Herkenbare vragen

  • Hoe weet ik of een bron betrouwbaar is?

  • Waarom geloof ik informatie sneller wanneer die bevestigt wat ik al denk?

  • Hoe voorkom ik dat kritisch denken alleen kritiek op anderen wordt?

  • Moet ik altijd naar ‘beide kanten’ luisteren?

  • Wat doe ik wanneer betrouwbare bronnen elkaar tegenspreken?

  • Hoe weet ik wanneer er genoeg bewijs is om een conclusie te trekken?

  • Durf ik mijn mening te veranderen wanneer het bewijs daar aanleiding toe geeft?

Wat is kritisch denken?

Kritisch denken betekent dat je probeert vast te stellen wat je goede redenen hebt om te geloven.

Je onderzoekt:

  • wat precies wordt beweerd;

  • waar de informatie vandaan komt;

  • welk bewijs ervoor bestaat;

  • hoe sterk dat bewijs is;

  • welke andere verklaringen mogelijk zijn;

  • wat tegen de bewering pleit;

  • hoeveel zekerheid de beschikbare informatie eigenlijk rechtvaardigt.

Kritisch denken betekent dus niet:

Ik geloof niets.

En ook niet:

Ik zoek vooral fouten in wat anderen zeggen.

Het betekent eerder:

Ik wil weten waarom ik iets geloof — en of mijn redenen goed genoeg zijn.

BEWERING
    ↓
Wat wordt precies gezegd?
    ↓
Waar komt dit vandaan?
    ↓
Welk bewijs is er?
    ↓
Zijn er andere verklaringen?
    ↓
Wat spreekt ertegen?
    ↓
Hoe zeker kan ik redelijkerwijs zijn?

Kritisch denken is niet hetzelfde als wantrouwen

Iemand kan heel wantrouwend zijn en toch weinig kritisch denken.

Bijvoorbeeld:

“De overheid liegt altijd.”

“De media zijn niet te vertrouwen.”

“Wetenschappers worden betaald.”

“De organisatie liegt.”

Dat klinkt misschien kritisch.

Maar wanneer zulke uitspraken vooraf vaststaan en informatie vervolgens alleen wordt gezocht om ze te bevestigen, gebeurt eigenlijk het tegenovergestelde.

Een kritisch denker vraagt ook:

Waar baseer ik mijn wantrouwen op?

Geldt dit voor iedere bron binnen die categorie?

Welke informatie zou aantonen dat mijn conclusie te sterk is?

KRITISCH DENKEN ≠
automatisch tegen gezag zijn

KRITISCH DENKEN =
gezag, kritiek én
je eigen overtuiging
kunnen onderzoeken

De moeilijkste bron om kritisch te beoordelen is vaak de bron waarmee je het eens bent

Mensen zijn niet neutrale informatieverwerkers.

We hebben de neiging informatie die aansluit bij onze bestaande ideeën gemakkelijker te accepteren en tegenbewijs kritischer te bekijken.

Dat wordt onder andere myside bias genoemd.

INFORMATIE DIE IK GRAAG GELOOF

‘Dat klinkt logisch.’
‘Zie je wel.’
‘Dit bevestigt het.’

        tegenover

INFORMATIE DIE MIJ TEGENSPREEKT

‘Wie zegt dat?’
‘Wat is hun belang?’
‘Waar is het bewijs?’
‘Dit vertrouw ik niet.’

Die tweede vragen zijn uitstekende kritische vragen.

Het probleem ontstaat wanneer je ze alleen aan de andere kant stelt.

Een van de belangrijkste regels van kritisch denken is daarom:

Gebruik dezelfde kwaliteitsnorm voor informatie die je graag gelooft als voor informatie die je liever niet gelooft.

Actief open denken

Binnen onderzoek naar kritisch denken wordt gesproken over actively open-minded thinking: actief open denken.

Dat betekent niet dat iedere mening even waarschijnlijk waar is.

Het betekent dat je bereid bent:

  • alternatieve verklaringen te onderzoeken;

  • informatie te zoeken die je eigen overtuiging kan tegenspreken;

  • argumenten van de andere kant serieus te begrijpen;

  • en je conclusie aan te passen wanneer het bewijs verandert.

NIET:

‘Hoe bewijs ik dat ik gelijk heb?’

MAAR:

‘Hoe kan ik ontdekken
of ik ongelijk heb?’

Juist die tweede vraag is krachtig.

Want als een overtuiging klopt, hoeft zij niet beschermd te worden tegen eerlijk onderzoek.

Hoe beoordeel je een bron?

Er bestaat geen enkel keurmerk waardoor een bron automatisch waar wordt.

Een bruikbare controle bestaat uit meerdere vragen.

1. WAT IS DE BEWERING?

2. WAAR KOMT ZE OORSPRONKELIJK VANDAAN?

3. WELK BEWIJS WORDT GEGEVEN?

4. HEEFT DE BRON KENNIS VAN DIT ONDERWERP?

5. KAN IK HET ONAFHANKELIJK CONTROLEREN?

6. WAT WORDT NIET VERTELD?

7. HOE ZEKER IS DE CONCLUSIE?

1. Wat wordt precies beweerd?

Maak een bewering zo concreet mogelijk.

Bijvoorbeeld:

“Dit middel werkt.”

is onduidelijk.

Werkt waarbij?

Bij wie?

Hoeveel beter dan niets doen?

Vergeleken met welke behandeling?

Hoe lang?

Met welke bijwerkingen?

Hoe preciezer de vraag, hoe beter het bewijs te beoordelen is.

2. Waar komt de informatie oorspronkelijk vandaan?

Een bericht kan eindeloos worden overgenomen.

Facebookbericht
      ↓
blog
      ↓
nieuwsartikel
      ↓
persbericht
      ↓
onderzoek

Wie alleen het Facebookbericht leest, ziet misschien vijf stappen verwijderd van de oorspronkelijke informatie.

Probeer daarom waar mogelijk terug te gaan naar de oorspronkelijke bron.

Bijvoorbeeld:

  • het onderzoek zelf;

  • een gerechtelijke uitspraak;

  • de oorspronkelijke publicatie;

  • officiële statistieken;

  • een volledige toespraak;

  • een originele brief of beleidsregel.

Maar:

Primair betekent niet automatisch betrouwbaar.

Een oorspronkelijk document kan zelf onjuist, eenzijdig of misleidend zijn.

Een goede wetenschappelijke overzichtsstudie kan soms juist betrouwbaarder zijn dan één afzonderlijk onderzoek.

3. Welk bewijs wordt gegeven?

Een uitspraak is nog geen bewijs.

Vergelijk:

“Veel mensen ervaren verbetering.”

met:

“In een gecontroleerd onderzoek werden 1.200 deelnemers gevolgd en groep A had gemiddeld een beter resultaat dan groep B.”

Ook dat tweede bewijs moet nog worden beoordeeld.

Maar het is controleerbaarder.

Vraag daarom:

Hoe weten ze dit?

BEWERING

‘X veroorzaakt Y.’

        ↓

BEWIJS?

ervaring?
enquête?
statistiek?
experiment?
onderzoek?
document?
getuigenis?

Verschillende soorten bewijs kunnen verschillende conclusies ondersteunen.

Een persoonlijke ervaring kan waar zijn zonder algemeen bewijs te zijn

Iemand zegt:

“Ik gebruikte dit middel en daarna verdwenen mijn klachten.”

Dat kan volledig waar zijn.

Maar het bewijst nog niet dat het middel de oorzaak was.

Misschien:

  • waren de klachten vanzelf verminderd;

  • veranderde tegelijkertijd iets anders;

  • speelde verwachting een rol;

  • of was het inderdaad het middel.

NA X GEBEURDE Y

betekent niet automatisch:

DOOR X GEBEURDE Y

Persoonlijke verhalen zijn belangrijk om ervaringen te begrijpen.

Voor uitspraken over oorzaak en gevolg is meestal meer bewijs nodig.

4. Heeft de bron relevante deskundigheid?

Deskundigheid doet ertoe.

Maar ook hier is nuance nodig.

Een cardioloog heeft medische deskundigheid, maar dat maakt hem niet automatisch deskundig op het gebied van klimaatwetenschap.

Een hoogleraar psychologie is niet automatisch expert in iedere psychologische specialisatie.

Vraag daarom:

Heeft deze persoon aantoonbare kennis van precies dit onderwerp?

5. Wat zeggen onafhankelijke bronnen?

Wanneer een belangrijke bewering alleen afkomstig is van één persoon, organisatie of website, is extra controle verstandig.

Zoek of onafhankelijke bronnen hetzelfde vaststellen.

BRON A
   ↓
zegt X

BRON B
onafhankelijk van A
   ↓
vindt ook X

BRON C
andere methode
   ↓
vindt ongeveer X

= meer reden voor vertrouwen

Drie websites die allemaal hetzelfde persbericht overschrijven zijn overigens niet werkelijk drie onafhankelijke bronnen.

Lees niet alleen de website zelf

Onderzoek naar online bronbeoordeling laat zien dat professionele factcheckers vaak iets doen wat gewone internetgebruikers minder vanzelfsprekend doen: lateraal lezen.

Ze blijven niet lang op een onbekende website zoeken naar tekenen dat die website betrouwbaar is.

Ze verlaten de pagina juist even en onderzoeken:

Wie zit achter deze website?

Wat zeggen andere betrouwbare bronnen over deze organisatie?

Wordt deze bewering elders bevestigd?

ONBEKENDE WEBSITE

niet alleen:
↓
‘Ziet dit er professioneel uit?’

maar ook:
↓
tabblad openen
↓
wie is de afzender?
↓
wat zeggen onafhankelijke bronnen?
↓
waar komt de claim oorspronkelijk vandaan?

Een professioneel ontwerp, indrukwekkende titel of lange bronnenlijst zegt op zichzelf weinig over de kwaliteit van de informatie.

6. Welke belangen spelen mee?

Belangen zijn relevant.

Een fabrikant die onderzoek naar zijn eigen product betaalt, verdient bijvoorbeeld extra aandacht.

Maar een belang bewijst niet automatisch dat informatie onjuist is.

‘Deze persoon heeft een belang.’

is reden om beter te controleren.

Het is NIET automatisch bewijs:

‘Dus wat hij zegt is onwaar.’

Vraag liever:

  • Is het belang openbaar?

  • Hoe is het onderzoek uitgevoerd?

  • Kunnen anderen de resultaten controleren?

  • Wordt hetzelfde resultaat onafhankelijk gevonden?

7. Hoe zeker is de conclusie?

Kritisch denken betekent ook onderscheid maken tussen verschillende niveaus van zekerheid.

MOGELIJK

↓

AANNEMELIJK

↓

GOED ONDERBOUWD

↓

ZEER STERK BEWIJS

↓

vrijwel zeker
binnen de huidige kennis

Veel onderwerpen laten geen absoluut ja of nee toe.

Dan is:

“Op basis van het huidige bewijs lijkt dit waarschijnlijk.”

vaak intellectueel sterker dan:

“Ik weet absoluut zeker dat dit zo is.”

Wat als betrouwbare bronnen elkaar tegenspreken?

Dat hoeft niet te betekenen dat niemand iets weet.

Eerst kun je vragen:

Hebben ze werkelijk dezelfde vraag onderzocht?

Een onderzoek onder ouderen kan een ander resultaat geven dan onderzoek onder jongeren.

Zijn ze in dezelfde periode uitgevoerd?

Nieuwe gegevens kunnen oude conclusies veranderen.

Gebruikten ze dezelfde methode?

Een kleine enquête is iets anders dan een groot gecontroleerd onderzoek.

Hoe groot waren de onderzoeken?

Een klein resultaat kan toeval zijn.

Zijn de resultaten herhaald?

Eén onderzoek is meestal minder overtuigend dan meerdere onafhankelijke onderzoeken die ongeveer hetzelfde vinden.

Wat zegt het totale bewijs?

ONDERZOEK A → X

ONDERZOEK B → geen duidelijk effect

ONDERZOEK C → klein effect

ONDERZOEK D → X

        ↓

niet vragen:
‘Welke studie vind ik het leukst?’

maar:
‘Wat laat het geheel zien?’

Je conclusie mag dan ook zijn:

We weten het nog niet goed genoeg.

Dat is geen zwakte.

Dat kan juist de meest rationele conclusie zijn.

‘Beide kanten’ betekent niet altijd vijftig-vijftig

Kritisch denken betekent verschillende verklaringen serieus onderzoeken.

Maar het betekent niet dat iedere mening evenveel bewijs achter zich heeft.

Stel:

100 degelijke onderzoeken
wijzen ongeveer dezelfde richting op

tegenover

2 zwakke onderzoeken
vinden iets anders

Dan zou het misleidend zijn beide posities als even sterk te presenteren omdat er ‘twee kanten’ bestaan.

Openstaan voor alternatieven betekent:

Ik geef ieder argument de aandacht die het bewijs rechtvaardigt.

Niet:

Iedere overtuiging krijgt automatisch 50 procent kans om waar te zijn.

De sterkste versie van de andere kant

Een goede manier om je eigen denken te testen is proberen het beste argument van de andere kant te begrijpen.

Niet:

“Wat is het domste wat iemand aan de andere kant ooit heeft gezegd?”

Maar:

“Wat zou een goed geïnformeerd, redelijk persoon die het met mij oneens is als zijn sterkste argument geven?”

ZWAK KRITISCH DENKEN

de slechtste argumenten
van de andere kant aanvallen

STERKER KRITISCH DENKEN

de beste argumenten
van de andere kant onderzoeken

Als je alleen een karikatuur van een andere positie kunt weerleggen, weet je nog niet of je eigen positie sterk is.

Kritisch denken binnen een religieuze omgeving

Wanneer een religieuze overtuiging heel belangrijk voor je is, kan informatie onderzoeken extra moeilijk zijn.

Het gaat dan niet alleen om:

Wat is waar?

Maar mogelijk ook om:

Wat betekent deze conclusie voor mijn relatie met God?

Wat gebeurt er met mijn familie?

Wat als mijn vrienden mij anders gaan zien?

Wat gebeurt er met mijn toekomstbeeld?

Daardoor kan een intellectuele vraag tegelijk een emotionele en sociale vraag worden.

INFORMATIE
    ↓
niet alleen:
‘Klopt dit?’

maar mogelijk ook:
‘Wat kost het mij
als dit klopt?’

Dat maakt iemand niet dom of irrationeel.

Het maakt duidelijk waarom sommige vragen moeilijker onbevangen te onderzoeken zijn dan andere.

Kritisch denken over Jehovah’s Getuigen

Voor iemand die Jehovah’s Getuigen onderzoekt, geldt dezelfde basisregel als bij ieder ander onderwerp:

Gebruik dezelfde maatstaf voor alle kanten.

Een publicatie van Jehovah’s Getuigen is niet automatisch waar omdat zij van de organisatie komt.

Maar een kritische website is ook niet automatisch waar omdat zij Jehovah’s Getuigen bekritiseert.

Een voormalig lid kan waardevolle persoonlijke kennis hebben én zich in een feit vergissen.

Een woordvoerder van de organisatie kan correcte informatie geven én vanuit het perspectief van de organisatie spreken.

Daarom:

JW-BRON
   ↓
controleren

KRITISCHE BRON
   ↓
controleren

EX-JW-BRON
   ↓
controleren

NIEUWSBERICHT
   ↓
controleren

MIJN EIGEN OVERTUIGING
   ↓
óók controleren

Een praktisch voorbeeld

Stel iemand beweert:

“Jehovah’s Getuigen leerden in jaar X dat gebeurtenis Y zou plaatsvinden.”

Je kunt dan verschillende stappen nemen.

1. Wat wordt precies beweerd?

2. Zoek de oorspronkelijke
publicatie uit die periode.

3. Lees niet alleen één zin,
maar ook de context.

4. Kijk hoe vaak en hoe duidelijk
de bewering werd gedaan.

5. Controleer latere publicaties.

6. Bekijk zowel de uitleg
van Jehovah’s Getuigen
als serieuze kritiek daarop.

7. Trek daarna je conclusie.

Dat is sterker dan alleen een screenshot delen waarvan de herkomst onbekend is.

Maar het is óók sterker dan een oorspronkelijke publicatie negeren omdat een organisatie later een andere uitleg geeft.

Pas dezelfde methode toe op ex-JW-informatie

Na vertrek uit een groep kan het verleidelijk zijn de richting van het wantrouwen simpelweg om te draaien.

EERST

organisatie = betrouwbaar
critici = verdacht

LATER

critici = betrouwbaar
organisatie = verdacht

Maar dat is nog niet noodzakelijk zelfstandig kritisch denken.

Het criterium zou uiteindelijk moeten worden:

NIET:

‘Van welke kant komt het?’

MAAR:

‘Hoe weten we dat dit klopt?’

Een ex-JW-video met honderdduizend views kan onjuist zijn.

Een JW-publicatie kan een feit correct weergeven.

Een krant kan een fout maken.

Een wetenschappelijk artikel kan later worden gecorrigeerd.

Een rechtbank kan verschillende bewijsstandaarden gebruiken afhankelijk van de zaak.

Geen enkele categorie bron is onfeilbaar.

De belangrijkste vraag: wat zou mijn mening veranderen?

Stel jezelf vóór het zoeken naar informatie de vraag:

Welk bewijs zou mij ervan kunnen overtuigen dat mijn huidige conclusie niet klopt?

Als het antwoord is:

Niets.

dan onderzoek je waarschijnlijk niet meer of je overtuiging klopt.

Je verdedigt haar.

‘WAT ZOU MIJN MENING
KUNNEN VERANDEREN?’

als het antwoord is:

‘niets’

        ↓

dan is de conclusie
niet meer toetsbaar

Dat geldt voor religieuze overtuigingen.

Maar net zo goed voor anti-religieuze overtuigingen, politieke overtuigingen, complottheorieën en ideeën over wetenschap.

Je mening veranderen is geen nederlaag

Mensen kunnen een veranderde mening ervaren als:

“Ik zat fout.”

“Ik ben erin getrapt.”

“Hoe kon ik dit geloven?”

Maar er bestaat ook een andere manier om ernaar te kijken:

OUDE INFORMATIE
      ↓
oude conclusie

NIEUWE INFORMATIE
      ↓
opnieuw beoordelen
      ↓
betere conclusie

Je mening aanpassen aan beter bewijs is niet het falen van kritisch denken.

Het is kritisch denken.

Een compacte controle voor iedere belangrijke bewering

STOP

Wat wordt beweerd?

BRON

Waar komt het oorspronkelijk vandaan?

BEWIJS

Hoe weten ze dit?

CONTEXT

Wat ontbreekt of wordt niet verteld?

TEGENBEWIJS

Wat spreekt deze conclusie tegen?

CONTROLE

Vinden onafhankelijke bronnen hetzelfde?

EIGEN BIAS

Wil ik dat dit waar is?

CONCLUSIE

Hoe zeker mag ik redelijkerwijs zijn?

Vragen om over na te denken

  • Welke bronnen vertrouw ik bijna automatisch?

  • Welke bronnen wantrouw ik bijna automatisch?

  • Vraag ik bij beide groepen even vaak om bewijs?

  • Zoek ik ook informatie die mijn huidige mening kan tegenspreken?

  • Kan ik het sterkste argument van iemand met een andere mening eerlijk uitleggen?

  • Maak ik onderscheid tussen een persoonlijke ervaring en bewijs voor een algemene conclusie?

  • Controleer ik waar citaten, cijfers en screenshots oorspronkelijk vandaan komen?

  • Wat zou mijn huidige mening daadwerkelijk kunnen veranderen?

  • Kan ik zeggen ‘ik weet het nog niet’ wanneer het bewijs onvoldoende is?

  • Pas ik dezelfde standaard toe op informatie die ik heel graag wil geloven?

Samengevat

Kritisch denken betekent niet:

alles wantrouwen
alles bekritiseren
altijd een tegenargument zoeken
of nergens meer zeker van zijn.

Het betekent:

vragen stellen
bronnen controleren
bewijs wegen
alternatieven onderzoeken
je eigen voorkeur herkennen
en je conclusie kunnen aanpassen.

De vraag is uiteindelijk niet:

‘Welke kant moet ik geloven?’

maar:

‘Welke conclusie wordt
het beste gedragen
door het beschikbare bewijs?’

Wetenschappelijke bronnen

  • Jonathan Baron — onderzoek naar actively open-minded thinking en rationeel denken.

  • Keith E. Stanovich & Richard F