Kennisbibliotheek › 🧠 A-Z Encyclopedie van de Psychologie
A - altruïsme
Wanneer zorgen voor anderen waardevol is — maar jezelf niet hoeft uit te wissen
Herkenbare vragen Waarom zet ik de behoeften van anderen zo vaak vóór die van mezelf? Waarom voelt voor mezelf kiezen soms egoïstisch? Waarom voel ik me schuldig wanneer ik nee zeg? Help ik omdat ik dat wil, of omdat ik bang ben iemand teleur te stellen? Wanneer is zorgen voor anderen gezond — en wanneer raak ik mezelf daarin kwijt? Wat is altruïsme? Altruïsme betekent dat je iets doet ten voordele van een ander, soms terwijl dat jezelf tijd, energie, geld of moeite kost. Dat kan klein zijn, zoals luisteren naar een verdrietige vriend, of groot, zoals langdurig voor iemand zorgen. Psychologen gebruiken niet allemaal precies dezelfde definitie. Sommige onderzoekers kijken vooral naar het gedrag, andere naar de bedoeling of naar de persoonlijke kosten. Wat vrijwel alle definities gemeen hebben, is dat het welzijn van iemand anders wordt bevorderd . Altruïsme is op zichzelf dus iets waardevols. Mensen zijn sociale wezens. Voor elkaar zorgen, samenwerken en elkaar helpen zijn belangrijk voor relaties en gemeenschappen. De interessante vraag is niet: Moet ik wel of niet voor anderen zorgen? Maar: Kan ik voor een ander zorgen zonder mezelf voortdurend kwijt te raken? Gezond altruïsme en jezelf wegcijferen Er is een belangrijk verschil tussen: “Ik help jou omdat ik dat wil en omdat ik daar ruimte voor heb.” en: “Ik moet jou helpen, anders ben ik egoïstisch of geen goed mens.” In het eerste geval kun je geven vanuit liefde, betrokkenheid of je eigen waarden. In het tweede geval wordt helpen steeds minder een vrije keuze. Schuld, angst voor afwijzing of behoefte aan goedkeuring kunnen dan mee gaan bepalen wat je doet. Dat betekent niet dat helpen alleen gezond is wanneer het je niets kost. Liefde voor iemand kan juist betekenen dat je soms bewust iets opoffert. De vraag is vooral: heb je nog een keuze? Kun je ook nee zeggen? Mogen jouw gezondheid en behoeften meetellen? Kun je rust nemen zonder jezelf onmiddellijk te veroordelen? Of voelt zorgen voor anderen als een voorwaarde om een goed mens te mogen zijn? Wat is pathologisch altruïsme? In de wetenschappelijke literatuur bestaat ook de term pathologisch altruïsme . Dat is geen psychiatrische diagnose en betekent niet dat veel voor anderen doen een stoornis is. Het begrip wordt gebruikt voor situaties waarin een poging om goed te doen uiteindelijk ernstige negatieve gevolgen kan hebben voor jezelf, voor een ander of voor allebei. Het wetenschappelijke boek Pathological Altruism , onder redactie van onder anderen Barbara Oakley en Ariel Knafo, onderzoekt precies die minder zichtbare kant van altruïsme. Denk bijvoorbeeld aan iemand die jarenlang iedereen verzorgt, nauwelijks slaapt, eigen medische klachten negeert en geen hulp accepteert omdat diegene denkt: “Ik moet sterk zijn voor iedereen.” De bedoeling kan liefdevol zijn. Toch kan de manier waarop iemand helpt uiteindelijk schadelijk worden. Daarom is veel geven niet automatisch gezond — maar veel geven is ook niet automatisch ongezond. De motivatie, vrijheid, gevolgen en grenzen doen ertoe. Waarom kan helpen verbonden raken met eigenwaarde? Soms leert iemand bewust of onbewust: Als ik behulpzaam ben, ben ik goed. Als anderen mij nodig hebben, heb ik waarde. Als ik nee zeg, stel ik iemand teleur. Voor mezelf kiezen is egoïstisch. Dan gaat helpen niet alleen meer over de ander. Het raakt ook aan je gevoel van veiligheid, identiteit en eigenwaarde. Dat kan overal ontstaan: binnen een gezin, relatie, werkcultuur, zorgende rol of religieuze gemeenschap. Je kunt daardoor uiteindelijk heel zorgzaam lijken, terwijl je nauwelijks meer weet wat je zelf nodig hebt. Hoe kan dit herkenbaar zijn binnen een religieuze omgeving? Veel religies hechten waarde aan naastenliefde, nederigheid, dienstbaarheid en zorg voor anderen. Dat kunnen betekenisvolle waarden zijn. Ook publicaties van Jehovah’s Getuigen spreken positief over zelfopoffering. Een Wachttoren-artikel uit 2022 moedigt gelovigen bijvoorbeeld aan Jezus’ voorbeeld van zelfopoffering te volgen, tijd aan anderen te besteden en meer met de belangen van anderen dan met die van zichzelf bezig te zijn. Het artikel verbindt dat uitdrukkelijk aan liefde voor Jehovah en medemensen en beschrijft de inzet als vrijwillig. Voor veel Jehovah’s Getuigen kan die vorm van dienstbaarheid oprecht betekenisvol zijn. Tegelijkertijd kunnen sommige huidige of voormalige Getuigen zich afvragen: Mag ik ook voor mezelf kiezen? Ben ik geestelijk genoeg als ik minder doe? Stel ik Jehovah teleur als ik een grens trek? Ben ik egoïstisch als ik rust nodig heb? Hoeveel van wat ik doe, kies ik zelf? Die vragen betekenen niet dat religieuze dienstbaarheid ongezond is. Ze helpen onderscheid te maken tussen vrijwillig geven vanuit je waarden en geven omdat je bang bent voor schuld, afwijzing of verlies van goedkeuring. “Anderen boven jezelf stellen” Nederigheid en rekening houden met anderen hoeven niet te betekenen dat je eigen behoeften minder waard zijn. Je kunt denken: “Jouw gevoelens zijn belangrijk.” zonder daaruit te concluderen: “Mijn gevoelens zijn dus minder belangrijk.” Je kunt iemand helpen zonder jezelf uit te putten. Je kunt liefdevol zijn en toch een grens stellen. Je kunt geven en ook ontvangen. Een gezonde relatie hoeft niet voortdurend jij óf ik te zijn. Er bestaat ook: jij én ik. Waarom kan dit na vertrek blijven bestaan? Patronen verdwijnen niet automatisch wanneer de omgeving verandert. Iemand kan stoppen met religieuze taken en vervolgens op het werk voor iedereen klaarstaan, binnen de familie alle problemen proberen op te lossen of in een vriendengroep altijd degene worden die anderen opvangt. De omgeving is veranderd, maar de onderliggende overtuiging kan hetzelfde zijn: “Mijn waarde zit in wat ik voor anderen beteken.” Daarom kan een belangrijke herstelvraag zijn: Wie ben ik wanneer niemand iets van mij nodig heeft? Is voor jezelf kiezen egoïstisch? Niet automatisch. Egoïsme en zelfopoffering zijn geen twee mogelijkheden waartussen je moet kiezen. Er bestaat een groot gebied ertussen waarin je zowel voor jezelf als voor anderen kunt zorgen. Interessant onderzoek van Kaufman en Jauk introduceerde hiervoor het begrip healthy selfishness — gezonde zelfgerichtheid. In twee studies hing gezonde aandacht voor eigen behoeften samen met meer psychologisch welzijn en adaptief functioneren, maar óók met een oprechte prosociale houding. Het onderzoek bewijst niet dat voor jezelf zorgen automatisch prosocialer maakt, maar laat wel zien dat aandacht voor jezelf en aandacht voor anderen geen tegenpolen hoeven te zijn. Voor jezelf zorgen hoeft dus niet te betekenen: “Andere mensen interesseren mij niet.” Het kan ook betekenen: “Ik ben óók iemand voor wie ik verantwoordelijkheid draag.” Wat kun je ermee? Wanneer je merkt dat je automatisch ja zegt, probeer dan even te vertragen. Vraag jezelf: Wil ik dit werkelijk? Kan ik dit op dit moment dragen? Wat kost het mij? Past dit bij mijn waarden? Help ik uit liefde, of vooral uit angst voor schuld of afwijzing? Mag ik van mezelf ook nee zeggen? Een grens kan bijvoorbeeld klinken als: “Ik wil er graag voor je zijn, maar dit lukt me vandaag niet.” Dat hoeft geen gebrek aan liefde te zijn. Het kan juist betekenen dat je rekening houdt met wat jij werkelijk kunt geven. Vragen om over na te denken Wanneer voel ik me het meest waardevol: wanneer ik mezelf ben of vooral wanneer anderen mij nodig hebben? Kan ik hulp ontvangen, of ben ik vooral gewend te geven? Kan ik nee zeggen zonder mezelf daarna lang schuldig te voelen? Wat heb ik geleerd over zelfzorg en egoïsme? Heb ik geleerd dat een goed of geestelijk mens zichzelf hoort weg te cijferen? Welke dingen doe ik werkelijk uit vrije wil? Waar ligt voor mij de grens tussen liefdevol geven en mezelf uitputten? En misschien de belangrijkste vraag: Kan ik geloven dat mijn behoeften net zo menselijk en legitiem zijn als die van de mensen voor wie ik zorg? Samenvatting Altruïsme is het bevorderen van het welzijn van een ander en is een belangrijk onderdeel van menselijke relaties. Zorgen, helpen en soms iets opofferen voor iemand anders kunnen diep betekenisvol zijn. Maar altruïsme hoeft niet te betekenen dat je jezelf structureel onderaan zet. Wanneer helpen vooral wordt gestuurd door schuld, angst voor afwijzing of de overtuiging dat je alleen waardevol bent wanneer anderen je nodig hebben, is het zinvol te onderzoeken hoeveel vrijheid je nog ervaart. De kernvraag is daarom niet: “Moet ik meer aan mezelf of meer aan anderen denken?” maar: “Kan ik voor anderen zorgen zonder mezelf uit beeld te laten verdwijnen?” Misschien is gezond altruïsme uiteindelijk niet: “Jij bent belangrijker dan ik.” maar: “Jij bent belangrijk — en ik ook.” Bronnen en verdieping Stefan Pfattheicher, Yngwie Asbjørn Nielsen & Isabel Thielmann (2022), Prosocial Behavior and Altruism: A Review of Concepts and Definitions , Current Opinion in Psychology, 44, 124–129. Over de verschillende wetenschappelijke definities van altruïsme en prosociaal gedrag. American Psychological Association, APA Dictionary of Psychology – Altruism . Definieert altruïsme als gedrag dat anderen voordeel oplevert terwijl daar voor de handelende persoon enige persoonlijke kosten tegenover staan. Barbara Oakley, Ariel Knafo, Guruprasad Madhavan & David Sloan Wilson (red.) (2011/2012), Pathological Altruism , Oxford University Press. Een wetenschappelijke bundel over situaties waarin goedbedoelde hulp of zelfopoffering schadelijke gevolgen kan krijgen. Scott Barry Kaufman & Emanuel Jauk (2020), Healthy Selfishness and Pathological Altruism: Measuring Two Paradoxical Forms of Selfishness , Frontiers in Psychology, 11. Twee studies naar gezonde zelfgerichtheid en pathologisch altruïsme. Jehovah’s Getuigen, Volg Jezus’ voorbeeld van zelfopoffering , De Wachttoren — studie-uitgave, februari 2022. Primaire bron voor de manier waarop zelfopoffering binnen de organisatie positief wordt beschreven en gekoppeld wordt aan vrijwillige dienstbaarheid en liefde. Lees ook Grenzen stellen – waarom nee zeggen niet hetzelfde is als iemand afwijzen. Pleasen – wanneer de behoefte om anderen tevreden te houden je eigen keuzes gaat bepalen. Aangeleerde schuld – waarom voor jezelf kiezen verkeerd kan voelen zonder dat je iets verkeerd hebt gedaan. Aangeleerde schaamte – wanneer niet alleen je gedrag, maar jijzelf verkeerd begint te voelen. Codependentie – wanneer zorgen voor een ander en je eigen identiteit sterk met elkaar verweven raken. Zelfcompassie – jezelf dezelfde menselijkheid en zorg gunnen die je anderen geeft. Innerlijke criticus – hoe normen van buitenaf een automatische innerlijke stem kunnen worden. Een eigen waardesysteem opbouwen – onderzoeken welke waarden werkelijk van jou zijn en welke je opnieuw wilt bekijken.