Kennisbibliotheek › 🧠 A-Z Encyclopedie van de Psychologie
G - Geweten
Wanneer iets verkeerd voelt, betekent dat dan automatisch dat het voor jou ook werkelijk verkeerd is?
Herkenbare vragen Word je geboren met een geweten of wordt het gevormd? Waarom voelt iets verkeerd terwijl ik rationeel niet meer geloof dat het verkeerd is? Hoeveel invloed hebben ouders, school, cultuur en religie op mijn geweten? Waarom kan schuld jaren blijven nadat mijn overtuiging veranderd is? Is schuldgevoel bewijs dat ik tegen mijn eigen waarden inga? Hoe weet ik of mijn geweten werkelijk van mij is of sterk door mijn omgeving is gevormd? En kun je een streng gevormd geweten opnieuw leren beoordelen zonder je hele moraal kwijt te raken? Wat is het geweten? Met geweten bedoelen we meestal het innerlijke vermogen waarmee iemand zijn eigen gedrag beoordeelt als goed, verkeerd, passend of niet passend. Het geweten kan gevoelens oproepen zoals: schuld , schaamte , spijt , verantwoordelijkheid of juist het rustige gevoel: ‘Dit klopt voor mij.’ Maar het geweten is geen los orgaan in de hersenen dat bij de geboorte volledig klaar is. Het ontwikkelt zich. Worden we ermee geboren? Niet met een compleet uitgewerkt pakket regels. Een baby weet niet: ‘Stelen is verkeerd.’ ‘Overspel is verkeerd.’ ‘Je mag geen verjaardag vieren.’ Wel lijken mensen vanaf zeer jonge leeftijd aanleg te hebben voor processen die later belangrijk worden voor moraliteit: verbondenheid, reageren op emoties van anderen, empathische ontwikkeling en het leren herkennen van sociale goed- en afkeuring. Daar bovenop ontstaat geleidelijk een complexer moreel systeem. Een jong kind leert eerst veel door: reacties van ouders, voorbeelden, correctie, beloning en verbondenheid. Later kan het steeds beter zelf nadenken over bedoelingen, schade, eerlijkheid, verantwoordelijkheid en waarden. ‘Je vermoordt toch ook niet zomaar iemand?’ Sommige morele intuïties voelen zo vanzelfsprekend dat we denken: ‘Dat zit gewoon in de mens.’ En inderdaad hebben de meeste mensen sterke natuurlijke en aangeleerde remmingen tegen het ernstig beschadigen van andere mensen. Empathie, verbondenheid en afkeer van het lijden van anderen spelen daarin mee. Maar zelfs fundamentele morele overtuigingen ontwikkelen zich binnen een sociale wereld. Kinderen leren: anderen hebben gevoelens. Pijn doen heeft gevolgen. Mensen hebben rechten. Ik ben verantwoordelijk voor wat ik doe. Biologische aanleg en sociale ontwikkeling werken dus samen. Ouders zijn de eerste belangrijke spiegel Een kind ontdekt goed en fout voor een groot deel via de mensen van wie het afhankelijk is. Een ouder kijkt blij: ‘Wat lief dat je deelt.’ Of streng: ‘Dat doen we niet.’ Het kind leert niet alleen de woorden. Het leert ook de emotionele betekenis: dit levert warmte op. dit geeft spanning. hier zijn mijn ouders trots op. hierover zijn ze teleurgesteld. Zo ontstaat langzaam een innerlijk kompas. Daarna komen school, vrienden en cultuur Het gezin is niet de enige invloed. Ook leraren, vrienden, sportclub, sociale media, wetten, cultuur en maatschappelijke normen beïnvloeden ons. Een kind kan thuis iets normaal vinden en op school ontdekken dat anderen daar anders over denken. Later gaat het vergelijken: Wat vind ik zelf? Dat is een belangrijk onderdeel van morele ontwikkeling. Een volwassen geweten ontstaat niet alleen uit regels overnemen, maar ook uit regels onderzoeken, afwegen en soms veranderen . Religie kan het geweten sterk vormen Religie kan een krachtige bron van waarden zijn. Dat hoeft helemaal niet negatief te zijn. Een religieuze opvoeding kan iemand leren: eerlijk zijn, anderen helpen, trouw zijn, vergeven, verantwoordelijkheid nemen en betekenis zoeken. Voor veel gelovigen zijn zulke waarden diep persoonlijk geworden. Maar een religie kan ook gedetailleerde normen geven over onderwerpen waar andere mensen of tradities anders over denken. Dan wordt de vraag interessanter: wat komt voort uit algemeen ervaren schade of rechtvaardigheid, en wat komt voort uit een specifieke religieuze norm? Geweten binnen Jehovah’s Getuigen Binnen Jehovah’s Getuigen wordt veel aandacht besteed aan het trainen van het geweten volgens Bijbelse beginselen. Voor een actieve Jehovah’s Getuige kan dat volledig oprecht voelen: ‘Ik wil mijn geweten vormen volgens wat Jehovah goed en verkeerd noemt.’ Door jarenlange studie, vergaderingen, opvoeding, publicaties, gesprekken en ervaringen kunnen religieuze normen diep onderdeel worden van de eigen morele beleving. Dan hoeft niemand meer te zeggen: ‘Dat mag niet.’ De persoon voelt zelf: ‘Dit is verkeerd.’ Masturbatie Een voorbeeld is masturbatie. In verschillende religieuze tradities bestaan daar uiteenlopende opvattingen over. Wanneer iemand jarenlang heeft geleerd dat masturbatie moreel verkeerd of geestelijk schadelijk is, kan seksuele opwinding later automatisch met schuld worden verbonden. Iemand kan daarna zijn religieuze opvatting veranderen en rationeel denken: ‘Ik zie dit nu anders.’ maar toch na masturbatie een sterk gevoel krijgen: ‘Ik heb iets verkeerd gedaan.’ De emotionele reactie kan dus langer blijven bestaan dan de overtuiging waarop zij ooit gebaseerd was. Verliefd worden op iemand ‘uit de wereld’ Hetzelfde kan gebeuren met relaties. Een jonge Jehovah’s Getuige kan leren dat een romantische relatie met iemand die Jehovah niet dient niet passend is. Daardoor kan verliefd worden op iemand buiten het geloof niet alleen spannend zijn, maar schuld oproepen: ‘Ik zou dit niet moeten voelen.’ Maar verliefdheid is niet iets wat iemand volledig op commando aan- of uitzet. Wanneer iemand later het geloof verlaat, kan hij rationeel een heel andere visie op relaties hebben. Toch kan daten met iemand buiten de vroegere religieuze normen nog steeds voelen alsof hij een grens overschrijdt. ‘Ik weet dat het niet van mij is, maar ik voel het wel’ Dat is misschien één van de moeilijkste ervaringen na een sterke geloofsopvoeding. Je kunt verstandelijk helder denken: ‘Ik vind dit niet verkeerd.’ maar lichamelijk en emotioneel ervaren: ‘Dit is fout.’ Dan ontstaat gemakkelijk verwarring: Als mijn geweten protesteert, betekent dat niet dat ik diep vanbinnen toch weet dat het verkeerd is? Niet noodzakelijk. Een mogelijk alternatief is: ‘Mijn geweten is jarenlang op deze situatie getraind.’ Het geweten is echt — maar niet onfeilbaar Een belangrijk onderscheid: het gevoel is echt. Maar het gevoel is niet automatisch bewijs dat de bijbehorende regel universeel juist is. Mensen uit verschillende culturen en religies kunnen bij precies hetzelfde gedrag heel verschillende gewetensreacties hebben. De ene persoon voelt schuld wanneer hij alcohol drinkt. Een ander niet. De ene voelt schuld wanneer hij seks heeft vóór het huwelijk. Een ander beoordeelt vooral of de relatie vrijwillig, respectvol en veilig is. De ene vindt bepaalde kleding moreel problematisch. De ander helemaal niet. Dat laat zien dat het geweten niet alleen een aangeboren morele detector is. Het wordt mede gevormd . Internalisering Hier raakt geweten direct aan internalisering . Een norm begint buiten jezelf: ‘Mijn ouders zeggen dat dit verkeerd is.’ Daarna: ‘Onze gemeente leert dat dit verkeerd is.’ Uiteindelijk: ‘Ik voel dat dit verkeerd is.’ De oorspronkelijke stemmen hoeven niet meer aanwezig te zijn. De norm is onderdeel geworden van je eigen zelfbeoordeling. Conditionering kan daar nog bovenop komen Soms is er niet alleen een overtuiging, maar ook een sterke emotionele koppeling ontstaan. Bijvoorbeeld: seksueel gedrag → schuld roken → schuld daten buiten de religieuze regels → schuld verjaardag → spanning een vergadering missen → onrust Wanneer zulke combinaties jarenlang worden herhaald, kan de reactie bijna automatisch worden. Daarom kan iemand jaren later nog steeds schuld voelen terwijl hij rationeel denkt: ‘Ik heb niemand kwaad gedaan en ik onderschrijf die oude regel niet meer.’ Schuld is niet altijd hetzelfde als morele schuld Het woord schuldgevoel kan misleidend zijn. Je kunt schuld voelen omdat je werkelijk iemand hebt beschadigd. Bijvoorbeeld: ik heb gelogen en iemand daardoor ernstig gekwetst. Dan is schuld nuttige informatie: ik heb tegen mijn eigen waarden gehandeld. Maar je kunt ook schuld voelen omdat je een aangeleerde regel hebt overtreden. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb een verjaardag gevierd en voel me slecht.’ De vraag wordt daarom niet alleen: ‘Voel ik schuld?’ maar: ‘Waarvan beschuldigt mijn geweten mij precies — en onderschrijf ik die norm vandaag zelf nog?’ Schuld en schaamte Ook schuld en schaamte verschillen. Schuld: ‘Ik heb iets verkeerd gedaan.’ Schaamte: ‘Er is iets verkeerd met mij.’ Die tweede reactie kan veel zwaarder zijn. Iemand denkt dan niet: ‘Mijn keuze was niet verstandig.’ maar: ‘Ik ben slecht.’ Wanneer religieuze normen sterk met identiteit verbonden zijn, kan een overtreding daardoor meer worden dan gedrag. Het kan voelen alsof je als persoon tekortschiet. ‘Ik heb gezondigd’ versus ‘ik heb iemand beschadigd’ Na vertrek uit een religie kan het helpen twee beoordelingssystemen uit elkaar te halen. Eén vraag is: ‘Was dit volgens mijn vroegere religieuze normen verkeerd?’ Een andere: ‘Heeft mijn gedrag iemand beschadigd, was het oneerlijk, onvrijwillig of in strijd met mijn huidige waarden?’ Die vragen kunnen soms hetzelfde antwoord geven. Diefstal kan zowel religieus als volgens je huidige moraal verkeerd zijn. Maar bij andere onderwerpen kunnen de antwoorden uiteenlopen. Dan wordt opnieuw nadenken belangrijk. Een oud geweten kan heel hardnekkig zijn Als iemand tientallen jaren volgens één moreel kader heeft geleefd, is het niet vreemd wanneer dat kader niet in enkele maanden verdwijnt. Je brein heeft duizenden keren dezelfde koppelingen gemaakt. Dat kan bijvoorbeeld klinken als: ‘Ik rook, dus ik doe iets slechts.’ ‘Ik date buiten de regels, dus ik ben verkeerd bezig.’ ‘Ik geniet hiervan, dus ik ben egoïstisch.’ Rationele verandering kan snel gaan. Emotionele hertraining vaak langzamer. Betekent dat dat je alles moet omkeren? Nee. Dit is heel belangrijk. Loskomen van een oud geweten betekent niet: ‘Ik moet nu alles doen wat vroeger verboden was.’ Dat zou je vroegere regels nog steeds centraal stellen — alleen in omgekeerde richting. Je hoeft niet te roken om te bewijzen dat je vrij bent. Je hoeft geen seks te hebben omdat dat vroeger verboden was. Je hoeft geen feestdagen te vieren. Vrijheid kan juist betekenen: ‘Ik beoordeel iedere keuze opnieuw op mijn huidige waarden.’ Roken is een goed voorbeeld Je kunt bijvoorbeeld ontdekken: ‘Mijn religieuze schuldgevoel rond roken komt uit mijn vroegere overtuiging.’ Maar daaruit volgt niet: ‘Dus roken is nu automatisch een goede keuze.’ Je kunt vervolgens een nieuwe, niet-religieuze afweging maken: Wat doet roken met mijn gezondheid? Wil ik afhankelijk zijn van nicotine? Past dit bij hoe ik voor mijn lichaam wil zorgen? Dan wordt de reden anders. Niet: ‘Ik mag dit niet omdat ik anders geestelijk onrein ben.’ maar eventueel: ‘Ik kies ervoor niet te roken omdat gezondheid voor mij belangrijk is.’ Dat is een voorbeeld van een eigen morele en praktische afweging . Hetzelfde geldt voor relaties en seksualiteit Ook daar hoef je niet te kiezen tussen: ‘alles wat mijn religie zei is waar’ en: ‘dus alles maakt nu niets meer uit.’ Je kunt nieuwe waarden ontwikkelen: wederzijdse instemming, eerlijkheid, veiligheid, respect, trouw aan afspraken, emotionele verantwoordelijkheid en zorg voor jezelf en de ander. Je geweten verdwijnt dus niet. Het kan opnieuw worden geordend rond waarden die je bewust kiest . Hoe weet ik wat werkelijk van mij is? Een nuttige reeks vragen is: Wie heeft mij geleerd dat dit verkeerd is? Waarom vond die persoon of groep het verkeerd? Welke concrete schade zou het gedrag veroorzaken? Vind ik die reden vandaag overtuigend? Welke waarde wil ik zelf beschermen? Zou ik hetzelfde oordeel hebben als ik nooit binnen deze religie was opgegroeid? Geen enkele vraag geeft automatisch het antwoord. Samen helpen ze wel onderscheid maken tussen een oude reflex en een huidige overtuiging. ‘Van wie is deze stem?’ Sommige mensen vinden één simpele vraag verrassend krachtig: ‘Van wie is deze stem?’ Wanneer je denkt: ‘Dit hoort niet.’ vraag dan: Is dit mijn huidige overtuiging? Hoor ik mijn ouders? Een ouderling? Een Wachttorenartikel? Mijn vroegere gemeenschap? Dat betekent niet dat je hun opvatting automatisch moet verwerpen. Het maakt alleen de bron weer zichtbaar. Daarna kun jij opnieuw kiezen. Een morele inventaris maken Het kan helpen om oude normen op papier te zetten. Bijvoorbeeld: Oude norm: seks vóór het huwelijk is altijd verkeerd. Mijn huidige vraag: wat vind ik belangrijk in seksuele relaties? Mijn huidige waarden: instemming, eerlijkheid, veiligheid, respect, verantwoordelijkheid. Of: Oude norm: een verjaardag vieren is verkeerd. Mijn huidige vraag: zie ik hier zelf morele schade in? Mijn huidige conclusie: … Zo wordt je nieuwe geweten niet gebaseerd op: ‘alles wat vroeger gold moet weg.’ maar op bewust onderzoek. Geef jezelf nieuwe ervaringen Een geweten verandert niet alleen door denken. Het leert ook door ervaring. Stel dat iemand zijn eerste verjaardag viert. Vooraf voelt hij schuld. Tijdens het feest merkt hij: mensen zijn blij, niemand wordt beschadigd en ik voel verbondenheid. De volgende keer is de spanning misschien iets minder. Zo krijgt het brein nieuwe informatie. Niet: ‘Mijn oude gevoel was nep.’ maar: ‘Ik heb inmiddels ook andere ervaringen.’ Ga niet sneller dan je aankunt Je hoeft jezelf niet expres in situaties te duwen die enorme schuld of paniek oproepen. Vrijheid is geen wedstrijd. Iemand die dertig jaar bepaalde normen heeft gevolgd hoeft niet binnen enkele maanden alles opnieuw te beleven. Kleine stappen kunnen veel effectiever zijn. Je hoeft je oude geweten niet kapot te maken. Je mag het opnieuw opvoeden. Dat vind ik de kern Je kunt je geweten zien als iets dat jarenlang is getraind . Dan is de oplossing niet: ‘Ik moet geen geweten meer hebben.’ Dat zou zelfs onwenselijk zijn. Je wilt juist een geweten houden. Maar één dat past bij je huidige waarden. Een geweten dat reageert op: werkelijke schade, oneerlijkheid, gebrek aan respect en verantwoordelijkheid in plaats van automatisch op iedere oude religieuze overtreding. Zelfbestraffing helpt meestal niet Wanneer iemand zich schuldig voelt, kan hij zichzelf gaan straffen: zichzelf uitschelden, plezier niet toestaan, relaties saboteren, terugvallen in gedrag waar hij eigenlijk vanaf wil of denken dat hij geen geluk verdient. Dat kan de oude overtuiging juist versterken: ‘Zie je wel, ik ben slecht.’ Een beter uitgangspunt is: ‘Ik ervaar schuld. Ik ga onderzoeken wat die schuld mij probeert te vertellen.’ Soms blijkt: ik moet iets herstellen. Soms: dit is een oude norm die niet meer bij mij past. Wanneer schuld leidt tot zelfdestructief gedrag Langdurige schaamte en schuld kunnen bij sommige mensen bijdragen aan ongezonde manieren om emoties te verdoven of zichzelf te straffen. Dat kan bijvoorbeeld overmatig drinken, middelengebruik, risicogedrag, relaties saboteren of andere vormen van zelfverwaarlozing zijn. Het is dan belangrijk niet alleen het gedrag aan te pakken, maar ook de onderliggende overtuiging: ‘Verdien ik eigenlijk wel iets goeds?’ Als schuld of schaamte zo sterk wordt dat je jezelf structureel beschadigt of je dagelijks functioneren beperkt, is professionele hulp verstandig. Hoe kom je van een oud schuldgevoel af? Meestal niet door één keer tegen jezelf te zeggen: ‘Dit is onzin.’ Een hardnekkig patroon vraagt eerder om herhaald nieuw leren. Een praktisch proces kan zijn: Herken de reactie: ‘Ik voel nu schuld.’ Benoem de oude regel: ‘Welke regel heb ik overtreden?’ Zoek de oorsprong: ‘Waar heb ik deze regel geleerd?’ Onderzoek hem opnieuw: ‘Vind ik dit vandaag zelf verkeerd, en waarom?’ Kijk naar werkelijke schade: ‘Wie heb ik beschadigd?’ Formuleer je huidige waarde: ‘Wat wil ik wél belangrijk vinden?’ Doe nieuwe veilige ervaringen op: zodat gevoel en huidige overtuiging langzaam dichter bij elkaar kunnen komen. Herhaal: het verdwijnen van oude schuld is meestal een proces, geen besluit van één middag. Een schrift kan daarbij helpen Je kunt na een situatie opschrijven: Situatie: ik ging op date. Automatische reactie: ik voel me slecht. Oude regel: daten buiten mijn geloof hoorde niet. Wat geloof ik nu? een relatie mag voor mij wanneer die vrijwillig, respectvol en gezond is. Werkelijke schade: geen. Nieuwe zin: ‘Mijn schuldgevoel is oud; mijn keuze mag ik vandaag opnieuw beoordelen.’ Door dit vaak te doen, leer je jezelf het onderscheid herkennen. Van ‘mag dit?’ naar ‘past dit bij mij?’ Na een streng systeem kan de automatische vraag jarenlang zijn: ‘Mag dit?’ Een volgende ontwikkelingsstap kan zijn: ‘Past dit bij mijn waarden?’ Dat lijkt een kleine verandering, maar psychologisch is ze groot. ‘Mag dit?’ vraagt om een externe autoriteit. ‘Past dit bij mij?’ vraagt om verantwoordelijkheid. Vrijheid betekent daardoor niet minder moraal. Ze kan juist meer persoonlijke verantwoordelijkheid vragen. Je nieuwe geweten hoeft niet zachter te zijn over alles Soms ontdek je na vertrek juist dat je op bepaalde onderwerpen strengere persoonlijke waarden hebt dan vroeger. Misschien vind je emotionele eerlijkheid belangrijker. Of grenzen. Of hoe kinderen behandeld worden. Of verantwoordelijkheid binnen relaties. Een eigen geweten betekent niet: alles is toegestaan. Het betekent: ik wil begrijpen waarom ik iets goed of verkeerd vind. Wanneer professionele hulp kan helpen Wanneer schuld en schaamte na jaren nog zeer sterk zijn, of gepaard gaan met paniek, dwanggedachten, depressieve gevoelens, seksuele problemen of zelfdestructief gedrag, kan een psycholoog helpen. Therapie kan bijvoorbeeld helpen om automatische gedachten te herkennen, oude overtuigingen te onderzoeken en geleidelijk nieuwe ervaringen op te doen. Bij iemand met een sterke religieuze achtergrond kan het prettig zijn wanneer een hulpverlener begrijpt hoe geloof, geweten, schaamte, familie en identiteit met elkaar verweven kunnen zijn. Het doel hoeft niet te zijn: ‘religie was fout.’ Het doel kan zijn: ‘welke waarden wil ík vandaag bewust behouden?’ Voor actieve Jehovah’s Getuigen Ook een actieve Jehovah’s Getuige kan dit begrip gebruiken. Hij kan onderzoeken: ‘Heb ik mijn geweten alleen door gewoonte gevormd, of begrijp ik zelf waarom ik deze waarde belangrijk vind?’ Onderzoek hoeft niet tot het loslaten van een religieuze norm te leiden. Iemand kan juist concluderen: ‘Ik heb dit onderzocht en ik wil deze overtuiging bewust behouden.’ Dan is de norm niet alleen aangeleerd, maar opnieuw persoonlijk gekozen. Voor iemand die vertrokken is Na vertrek kan de uitdaging anders zijn. Niet: ‘Hoe zet ik mijn geweten uit?’ maar: ‘Hoe onderscheid ik mijn huidige waarden van oude automatische schuld?’ Dat kan jaren duren. En het is heel normaal dat sommige onderwerpen veel sneller veranderen dan andere. Verstand en emotie hoeven niet tegelijk te bewegen. Vragen om over na te denken Wat heb ik als kind geleerd over goed en fout? Welke mensen hebben mijn geweten het sterkst gevormd? Welke normen heb ik later zelf onderzocht? Welke oude regels voelen nog verkeerd terwijl ik ze rationeel niet meer onderschrijf? Wanneer ik schuld voel: heb ik iemand werkelijk beschadigd? Welke waarde zou ik vandaag zelf gebruiken om deze keuze te beoordelen? Van wie hoor ik de stem wanneer ik denk: ‘Dit hoort niet’? Voel ik schuld, schaamte of allebei? Probeer ik mezelf soms te straffen omdat ik denk dat ik iets verkeerds heb gedaan? Welke normen wil ik bewust behouden? Welke wil ik opnieuw onderzoeken? Kan ik nieuwe ervaringen toelaten zonder mezelf te dwingen? Kan ik accepteren dat mijn gevoel misschien later verandert dan mijn overtuiging? Wat zou ik hierover denken als ik vandaag, zonder vooraf gegeven antwoord, opnieuw mocht beginnen? Samenvatting Het geweten is geen volledig kant-en-klaar moreel systeem waarmee iemand wordt geboren. Mensen hebben vroeg ontwikkelende sociale en emotionele vermogens, maar het concrete geweten wordt verder gevormd door ouders, relaties, cultuur, school, leeftijdgenoten, ervaringen en eventueel religie . Daardoor kan een sterk religieus systeem een diepgaande invloed hebben op wat iemand als goed en verkeerd ervaart. Dat hoeft niet negatief te zijn. Veel geïnternaliseerde waarden kunnen juist waardevol en authentiek worden. Maar na een verandering van overtuiging kan iets opvallends gebeuren: het hoofd verandert sneller dan het geweten. Iemand weet: ‘Ik vind dit niet meer verkeerd.’ maar voelt: ‘Ik heb iets verkeerd gedaan.’ Dat gevoel is echt. Het is alleen niet automatisch bewijs dat de oude regel nog steeds de juiste regel voor die persoon is. Misschien is de belangrijkste stap daarom niet proberen geen geweten meer te hebben. Het is leren onderscheiden: welke schuld wijst mij op echte schade of gedrag dat tegen mijn huidige waarden ingaat — en welke schuld is een oude, diep aangeleerde reactie? Daarna kan een geweten opnieuw worden gevormd. Niet door alles van vroeger weg te gooien. Maar door iedere waarde opnieuw te mogen vragen: ‘Vind ik dit vandaag werkelijk verkeerd — en zo ja, waarom?’ En misschien nog persoonlijker: ‘Spreekt hier mijn eigen huidige geweten, of hoor ik nog een regel die ooit zo vaak van buitenaf kwam dat hij uiteindelijk als mijn eigen stem is gaan klinken?’ Bronnen Grazyna Kochanska en collega’s - onderzoek naar de ontwikkeling van geweten bij kinderen Martin L. Hoffman - Empathy and Moral Development Albert Bandura - Social Cognitive Theory en moral agency Edward L. Deci & Richard M. Ryan - Self-Determination Theory en internalisering Leon Festinger - cognitieve dissonantie American Psychological Association - informatie over schuld, schaamte, morele ontwikkeling en socialisatie Ontwikkelingspsychologische literatuur over empathie, opvoeding en morele ontwikkeling Zie ook in A-Z Begrippenlijst Psychologie A - Angstconditionering - Waarom kan een oude emotionele reactie blijven terwijl je rationeel anders denkt? C - Cognitieve dissonantie - Wat gebeurt er wanneer gedrag, gevoel en overtuiging niet meer bij elkaar passen? I - Internalisering - Hoe worden normen van buitenaf onderdeel van je eigen innerlijke stem? S - Sociale invloed - Hoe beïnvloedt onze omgeving wat we denken en kiezen? S - Socialisatie - Hoe leren we vanaf jonge leeftijd welke normen binnen onze omgeving gelden? Z - Zelfcensuur - Wat gebeurt er wanneer je jezelf blijft begrenzen zonder dat iemand je rechtstreeks tegenhoudt? Lees ook op ExJW.World G - Geloofsopvoeding - Hoe wordt geloof vanaf jonge leeftijd onderdeel van de ontwikkeling van een kind? O - Ongedoopte verkondiger - Wanneer wordt het geloof van het gezin steeds meer een eigen religieuze identiteit? V - Vrije wil - Hoe vrij voelt een keuze wanneer geweten, angst en sociale gevolgen meespelen? V - Voorrechten - Wanneer kan religieuze motivatie onderdeel worden van je eigen verwachtingen van jezelf? W - Werelds - Waarom kan iets nog ‘verkeerd’ voelen nadat je anders naar de wereld bent gaan kijken?