EXJW WorldKennisbibliotheek

Kennisbibliotheek › 📖 A-Z Begrippenlijst Jehovah's Getuigen

V - Voorrechten

Waarom kunnen taken binnen Jehovah’s Getuigen tegelijk als eer, verantwoordelijkheid én belasting worden ervaren?

Herkenbare vragen Waarom wordt het schoonmaken van de Koninkrijkszaal een voorrecht genoemd? Waarom kan een Bijbelstudie leiden voelen als erkenning? Waarom vond ik het moeilijk om nee te zeggen tegen iets wat vrijwillig was? Kan ik een voorrecht oprecht waarderen en het tegelijkertijd te zwaar vinden? Wat doet het met je wanneer je wordt gezien als betrouwbaar, bekwaam of geestelijk rijp? En hoeveel ruimte blijft er over voor gezin, werk en rust wanneer veel afzonderlijke vormen van dienst bij elkaar komen? Wat betekent ‘voorrecht’? In het gewone Nederlands is een voorrecht iets bijzonders: een mogelijkheid, positie of gunst die niet vanzelfsprekend is. Binnen Jehovah’s Getuigen wordt het woord breder gebruikt. Het kan gaan om een officiële verantwoordelijkheid, maar ook om activiteiten die worden gezien als onderdeel van de dienst voor Jehovah. Zo kan iemand spreken over het voorrecht om te prediken , een Bijbelstudie te leiden , de Koninkrijkszaal schoon te maken, te pionieren, mee te helpen aan bouw- of onderhoudswerk of een verantwoordelijkheid in de gemeente te dragen. De gedachte daarachter is meestal positief: ‘Ik mag iets doen voor Jehovah.’ Zelfs schoonmaken kan een voorrecht zijn Voor iemand buiten Jehovah’s Getuigen kan het ongewoon klinken: ‘Wij hebben deze week het voorrecht om de zaal schoon te maken.’ Je zou ook eenvoudig kunnen zeggen: ‘Wij zijn aan de beurt om schoon te maken.’ Binnen de geloofsbeleving krijgt dezelfde activiteit echter een andere betekenis. De Koninkrijkszaal wordt gebruikt voor de aanbidding van Jehovah. Het schoonhouden ervan kan daarom worden gezien als meer dan huishoudelijk werk. Niet alleen: ‘Ik maak een gebouw schoon.’ maar: ‘Ik draag bij aan een plaats die voor onze aanbidding wordt gebruikt.’ Voor veel Jehovah’s Getuigen kan dat werkelijk voldoening geven. Het voorrecht om in vrijheid te prediken Ook de prediking kan op die manier worden ervaren. In landen zoals Nederland is het toegestaan om over je geloof te spreken, van huis tot huis te gaan of op andere manieren de Bijbelse boodschap te delen. Een Jehovah’s Getuige kan daar oprecht dankbaar voor zijn, zeker wanneer hij hoort over geloofsgenoten in landen waar religieuze activiteiten beperkt zijn. De gedachte kan dan zijn: ‘Wij hebben hier de vrijheid om te prediken. Wat een voorrecht dat we dat mogen doen.’ Voor iemand die gelooft dat de boodschap anderen kan helpen, kan prediken daardoor tegelijk een voorrecht en verantwoordelijkheid zijn. Voorrecht en verantwoordelijkheid kunnen naast elkaar bestaan Dat onderscheid is belangrijk. Iemand kan denken: ‘Ik hoef dit niet te doen omdat iemand mij dwingt. Ik wil dit doen omdat ik Jehovah liefheb.’ Tegelijk kan hij voelen: ‘Als ik de mogelijkheid heb om iets voor Jehovah te doen, wil ik daar ook gebruik van maken.’ Zo kan een vrijwillige activiteit een sterk gevoel van verantwoordelijkheid krijgen. Dat hoeft niet tegenstrijdig te zijn. Ook buiten religie gebeurt dat. Iemand kan vrijwillig mantelzorger zijn en zich toch sterk verantwoordelijk voelen voor degene die hij verzorgt. Een Bijbelstudie leiden Ook zusters kunnen Bijbelstudies leiden. Voor een zuster kan het bijzonder voelen wanneer haar wordt gevraagd iemand te helpen de Bijbel te leren kennen of opnieuw geestelijke belangstelling op te bouwen. Niet iedere taak wordt willekeurig verdeeld. Afhankelijk van de verantwoordelijkheid kunnen eigenschappen als betrouwbaarheid, bekwaamheid, geestelijke volwassenheid en een goede reputatie een rol spelen. Wanneer iemand daarvoor wordt gevraagd, kan dat daarom meer betekenen dan: ‘Er is iemand nodig en jij hebt tijd.’ Het kan voelen als: ‘Ze vertrouwen mij.’ ‘Ze vinden mij geschikt om deze persoon te helpen.’ ‘Ik krijg de kans iets waardevols voor Jehovah te doen.’ Een goede reputatie doet iets met een mens Mensen vinden het over het algemeen prettig wanneer anderen vertrouwen in hen uitspreken. Binnen een religieuze gemeenschap kan dat nog meer betekenis krijgen wanneer erkenning verbonden is aan iets wat iemand als geestelijk belangrijk ziet. Een compliment van een ouderling, een nieuwe verantwoordelijkheid of de vraag om iemand te helpen kan bevestigen: ‘Mijn inzet wordt gezien.’ ‘Ik ben betrouwbaar.’ ‘Ik doe het blijkbaar goed.’ Dat hoeft niet om status te gaan. Voor veel actieve Jehovah’s Getuigen zal de belangrijkste betekenis juist zijn: ‘Ik mag meer voor Jehovah doen.’ Maar menselijke erkenning en religieuze motivatie kunnen tegelijkertijd aanwezig zijn. Positieve bevestiging is niet automatisch ‘lovebombing’ Soms wordt positieve aandacht binnen hechte groepen snel lovebombing genoemd. Dat woord is niet altijd passend. Een ouderling die iemand bedankt, een broeder die waardering uitspreekt of een gemeente die blij is met iemands inzet, is niet automatisch bezig met manipulatie. Mensen geven elkaar overal complimenten en erkenning. Wel weten we uit de psychologie dat positieve bevestiging gedrag kan versterken . Wanneer inzet leidt tot waardering, vertrouwen, verbondenheid of meer verantwoordelijkheid, kan dat extra motiveren. Dat is een algemeen menselijk mechanisme. De interessante vraag is daarom niet: ‘Is ieder compliment manipulatie?’ maar: ‘Welke betekenis krijgt die waardering voor mij, en hoeveel invloed heeft ze op wat ik vervolgens van mezelf verwacht?’ Wanneer ‘ze vertrouwen mij’ ook druk kan geven Juist wanneer iemand zich vereerd voelt door een vraag, kan weigeren moeilijker worden. Stel dat een zuster wordt gevraagd een Bijbelstudie te leiden. Ze denkt: ‘Wat mooi dat ze mij hiervoor vragen.’ Maar tegelijkertijd: ‘Heb ik hier eigenlijk wel tijd voor?’ Wanneer die twee gedachten botsen, kan een voorrecht ineens ingewikkeld worden. Want nee zeggen voelt dan misschien niet alleen als: ‘Mijn agenda zit vol.’ Het kan ook gaan voelen als: ‘Ik wijs een kans af om Jehovah te dienen.’ of: ‘Wie helpt deze persoon dan?’ Een herkenbaar voorbeeld Een voormalige zuster vertelt dat zij ooit werd gevraagd een Bijbelstudie op zich te nemen. Haar leven zat op dat moment al erg vol. Ze werkte, had kinderen en thuis moest veel worden opgeknapt. Ze voelde dat haar beschikbare tijd en energie eigenlijk al waren opgebruikt. Toch vond ze het heel moeilijk om nee te zeggen. Ze wilde de vrouw graag helpen. Daarnaast speelde de gedachte: ‘Ik heb zelf zoveel ontvangen. Ik wil Jehovah laten zien dat ik dankbaar ben voor wat ik geloof en iemand anders helpen.’ En: ‘Als ik het niet doe, wie helpt haar dan?’ Dus nam ze de studie aan. Ze ervoer het werkelijk als een voorrecht. Maar tegelijkertijd voelde het zwaar. Achteraf kan zij beide kanten naast elkaar zetten: ‘Ik wilde het doen én ik had er eigenlijk geen ruimte voor.’ Die twee gevoelens kunnen tegelijk waar zijn Dat is een belangrijk punt. Wanneer iemand later zegt dat een voorrecht als een belasting voelde, betekent dat niet automatisch dat hij het destijds helemaal niet wilde. Een mens kan iets heel graag willen en toch over zijn eigen grens gaan. Je kunt van je kinderen houden en het ouderschap soms zwaar vinden. Je kunt trots zijn op je baan en toch overwerkt raken. Je kunt met overtuiging religieuze taken doen en toch merken: ‘Dit wordt mij te veel.’ De waarde van de activiteit en de belasting ervan hoeven elkaar niet uit te sluiten. Vrijwillig aannemen is niet altijd hetzelfde als vrij voelen om te weigeren Er is ook verschil tussen: ‘Niemand dwong mij om ja te zeggen.’ en: ‘Ik voelde mij volledig vrij om nee te zeggen.’ Dat onderscheid hoeft niet te betekenen dat iemand daadwerkelijk onder dwang stond. De druk kan van binnenuit komen. Bijvoorbeeld door: geloof , geweten , dankbaarheid , verantwoordelijkheidsgevoel , medeleven , verwachtingen of de wens iemand niet teleur te stellen. Iemand kan daardoor volledig vrijwillig zeggen: ‘Ja, ik doe het.’ terwijl een deel van hem denkt: ‘Eigenlijk kan ik dit niet weigeren.’ ‘Wie helpt haar dan?’ Vooral wanneer een voorrecht over een andere persoon gaat, kan verantwoordelijkheid zwaar voelen. Een schoonmaakbeurt kun je misschien makkelijker overslaan. Maar wanneer iemand denkt dat een ander geestelijke hulp nodig heeft, komt er een menselijk element bij: ‘Als ik nee zeg, laat ik haar dan in de steek?’ Dat is niet noodzakelijk iets wat de ouderling die de vraag stelde heeft bedoeld. Het kan de betekenis zijn die de persoon er zelf aan geeft. Juist betrokken en gewetensvolle mensen kunnen daardoor moeite hebben grenzen te stellen. Dankbaarheid kan sterk motiveren Dankbaarheid is een krachtige motivatie. Een gelovige kan denken: ‘Ik heb hoop gekregen.’ ‘Ik heb Jehovah leren kennen.’ ‘Ik heb een gemeente.’ ‘Ik wil graag iets terugdoen.’ Dat kan een warme en oprechte motivatie zijn. Maar bij sommige mensen kan dezelfde gedachte ook veranderen in: ‘Na alles wat ik gekregen heb, hoor ik eigenlijk geen nee te zeggen.’ Dan is er een subtiele verschuiving van: ‘Ik wil dit graag.’ naar: ‘Ik zou dit moeten doen.’ Niet iedereen ervaart die verschuiving. Maar wanneer ze optreedt, kan het helpen haar te herkennen. Veel kleine verantwoordelijkheden kunnen samen groot worden Eén activiteit hoeft helemaal niet buitensporig veel tijd te kosten. Maar het totale pakket kan aanzienlijk worden. Denk aan: vergaderingen, voorbereiding, persoonlijke Bijbelstudie, gezinsaanbidding, prediking, een Bijbelstudie, zaalonderhoud, congressen en eventueel aanvullende verantwoordelijkheden. Daar komen voor veel mensen nog bij: werk, kinderen, relatie, huishouden, mantelzorg, gezondheid en rust. Daarom geeft de tijd die één activiteit kost niet altijd een volledig beeld. De relevante vraag is soms: ‘Hoeveel tijd en energie vragen al mijn verantwoordelijkheden samen?’ Dienst aan Jehovah en zorg voor het gezin Binnen Jehovah’s Getuigen wordt ook veel waarde gehecht aan de verantwoordelijkheid voor het eigen gezin. Een ouder heeft niet alleen religieuze activiteiten, maar ook kinderen die aandacht, tijd en praktische zorg nodig hebben. Een huwelijk vraagt aandacht. Een baan kan noodzakelijk zijn. Rust en gezondheid zijn eveneens belangrijk. Daarom hoeft de keuze niet te zijn: ‘Of ik ben geestelijk, of ik zorg voor mijn gezin.’ De moeilijkheid zit vaak juist in het zoeken naar balans tussen verschillende verantwoordelijkheden die allemaal belangrijk voelen. Wanneer een voorrecht als belasting gaat voelen Het woord voorrecht is positief. Daardoor kan het moeilijk zijn om toe te geven: ‘Ik ervaar dit nu vooral als een belasting.’ Iemand kan zich daar zelfs schuldig over voelen: ‘Waarom ben ik niet dankbaarder?’ ‘Andere mensen zouden blij zijn met deze mogelijkheid.’ ‘Waarom lukt mij dit niet?’ Maar overbelasting maakt iemand niet automatisch ondankbaar. Het kan eenvoudig betekenen dat de beschikbare tijd en draagkracht niet onbeperkt zijn. De moeilijkste zin kan zijn: ‘Ik wil wel, maar ik kan niet’ Soms is een grens eenvoudig: ‘Dit wil ik niet.’ Maar veel moeilijker is: ‘Ik zou het graag willen doen, maar ik kan het op dit moment niet dragen.’ Want dan is de motivatie er wel. De liefde voor Jehovah kan er zijn. De wens om iemand te helpen kan er zijn. Alleen de beschikbare draagkracht ontbreekt. Dat onderscheid kan belangrijk zijn, omdat iemand anders zijn eigen grenzen gemakkelijk als geestelijk tekort kan gaan interpreteren. Goede reputatie en voorrechten Binnen een gemeente speelt reputatie bij verschillende verantwoordelijkheden een rol. Van iemand aan wie een taak of geestelijke verantwoordelijkheid wordt toevertrouwd, wordt doorgaans verwacht dat zijn of haar gedrag past bij de normen van de gemeenschap. Maar niet ieder voorrecht heeft dezelfde voorwaarden. Voor sommige activiteiten gelden specifieke vereisten rond leeftijd, doop, geslacht, ervaring, bekwaamheid of geestelijke reputatie. Daarom is het te eenvoudig om te zeggen: ‘Iedereen met een goede reputatie krijgt voorrechten.’ Nauwkeuriger is: een goede reputatie, betrouwbaarheid en voorbeeldig gedrag kunnen meewegen bij de vraag welke verantwoordelijkheden iemand kan krijgen. Voorrechten kunnen daardoor ook erkenning worden Dat maakt het krijgen van een voorrecht soms emotioneel belangrijk. Niet krijgen wat anderen wel krijgen kan vragen oproepen: ‘Waarom vragen ze mij niet?’ ‘Doe ik iets verkeerd?’ ‘Ben ik niet geestelijk genoeg?’ Andersom kan het krijgen ervan veel voldoening geven: ‘Ze hebben vertrouwen in mij.’ Opnieuw hoeft dat niet te betekenen dat mensen alleen voor status dienen. Het laat zien dat religieuze betekenis en sociale erkenning elkaar kunnen overlappen. Vrouwen en mannen hebben verschillende mogelijkheden Sommige vormen van dienst staan voor zowel mannen als vrouwen open. Zusters kunnen bijvoorbeeld prediken, pionieren, Bijbelstudies leiden en aan verschillende praktische werkzaamheden deelnemen. Bepaalde gemeentelijke functies, zoals ouderling en dienaar in de bediening, worden volgens de religieuze opvattingen van Jehovah’s Getuigen aan gedoopte mannen toegewezen. Daardoor kan het begrip voorrecht voor verschillende gemeenteleden iets anders betekenen. Voor de één is een Bijbelstudie een belangrijke geestelijke verantwoordelijkheid. Voor een ander kan een officiële aanstelling binnen de gemeente veel betekenis hebben. Voorrechten en identiteit Wanneer iemand jarenlang veel energie in zulke verantwoordelijkheden stopt, kunnen ze onderdeel worden van de identiteit. Ik ben pionier. Ik leid Bijbelstudies. Ik ben ouderling. Ik werk mee aan projecten. Dat zijn niet alleen activiteiten. Ze kunnen ook vertellen: wie iemand binnen zijn gemeenschap is. Het verlies van een voorrecht kan daarom emotioneel zwaarder zijn dan alleen het wegvallen van een taak. Wanneer iemand minder kan doen Gezondheid, zwangerschap, kinderen, mantelzorg, werk, leeftijd of psychische belasting kunnen ervoor zorgen dat iemand tijdelijk of blijvend minder kan doen. Dat betekent niet automatisch dat zijn geloof minder oprecht is. Toch kan iemand zichzelf wel vergelijken met anderen. ‘Zij pioniert naast haar gezin.’ ‘Hij doet zoveel in de gemeente.’ ‘Waarom lukt mij dat niet?’ Sociale vergelijking is menselijk en komt in allerlei gemeenschappen voor. Ze kan motiveren, maar ook schuld of ontoereikendheid versterken. Voorrechten kunnen juist veel vreugde geven Het zou onvolledig zijn alleen naar belasting te kijken. Veel Jehovah’s Getuigen halen oprechte vreugde uit hun activiteiten. Samen prediken kan vriendschappen verdiepen. Een Bijbelstudie kan het gevoel geven dat je werkelijk iets voor iemand betekent. Samen een zaal schoonmaken of bouwen kan verbondenheid geven. Een verantwoordelijkheid kan iemand vaardigheden, structuur en zelfvertrouwen geven. Mensen kunnen daar jaren later zelfs met warmte op terugkijken, ook wanneer hun geloof inmiddels veranderd is. Niet iedere inzet is verborgen druk Dat iemand veel uren aan de gemeente besteedt, bewijst daarom niet automatisch dat hij wordt uitgebuit of onder druk staat. Sommige mensen kiezen heel bewust: ‘Hier wil ik mijn tijd aan geven.’ Net zoals iemand veel tijd kan besteden aan vrijwilligerswerk, sport, mantelzorg of een vereniging. De relevante vraag is eerder: ‘Past deze hoeveelheid inzet nog bij wat ik zelf wil en aankan?’ Maar ‘het is vrijwillig’ vertelt ook niet het hele verhaal Aan de andere kant zegt alleen het woord vrijwillig ook niet alles. Mensen maken keuzes binnen relaties, overtuigingen en normen. Iemand kan oprecht vrijwilliger zijn en toch schuld voelen wanneer hij afzegt. Iemand kan zelf een religieuze verantwoordelijkheid aannemen en toch merken dat de sociale of innerlijke drempel om te stoppen hoog is. Beide kanten verdienen aandacht. Voorrecht, plicht of allebei? Misschien hoeft er niet één antwoord te zijn. Dezelfde activiteit kan op verschillende momenten anders voelen. Op zaterdag: ‘Ik heb zin om in de velddienst te gaan.’ Een maand later, in een drukke periode: ‘Ik heb rust nodig maar voel dat ik eigenlijk zou moeten gaan.’ En later: ‘Ik ben blij dat ik toch gegaan ben.’ Mensen zijn niet altijd volledig vrijwillig óf volledig gedwongen. Motivatie kan bestaan uit een mengeling van: geloof, vreugde, gewoonte, verantwoordelijkheid, liefde, schuld, waardering en verwachting. Wat zou echte ruimte voor grenzen betekenen? Misschien is een nuttige maatstaf niet of iemand nooit iets zwaar vindt. Maar: Kan hij zeggen dat iets te veel wordt? Kan zij een taak weigeren zonder zichzelf daardoor als slecht of ondankbaar te zien? Kan iemand tijdelijk minder doen zonder het gevoel zijn geestelijke waarde te verliezen? Wanneer daar ruimte voor bestaat, kan een voorrecht gemakkelijker ook werkelijk als vrijwillige dienst worden ervaren. Voor een actieve Jehovah’s Getuige Een actieve Jehovah’s Getuige kan dit heel anders lezen dan iemand die vertrokken is. Hij kan oprecht denken: ‘Ik doe deze dingen omdat ik van Jehovah houd. Niemand hoeft mij daartoe te dwingen.’ Dat perspectief verdient serieus genomen te worden. Dit artikel zegt niet dat voorrechten in werkelijkheid alleen maar verplichtingen zijn. Het onderzoekt iets anders: hoe kan iets dat oprecht betekenisvol en vrijwillig is tegelijkertijd veel van iemands tijd en draagkracht vragen? Voor iemand die later terugkijkt Iemand die niet meer actief is, kan achteraf gemengde gevoelens hebben. ‘Ik vond mijn Bijbelstudies werkelijk waardevol.’ en: ‘Ik was eigenlijk voortdurend moe.’ ‘Ik voelde me vereerd dat ze mij vertrouwden.’ en: ‘Ik durfde bijna nooit nee te zeggen.’ Die herinneringen hoeven niet tegen elkaar uitgespeeld te worden. Het ene hoeft het andere niet ongeldig te maken. Vragen om over na te denken Wat betekent het woord ‘voorrecht’ voor mij? Welke taken geven mij werkelijk vreugde en betekenis? Welke taken kosten mij op dit moment meer dan ik kan dragen? Kan ik dankbaar zijn voor een mogelijkheid en toch nee zeggen? Voel ik mij vrij om te zeggen: ‘Ik heb hier nu geen ruimte voor’? Wat denk ik over mezelf wanneer ik een voorrecht krijg? Wat denk ik over mezelf wanneer ik er niet voor word gevraagd? Speelt erkenning mee in mijn motivatie? Hoeveel tijd besteed ik in totaal aan werk, gezin, gemeente en andere verantwoordelijkheden? Houd ik genoeg tijd over voor rust, gezondheid en mijn gezin? Doe ik dit vooral omdat ik het wil, omdat ik het als mijn verantwoordelijkheid zie, omdat anderen op mij rekenen — of spelen al deze dingen mee? Kan ik het voorrecht waarderen zonder mijn eigen grenzen te negeren? Samenvatting Binnen Jehovah’s Getuigen wordt voorrecht gebruikt voor allerlei vormen van dienst. Dat kan variëren van prediken, een Bijbelstudie leiden en de Koninkrijkszaal schoonmaken tot grotere verantwoordelijkheden binnen de gemeente. Voor veel actieve Jehovah’s Getuigen is het woord precies passend: zij ervaren het werkelijk als een eer om iets voor Jehovah te mogen doen. Een voorrecht kan ook erkenning geven. Wanneer iemand wordt gevraagd omdat hij of zij als betrouwbaar, bekwaam of geestelijk volwassen wordt gezien, kan dat veel betekenen. Tegelijk kost dienst tijd en energie. Werk, kinderen, huwelijk, huishouden, gezondheid en rust verdwijnen niet omdat iemand een religieuze verantwoordelijkheid heeft. Daardoor kan dezelfde persoon oprecht zeggen: ‘Ik vond het een voorrecht.’ én: ‘Het werd mij eigenlijk te veel.’ Dat hoeft geen tegenspraak te zijn. Misschien wordt de belangrijkste vraag daarom niet: ‘Was het vrijwillig of was het een verplichting?’ maar: ‘Kon ik iets waardevol vinden en mij tegelijkertijd vrij genoeg voelen om te zeggen: dit kan ik nu niet dragen?’ Bronnen JW.org / Watchtower Online Library - publicaties over prediken en christelijke dienst JW.org / Watchtower Online Library - publicaties over Bijbelstudies en het helpen van geïnteresseerden en inactieve personen JW.org - informatie over Koninkrijkszalen, onderhoud en vrijwillige dienst JW.org / Watchtower Online Library - informatie over pioniers, dienaren in de bediening en ouderlingen American Psychological Association - algemene informatie over motivatie, sociale invloed en positieve bekrachtiging Edward L. Deci & Richard M. Ryan - Self-Determination Theory Robert B. Cialdini - onderzoek naar sociale invloed Zie ook in A-Z Encyclopedie van de Psychologie I - Internalisering - Hoe kunnen waarden en verwachtingen van buitenaf onderdeel worden van je eigen innerlijke normen? L - Loyaliteitsconflict - Wat gebeurt er wanneer verschillende vormen van trouw met elkaar botsen? S - Sociale invloed - Hoe beïnvloeden andere mensen onze keuzes zonder dat er directe dwang hoeft te zijn? S - Socialisatie - Hoe leren we welke gedragingen en waarden binnen onze omgeving belangrijk zijn? Lees ook op ExJW.World G - Geloofsopvoeding - Hoe worden geloof, normen en gewoonten doorgegeven? O - Ouderling - Welke taak, verantwoordelijkheid en invloed heeft een ouderling? O - Organisatiestructuur - Hoe is de leiding binnen Jehovah’s Getuigen georganiseerd? V - Vrije wil - Hoe vrij voelt een keuze wanneer overtuiging, verantwoordelijkheid en verwachtingen allemaal