EXJW WorldKennisbibliotheek

Kennisbibliotheek › 🧠 A-Z Encyclopedie van de Psychologie

G - Gezond egoisme

Voor jezelf zorgen zonder anderen uit het oog te verliezen

HERKENBARE VRAGEN Waarom voel ik me schuldig wanneer ik voor mezelf kies? Waarom voelt rust nemen soms egoïstisch? Waarom vind ik het makkelijker om voor anderen te zorgen dan voor mezelf? Waarom denk ik snel dat ik een slecht mens ben wanneer iemand teleurgesteld is in mijn keuze? Waarom voelt zelfliefde soms verdacht of overdreven? En kan ik goed voor mezelf zorgen zonder hard, egocentrisch of ongevoelig te worden? Dit raakt aan wat soms gezond egoïsme wordt genoemd. WAT IS GEZOND EGOÏSME? De term gezond egoïsme klinkt misschien tegenstrijdig. Bij egoïsme denken we al snel aan iemand die alleen aan zichzelf denkt en geen rekening houdt met anderen. Maar met gezond egoïsme wordt iets anders bedoeld: voldoende aandacht geven aan je eigen behoeften, grenzen, gezondheid, ontwikkeling en geluk, zonder daarbij het welzijn van anderen bewust te negeren. Het is dus niet: “Ik ben belangrijker dan iedereen.” Maar eerder: “Ik ben óók belangrijk.” Je mag bijvoorbeeld rust nemen. Je mag nee zeggen. Je mag tijd en geld aan jezelf besteden. Je mag een keuze maken die bij jouw waarden past, ook wanneer iemand anders liever iets anders zou zien. Je mag jezelf beschermen tegen een relatie of situatie die je voortdurend uitput. Dat is niet automatisch egoïsme in negatieve zin. GEZOND EGOÏSME IS NIET HETZELFDE ALS EGOCENTRISME Er zit een groot verschil tussen: Gezond egoïsme: “Ik houd rekening met jou én met mezelf.” en: Ongezond egoïsme: “Alleen mijn behoeften tellen.” Gezond egoïsme laat ruimte voor wederkerigheid. Je kunt bijvoorbeeld tegen iemand zeggen: “Ik begrijp dat je mij nodig hebt, maar ik ben vandaag te moe om te helpen.” Daarmee erken je de ander. Maar je erkent jezelf ook. Dat is iets anders dan: “Het interesseert me niet hoe jij je voelt.” WAAROM KAN VOOR JEZELF KIEZEN ZO MOEILIJK VOELEN? Veel mensen leren al jong dat aardig, behulpzaam en sociaal gedrag wordt gewaardeerd. Dat is op zichzelf gezond. Maar wanneer iemand sterk heeft geleerd dat zelfopoffering goed is en eigen behoeften verdacht zijn , kan voor jezelf zorgen later schuld oproepen. Dan kunnen gedachten ontstaan als: Ik moet eerst voor anderen zorgen. Ik mag pas rusten als alles gedaan is. Een goed mens zegt geen nee. Als iemand teleurgesteld is, heb ik iets verkeerd gedaan. Ik moet mezelf wegcijferen. Daar kan een belangrijk psychologisch probleem ontstaan: Je kunt zo druk worden met goed zijn voor anderen dat je vergeet dat jij zelf ook iemand bent voor wie gezorgd moet worden. ZELFLIEFDE IS NIET: ALLES GOED VINDEN AAN JEZELF Zelfliefde wordt soms voorgesteld alsof je iedere ochtend voor de spiegel moet denken: “Ik ben geweldig.” Maar psychologisch is een verwant en beter onderzocht begrip zelfcompassie . Zelfcompassie betekent dat je jezelf met zorg, begrip en menselijkheid behandelt wanneer je fouten maakt of het moeilijk hebt. Niet: “Ik doe nooit iets verkeerd.” Maar: “Ik heb iets verkeerd gedaan en ik hoef mezelf daarvoor niet als mens af te schrijven.” Een meta-analyse van 79 onderzoeksgroepen met in totaal ruim 16.000 deelnemers vond een duidelijke positieve samenhang tussen zelfcompassie en welzijn. De onderzoekers vonden vooral verbanden met psychologisch en cognitief welzijn. Dat betekent niet dat zelfliefde automatisch geluk veroorzaakt. Wel ondersteunt onderzoek het idee dat een vriendelijkere, minder vijandige verhouding tot jezelf samenhangt met beter welzijn. HOE KAN DIT HERKENBAAR ZIJN BINNEN EEN RELIGIEUZE OMGEVING? Veel religies benadrukken nederigheid, dienstbaarheid en naastenliefde. Dat kunnen waardevolle uitgangspunten zijn. Binnen Jehovah's Getuigen kunnen bijvoorbeeld waarden als geestelijke inzet, gehoorzaamheid, prediking, zorg voor gemeenteleden en het vermijden van egoïsme belangrijk zijn. Voor veel gelovigen kan dat oprecht betekenis en verbondenheid geven. Maar sommige huidige of voormalige Jehovah's Getuigen kunnen achteraf merken dat ze moeite hebben om onderscheid te maken tussen: zelfzucht en: gezonde zelfzorg. Bijvoorbeeld: Mag ik een avond thuisblijven omdat ik moe ben? Mag ik een taak weigeren? Mag ik een opleiding kiezen die ik zelf graag wil? Mag ik minder doen voor anderen wanneer mijn gezondheid daarom vraagt? Mag ik mijn eigen mening volgen wanneer mijn familie daar verdriet van heeft? Mag ik gelukkig zijn met een leven dat anderen niet voor mij zouden kiezen? Dat zijn niet alleen praktische vragen. Ze kunnen raken aan identiteit en moraal. “BEN IK DAN NIET GEESTELIJK GENOEG?” Wanneer een gemeenschap bepaalde gedragingen waardeert, vergelijken mensen zichzelf vanzelf met die normen. Iemand kan bijvoorbeeld denken: “Als ik meer zou doen, zou ik geestelijker zijn.” of: “Anderen offeren zich wel op. Waarom lukt mij dat niet?” Wanneer zo'n gedachte vaak voorkomt, kan het moeilijk worden om rust, grenzen of persoonlijke ambities als legitiem te zien. Maar psychologisch gezien is het belangrijk dat een mens ook eigen behoeften kan herkennen. Dat betekent niet dat religieuze inzet verkeerd is. De vraag is eerder: Is dit nog een vrije keuze die bij mijn waarden past, of voel ik dat ik mezelf moet negeren om goedgekeurd te worden? WANNEER GODS OORDEEL EN HET OORDEEL VAN ANDEREN DOOR ELKAAR LOPEN Voor een gelovige kan de gedachte aan Gods mening diep betekenisvol zijn. Maar soms kunnen verschillende stemmen door elkaar gaan lopen: Wat vind ik zelf? Wat vinden mijn ouders? Wat vindt de gemeente? Wat vinden de ouderlingen? Wat denk ik dat God van mij vindt? Voor iemand die later afstand neemt van het geloof kan die innerlijke beoordeling blijven bestaan. Je hoeft dan niemand meer letterlijk te horen zeggen: “Dat is egoïstisch.” Je kunt het zelf al voelen. Dat is één reden waarom voor jezelf zorgen na vertrek soms moeilijker kan zijn dan iemand van buitenaf verwacht. Vrijheid krijgen en vrijheid voelen zijn niet altijd hetzelfde. GEZOND EGOÏSME EN GELUK Je schreef dat zelfliefde geluk bevordert. Dat zou ik iets nauwkeuriger formuleren. Onderzoek ondersteunt dat zelfcompassie samenhangt met hoger welzijn . Een meta-analyse vond een middelsterke positieve relatie tussen zelfcompassie en welzijn. Ook interessant: onderzoek naar wat onderzoekers letterlijk healthy selfishness noemden, vond dat aandacht voor eigen gezondheid, groei, plezier en vrijheid niet noodzakelijk tegenover zorg voor anderen staat. Mensen kunnen dus goed voor zichzelf zorgen én prosociaal blijven. Het begrip is wel veel minder uitgebreid onderzocht dan zelfcompassie. En een recente meta-analyse laat zien dat ook compassie voor anderen positief samenhangt met welzijn. Dat maakt het beeld mooi evenwichtig: welzijn lijkt niet te vragen dat je kiest tussen jezelf of anderen. Zorg voor beide kan waardevol zijn. JE KUNT NIET BLIJVEN GEVEN UIT EEN LEGE VOORRAAD Een eenvoudige manier om het uit te leggen is: Wanneer je structureel je slaap, gezondheid, emoties, tijd en grenzen negeert om voor anderen beschikbaar te blijven, raakt je draagkracht uiteindelijk kleiner. Zelfzorg kan daardoor óók helpen om zorgzaam te blijven. Niet: “Eerst ik en de rest zoekt het uit.” Maar: “Ik moet voldoende voor mezelf zorgen om überhaupt iets duurzaams te kunnen geven.” Daarom kunnen altruïsme en gezond egoïsme juist naast elkaar bestaan. HOE KAN DIT ER NA HET VERLATEN VAN JEHOVAH'S GETUIGEN UITZIEN? Sommige ex-Jehovah's Getuigen kunnen ontdekken dat ze ineens veel keuzes mogen maken, maar zich daar schuldig bij voelen. Bijvoorbeeld: een verjaardag vieren; een hele zondag niets doen; een opleiding volgen puur omdat die interessant is; geld aan een hobby besteden; een relatie beëindigen die niet goed voelt; niet iedereen uitleg geven; nee zeggen tegen familie; een andere mening hebben; of simpelweg denken: “Wat wil ík vandaag?” Dat kan aanvankelijk bijna verkeerd voelen. Niet omdat die keuzes daadwerkelijk verkeerd zijn. Maar mogelijk omdat aandacht voor jezelf jarenlang minder vertrouwd is geweest. EEN BELANGRIJK VERSCHIL Je kunt deze twee vragen naast elkaar zetten: Ongezond egoïsme: “Wat wil ik, ongeacht wat dit met anderen doet?” Gezond egoïsme: “Wat heb ik nodig, en hoe kan ik daar rekening mee houden zonder anderen onnodig te beschadigen?” Dat tweede vraagt juist volwassenheid. Je neemt jezelf serieus. Maar je houdt de ander ook in beeld. WAT KUN JE ERMEE? Begin eens niet met: “Wat verwachten anderen van mij?” maar met: “Wat heb ik nodig?” Daarna kun je pas verder kijken: Wat wil de ander? Welke verantwoordelijkheid heb ik werkelijk? Welke grens heb ik? Kan er een oplossing zijn waarin we allebei meetellen? Je kunt ook oefenen met kleine vormen van gezond egoïsme: een uur niets hoeven; nee zeggen zonder lange verdediging; iets kiezen omdat jij het mooi vindt; een afspraak afzeggen wanneer je uitgeput bent; hulp vragen; geld uitgeven aan iets wat jou plezier geeft; of stoppen met jezelf voortdurend uitleggen. Kleine keuzes kunnen je leren: Mijn behoeften mogen bestaan zonder dat de behoeften van anderen daardoor waardeloos worden. VRAGEN OM OVER NA TE DENKEN Wat heb ik vroeger geleerd over egoïsme? Welke dingen beschouw ik nu als egoïstisch die eigenlijk gewone zelfzorg zijn? Voel ik schuld wanneer ik rust neem? Kan ik nee zeggen zonder mezelf als slecht mens te zien? Hoe vaak vraag ik mezelf wat ík nodig heb? Denk ik dat mijn waarde afhangt van hoeveel ik voor anderen doe? Welke dingen geven mij oprecht plezier? Durf ik tijd te besteden aan iets dat geen ander doel heeft dan dat ik ervan geniet? Welke grens zou mijn leven op dit moment gezonder maken? Kan ik iemand teleurstellen zonder te concluderen dat ik iets verkeerd heb gedaan? En misschien de belangrijkste: Als ik anderen het recht gun om goed voor zichzelf te zorgen, waarom zou dat recht dan niet ook voor mij gelden? SAMENVATTING Gezond egoïsme betekent niet dat je alleen aan jezelf denkt. Het betekent dat jijzelf wordt opgenomen in de kring van mensen voor wie je zorgt . Voor mensen die sterk hebben geleerd om dienstbaar, behulpzaam of gehoorzaam te zijn, kan dat aanvankelijk ongemakkelijk voelen. Dat betekent niet automatisch dat hun religieuze opvoeding ongezond was. Wel kan het waardevol zijn om opnieuw te onderzoeken waar zorg voor anderen ophoudt en zelfverwaarlozing begint. Wetenschappelijk is vooral zelfcompassie goed onderzocht. Een grote meta-analyse vond een duidelijke positieve samenhang tussen zelfcompassie en welzijn. Ook zorg voor anderen hangt positief samen met welzijn, wat laat zien dat zelfzorg en altruïsme geen tegenpolen hoeven te zijn. Misschien is gezond egoïsme daarom uiteindelijk niet: “Ik kies mezelf boven jou.” Maar: “Ik hoef mezelf niet langer onder jou te plaatsen.” Wetenschappelijke bronnen en verder lezen Zessin, Dickhäuser & Garbade – The Relationship Between Self-Compassion and Well-Being: A Meta-Analysis Meta-analyse van 79 steekproeven, in totaal 16.416 deelnemers, naar zelfcompassie en verschillende vormen van welzijn. Zhuniq, Winter & Aguilar-Raab – Compassion for others and well-being: a meta-analysis Recente meta-analyse die laat zien dat ook compassie voor anderen positief samenhangt met welzijn.