EXJW WorldKennisbibliotheek

Kennisbibliotheek › 🧠 A-Z Encyclopedie van de Psychologie

B -BITE-model

Hoe kunnen gedrag, informatie, gedachten en emoties door een groep worden beïnvloed?

Herkenbare vragen Wat is het BITE-model van Steven Hassan? Kan een groep veel invloed hebben zonder mensen letterlijk te dwingen? Waarom doe je soms iets wat je eigenlijk niet wilt, terwijl het officieel vrijwillig is? Welke rol spelen erbij willen horen, groepsdruk, waardering, schuld en angst? Kun je het BITE-model toepassen op Jehovah’s Getuigen? En wanneer wordt normale religieuze beïnvloeding controle? Het BITE-model is ontwikkeld door de Amerikaanse counselor Steven Hassan als een manier om autoritaire beïnvloeding te onderzoeken. BITE staat voor vier gebieden waarop volgens zijn model invloed kan worden uitgeoefend: Behavior (gedrag), Information (informatie), Thought (gedachten) en Emotional (emoties). Het model gaat niet alleen over expliciete regels of fysieke dwang. Juist subtielere vormen van beïnvloeding kunnen belangrijk zijn: wat binnen een groep wordt gewaardeerd, welk gedrag als voorbeeldig geldt, welke informatie wordt vertrouwd, welke gedachten als gevaarlijk worden gezien en welke emoties ontstaan wanneer iemand afwijkt. Het BITE-model is geen psychiatrische diagnose en ook geen test waarmee je eenvoudig kunt bewijzen dat een bepaalde religie of organisatie een ‘sekte’ is. Het is een model om patronen van beïnvloeding te onderzoeken . Wie is Steven Hassan? Steven Hassan werd vooral bekend door zijn werk rond sekten, autoritaire groepen en wat hij undue influence — ongepaste of buitensporige beïnvloeding — noemt. Hij ontwikkelde het BITE-model mede vanuit eerder werk over cognitieve dissonantie en beïnvloeding. Hassan heeft het model zelf ook toegepast op Jehovah’s Getuigen. Dat is belangrijk om te weten. Hij is dus niet alleen de bedenker van een algemeen model dat anderen later toevallig op JG’s hebben toegepast; hij heeft zelf publiekelijk betoogd dat verschillende kenmerken van het leven binnen Jehovah’s Getuigen volgens hem binnen het BITE-model passen. Daarom is het verstandig zijn model niet als bewijs op zichzelf te gebruiken. Je kunt het beter zien als een bril waarmee je naar bepaalde mechanismen kijkt en vervolgens zelf onderzoeken of de feiten en ervaringen daarbij passen. B - Behavior Control: invloed op gedrag Het eerste gebied is gedrag . Een groep kan invloed hebben op hoe mensen hun tijd besteden, met wie ze omgaan, welke activiteiten ze belangrijk vinden en welk gedrag wordt beloond of afgekeurd. Dat betekent niet dat iedere verwachting automatisch gedragscontrole is. Iedere gemeenschap heeft normen. Een sportclub verwacht dat spelers trainen en een werkgever verwacht dat werknemers op tijd komen. Interessanter wordt het wanneer formeel vrijwillig gedrag sociaal of emotioneel moeilijk voelt om níét te vertonen. Neem bijvoorbeeld de velddienst bij Jehovah’s Getuigen. Misschien stond je op zaterdagochtend op terwijl je eigenlijk helemaal niet wilde prediken. Je was moe, vond het spannend of wilde liever iets anders doen. Toch ging je. Waarom? Misschien omdat je geloofde dat de prediking levens kon redden. Omdat je Jehovah wilde dienen. Omdat je een goede JG wilde zijn. Omdat je vrienden gingen. Omdat je je schuldig voelde wanneer je thuisbleef. Of omdat je wist welk gedrag binnen de gemeente als geestelijk sterk werd gezien. Niemand hoefde letterlijk te zeggen: ‘Je móét vandaag in de velddienst.’ De norm kon inmiddels in jezelf zitten. Hoe vrijwillig is vrijwillig? Dit onderscheid is belangrijk. Er bestaat verschil tussen: ‘Je moet dit doen.’ en: ‘Je bent vrij om zelf te kiezen, maar je weet heel goed welke keuze als geestelijk goed wordt gezien.’ Jehovah’s Getuigen benadrukken zelf dat geloof vrijwillig moet zijn en dat ouderlingen iemand niet mogen dwingen Jehovah’s Getuige te blijven. Ook deelname tijdens bijeenkomsten wordt officieel als vrijwillig beschreven. Maar formele vrijwilligheid vertelt nog niet het hele psychologische verhaal. Een mens maakt keuzes binnen een sociale omgeving. We willen gewaardeerd worden, ergens bij horen en voorkomen dat belangrijke mensen teleurgesteld in ons raken. Daarom kun je jezelf een andere vraag stellen: Als niemand mij veroordeelde, mijn relaties hetzelfde bleven en ik geen schuld of angst voelde, zou ik dan dezelfde keuze maken? Dat bewijst niet dat de oorspronkelijke keuze onvrij was. Het helpt wel onderzoeken welke krachten bij die keuze meespeelden . I - Information Control: invloed op informatie Het tweede onderdeel gaat over informatie . Welke bronnen vertrouw je? Welke bronnen worden aanbevolen? Welke informatie wordt als betrouwbaar of gevaarlijk beschouwd? Hoe reageer je wanneer informatie je bestaande overtuiging tegenspreekt? Ook dit is niet automatisch problematisch. Geen enkel mens verwerkt alle beschikbare informatie. We selecteren voortdurend bronnen en leren onderscheid maken tussen betrouwbaar en onbetrouwbaar. Bij Jehovah’s Getuigen wordt JW.org gepresenteerd als de officiële online bron voor informatie over de eigen overtuigingen en activiteiten. In publicaties wordt daarnaast expliciet gewaarschuwd voor websites en materiaal van tegenstanders en afvalligen. In een vergaderwerkboek uit 2023 werd bijvoorbeeld gezegd dat materiaal van afvalligen niet gelezen, beantwoord of herhaald moet worden en dat informatie die twijfel over Jehovah en zijn organisatie oproept moet worden herkend en verworpen. Vanuit het geloof van een actieve JG kan daarvoor een logische verklaring bestaan: wanneer iemand ervan overtuigd is de waarheid te hebben gevonden, kan hij informatie die zijn geloof volgens hem probeert te ondermijnen als geestelijk gevaarlijk beschouwen. Het BITE-model stelt vervolgens een andere vraag: Hoe vrij kan ik informatie onderzoeken die mijn overtuiging tegenspreekt, zonder vooraf bang te zijn voor de bron of voor wat het onderzoek over mij zegt? T - Thought Control: invloed op gedachten Het derde onderdeel betreft gedachten . Iedere religie leert bepaalde overtuigingen. Alleen het feit dat een kerk zegt ‘wij geloven dat dit waar is’ is geen gedachtecontrole. Het wordt volgens het BITE-model interessanter wanneer er weinig psychologische ruimte bestaat voor fundamenteel afwijkende interpretaties, wanneer de wereld sterk in categorieën wordt verdeeld of wanneer bepaalde gedachten onmiddellijk schuld, angst of zelfcorrectie oproepen. Taal kan daarbij een rol spelen. Binnen Jehovah’s Getuigen hebben woorden als de waarheid, werelds, geestelijk sterk, afvalligheid, goede omgang en Jehovah’s organisatie een specifieke betekenis. Groepstaal hoeft niets negatiefs te zijn. Vrijwel iedere gemeenschap ontwikkelt eigen begrippen. Maar taal kan wel mede bepalen hoe we de werkelijkheid ordenen. Daarom kun je jezelf vragen: Wat gebeurde er in mij wanneer ik dacht: ‘Misschien heeft de organisatie op dit punt ongelijk’? Was dat gewoon een gedachte die onderzocht mocht worden? Of ontstond onmiddellijk angst, schuldgevoel of de behoefte de gedachte weg te drukken? E - Emotional Control: invloed op emoties Het vierde onderdeel gaat over emoties . Mensen worden niet alleen door argumenten beïnvloed. Schuld, schaamte, angst, liefde, trots, hoop en verbondenheid kunnen minstens zo krachtig zijn. Ook hier is nuance nodig. Religie kan juist positieve emoties oproepen: hoop, liefde, betekenis, dankbaarheid, veiligheid en verbondenheid. Dat zijn echte ervaringen en hoeven niet als manipulatie te worden weggezet. Maar emoties kunnen eveneens gedrag sturen. Je kunt bijvoorbeeld denken: Als ik niet ga prediken, stel ik Jehovah teleur. Als ik deze informatie lees, doe ik misschien iets verkeerds. Als ik anders ga geloven, wat gebeurt er dan met mijn familie? Als ik minder doe, zullen anderen denken dat ik geestelijk zwak ben? Dan is een interessante vraag: Doe ik iets omdat het werkelijk overeenkomt met mijn eigen waarden en overtuiging, of mede omdat het alternatief schuld, angst of sociale afkeuring oproept? Het antwoord kan heel goed zijn: allebei . Groepsdruk zonder dat iemand druk uitoefent Groepsdruk wordt soms voorgesteld alsof iemand letterlijk zegt: ‘Doe dit, anders hoor je er niet meer bij.’ Maar sociale beïnvloeding werkt vaak subtieler. Je ziet wie waardering krijgt. Je merkt wie als voorbeeld wordt genoemd. Je hoort welke levenskeuzes geestelijk worden aangemoedigd. Je merkt hoe mensen reageren op iemand die minder actief wordt. Langzaam leer je wat binnen de groep normaal en wenselijk is. Daarvoor hoeft geen centraal persoon bewust een manipulatieplan te hebben bedacht. Mensen kunnen elkaar bovendien beïnvloeden terwijl zij zelf volledig geloven dat wat zij doen goed en liefdevol is. Dat maakt groepsinvloed juist ingewikkeld. Erbij willen horen Een van de sterkste menselijke behoeften is verbondenheid . We willen relaties, erkenning en het gevoel ergens thuis te horen. Een hechte religieuze gemeenschap kan daarin veel bieden. Mensen bezoeken elkaar, helpen elkaar en delen belangrijke overtuigingen en levensmomenten. Voor iemand die nieuw binnenkomt kan die warmte bijzonder sterk worden ervaren. Hiervoor wordt soms het woord lovebombing gebruikt. Met dat begrip moeten we voorzichtig zijn. Veel Jehovah’s Getuigen die een nieuwkomer hartelijk ontvangen zullen dat oprecht doen. Het zou onjuist zijn iedere vriendelijke begroeting als een bewust toegepaste manipulatietechniek te beschrijven. Maar er kan wel een ander mechanisme ontstaan: hoe belangrijker de groep voor je wordt, hoe groter de mogelijke sociale prijs van afwijken wordt. Je wilt niet alleen een leerstelling behouden. Je wilt misschien ook je vrienden, familie, identiteit en gevoel ergens bij te horen behouden. Wanneer de norm in jezelf gaat zitten Dit heet internalisering : normen en overtuigingen uit je omgeving kunnen uiteindelijk onderdeel worden van de manier waarop je jezelf beoordeelt. Dan is er niet voortdurend iemand nodig die controleert. Je controleert jezelf. Je denkt misschien: Ik zou meer moeten prediken. Ik zou geestelijker moeten zijn. Ik zou dit eigenlijk niet interessant mogen vinden. Ik hoor geen twijfel te hebben. Waarom heb ik niet meer zin in de waarheid? Dat betekent niet automatisch dat iemand ‘geprogrammeerd’ is. Mensen internaliseren voortdurend normen uit gezin, cultuur, beroep en samenleving. De belangrijke vraag is opnieuw: Hoeveel ruimte bestaat er om een geïnternaliseerde norm opnieuw te onderzoeken en uiteindelijk te verwerpen? Is dit indoctrinatie? Het woord indoctrinatie wordt snel gebruikt voor overtuigingen waarmee we het niet eens zijn. Maar niet iedere religieuze opvoeding, sterke overtuiging of groepsnorm is indoctrinatie. Het verschil zit onder meer in de ruimte die iemand ervaart om vragen te stellen, alternatieve informatie te onderzoeken, fundamenteel van mening te veranderen en een afwijkende conclusie te trekken. Daarom is ‘Ben ik geïndoctrineerd?’ misschien niet eens de beste eerste vraag. Interessanter zijn vragen als: Welke overtuigingen heb ik geleerd? Welke alternatieven heb ik werkelijk onderzocht? Wat gebeurde er wanneer ik twijfelde? Kon ik zonder angst of schuld tot een andere conclusie komen? Welke sociale gevolgen verwachtte ik wanneer ik van mening veranderde? Maar ik wilde het zelf Dat kan volledig waar zijn. Dit is misschien een van de belangrijkste nuances bij het BITE-model. Iemand kan jarenlang oprecht zeggen: ‘Niemand dwong mij. Ik wilde dit zelf.’ Hij kan met plezier prediken, vergaderingen bezoeken, vrijwilligerswerk doen en zijn leven rondom zijn geloof organiseren. Dat hoeft achteraf niet ineens een leugen te worden. Mensen kunnen oprecht gemotiveerd én sterk beïnvloed zijn. Stel dat iemand dertig jaar lang duizenden uren vrijwillig aan zijn geloof heeft besteed en later tot de conclusie komt dat hij de centrale leerstellingen niet meer gelooft. Dan kan een pijnlijke gedachte ontstaan: Zou ik dezelfde duizenden uren hebben gegeven als ik toen wist wat ik nu weet? Daar bestaat geen eenvoudig antwoord op. Maar het is een legitieme vraag over geïnformeerde keuze . Is dit moderne slavernij? Sommige voormalige leden van sterk sturende groepen gebruiken achteraf woorden als gevangenschap of moderne slavernij om te beschrijven hoe weinig vrijheid zij naar hun gevoel hadden. Als persoonlijke metafoor kan zo’n woord uitdrukken hoe iemand zijn verleden ervaart. Maar moderne slavernij is geen juiste algemene of juridische benaming voor het leven als Jehovah’s Getuige . Het begrip moderne slavernij wordt internationaal gebruikt voor ernstige vormen van uitbuiting, waaronder gedwongen arbeid en gedwongen huwelijk, waarbij wezenlijke dwang en het onvermogen om vrij te weigeren of te vertrekken centraal staan. Dat is iets anders dan vrijwillige religieuze activiteit onder sterke sociale of emotionele beïnvloeding. De vergelijking roept echter wel een interessante onderliggende vraag op: Kan arbeid werkelijk vrijwillig worden genoemd wanneer iemand die arbeid niet graag verricht, maar ervan overtuigd is dat God haar verlangt en dat er geestelijke en sociale gevolgen aan niet-meedoen verbonden zijn? Daarvoor zijn begrippen als groepsdruk, socialisatie, internalisering, autoritaire beïnvloeding en ervaren keuzevrijheid nauwkeuriger dan slavernij. Het BITE-model is geen meetlat met een eindscore Het zou verleidelijk zijn een lijst te maken, tientallen vinkjes te zetten en daarna te concluderen: ‘Zie je wel: bewezen.’ Zo zou ExJW.World het model niet moeten gebruiken. Een politieke beweging, commerciële organisatie, therapeutische groep, religie of zelfs een relatie kan kenmerken vertonen die binnen onderdelen van BITE passen. De aanwezigheid van één kenmerk bewijst niet automatisch dat sprake is van destructieve controle. Bovendien is Hassans model niet hetzelfde als een breed geaccepteerde klinische diagnostische test. De waarde ervan zit vooral in de vragen die het oproept . Leg twee perspectieven naast elkaar Wie het model op Jehovah’s Getuigen wil toepassen, kan daarom het beste twee perspectieven onderzoeken. Jehovah’s Getuigen zeggen zelf dat geloof vrijwillig moet zijn, dat mensen zelf hun religie kiezen en dat ouderlingen iemand niet mogen dwingen Jehovah’s Getuige te blijven. Tegelijk kun je onderzoeken welke formele regels, informele normen en mogelijke sociale of emotionele gevolgen bestaan wanneer iemand anders gaat handelen of geloven. Die twee constateringen kunnen tegelijkertijd waar zijn: ‘Niemand hield mij fysiek tegen om een andere keuze te maken.’ en: ‘Die andere keuze voelde voor mij ontzettend moeilijk.’ Precies het gebied daartussen is waar het BITE-model interessant wordt. Vier vragen om zelf te onderzoeken Je hoeft niet te beginnen met de conclusie dat je wel of niet gecontroleerd werd. Begin bij vier eenvoudige vragen: Gedrag: Hoe vrij voelde ik mij om iets anders te dóén? Informatie: Hoe vrij voelde ik mij om andere informatie te onderzoeken? Gedachten: Hoe vrij voelde ik mij om tot een andere conclusie te komen? Emoties: Welke angst, schuld, schaamte, liefde of behoefte aan verbondenheid speelde daarbij mee? Daarna komt misschien de belangrijkste vraag: Wat zou ik hebben gekozen wanneer mijn relaties, mijn plaats in de groep en mijn gevoel van veiligheid niet afhankelijk waren geweest van mijn antwoord? Misschien concludeer je dat je veel keuzes nog steeds hetzelfde zou maken. Misschien ontdek je dat groepsinvloed groter was dan je destijds besefte. Misschien ligt je antwoord ergens tussen beide. Het BITE-model kan helpen om daarover na te denken. Het kan het antwoord niet voor je bepalen. Bronnen Steven Hassan - BITE Model of Authoritarian Control Steven Hassan - Jehovah’s Witnesses and the BITE Model of Authoritarian Control Steven Hassan - Freedom of Mind Resource Center Leon Festinger - A Theory of Cognitive Dissonance Robert Jay Lifton - Thought Reform and the Psychology of Totalism JW.org - Kan iemand ervoor kiezen geen Jehovah’s Getuige meer te zijn? JW.org - Bijeenkomsten van Jehovah’s Getuigen JW.org - publicaties over afvalligheid en het onderzoeken van informatie Zie ook in A-Z Psychologie Groepsdruk - Waarom passen mensen hun gedrag aan een groep aan? Indoctrinatie - Wanneer wordt het overdragen van overtuigingen iets anders dan onderwijs of socialisatie? Internalisering - Hoe kunnen normen van buitenaf onderdeel worden van je eigen innerlijke stem? Lovebombing - Wanneer is intensieve aandacht gewone warmte en wanneer kan zij onderdeel worden van beïnvloeding? Socialisatie - Hoe leren we de normen en gedragingen van de groepen waartoe we behoren? Cognitieve dissonantie - Wat gebeurt er wanneer overtuigingen, informatie en gedrag met elkaar botsen? Zwart-witdenken - Waarom ziet ons brein soms vooral twee tegenovergestelde mogelijkheden?