EXJW WorldKennisbibliotheek

Kennisbibliotheek › Geschiedenis van Jehovah's Getuigen

Voorspellingen over het einde

Wat gebeurt er wanneer verwachtingen niet uitkomen?

Wie is opgegroeid als Jehovah's Getuige kent waarschijnlijk het gevoel: Het einde is dichtbij. Armageddon ligt niet ergens in een onbestemde verre toekomst. Het kan komen terwijl jij nog leeft. Misschien hoorde je: Dit systeem kan echt niet lang meer doorgaan. We leven diep in de laatste dagen. Het is nu niet het moment om je volledig op deze wereld te richten. Voor veel Jehovah's Getuigen was en is de verwachting van een naderend einde geen theoretische Bijbelse leer. Het kan invloed hebben op heel gewone levensvragen: Ga ik studeren? Hoe belangrijk maak ik mijn carrière? Koop ik een huis? Wil ik kinderen? Hoeveel werk ik? Hoeveel tijd besteed ik aan de prediking? En precies daarom is de geschiedenis van eindtijdverwachtingen binnen Jehovah's Getuigen zo interessant. Niet alleen vanwege de vraag: Welke voorspellingen en verwachtingen waren er? Maar vooral: Wat deden mensen met hun leven omdat ze geloofden dat het einde dichtbij was? 1914 - een jaar met grote verwachtingen 1914 heeft een bijzondere plaats in de geschiedenis van Jehovah's Getuigen. Lang voordat de naam Jehovah's Getuigen bestond, besteedden Charles Taze Russell en de Bijbelonderzoekers aandacht aan dit jaartal. Russell wees al in 1876 op 1914 als het einde van de zogenoemde 'Tijden der Heidenen'. Naarmate het jaar dichterbij kwam, ontstonden er verschillende verwachtingen over wat er rond die periode zou gebeuren. De eigen geschiedschrijving van Jehovah's Getuigen erkent tegenwoordig dat niet alle verwachtingen die de Bijbelonderzoekers voor 1914 hadden, werden gerealiseerd. JW.org - Testing and Sifting From Within 1914 kwam en de wereld ging verder. Maar het jaartal verdween niet uit de leer. Het kreeg uiteindelijk een centrale betekenis binnen de theologie van Jehovah's Getuigen: volgens de huidige leer begon Jezus Christus in 1914 onzichtbaar als hemelse Koning te regeren. Dat is historisch interessant. Wat gebeurt er met een belangrijk jaartal wanneer gebeurtenissen anders verlopen dan verwacht? Verdwijnt het? Of verandert de betekenis ervan? Die vraag komen we vaker tegen. 1925 - 'Miljoenen die nu leven, zullen nooit sterven' Onder Joseph Rutherford werd de boodschap: 'Miljoenen die nu leven, zullen nooit sterven' bekend. In 1920 verscheen de publicatie Millions Now Living Will Never Die . Daarin werd een heel concrete verwachting rond 1925 beschreven. Er werd verwacht dat Abraham, Isaäk, Jakob en andere trouwe personen uit de Bijbel zouden terugkeren en op aarde zouden leven. 1925 kwam. Maar Abraham verscheen niet. Isaäk niet. Jakob niet. Het verwachte herstel begon niet zoals gedacht. Interessant genoeg heeft de organisatie in haar eigen publicaties later teruggekeken op deze verwachtingen. Ook in 2025 — honderd jaar na 1925 — besteedde De Wachttoren aandacht aan wat de Bijbelonderzoekers destijds verwachtten. JW.org - 1925: One Hundred Years Ago Sommige Bijbelonderzoekers raakten teleurgesteld. Sommigen vertrokken. Anderen bleven. En de prediking ging verder. Waarom bleven mensen geloven? Achteraf is het gemakkelijk om te vragen: Hoe konden mensen dit geloven? Maar misschien is dat niet de interessantste vraag. Deze mensen beschikten niet over onze kennis van wat daarna gebeurde. Ze leefden vóór 1925. Ze geloofden dat ze de Bijbel correct begrepen. En ze vertrouwden de mensen van wie zij geloofden dat die hen hielpen Gods voornemen te begrijpen. Wanneer je werkelijk gelooft dat een religieuze organisatie door God wordt gebruikt, krijgt informatie over de toekomst een heel ander gewicht. Daarom gaat dit artikel niet over mensen die 'dom genoeg waren om het te geloven'. Het gaat over iets veel krachtigers: vertrouwen, verwachting en de invloed daarvan op menselijke beslissingen. En ondertussen werd er gepredikt Eindtijdverwachtingen hebben namelijk nog een ander effect. Wanneer je werkelijk gelooft dat mensen nog maar weinig tijd hebben, ontstaat urgentie. Je wilt ze waarschuwen. Je gaat prediken. Je besteedt misschien meer uren aan de velddienst. Je probeert Bijbelstudies te beginnen. En wanneer mensen de boodschap aannemen, komen er nieuwe Jehovah's Getuigen bij. Voor de individuele Getuige kan dat voortkomen uit volkomen oprechte bezorgdheid: Als Armageddon dichtbij is, moeten zoveel mogelijk mensen dit weten. Maar organisatorisch kan daardoor een keten ontstaan: Urgentie → meer prediking → meer Bijbelstudies → meer dopelingen → groei van de organisatie. Dat maakt eindtijdverwachting niet alleen theologisch interessant. Het kan ook invloed hebben op de ontwikkeling van een religieuze organisatie. En toen kwam 1975 Voor veel oudere Jehovah's Getuigen is 1975 waarschijnlijk het bekendste voorbeeld. De achtergrond lag in chronologische berekeningen waaruit volgens de toenmalige publicaties volgde dat in 1975 zesduizend jaar menselijke geschiedenis zouden zijn verstreken. Hier moeten we zorgvuldig zijn. Het is te eenvoudig om te schrijven: 'Jehovah's Getuigen voorspelden dat Armageddon in 1975 zou komen.' De historische werkelijkheid is genuanceerder. Er werd niet overal simpelweg een officiële datum voor Armageddon vastgesteld. Er waren ook waarschuwingen om niet te stellig te worden over wat er precies zou gebeuren. Maar tegelijkertijd ontstond er duidelijk verwachting. En opvallend genoeg erkent de eigen geschiedschrijving van Jehovah's Getuigen dat sommige gepubliceerde uitspraken over deze periode stelliger waren dan raadzaam was . JW.org - Declaring the Good News Without Letup 1942-1975 Dat maakt 1975 bijzonder interessant. Want terwijl er over het einde werd gesproken, maakten gewone mensen keuzes. Mensen verkochten hun huizen en bezittingen In 1974 verscheen in Kingdom Ministry een artikel met de titel How Are You Using Your Life? Daarin werd gesproken over mensen die hun huizen en bezittingen verkochten om meer tijd aan de pioniersdienst te besteden. Dat werd positief beschreven als een manier om de korte resterende tijd vóór het einde van deze goddeloze wereld te gebruiken. Watchtower Online Library - Kingdom Ministry, mei 1974 Dat is een belangrijk historisch gegeven. Want achteraf kan worden gezegd: 'Niemand heeft mensen opgedragen hun huis te verkopen.' En letterlijk kan dat waar zijn. Maar er bestaat verschil tussen: iemand rechtstreeks bevelen iets te doen en een bepaalde levenskeuze binnen een geloofsgemeenschap als positief voorbeeld presenteren. Zeker wanneer diezelfde gemeenschap ervan overtuigd is dat de resterende tijd heel kort is. Mensen hoeven niet letterlijk te horen: 'Verkoop je huis.' Wanneer degenen die dat wel doen positief worden genoemd, kan daar ook een boodschap van uitgaan: Dit is wat iemand doet die werkelijk beseft hoe kort de tijd nog is. Meer prediken, meer mensen bereiken Rond deze periode groeide de organisatie sterk. Volgens het Jaarboek van 1975 waren er wereldwijd meer dan twee miljoen verkondigers en werden gemiddeld ruim 1,35 miljoen Bijbelstudies geleid. Alleen al in de Verenigde Staten werden volgens het Jaarboek 81.588 personen gedoopt. JW.org - Two Million Evangelizers World Wide Dat betekent niet automatisch dat deze groei uitsluitend door verwachtingen rond 1975 werd veroorzaakt. En het bewijst al helemaal niet dat eindtijdverwachtingen bewust werden gebruikt om meer leden te krijgen. Maar de samenhang is interessant om te onderzoeken. Wanneer mensen geloven dat het einde heel dichtbij is, kan dat hen motiveren meer te prediken. Meer prediking betekent dat meer mensen worden bereikt. Meer Bijbelstudies kunnen leiden tot meer dopelingen. En meer dopelingen betekenen groei van de organisatie. Welke rol speelde eindtijdurgentie in perioden van sterke groei? Dat is een historische vraag die gesteld mag worden zonder het antwoord vooraf in te vullen. En hoe zit het met geld? Ook deze vraag ligt voor de hand. Een groeiende religieuze organisatie krijgt meer leden. Meer leden betekent potentieel ook meer mensen die vrijwillig financieel bijdragen. Daardoor kan groei uiteindelijk ook financiële gevolgen hebben voor een organisatie. Maar hier moeten we een belangrijk onderscheid maken. We kunnen niet zonder bewijs zeggen: 'De eindtijdverwachting werd gebruikt om meer leden en dus meer geld te krijgen.' Daarvoor zouden we bewijs nodig hebben dat dit daadwerkelijk de bedoeling was. Dat hebben we hiermee niet aangetoond. Wat we wél kunnen vragen is: Heeft de sterke eindtijdverwachting niet alleen invloed gehad op het leven en de predikingsactiviteit van individuele Getuigen, maar indirect ook op de groei en daarmee de middelen van de organisatie? Dat is iets wat historisch onderzocht kan worden aan de hand van ledenaantallen, predikingsuren, doopcijfers en financiële gegevens. Op EXJW.world willen we juist onderscheid maken tussen: wat aantoonbaar is en wat een interessante onderzoeksvraag is. Waarom zou je jarenlang studeren? Eindtijdverwachtingen kunnen veel verder reiken dan prediking. Stel dat je twintig bent en werkelijk gelooft dat het huidige wereldstelsel nog maar heel kort bestaat. Waarom zou je dan vijf jaar studeren? Waarom zou je volledig voor een carrière gaan? Waarom zou je zoveel mogelijk geld proberen te verdienen? Waarom zou je dertig jaar vooruit plannen? Waarom zou je een groot pensioen opbouwen? Vanuit een wereldbeeld waarin Armageddon heel dichtbij is, kan minder werken en meer prediken volkomen rationeel zijn. Dat is belangrijk om te begrijpen. Achteraf kunnen bepaalde beslissingen onverstandig lijken. Maar binnen het wereldbeeld van de persoon die ze nam, konden ze juist logisch voelen. Als je uitgangspunt is dat deze wereld bijna eindigt, verandert ook wat een verstandige levenskeuze lijkt. En kinderen? Misschien is dit nog ingrijpender. Er zijn voormalige en huidige Jehovah's Getuigen die vertellen dat verwachtingen rond het einde invloed hadden op hun gedachten over kinderen en gezinsvorming. Hier moeten persoonlijke ervaringen en officiële uitspraken zorgvuldig van elkaar worden onderscheiden. Niet iedere Getuige maakte dezelfde keuze. Niet iedereen kreeg hetzelfde advies. En we moeten niet zonder bron beweren dat de organisatie iedereen opdroeg geen kinderen te krijgen. Maar voor iemand die werkelijk verwacht dat Armageddon heel dichtbij is, kan de toekomst er anders uitzien. En bij een kinderwens wordt dat bijzonder ingrijpend. Een opleiding kun je soms later alsnog volgen. Je kunt misschien van beroep veranderen. Je kunt soms opnieuw vermogen opbouwen. Maar vruchtbaarheid kent grenzen. Sommige levenskeuzes kunnen later niet meer worden teruggedraaid. Daarom moeten we bij eindtijdverwachtingen niet alleen kijken naar theologie. We moeten ook kijken naar de levens die rondom die theologie werden opgebouwd. 1975 kwam en ging 1975 kwam. Armageddon kwam niet. Het huidige wereldstelsel bleef bestaan. Mensen gingen verder met hun leven. Kinderen gingen naar school. Mensen gingen werken. Huizen bleven staan. En Jehovah's Getuigen bleven prediken. De organisatie bleef bestaan en groeide verder. Daarmee ontstond een moeilijke vraag: Van wie was de verwachting rond 1975 eigenlijk? Was het vooral een verwachting van individuele Jehovah's Getuigen? Of hadden publicaties, toespraken en de voortdurende nadruk op de korte resterende tijd eraan bijgedragen? Misschien kunnen beide tegelijkertijd waar zijn. Mensen kunnen zelf verder gaan dan letterlijk is gezegd. Maar mensen worden ook beïnvloed door de omgeving waarin hun verwachtingen ontstaan. 'Dat hebben wij nooit letterlijk gezegd' Daarom is het interessant om voorzichtig te zijn met deze reactie: 'Dat heeft de organisatie nooit letterlijk gezegd.' Misschien klopt dat bij een specifieke bewering. Maar communicatie bestaat uit meer dan één letterlijke zin. Stel dat iemand jarenlang hoort: de tijd is kort; we leven diep in de laatste dagen; prediken is dringend; wereldse ambities zijn tijdelijk; en tegelijkertijd voorbeelden krijgt van mensen die grote offers brengen omdat de tijd zo kort is. Dan kan een sterke verwachting ontstaan zonder dat iemand letterlijk zegt: 'Armageddon komt op dinsdag om drie uur.' Daarom moeten historische publicaties niet alleen worden onderzocht op: Staat er letterlijk een datum? maar ook op: Welke redelijke verwachting kon een gewone Jehovah's Getuige uit alle boodschappen samen krijgen? Wat gebeurt er wanneer de verwachting niet uitkomt? Psychologisch gebeurt er iets interessants wanneer een sterk gekoesterde verwachting niet wordt vervuld. Je zou kunnen denken dat iedereen onmiddellijk concludeert: Dan klopt mijn geloof niet. Maar mensen werken niet zo eenvoudig. Een geloof kan verweven zijn met: familie; vrienden; identiteit; gemeenschap; toekomst; hoop; en de persoonlijke relatie met God. Het loslaten van één verwachting kan daardoor veel groter zijn dan alleen erkennen: Ik had een datum verkeerd. Er kunnen andere verklaringen ontstaan. Misschien was de berekening niet volledig begrepen. Misschien waren mensen te enthousiast. Misschien was de verwachting te specifiek. Misschien moet er op Jehovah worden gewacht. Misschien wordt het licht later helderder. Zo kan de kern van een geloof blijven bestaan terwijl de uitleg van een eerdere verwachting verandert. Wie draagt verantwoordelijkheid? Dan komen we bij een moeilijke vraag. Wanneer een gelovige een ingrijpende levensbeslissing neemt omdat hij een bepaalde religieuze verwachting heeft, wie is daarvoor verantwoordelijk? De gelovige zelf? De organisatie? De plaatselijke ouderlingen? De religieuze cultuur? Of allemaal voor een deel? Stel dat iemand zijn huis verkoopt. Hij zet uiteindelijk zelf zijn handtekening onder het koopcontract. Maar wat als hij dat doet omdat hij ervan overtuigd is geraakt dat de resterende tijd uitzonderlijk kort is? Dan kunnen twee dingen tegelijkertijd waar zijn: Hij maakte zelf de beslissing. én Zijn religieuze omgeving beïnvloedde de informatie waarop hij die beslissing baseerde. Persoonlijke verantwoordelijkheid en organisatorische beïnvloeding sluiten elkaar niet uit. Een verkeerde verwachting kan worden aangepast — een leven niet Een interpretatie kan veranderen. Een publicatie kan worden vervangen. Een uitleg kan worden aangepast. Een nieuw inzicht kan komen. Maar een menselijke levensloop gaat maar één kant op. Iemand die op zijn twintigste niet ging studeren omdat het einde dichtbij leek, kan later vijftig zijn. Iemand die jarenlang minder werkte om meer te prediken, kan later financiële gevolgen ervaren. Iemand die bezit verkocht, kan mogelijkheden zijn kwijtgeraakt. Iemand die bepaalde levenskeuzes uitstelde, kan ontdekken dat sommige mogelijkheden niet meer bestaan. Daarom is de vraag bij een niet-uitgekomen eindtijdverwachting niet alleen: Wie had theologisch gelijk? Er bestaat ook een menselijke vraag: Wie draagt de gevolgen wanneer iemand zijn leven heeft ingericht rondom een toekomst die niet kwam? En toch ging de prediking door Misschien is dat één van de fascinerendste onderdelen van deze geschiedenis. 1914 ging voorbij. 1925 ging voorbij. 1975 ging voorbij. Interpretaties veranderden. Generaties werden ouder. Maar de prediking ging door. Nieuwe mensen kregen Bijbelstudie. Nieuwe mensen werden gedoopt. Kinderen groeiden op binnen het geloof. En nieuwe generaties hoorden opnieuw: We leven in de laatste dagen. Dat maakt de geschiedenis van Jehovah's Getuigen niet alleen een geschiedenis van jaartallen. Het is ook een geschiedenis van verwachting . En verwachting kan buitengewoon krachtig zijn. Ze kan mensen hoop geven. Ze kan betekenis geven. Ze kan iemand door verdriet heen helpen. Ze kan iemand motiveren om zich volledig voor anderen en zijn geloof in te zetten. Maar verwachting kan ook beslissingen sturen waarvan de gevolgen tientallen jaren later nog voelbaar zijn. Beide kanten verdienen aandacht. Stel dat je wist dat je negentig zou worden Misschien is dit een interessante vraag voor iemand die binnen Jehovah's Getuigen is opgegroeid: Welke keuzes zou jij anders hebben gemaakt als iemand je op je achttiende met zekerheid had verteld dat je negentig zou worden in dit wereldstelsel? Had je dezelfde opleiding gekozen? Was je gaan studeren? Had je hetzelfde werk gedaan? Was je meer gaan sparen? Had je eerder een huis gekocht? Had je kinderen gekregen? Was je wel of niet gaan pionieren? Had je dezelfde relatiekeuzes gemaakt? Misschien zou je helemaal niets anders hebben gedaan. Dat kan. Maar wanneer je merkt dat verschillende antwoorden anders zouden zijn geweest, laat dat iets belangrijks zien: Een verwachting over morgen kan bepalen hoe iemand vandaag leeft. Hoop is niet het probleem Het probleem is niet dat een religie over de toekomst spreekt. Veel religies hebben ideeën over de dood, het oordeel, verlossing, de hemel of een toekomstige betere wereld. Hoop kan mensen enorm veel geven. Ook de verwachting van een paradijs heeft veel Jehovah's Getuigen troost, richting en betekenis gegeven. De moeilijkere vraag ontstaat wanneer hoop samengaat met sterke tijdsdruk . Want zodra iemand denkt dat er nauwelijks toekomst in deze wereld overblijft, kan dat invloed krijgen op beslissingen waarvan de gevolgen juist tientallen jaren duren. Terug naar de oorspronkelijke bronnen Daarom willen we bij EXJW.world deze geschiedenis zoveel mogelijk onderzoeken aan de hand van de oorspronkelijke publicaties. Niet alleen: 'Een ex-Jehovah's Getuige zegt dat dit vroeger werd geleerd.' Maar: Wat stond er werkelijk? Wat werd er in die periode onderwezen? Welke woorden werden gebruikt? Welke voorbeelden werden positief aangehaald? Wat konden gewone Jehovah's Getuigen daar redelijkerwijs uit begrijpen? Wat gebeurde er toen de verwachting niet werd vervuld? En: Hoe beschreef de organisatie diezelfde periode jaren later? Daarna mag de lezer zelf zijn conclusie trekken. Want misschien is de belangrijkste historische vraag uiteindelijk niet: Welke voorspelling was verkeerd? maar: Wat deden mensen omdat ze geloofden dat de voorspelling of verwachting waar was? Praat mee Heb jij een periode meegemaakt waarin je werkelijk dacht dat Armageddon heel dichtbij was? Heeft dat invloed gehad op je opleiding, werk, woning, financiën, relatie of kinderwens? Ben je meer gaan prediken omdat je dacht dat er weinig tijd over was? Ken je mensen die hun huis of andere bezittingen verkochten? Heb je keuzes gemaakt waarvan je achteraf denkt: Als ik had geweten dat ik nog tientallen jaren in dit wereldstelsel zou leven, had ik het anders gedaan? En als je nog Jehovah's Getuige bent: Hoe kijk jij zelf naar 1914, 1925 en 1975? Er mogen verschillende ervaringen naast elkaar bestaan. Want uiteindelijk gaat dit onderwerp niet alleen over geschiedenis. Het gaat over een heel menselijke vraag: Wat gebeurt er wanneer wat wij over morgen geloven, bepaalt wat wij vandaag met ons leven doen?