de afgelopen jaren over mezelf geleerd?

  • Wie wil ik zijn, los van wat anderen van mij verwachten?

  • Is dit wat ik zelf geloof, of vooral iets wat voor mij altijd vanzelfsprekend is geweest?

Samenvatting

Zelfreflectie betekent dat je met nieuwsgierigheid kijkt naar je eigen gedachten, gevoelens, overtuigingen en gedrag.
Niet om jezelf vrij te pleiten en ook niet om jezelf te veroordelen, maar om beter te begrijpen wat er in jou gebeurt en waarom.

Wat heb ik
geleerd?
     ↓
Wat heb ik
ervaren?
     ↓
Wat heb ik zelf
onderzocht?
     ↓
Wat geloof en
waardeer ik nu?

Zelfreflectie is niet hetzelfde als eindeloos over jezelf nadenken. Wanneer denken in dezelfde schuldige of negatieve cirkels blijft ronddraaien zonder nieuw inzicht, kan het meer op rumineren gaan lijken.
Je hoeft daarbij niet alles uit je verleden af te wijzen. Je kunt behouden wat bij je past, opnieuw onderzoeken waarover je twijfelt en loslaten wat je niet meer onderschrijft.
Misschien komt zelfreflectie uiteindelijk neer op deze vraag:

‘Is dit wie ik
werkelijk wil zijn?

of

is dit vooral wie ik
heb geleerd te zijn?’

Bronnen en verdieping

Anthony M. Grant, John Franklin & Peter Langford – The Self-Reflection and Insight Scale: A New Measure of Private Self-Consciousness, 2002. Onderzoek waarin zelfreflectie en inzicht als afzonderlijke maar verwante processen worden onderzocht.
Paul D. Trapnell & Jennifer D. Campbell – Private Self-Consciousness and the Five-Factor Model of Personality: Distinguishing Rumination From Reflection, 1999. Klassiek onderzoek naar het onderscheid tussen nieuwsgierige reflectie en meer repetitieve, negatief gekleurde ruminatie.
Edward R. Watkins – Constructive and Unconstructive Repetitive Thought, 2008. Uitgebreide review over wanneer herhaald nadenken behulpzaam kan zijn en wanneer het juist problematisch wordt. PubMed Central (PMC)
Susan Nolen-Hoeksema, Blair E. Wisco & Sonja Lyubomirsky – Rethinking Rumination, 2008. Over ruminatie, negatieve gedachten, probleemoplossen en het onderscheid met meer adaptieve vormen van zelfreflectie.
Kristin Neff – Self-Compassion: An Alternative Conceptualization of a Healthy Attitude Toward Oneself, 2003. Over zelfvriendelijkheid, mindfulness en het benaderen van fouten en moeilijke gevoelens zonder harde zelfveroordeling. Self-Compassion Institute
Jehovah’s Getuigen – Dwingen Jehovah’s Getuigen hun kinderen om hun geloof aan te hangen? Officiële uitleg waarin de organisatie beschrijft dat ouders hun kinderen Bijbelse waarden meegeven en dat kinderen later zelf beslissen of zij het geloof willen aannemen. JW.ORG
Jehovah’s Getuigen – Hoe word ik een Getuige van Jehovah? Officiële uitleg waarin geloof en doop als persoonlijke beslissingen worden beschreven. JW.ORG

Lees ook

Autonoom denken – Hoe onderzoek je informatie en vorm je een eigen oordeel?
Codependentie – Hoe hoor je je eigen stem wanneer de mening van anderen zwaar weegt?
Cognitieve dissonantie – Waarom kan informatie die botst met je overtuigingen zoveel spanning oproepen?
Internalisering – Hoe worden ideeën en normen van buitenaf onderdeel van je eigen innerlijke stem?
Rumineren – Wanneer verandert nadenken over jezelf in rondjes blijven denken?
Zelfcompassie – Hoe neem je verantwoordelijkheid zonder jezelf daarbij af te breken?