EXJW WorldKennisbibliotheek

Kennisbibliotheek › 🧠 A-Z Encyclopedie van de Psychologie

Z - Zelfcensuur

Wat gebeurt er wanneer je delen van jezelf niet laat zien omdat zichtbaar zijn iets kan kosten?

Herkenbare vragen Wat is zelfcensuur? Is iets privé houden hetzelfde als jezelf censureren? Waarom vertel je soms niet wat je werkelijk denkt, gelooft of doet? Kun je vrij zijn en toch voortdurend opletten wie je ziet? Waarom verwijder je een foto, laat je de hand van je partner los of vertel je je ouders niet dat je een relatie hebt? Wat doet het met je wanneer je voortdurend moet afwegen welke versie van jezelf veilig zichtbaar is? Kan zelfcensuur jarenlang blijven bestaan nadat je een groep hebt verlaten? En hoe ontdek je welke dingen je werkelijk privé wilt houden en welke je verborgen houdt uit angst voor afwijzing of verlies? Wat is zelfcensuur? Bij zelfcensuur houd je zelf informatie, gevoelens, overtuigingen, gedrag of delen van je identiteit tegen omdat je verwacht dat openheid negatieve gevolgen kan hebben. Niemand hoeft letterlijk te zeggen: ‘Je mag dit niet vertellen.’ Je besluit zelf te zwijgen, een foto niet te plaatsen, een onderwerp te vermijden of maar een deel van het verhaal te vertellen. Maar dat betekent niet automatisch dat de keuze volledig vrij voelt. Misschien verwacht je afkeuring. Misschien ben je bang iemand teleur te stellen. Misschien kan een relatie veranderen. Misschien dreigt verlies van status, werk, vriendschap, familiecontact of verbondenheid. Zelfcensuur ontstaat daarom vaak precies op het grensvlak tussen: ‘Ik kan het zeggen’ en: ‘Maar wat kost het mij als ik het zeg?’ Zelfcensuur is geen psychische diagnose Zelfcensuur is geen psychiatrische stoornis. In psychologisch onderzoek worden verwante begrippen gebruikt zoals self-concealment , concealment , emotionele onderdrukking en het achterhouden van een identiteit of persoonlijke informatie. Die begrippen zijn niet allemaal precies hetzelfde. De overeenkomst is dat iemand voortdurend moet beslissen: wat laat ik van mezelf zien en wat houd ik verborgen? Dat kan soms verstandig en beschermend zijn. Het kan belastend worden wanneer iemand zich langdurig gedwongen voelt belangrijke delen van zichzelf verborgen te houden. Niet alles vertellen is geen zelfcensuur Iedereen heeft recht op privacy. Je hoeft je collega niet alles over je relatie te vertellen. Je hoeft je familie niet ieder detail van je seksleven te geven. Je hoeft niet alles wat je doet op sociale media te plaatsen. Dat kan gewoon een gezonde grens zijn. Het verschil zit vaak in de reden. Privacy: ‘Dit is persoonlijk. Ik kies ervoor dit voor mezelf te houden.’ Zelfcensuur uit angst: ‘Ik zou dit eigenlijk graag willen vertellen, maar ik durf niet omdat ik bang ben voor wat er daarna gebeurt.’ Van buitenaf ziet het gedrag er hetzelfde uit: iemand zwijgt. Van binnen kan het totaal anders voelen. Wanneer zwijgen bescherming wordt Zelfcensuur kan een verstandige reactie zijn op een omgeving waarin openheid werkelijk gevolgen kan hebben. Iemand die weet dat een werkgever discrimineert, een familielid agressief reageert of een gemeenschap bepaalde keuzes zwaar afkeurt, kan besluiten informatie niet te delen. Dat hoeft geen zwakte te zijn. Het kan zelfbescherming zijn. Daarom is het te eenvoudig om tegen iemand te zeggen: ‘Wees gewoon jezelf.’ De echte vraag is soms: ‘Is het hier veilig om volledig mezelf te zijn?’ Je wilt eerlijk leven — maar voelt dat je niet alles kunt laten zien Daar ontstaat een moeilijke tegenstelling. Veel mensen willen een leven dat oprecht en authentiek voelt. Je wilt niet liegen. Je wilt geen dubbelleven. Je wilt aan de mensen van wie je houdt kunnen vertellen: ‘Ik ben verliefd.’ ‘Ik heb hier zo van genoten.’ ‘Dit geloof ik tegenwoordig.’ ‘Dit is de persoon die ik geworden ben.’ Maar wanneer eerlijkheid mogelijk tot afwijzing of verlies leidt, kan juist openheid onveilig gaan voelen. Dan kan iemand denken: ‘Hoeveel van mezelf kan ik veilig laten zien?’ Een zichtbaar en een verborgen leven Wanneer dit lang duurt, kan een onderscheid ontstaan tussen het leven dat anderen zien en het leven dat iemand werkelijk leidt. Bij de ene groep vertel je vrijuit over je relatie. Bij een andere zeg je alleen: ‘Het gaat goed.’ De ene persoon ziet je vakantiefoto’s. Een andere krijgt ze nooit te zien. Op de ene WhatsApp-status staat een foto van een feest. Voor bepaalde contacten scherm je die status af. Niet noodzakelijk omdat je vindt dat je iets verkeerd doet. Maar omdat verschillende mensen verschillende gevolgen aan dezelfde informatie kunnen verbinden. Psychologisch onderzoek naar het langdurig verbergen van belangrijke delen van jezelf laat zien dat vooral het steeds actief moeten verbergen belastend kan zijn. De voortdurende vraag wie wat weet en wat zichtbaar mag worden kan stress geven. ‘Heeft iemand mij gezien?’ Zelfcensuur bestaat daarom niet alleen uit woorden. Ook gedrag kan worden aangepast. Stel dat iemand hand in hand met zijn partner over de markt loopt. Plotseling ziet hij iemand uit een gemeenschap waarvan hij afstand heeft genomen. Nog voordat hij er bewust over nadenkt, kan de neiging ontstaan de hand los te laten. Daarna beginnen de gedachten: Heeft hij ons gezien? Weet hij wie dit is? Gaat hij het vertellen? Wie krijgt dit nog meer te horen? Wat verandert er als dit bekend wordt? Misschien gebeurt er helemaal niets. Maar het lichaam kan al reageren alsof er een dreiging is. Zelfcensuur en hyperwaakzaamheid Wanneer iemand lange tijd moet opletten wat anderen zien, kan hij steeds alerter worden. Wie komt eraan? Wie kan mijn status zien? Waarom belt die persoon ineens? Wat weet mijn moeder? Wie heeft met wie gesproken? Bij sterk verhoogde waakzaamheid wordt in de psychologie soms gesproken over hyperwaakzaamheid of hypervigilantie . Dat is geen noodzakelijk gevolg van zelfcensuur en ook geen diagnose op zichzelf. Het helpt wel begrijpen waarom iemand zelfs buiten een oude omgeving nog automatisch kan scannen: ‘Ben ik hier veilig zichtbaar?’ Het bijzondere aan sociale dreiging Gevaar hoeft niet lichamelijk te zijn om belangrijk te voelen. Ook de mogelijkheid om liefde, verbondenheid, status of familiecontact te verliezen kan grote emotionele betekenis hebben. Mensen zijn sociale wezens. Erbij horen is belangrijk. Daarom kan: ‘Als ze dit weten, verandert misschien mijn relatie met mijn ouders’ veel sterker binnenkomen dan een buitenstaander verwacht. Voor iemand anders is het maar een foto. Voor jou kan diezelfde foto verbonden zijn aan: ‘Wat gebeurt er met mijn familie als deze bij de verkeerde persoon terechtkomt?’ Zelfcensuur binnen een religieuze gemeenschap Zelfcensuur kan binnen allerlei groepen voorkomen: gezinnen, bedrijven, politieke omgevingen, culturen en religieuze gemeenschappen. Binnen een sterke geloofsgemeenschap kunnen religie en sociale relaties bovendien nauw met elkaar verweven zijn. Iemand kan bijvoorbeeld twijfelen aan een leerstelling maar dat niet durven zeggen. Een jongere kan een bepaalde muziekstijl leuk vinden maar die verbergen. Een volwassene kan een relatie hebben waarover familie niet alles weet. Een inactief gemeentelid kan bepaalde keuzes niet delen omdat hij bang is dat ze alsnog een religieuze kwestie worden. Het gaat dan niet alleen om: ‘Wat vind ik zelf?’ maar ook om: ‘Wat gebeurt er wanneer anderen weten wat ik zelf vind?’ Een Jehovah’s Getuige die twijfelt Zelfcensuur kan al beginnen terwijl iemand nog volledig in een religie leeft. Iemand hoort tijdens een bijeenkomst iets waar hij ernstige vragen bij heeft. Hij denkt: ‘Volgens mij klopt dit niet.’ Maar onmiddellijk daarna: ‘Kan ik dat wel zeggen?’ ‘Denken ze dan dat ik geestelijk zwak ben?’ ‘Zullen ze denken dat ik afvallige ideeën heb?’ Dan kan iemand leren eerst zijn eigen gedachten te beoordelen voordat hij ze uitspreekt. De censuur gebeurt uiteindelijk niet meer alleen van buitenaf. Ze kan van binnen gaan werken. De inactieve persoon: vrij, maar hoeveel mag zichtbaar worden? Voor iemand die nauwelijks meer actief is in een religieuze gemeenschap kan zelfcensuur een andere vorm krijgen. Hij leeft inmiddels volgens zijn eigen keuzes. Maar misschien weet hij niet precies wat er gebeurt wanneer anderen die keuzes kennen. Stel dat een inactieve voormalige Jehovah’s Getuige samenwoont met een partner. Binnen zijn eigen huidige waarden is dat een stabiele en liefdevolle relatie. Maar familieleden zijn nog actief Jehovah’s Getuigen. Dan kan hij afwegen: Vertel ik dat we samenwonen? Zet ik onze vakantiefoto online? Wat als iemand uit de gemeente ons ziet? Kan dit bij ouderlingen terechtkomen? Verandert daardoor mijn contact met mijn familie? Hij kan dus in de praktijk een nieuw leven hebben en tegelijkertijd delen daarvan verborgen houden om zijn oude relaties te beschermen. ‘Ik wilde het mijn ouders zo graag vertellen’ Dat kan juist pijn doen wanneer het gaat om iets moois. Stel dat iemand verliefd wordt. Normaal gesproken wil je misschien juist je ouders bellen: ‘Ik heb iemand ontmoet.’ Maar wanneer je verwacht dat kennis over die relatie religieuze consequenties kan hebben, kan diezelfde mededeling bedreigend voelen. Dan houd je iets geheim waar je eigenlijk enthousiast over wilt vertellen. Niet omdat je je schaamt voor je partner. Niet omdat je vindt dat je verkeerd leeft. Maar omdat je bang bent dat de waarheid over je leven de verhouding met de mensen van wie je houdt verandert. Dat is een heel andere ervaring dan simpelweg: ‘Ik houd mijn privéleven graag privé.’ Zelfcensuur kan relaties beschermen én beperken Dat maakt zelfcensuur ingewikkeld. Door iets niet te vertellen kun je een relatie behouden. Tegelijk kan diezelfde relatie minder volledig gaan voelen. Je moeder houdt van je. Maar kent zij je huidige leven? Je broer spreekt je nog. Maar weet hij wat je werkelijk gelooft? Een vriendin kent je al twintig jaar. Maar kun je haar vertellen waar je tegenwoordig gelukkig van wordt? Soms is zwijgen precies wat contact mogelijk maakt. Tegelijk kan iemand zich afvragen: ‘Heeft deze persoon een relatie met míj — of met de versie van mij die ik veilig kan laten zien?’ Zelfcensuur en authenticiteit Authentiek leven betekent niet dat je iedereen altijd alles moet vertellen. Dat zou zelfs onveilig of ongepast kunnen zijn. Authenticiteit gaat meer over overeenstemming tussen wat je van binnen belangrijk vindt en hoe je kunt leven en communiceren. Wanneer iemand voortdurend belangrijke delen van zichzelf moet verbergen, kan daar spanning ontstaan tussen de publieke persoon en de privépersoon . Onderzoek naar concealment en emotionele onderdrukking laat zien dat langdurig actief verbergen samen kan gaan met meer psychologische belasting en minder ervaren authenticiteit of verbondenheid. Dat is een verband, geen vaste uitkomst. Sommige mensen functioneren lange tijd goed met duidelijke compartimenten in hun leven. ‘Maar ik kies toch zelf om het niet te vertellen?’ Dat kan volledig waar zijn. Zelfcensuur is juist vaak een eigen beslissing . Maar eigen beslissingen worden altijd binnen omstandigheden genomen. Stel: Optie A: ik vertel het en mogelijk verandert mijn relatie met mijn ouders. Optie B: ik zwijg en behoud waarschijnlijk de relatie zoals die nu is. Niemand houdt letterlijk je mond dicht. Je kiest B. Toch is het redelijk om te onderzoeken hoeveel vrijheid er in die beslissing wordt ervaren. Zelf kiezen om te zwijgen is niet altijd hetzelfde als je vrij voelen om te spreken. Is zelfcensuur liegen? Niet noodzakelijk. Je kunt een vraag niet beantwoorden. Een onderwerp vermijden. Een foto niet plaatsen. Bepaalde informatie privé houden. Dat is niet automatisch liegen. Soms gaat zelfcensuur wel verder. Iemand kan halve waarheden gaan vertellen of bewust een verkeerd beeld laten bestaan omdat de waarheid te riskant voelt. Dat kan innerlijke spanning veroorzaken: ‘Ik wil geen oneerlijk mens zijn, maar ik durf ook niet volledig eerlijk te zijn.’ Daarom is de morele vraag soms minder eenvoudig dan: ‘Waarom vertel je gewoon niet de waarheid?’ Een betere vraag kan zijn: ‘Waarom voelt de waarheid vertellen voor deze persoon zo kostbaar?’ Schaamte of veiligheid? Nog een belangrijk onderscheid: iemand kan iets verbergen omdat hij zich ervoor schaamt . Maar iemand kan ook iets verbergen terwijl hij er volledig achter staat. Bijvoorbeeld: ‘Ik vind mijn relatie gezond en mooi. Ik vertel mijn ouders alleen niet alles omdat ik bang ben voor de gevolgen.’ Dan is het probleem niet noodzakelijk: ‘Ik accepteer mezelf niet.’ Het kan zijn: ‘Ik vertrouw de omgeving niet genoeg om mezelf volledig zichtbaar te maken.’ Dat onderscheid is belangrijk, ook voor hulpverleners. Waarom ‘wees gewoon jezelf’ soms niet helpt Goedbedoelende vrienden kunnen zeggen: ‘Je moet gewoon eerlijk zijn.’ ‘Als mensen je niet accepteren, zijn ze je niet waard.’ ‘Zet die foto gewoon online.’ Dat kan bevrijdend klinken. Maar iemand kan daar echte familiebanden mee riskeren. Voor hem is het geen abstract experiment in authenticiteit. Het gaat misschien over zijn moeder. Zijn kinderen. Zijn broer. Mensen die hij al veertig jaar kent. Daarom kan het verstandig zijn om niet alleen te vragen: ‘Wat zou het meest authentiek zijn?’ maar ook: ‘Welke gevolgen kan openheid werkelijk hebben en welke prijs ben ik bereid daarvoor te betalen?’ Zelfcensuur kan na vertrek blijven bestaan Het opvallende is dat iemand de groep kan verlaten terwijl het mechanisme blijft werken. Niemand controleert zijn kleding meer. Niemand vraagt waar hij zaterdagavond was. Niemand bepaalt welke foto hij moet plaatsen. En toch denkt hij: ‘Wie ziet dit?’ Dat kan komen doordat iemand jarenlang heeft geleerd rekening te houden met mogelijke reacties. De externe controle is verminderd, maar de verwachting van controle kan langer blijven bestaan. Dat betekent niet dat iemand hier nooit vanaf komt. Het betekent dat aangeleerde verwachtingen soms langzamer veranderen dan overtuigingen. Ook verwijderde mensen kunnen zichzelf nog censureren Bij iemand die al uit een religieuze gemeenschap is verwijderd lijkt zelfcensuur misschien niet meer nodig. De religieuze consequentie heeft immers al plaatsgevonden. Toch kan ook dan voorzichtigheid blijven bestaan. Misschien is er nog beperkt familiecontact dat iemand wil beschermen. Misschien wil hij ouders niet extra confronteren met dingen die zij religieus moeilijk vinden. Misschien plaatst hij bepaalde foto’s niet omdat hij weet dat familie meekijkt. Of hij vermijdt onderwerpen omdat ieder gesprek anders opnieuw over geloof of terugkeer gaat. De reden voor de zelfcensuur is dan veranderd. Niet: ‘Straks word ik verwijderd.’ maar: ‘Ik wil niet nóg meer verliezen.’ Zelfcensuur en ostracisme Daarom hangt zelfcensuur sterk samen met de verwachting van ostracisme : buitensluiting of sociaal genegeerd worden. Wanneer iemand verwacht dat volledig zichtbaar zijn kan leiden tot verlies van verbondenheid, kan verbergen een manier worden om dat risico te beperken. Dat kan op korte termijn werken. Je behoudt het contact. Je voorkomt een conflict. Je hebt even rust. Maar wanneer de dreiging voortdurend aanwezig blijft, kan de prijs zijn dat je voortdurend moet nadenken over welke versie van jezelf zichtbaar mag worden. Lees ook in A-Z Encyclopedie van de Psychologie: O - Ostracisme - Wat doet langdurige sociale uitsluiting met een mens? Zelfcensuur en loyaliteitsconflict Bij familie ontstaat vaak nog een extra laag. Je wilt trouw zijn aan jezelf. Maar je wilt ook trouw blijven aan mensen van wie je houdt. Dan staan twee belangrijke waarden tegenover elkaar: authenticiteit en: verbondenheid . Je wilt kunnen zeggen: ‘Dit ben ik.’ Maar ook: ‘Ik wil mijn moeder niet verliezen.’ Dat is een loyaliteitsconflict . Er hoeft geen perfecte oplossing te bestaan. Soms betekent volwassen vrijheid juist dat je erkent: iedere keuze heeft hier een prijs en ik moet zelf bepalen welke prijs ik kan en wil dragen. Wanneer wordt zelfcensuur belastend? Zelfcensuur wordt vooral belangrijk om te onderzoeken wanneer iemand merkt dat hij: voortdurend scant wie hem kan zien; veel tijd besteedt aan het aanpassen van berichten of foto’s; steeds bang is dat informatie wordt doorverteld; verschillende versies van zichzelf voor verschillende mensen moet onderhouden; zich gespannen voelt na toevallige ontmoetingen; belangrijke relaties of gevoelens nooit durft te bespreken; regelmatig liegt terwijl hij dat eigenlijk niet wil; of het gevoel krijgt dat bijna niemand hem werkelijk kent. Eén of twee van deze dingen betekenen niet automatisch dat er een psychisch probleem is. Het gaat vooral om de vraag: hoeveel energie kost het en hoeveel bepaalt het mijn leven? Kan zelfcensuur chronische stress geven? Wanneer iemand voortdurend alert moet blijven op mogelijke ontdekking of negatieve reacties, kan dat stress geven. Onderzoek naar het actief verborgen houden van gestigmatiseerde of gevoelige informatie laat verbanden zien met psychologische belasting. Niet iedere vorm van geheimhouding is schadelijk en onderzoek naar andere groepen kan niet één-op-één op voormalige Jehovah’s Getuigen worden toegepast. Maar het bredere mechanisme is relevant: steeds opnieuw moeten controleren wat je laat zien kan mentale energie kosten. Voor sommige mensen kan dat jarenlang een patroon blijven. Je hoeft er niet levenslang in vast te blijven Het kan voelen alsof je nooit werkelijk vrij wordt. Maar dat hoeft niet zo te zijn. Mensen kunnen leren dat bepaalde situaties tegenwoordig veiliger zijn dan vroeger. Nieuwe relaties kunnen ontstaan waarin volledige openheid mogelijk is. Je kunt leren onderscheiden: ‘Dit houd ik privé omdat ík dat wil.’ van: ‘Dit houd ik verborgen omdat ik nog steeds bang ben.’ Soms verandert dat vanzelf met tijd en nieuwe ervaringen. Soms helpt professionele ondersteuning. Niet alles ineens vertellen Vrijer worden betekent niet dat je morgen al je geheimen openbaar moet maken. Dat kan juist overweldigend of onverstandig zijn. Je kunt klein beginnen. Eén vertrouwd persoon iets meer vertellen. Een foto laten staan die je vroeger onmiddellijk zou verwijderen. Niet automatisch de hand van je partner loslaten. Een vraag eerlijker beantwoorden zonder meteen je hele levensverhaal te vertellen. Daarmee kan je brein langzaam nieuwe ervaringen opdoen: ‘Ik kan zichtbaar zijn en toch veilig blijven.’ Maar alleen wanneer die veiligheid werkelijk voldoende aanwezig is. Eerst onderzoeken wat het echte risico is Soms is angst vooral aangeleerd. Soms bestaat er een reëel risico. Daarom kan het helpen drie vragen uit elkaar te halen: Wat vrees ik dat er gebeurt? Hoe waarschijnlijk is dat werkelijk? Wat zou ik nodig hebben als het inderdaad gebeurt? Dat laatste is belangrijk. Vrijheid ontstaat niet alleen doordat je jezelf vertelt: ‘Ik hoef niet bang te zijn.’ Soms ontstaat vrijheid doordat je weet: ‘Als dit gebeurt, heb ik mensen, middelen en een plan om ermee om te gaan.’ Een nieuw netwerk maakt zichtbaarheid veiliger Zelfcensuur kan moeilijker los te laten zijn wanneer al je belangrijke relaties afhankelijk lijken van één groep. Wanneer er nieuwe veilige mensen in je leven komen, verandert dat. Een vriend die je volledig kent. Een partner bij wie je niets hoeft te verbergen. Een collega die naast collega ook vriend wordt. Een sportclub. Een buur. Lotgenoten. Hoe meer plaatsen er ontstaan waar je volledig welkom bent, hoe minder één afwijzende omgeving je hele gevoel van verbondenheid bepaalt. Daarom kan een nieuw sociaal netwerk ook psychologisch onderdeel zijn van herstel. Wanneer professionele hulp zinvol kan zijn Professionele hulp kan passend zijn wanneer zelfcensuur gepaard gaat met ernstige of langdurige angst, slaapproblemen, paniek, depressieve klachten, sterke hyperwaakzaamheid, verlies van identiteit of wanneer relaties nauwelijks nog authentiek voelen. Een hulpverlener hoeft geen voormalige Jehovah’s Getuige te zijn. Het kan wel helpen wanneer hij begrijpt dat het probleem niet alleen is: ‘Deze persoon durft iets niet te vertellen.’ Daarachter kunnen vragen liggen over ostracisme, religieuze normen, familieverlies, loyaliteit, identiteit en sociale veiligheid . Het doel hoeft ook niet te zijn dat iemand uiteindelijk iedereen alles vertelt. Het doel kan zijn dat hij weer zelf kan kiezen wat privé blijft , in plaats van dat angst die keuze automatisch voor hem maakt. Om zelf over na te denken Welke delen van mijn leven houd ik bewust privé omdat ik dat zelf prettig vind? Welke delen houd ik verborgen omdat ik bang ben voor de reactie van anderen? Voor wie pas ik mijn verhaal aan? Wat denk ik dat er gebeurt wanneer die persoon mijn volledige verhaal kent? Is dat gevaar vandaag werkelijk aanwezig of reageer ik ook op ervaringen en verwachtingen uit het verleden? Controleer ik vaak wie mijn foto’s of status kan zien? Ben ik op bepaalde plaatsen extra alert op wie mij kan tegenkomen? Voel ik mij gespannen nadat iemand iets over mijn leven heeft gezien? Zijn er mensen bij wie ik volledig mezelf kan zijn? Heb ik het gevoel dat mijn familie mij kent, of vooral de versie van mij die ik veilig kan laten zien? Welke relatie probeer ik met mijn zwijgen te beschermen? Welke prijs betaal ik voor die bescherming? Wat zou ik vertellen of laten zien als ik zeker wist dat er geen afwijzing of verlies zou volgen? Wil ik werkelijk méér openheid, of vind ik bepaalde dingen gewoon terecht privé? Welke kleine stap zou mij meer vrijheid geven zonder mijn veiligheid onnodig in gevaar te brengen? Tot slot Zelfcensuur is niet simpelweg zwijgen. Iedereen kiest wat hij met anderen deelt. Privacy, tact en voorzichtigheid kunnen gezond zijn. De belangrijke vraag is waarom je zwijgt. Wanneer je denkt: ‘Dit is van mij en ik wil het voor mezelf houden’ kan dat een vrije grens zijn. Wanneer je denkt: ‘Ik zou dit zo graag willen vertellen, maar ik ben bang voor wat ik verlies als ik eerlijk ben’ speelt iets anders. Dan gaat zelfcensuur over de spanning tussen authenticiteit en veiligheid . Dat kan bijzonder sterk worden wanneer familie, vrienden, identiteit en religie lange tijd met elkaar verweven zijn geweest. Je kunt formeel vrij zijn om een partner te hebben, een verjaardag te vieren, ergens naartoe te gaan, je overtuiging te veranderen of een foto te plaatsen — en toch voortdurend kijken wie meekijkt. Herstel betekent daarom niet noodzakelijk dat je uiteindelijk iedereen alles vertelt. Het kan iets veel fundamentelers betekenen: dat jij weer degene wordt die bepaalt wat privé is. Niet je angst. Niet een vroegere gemeenschap. Niet de verwachting van afwijzing. Jij. ‘Welke delen van mezelf houd ik privé omdat ik daarvoor kies — en welke houd ik verborgen omdat ik bang ben voor wat er gebeurt als ze zichtbaar worden?’ Bronnen Larson & Chastain - Self-Concealment: Conceptualization, Measurement, and Health Implications Pachankis - The Psychological Implications of Concealing a Stigma Camacho, Reinka & Quinn - Disclosure and Concealment of Stigmatized Identities Quinn, Weisz & Lawner - Impact of Active Concealment of Stigmatized Identities on Physical and Psychological Quality of Life Butler e.a. - The Social Consequences of Expressive Suppression English & John - Understanding the Social Effects of Emotion Regulation: The Mediating Role of Authenticity for Individual Differences in Suppression Zie ook in A-Z Encyclopedie van de Psychologie H - Hyperwaakzaamheid - Wat gebeurt er wanneer je voortdurend alert blijft op mogelijk gevaar of verlies? L - Loyaliteitsconflict - Wat gebeurt er wanneer trouw zijn aan jezelf botst met verbondenheid met mensen van wie je houdt? O - Ostracisme - Wat doet langdurige sociale uitsluiting met verbondenheid, eigenwaarde en welzijn? S - Sociale invloed - Hoe beïnvloeden verwachtingen van andere mensen je gedrag zonder directe dwang? Lees ook op ExJW.World I - Inactief versus verwijderd - Hoe kan religieuze status grote gevolgen hebben voor vrijheid en familiecontact? V - Vrije wil - Hoe vrij voelt een keuze wanneer de mogelijke sociale gevolgen groot zijn? W - Werelds - Wat doet de tegenstelling tussen ‘de waarheid’ en ‘de wereld’ met denken en geweten? Herstel - Sociale opbouw na de gemeente - Hoe bouw je nieuwe relaties en veilige verbondenheid op nadat een groot deel van je oude netwerk is weggevallen?