Herkenbare vragen
- Wat is het BITE-model van Steven Hassan?
- Kan een groep veel invloed hebben zonder mensen letterlijk te dwingen?
- Waarom doe je soms iets wat je eigenlijk niet wilt, terwijl het officieel vrijwillig is?
- Welke rol spelen erbij willen horen, groepsdruk, waardering, schuld en angst?
- Hoe vrij voel je je om informatie te bekijken die je overtuiging tegenspreekt?
- Kunnen groepsnormen uiteindelijk onderdeel worden van je eigen innerlijke stem?
- Kun je het BITE-model toepassen op Jehovah’s Getuigen?
- Wanneer wordt normale sociale of religieuze beïnvloeding volgens dit model controlerender?
Wat is het BITE-model?
Het BITE-model is ontwikkeld door Steven Hassan als een manier om patronen van autoritaire beïnvloeding te onderzoeken. BITE staat voor Behavior – gedrag, Information – informatie, Thought – gedachten en Emotional – emoties.
Hassan beschrijft daarmee manieren waarop gedrag, informatie, gedachten en emoties binnen een groep of relatie beïnvloed kunnen worden. Niet iedere groep hoeft volgens hem alle kenmerken te vertonen.
Het model is geen psychiatrische diagnose en ook geen eenvoudige test waarmee je kunt bewijzen dat een religie of organisatie een ‘sekte’ is. Het is beter te gebruiken als een bril om patronen en ervaren keuzevrijheid te onderzoeken, niet als een definitieve einduitspraak over een groep.
Wie is Steven Hassan?
Steven Hassan is bekend door zijn werk over autoritaire groepen en wat hij undue influence noemt: buitensporige of ongepaste beïnvloeding. Hij zegt bij de ontwikkeling van zijn model onder andere voortgebouwd te hebben op werk over cognitieve dissonantie en thought reform.
Hassan heeft het BITE-model zelf expliciet op Jehovah’s Getuigen toegepast. Dat is belangrijk: wanneer BITE op Jehovah’s Getuigen wordt toegepast, gaat het om Hassans eigen analyse vanuit zijn model, niet om een neutrale wetenschappelijke classificatie.
Daarom is het zorgvuldiger om niet te redeneren: ‘Hassan plaatst dit onder BITE, dus daarmee is het bewezen.’ Een betere vraag is: ‘Welke concrete feiten of ervaringen noemt hij, en hoe beoordeel ik die zelf?’
B – Behavior: invloed op gedrag
Het eerste onderdeel gaat over gedrag. Groepen kunnen invloed hebben op hoe mensen hun tijd besteden, met wie ze omgaan, welke activiteiten belangrijk worden gevonden en welk gedrag waardering of afkeuring krijgt.
Dat is niet automatisch problematisch. Iedere gemeenschap kent normen. Een sportclub verwacht training en een werkgever verwacht dat afspraken worden nagekomen.
Interessanter wordt het wanneer iets formeel vrijwillig is, maar psychologisch moeilijk voelt om niet te doen.
Neem de prediking bij Jehovah’s Getuigen. Iemand kan daar oprecht aan deelnemen omdat hij Jehovah wil dienen en gelooft dat de boodschap mensen helpt. Tegelijk kunnen andere gedachten meespelen: ‘Mijn vrienden gaan ook’, ‘Ik wil een goede Getuige zijn’, ‘Ik voel me schuldig als ik thuisblijf’ of ‘Ik wil niet geestelijk zwak overkomen.’
Niemand hoeft dan letterlijk te zeggen: ‘Je móét vandaag gaan.’ De norm kan inmiddels ook van binnenuit werken.
Hoe vrijwillig is vrijwillig?
Er bestaat verschil tussen ‘je moet dit doen’ en ‘je mag zelf kiezen, maar één keuze voelt duidelijk beter of veiliger’.
Jehovah’s Getuigen zeggen officieel dat iemand zelf zijn religieuze keuze maakt en dat ouderlingen iemand niet mogen dwingen Getuige te blijven. Ook verschillende vormen van deelname worden als vrijwillig beschreven.
Dat is relevante informatie. Maar formele keuzevrijheid vertelt nog niet alles over hoe vrij een keuze wordt ervaren.
Mensen maken keuzes binnen relaties, overtuigingen en sociale omstandigheden. We willen erbij horen, geliefd blijven en belangrijke anderen niet teleurstellen.
Een nuttige onderzoeksvraag kan daarom zijn: ‘Als mijn relaties hetzelfde bleven en schuld, angst of sociale beoordeling geen rol speelden, zou ik dan dezelfde keuze maken?’
Het antwoord bewijst niet dat een keuze vrij of onvrij was. Het helpt vooral zichtbaar maken welke factoren meespeelden.
I – Information: invloed op informatie
Het tweede onderdeel gaat over informatie. Welke bronnen vertrouw je? Welke worden aanbevolen? Welke informatie wordt als betrouwbaar, misleidend of gevaarlijk gezien?
Iedereen selecteert informatie. Niemand kan alles lezen en het is verstandig onbetrouwbare bronnen te vermijden.
Binnen Jehovah’s Getuigen is de eigen organisatie de officiële bron voor haar leer en richtlijnen. Daarnaast wordt sterk gewaarschuwd tegen informatie die als afvallig wordt beschouwd. In officieel materiaal wordt bijvoorbeeld geadviseerd zulke ideeën niet te lezen, erop te reageren of ze door te vertellen.
Vanuit het geloof van een actieve Jehovah’s Getuige kan dat logisch zijn: wanneer bepaalde informatie als geestelijk schadelijk wordt gezien, voelt vermijden als bescherming.
Het BITE-model stelt daar een andere vraag naast: ‘Hoe vrij voel ik mij om informatie te onderzoeken die mijn overtuiging tegenspreekt?’
Niet: ‘Moet ik iedere bron geloven?’ maar: ‘Hoe bepaal ik waarom een bron wel of niet onderzocht mag worden?’
T – Thought: invloed op gedachten
Het derde onderdeel gaat over gedachten.
Iedere religie, politieke stroming of levensbeschouwing leert bepaalde ideeën. Alleen zeggen ‘wij geloven dat dit waar is’ bewijst geen gedachtecontrole.
Binnen Hassans model wordt vooral gekeken naar situaties waarin weinig ruimte wordt ervaren voor fundamenteel afwijkende conclusies, bepaalde ideeën snel als gevaarlijk worden gezien of mensen zichzelf sterk corrigeren wanneer ze anders denken.
Ook taal kan daarbij interessant zijn. Binnen Jehovah’s Getuigen hebben begrippen als de waarheid, werelds, geestelijk sterk, afvalligheid, goede omgang en Jehovah’s organisatie een specifieke betekenis.
Dat is op zichzelf niet vreemd; allerlei groepen ontwikkelen eigen taal. Maar woorden helpen wel om de werkelijkheid in categorieën te ordenen.
Een nuttige vraag is daarom: ‘Wat gebeurt er in mij wanneer ik denk: misschien klopt een belangrijke overtuiging niet?’ Kan die gedachte rustig onderzocht worden, of verschijnt onmiddellijk angst, schuld of de behoefte haar weg te drukken?
E – Emotional: invloed op emoties
Het vierde onderdeel gaat over emoties.
Mensen worden niet alleen beïnvloed door argumenten. Ook liefde, hoop, verbondenheid, trots, angst, schuld en schaamte kunnen gedrag en keuzes beïnvloeden.
Religie kan juist veel positieve emoties geven: hoop, betekenis, veiligheid, dankbaarheid, liefde en verbondenheid. Die ervaringen zijn echt en hoeven niet als manipulatie te worden uitgelegd.
Tegelijk kunnen bij keuzes gedachten meespelen als: ‘Als ik niet ga prediken, stel ik Jehovah misschien teleur’, ‘Als ik deze informatie lees, doe ik misschien iets verkeerds’, ‘Wat gebeurt er met mijn familie als ik anders ga geloven?’ of ‘Wat zullen anderen denken als ik minder actief word?’
Daarom kun je vragen: ‘Doe ik dit omdat het bij mijn overtuiging past, of speelt ook mee wat het alternatief emotioneel kost?’
Het antwoord kan heel goed zijn: allebei.
Groepsdruk zonder dat iemand bewust druk uitoefent
Groepsdruk hoeft niet te betekenen dat iemand zegt: ‘Doe dit, anders hoor je er niet meer bij.’
Sociale normen kunnen veel subtieler werken. Je ziet wie waardering krijgt, welk gedrag voorbeeldig wordt genoemd, welke levenskeuzes worden aangemoedigd en hoe anderen reageren wanneer iemand afwijkt.
Zo leren mensen wat binnen een groep normaal en wenselijk is.
Daarvoor hoeft geen leider bewust een manipulatieplan te hebben bedacht. Mensen kunnen elkaar beïnvloeden terwijl zij volledig overtuigd zijn dat hun gedrag liefdevol, juist en behulpzaam is.
Sociale beïnvloeding is daarom ingewikkelder dan alleen manipulator tegenover slachtoffer. Veel invloed ontstaat tussen gewone mensen die elkaar oprecht willen helpen.
Erbij willen horen
Verbondenheid is een fundamentele menselijke behoefte. Een hechte religieuze gemeenschap kan vriendschappen, hulp, identiteit, gezamenlijke activiteiten en een gevoel van thuis bieden.
Een nieuwkomer kan die warmte intens ervaren. Soms wordt daarvoor het woord lovebombing gebruikt, maar daar moet voorzichtig mee worden omgegaan. Niet iedere hartelijke ontvangst is een manipulatietechniek. Veel Jehovah’s Getuigen zullen een nieuwkomer oprecht welkom willen laten voelen.
Wel geldt een algemeen sociaal principe: hoe belangrijker een groep voor iemand is, hoe groter de mogelijke prijs van afwijken kan voelen.
Iemand kan namelijk niet alleen bang zijn een overtuiging kwijt te raken, maar ook vrienden, familie, identiteit of een gevoel van thuis.
Wanneer de norm in jezelf gaat zitten
Normen uit onze omgeving kunnen uiteindelijk onderdeel worden van onze eigen manier van denken. Dat heet internalisering.
Dan hoeft niemand voortdurend te controleren wat je doet. Je kunt jezelf gaan beoordelen: ‘Ik zou meer moeten prediken’, ‘Ik zou geestelijker moeten zijn’, ‘Ik zou dit niet interessant mogen vinden’ of ‘Ik hoor hier niet aan te twijfelen.’
Dat betekent niet automatisch dat iemand ‘geprogrammeerd’ of gecontroleerd is. We internaliseren allemaal normen uit opvoeding, cultuur, beroep, vriendenkring en samenleving.
De interessante vraag is: ‘Kan ik die norm later opnieuw onderzoeken en eventueel verwerpen?’
Is dit indoctrinatie?
Het woord indoctrinatie wordt gemakkelijk gebruikt voor overtuigingen waarmee iemand het oneens is.
Maar een sterke overtuiging, religieuze opvoeding of duidelijke groepsnorm is niet automatisch indoctrinatie.
Zinvollere vragen zijn: Welke overtuigingen heb ik geleerd? Welke alternatieven heb ik werkelijk onderzocht? Wat gebeurde er wanneer ik twijfelde? Kon ik zonder grote angst of schuld tot een andere conclusie komen? Welke gevolgen verwachtte ik wanneer ik van mening veranderde?
Daarmee onderzoek je het proces, in plaats van vooraf een etiket te kiezen.
‘Maar ik wilde het zelf’
Dat kan volledig waar zijn.
Iemand kan oprecht zeggen: ‘Niemand dwong mij. Ik wilde dit.’ Die persoon kan met plezier prediken, bijeenkomsten bezoeken, vrijwilligerswerk doen en zijn leven rond zijn geloof organiseren.
Wanneer iemand later anders over zijn geloof gaat denken, worden die eerdere keuzes niet ineens onecht.
Mensen kunnen oprecht gemotiveerd zijn én sterk beïnvloed worden door hun omgeving. Dat geldt niet alleen voor religie.
Een interessantere vraag achteraf kan zijn: ‘Zou ik dezelfde keuze hebben gemaakt wanneer ik toen beschikte over de informatie en overtuigingen die ik nu heb?’
Daar bestaat vaak geen eenvoudig antwoord op. Het is vooral een vraag over geïnformeerde keuze.
Is dit moderne slavernij?
Sommige voormalige leden gebruiken woorden als gevangenschap of slavernij als persoonlijke metafoor voor hoe weinig vrijheid zij achteraf ervaren.
Als persoonlijke beschrijving kan zo’n woord iets zeggen over hun gevoel.
Maar moderne slavernij is geen juiste algemene of juridische benaming voor het leven als Jehovah’s Getuige. Internationaal wordt modern slavery gebruikt voor zeer ernstige vormen van uitbuiting, waaronder gedwongen arbeid en gedwongen huwelijk, waarbij iemand door bijvoorbeeld dreiging, geweld, dwang, misleiding of machtsmisbruik niet werkelijk kan weigeren of vertrekken.
Dat is een andere categorie dan religieuze activiteit waarbij sociale of emotionele beïnvloeding meespeelt.
De onderliggende psychologische vraag kan wel relevant zijn: ‘Hoe vrijwillig ervaar ik mijn inzet wanneer ik geloof dat God die inzet van mij verwacht en wanneer niet-meedoen emotionele of sociale gevolgen kan hebben?’
Voor zulke vragen zijn begrippen als groepsdruk, internalisering, sociale invloed, afhankelijkheid en ervaren keuzevrijheid nauwkeuriger.
Het BITE-model is geen meetlat met een eindscore
Het kan verleidelijk zijn veel kenmerken af te vinken en vervolgens te zeggen: ‘Zie je wel. Bewezen.’
Zo kun je het model beter niet gebruiken.
Een religie, politieke beweging, onderneming, therapeutische gemeenschap of persoonlijke relatie kan kenmerken vertonen die onder een of meer BITE-categorieën passen.
Eén kenmerk bewijst niet automatisch dat sprake is van destructieve of autoritaire controle.
Het model is Hassans analysekader. De waarde zit vooral in de vragen die het oproept, niet in een eindscore of definitief etiket.
Twee perspectieven naast elkaar
Wanneer je het BITE-model op Jehovah’s Getuigen onderzoekt, is het nuttig twee perspectieven naast elkaar te leggen.
Jehovah’s Getuigen zeggen officieel dat iemand zijn religie zelf kiest en dat ouderlingen hem niet mogen dwingen of onder druk zetten om Getuige te blijven.
Tegelijk kun je onderzoeken welke formele regels, informele normen, overtuigingen en mogelijke sociale of emotionele gevolgen iemand ervaart wanneer hij anders handelt of gelooft.
Deze uitspraken kunnen tegelijk waar zijn: ‘Niemand hield mij fysiek tegen’ én ‘Een andere keuze voelde voor mij heel moeilijk.’
Precies het gebied daartussen maakt het psychologisch interessant.
Vier vragen om zelf te onderzoeken
Het BITE-model kan worden teruggebracht tot vier eenvoudige onderzoeksvragen: Gedrag – hoe vrij voelde ik mij om iets anders te doen? Informatie – hoe vrij voelde ik mij om andere informatie te onderzoeken? Gedachten – hoe vrij voelde ik mij om tot een andere conclusie te komen? Emoties – welke angst, schuld, liefde, schaamte of verbondenheid speelde mee?
Daarna kun je vragen: ‘Wat zou ik hebben gekozen wanneer mijn relaties, plaats in de groep en gevoel van veiligheid niet afhankelijk waren geweest van mijn antwoord?’
Misschien concludeer je dat je veel keuzes precies hetzelfde zou maken. Misschien ontdek je dat sociale invloed groter was dan je destijds besefte. Misschien ligt het antwoord ertussenin.
Het BITE-model kan die vragen ordenen. Het kan de conclusie niet voor je bepalen.
Vragen om over na te denken
Welke keuzes binnen een groep voelen voor mij werkelijk vrijwillig?
Welke keuzes voelen moeilijk om níét te maken?
Hoe vrij voel ik mij om betrouwbare informatie van buiten mijn eigen kring te onderzoeken?
Welke gedachten roepen onmiddellijk schuld of angst op?
Welke normen zijn onderdeel geworden van mijn eigen innerlijke stem?
Kan ik die normen opnieuw onderzoeken?
Wat gebeurt er wanneer iemand binnen mijn groep fundamenteel anders gaat denken?
Welke rol spelen familie, vriendschap en verbondenheid in mijn keuzes?
Kan ik een belangrijke overtuiging veranderen zonder dat mijn gevoel van veiligheid volledig wegvalt?
Ervaar ik verschil tussen formeel mogen kiezen en mij werkelijk vrij voelen om anders te kiezen?
Gebruik ik het BITE-model om vragen te stellen, of vooral om een conclusie te bevestigen die ik al had?
Samenvatting
Het BITE-model van Steven Hassan verdeelt autoritaire beïnvloeding in vier gebieden: gedrag, informatie, gedachten en emoties.
Het model kan helpen onderzoeken hoe formele regels, groepsnormen, informatiebronnen, taal, verbondenheid, schuld en angst invloed kunnen hebben op keuzes.
Het is geen psychiatrische diagnose, geen wetenschappelijk gevalideerde ‘sektetest’ en geen bewijs op zichzelf dat een bepaalde organisatie destructief of autoritair is.
Hassan past zijn model zelf op Jehovah’s Getuigen toe. Dat is zijn analyse. Jehovah’s Getuigen beschrijven hun geloof en lidmaatschap tegelijkertijd als vrijwillig en zeggen dat ouderlingen iemand niet mogen dwingen Getuige te blijven.
Die perspectieven hoeven niet vooraf door ExJW.World te worden opgelost.
De interessantere vragen zijn:
Welke invloed speelde mee? Hoe vrij voelde mijn keuze? Welke alternatieven kon ik werkelijk onderzoeken? En welke conclusie trek ik daar zelf uit?
Bronnen en verdieping
Steven Hassan – BITE Model of Authoritarian Control. Hassans eigen beschrijving van Behavior, Information, Thought en Emotional control.
Steven Hassan – Jehovah’s Witnesses and the BITE Model of Authoritarian Control. Hassans eigen toepassing van zijn model op Jehovah’s Getuigen; deze bron geeft zijn analyse weer.
Leon Festinger – A Theory of Cognitive Dissonance. Theorie over psychologische spanning tussen overtuigingen, gedrag en ervaringen waarop Hassan zegt mede te hebben voortgebouwd.
Robert Jay Lifton – Thought Reform and the Psychology of Totalism. Werk over thought reform dat Hassan als invloed op zijn model noemt.
Jehovah’s Getuigen – Can a Person Resign From Being One of Jehovah’s Witnesses? Officiële uitleg dat iemand kan vertrekken en dat ouderlingen hem niet mogen dwingen of onder druk zetten om Getuige te blijven.
Jehovah’s Getuigen – Congregation Meetings of Jehovah’s Witnesses. Officiële uitleg waarin deelname aan onderdelen van bijeenkomsten als vrijwillig wordt beschreven.
Jehovah’s Getuigen – Bescherm jezelf tegen afvalligen, 2023. Officiële richtlijn over informatie die als afvallig wordt beschouwd.
International Labour Organization – informatie over forced labour en modern slavery. Voor het onderscheid tussen religieuze beïnvloeding en internationaal gebruikte begrippen rond gedwongen arbeid en moderne slavernij.
Lees ook
Groepsdruk – Hoe beïnvloeden verwachtingen van een groep onze keuzes zonder directe dwang?
Indoctrinatie – Wanneer wordt het overdragen van overtuigingen beperkend voor zelfstandig onderzoek?
Internalisering – Hoe worden normen van buitenaf onderdeel van je eigen innerlijke stem?
Loyaliteitsconflict – Wat gebeurt er wanneer trouw aan jezelf en trouw aan een groep botsen?
Sociale invloed – Hoe beïnvloeden andere mensen onze gedachten, gevoelens en keuzes?
Vrije wil – Hoe vrij voelt een keuze wanneer aan een andere uitkomst grote sociale of religieuze gevolgen verbonden zijn?