EXJW WorldKennisbibliotheek

Kennisbibliotheek › 🧠 A-Z Encyclopedie van de Psychologie

S - Sociale invloed

Hoe beïnvloeden andere mensen onze keuzes zonder dat er sprake hoeft te zijn van dwang?

Herkenbare vragen Wat is sociale invloed? Waarom passen mensen hun gedrag aan de groep aan? Is beïnvloeding hetzelfde als manipulatie? Waarom kan een compliment zoveel invloed hebben? Waarom doe je soms iets omdat ‘iedereen het zo doet’? Kun je zelf kiezen en toch sterk door anderen worden beïnvloed? Wat gebeurt er wanneer afwijkend gedrag afkeuring kan opleveren? Waarom voelt een keuze anders wanneer je familie, vrienden of gemeenschap er veel waarde aan hechten? Kun je sociale invloed herkennen terwijl je er middenin zit? En hoe ontdek je later welke keuzes echt bij jou passen? Wat is sociale invloed? Sociale invloed is de manier waarop andere mensen invloed hebben op wat we denken, voelen en doen. Dat kan heel direct gebeuren: ‘Je moet dit doen.’ Maar vaak is de invloed veel subtieler. We kijken naar wat anderen normaal vinden. We merken welk gedrag waardering krijgt. We letten op reacties, gezichtsuitdrukkingen, complimenten, stilte, kritiek en verwachtingen. Niemand hoeft ons iets te bevelen. Alleen het besef: ‘De mensen die belangrijk voor mij zijn vinden dit goed’ kan al invloed hebben op een keuze. Sociale invloed is normaal Sociale invloed is niet automatisch verkeerd. Mensen zijn sociale wezens. We leren van ouders, vrienden, leraren, collega’s en groepen waartoe we behoren. Een kind leert door anderen hoe je iemand begroet, wat beleefd is, hoe je samenwerkt en welke regels belangrijk zijn. Een volwassene kijkt eveneens naar anderen wanneer hij niet goed weet wat normaal of verstandig is. Zonder sociale invloed zou samenleven nauwelijks mogelijk zijn. De relevante vraag is daarom meestal niet: ‘Ben ik beïnvloed?’ Want dat zijn we allemaal. Interessanter is: ‘Hoe word ik beïnvloed, hoeveel ruimte ervaar ik om anders te kiezen en wat gebeurt er als ik dat doe?’ Beïnvloeding is niet hetzelfde als dwang Bij dwang wordt iemand gedwongen of ernstig bedreigd om bepaald gedrag te vertonen. Sociale invloed kan veel subtieler zijn. Iemand kan technisch volledig in staat zijn om nee te zeggen en tegelijkertijd voelen: ‘Als ik nee zeg, stel ik iedereen teleur.’ of: ‘Dan zullen mensen anders naar mij kijken.’ De keuze bestaat nog steeds. Maar de sociale prijs van één van de mogelijkheden kan zwaarder voelen. Daarom kunnen deze twee uitspraken tegelijkertijd waar zijn: ‘Ik heb zelf gekozen.’ en: ‘Mijn omgeving heeft sterk beïnvloed wat voor mij als de juiste keuze voelde.’ Normatieve sociale invloed Een belangrijke vorm is normatieve sociale invloed . Daarbij passen mensen zich aan omdat ze graag geaccepteerd willen worden of afwijzing willen vermijden. Je hoeft het inhoudelijk niet eens met de groep te zijn. Je doet toch mee omdat erbij horen belangrijk is. Een eenvoudig voorbeeld: iedereen in een vriendengroep kleedt zich op een bepaalde manier. Niemand verplicht de nieuwkomer hetzelfde te dragen. Toch kan hij langzaam zijn kleding aanpassen omdat hij niet voortdurend wil opvallen. De sociale boodschap is niet: ‘Dit moet.’ maar eerder: ‘Zo doen wij dat hier.’ Informationele sociale invloed Een andere vorm is informationele sociale invloed . Daarbij kijken we naar andere mensen omdat we denken dat zij het waarschijnlijk beter weten. Als je in een onbekende situatie zit en iedereen rent plotseling naar één uitgang, is het logisch dat je denkt: ‘Zij zullen wel weten wat er aan de hand is.’ Binnen een groep kan hetzelfde gebeuren bij complexere onderwerpen. Iemand denkt: ‘Deze mensen hebben hier veel meer ervaring mee.’ ‘Iedereen die ik vertrouw ziet het zo.’ ‘Waarom zou ik de enige zijn die het verkeerd begrijpt?’ Dan neemt iemand informatie of conclusies van anderen over omdat hij hun oordeel als betrouwbaar ziet. Soms werken beide tegelijk Normatieve en informationele invloed kunnen door elkaar lopen. Je kunt denken: ‘Mijn ouders geloven dit echt, dus waarschijnlijk klopt het.’ en tegelijkertijd: ‘Ik wil hen ook niet teleurstellen.’ Dan gaat de keuze zowel over waarheid als over verbondenheid . Juist wanneer belangrijke mensen dezelfde overtuiging delen, kunnen die twee moeilijk uit elkaar te houden zijn. Conformiteit Wanneer iemand zijn gedrag of mening aanpast aan een groep, wordt vaak gesproken over conformiteit . De klassieke experimenten van psycholoog Solomon Asch lieten zien dat mensen soms meegaan met een duidelijk verkeerd antwoord wanneer verschillende andere groepsleden hetzelfde antwoord geven. Niet iedereen deed dat. Maar het onderzoek liet wel zien dat een unanieme groep opvallend veel invloed kan hebben. Belangrijk daarbij is dat mensen niet per se dom of goedgelovig zijn. De sociale situatie zelf kan twijfel oproepen: ‘Zie ik iets over het hoofd?’ ‘Waarom zegt iedereen iets anders dan ik?’ ‘Ben ík degene die fout zit?’ Een groep hoeft niets te zeggen Sociale normen werken vaak zonder expliciete woorden. Je kijkt rond. Wie krijgt complimenten? Wie wordt als voorbeeld genoemd? Wie krijgt verantwoordelijkheid? Wie wordt gezien als geestelijk, professioneel, succesvol, aantrekkelijk of loyaal? En wie krijgt kritiek, stilte of afstand? Daaruit leren mensen snel welk gedrag binnen een groep gewenst is. Zo kan een norm ontstaan zonder dat iemand ooit letterlijk heeft gezegd: ‘Je moet dit doen.’ Positieve bevestiging Complimenten kunnen krachtige sociale invloed zijn. Een kind doet iets en krijgt een warme reactie: ‘Wat goed!’ ‘Wat zijn we trots op je.’ ‘Wat fijn dat je dit wilt.’ Daar is op zichzelf niets mis mee. Positieve bevestiging helpt mensen leren en motiveert. Maar herhaalde bevestiging maakt ook zichtbaar welke richting de omgeving waardeert. Daardoor kan een kind of volwassene gaan denken: ‘Dit is blijkbaar wie ik hoor te zijn.’ Afkeuring hoeft niet hard te zijn Ook afkeuring hoeft niet expliciet te worden uitgesproken. Een stilte. Een bezorgde blik. Een gesprek dat ineens ongemakkelijk wordt. Minder enthousiasme. Een vraag als: ‘Weet je zeker dat dat verstandig is?’ kan genoeg zijn om te voelen dat een keuze buiten de norm valt. Juist subtiele signalen kunnen sterk zijn, omdat degene die ze geeft kan denken: ‘Ik heb toch helemaal niets verboden?’ terwijl degene die ze ontvangt duidelijk ervaart: ‘Dit is niet de keuze die van mij wordt gehoopt.’ De behoefte om erbij te horen Waarom werkt sociale invloed zo sterk? Een belangrijke reden is dat mensen een fundamentele behoefte hebben aan verbondenheid . Erbij horen betekent veiligheid, steun, erkenning en identiteit. Voor een kind is dat bijzonder sterk. Het is voor liefde, zorg en veiligheid afhankelijk van ouders en andere volwassenen. Maar ook volwassenen hebben behoefte aan relaties en groepen. Daarom kan: ‘Iedereen blijft van mij houden, welke keuze ik ook maak’ psychologisch heel anders voelen dan: ‘Ik mág anders kiezen, maar ik weet niet wat dat met mijn relaties doet.’ Sociale invloed binnen gezinnen Gezinnen zijn een van de eerste plekken waar sociale invloed plaatsvindt. Kinderen leren: wat normaal is, wat goed is, welke mensen veilig zijn, welke overtuigingen belangrijk zijn en welk gedrag waardering krijgt. Dat gebeurt in religieuze en niet-religieuze gezinnen. Een gezin waarin iedereen fanatiek voetbal speelt beïnvloedt een kind. Een politiek actief gezin beïnvloedt een kind. Een religieus gezin eveneens. Daarom is het niet zinvol om sociale invloed alleen bij religie als verdacht te behandelen. De interessante vraag is: ‘Welke ruimte krijgt iemand later om de normen van het gezin opnieuw te onderzoeken?’ Sociale invloed binnen Jehovah’s Getuigen Binnen Jehovah’s Getuigen kan sociale invloed via verschillende kanten tegelijk werken. Een kind of volwassene bevindt zich mogelijk tussen: ouders, broers en zussen, vrienden, ouderlingen, bijeenkomsten, publicaties, video’s, congressen en andere gemeenteleden . Veel van die mensen delen dezelfde geloofsovertuigingen. Dat kan een sterk gevoel van gemeenschap en duidelijkheid geven. Iemand hoeft niet voortdurend zelf uit te zoeken wat zijn omgeving van een onderwerp vindt. De groep biedt veel gedeelde normen en taal. Tegelijk betekent zo’n omgeving dat één religieuze richting door veel belangrijke mensen tegelijk kan worden bevestigd. ‘Wat fijn dat je geestelijk vooruitgaat’ Stel dat een jongere antwoord geeft tijdens de bijeenkomst, meegaat in de prediking, ongedoopte verkondiger wordt of belangstelling voor de doop toont. Ouders kunnen trots zijn. Ouderlingen kunnen hem complimenteren. Gemeenteleden reageren enthousiast. Dat hoeft geen manipulatie te zijn. Zij kunnen werkelijk blij zijn omdat zij geloven dat de jongere een goede keuze maakt. Maar voor de jongere ontstaat wel informatie: ‘Deze richting maakt de mensen van wie ik houd heel gelukkig.’ Wanneer hij later twijfelt kan daar een andere vraag naast komen: ‘Wat gebeurt er wanneer ik de andere kant op ga?’ De richting van complimenten Sociale invloed wordt soms duidelijker wanneer je kijkt naar welke keuzes applaus krijgen . Een jongere die zegt: ‘Ik wil mij laten dopen’ kan veel positieve reacties krijgen. Een jongere die zegt: ‘Ik wil eerst onderzoeken of ik überhaupt geloof dat dit de waarheid is’ kan een heel andere reactie oproepen. Dat betekent niet automatisch dat de tweede jongere wordt gedwongen. Maar het laat wel zien dat beide keuzes sociaal niet noodzakelijk hetzelfde gewicht hebben. Een omgeving kan zeggen: ‘Je moet zelf kiezen’ en tegelijkertijd heel duidelijk laten zien welke keuze zij hoopt dat iemand maakt. Sociale invloed en vrije wil Daar raakt sociale invloed aan vrije wil . Een keuze wordt niet automatisch onvrij zodra anderen invloed hebben. Dat zou betekenen dat vrijwel geen enkele menselijke beslissing vrij is. De betere vraag is misschien: ‘Kan ik erkennen welke invloed er op mij is én werkelijk een andere conclusie toelaten?’ Kan iemand: vragen stellen, twijfelen, informatie vergelijken, van mening veranderen en uiteindelijk iets kiezen wat zijn omgeving niet had gehoopt? Hoe veiliger dat kan, hoe groter de ervaren keuzevrijheid meestal zal zijn. Lees ook: V - Vrije wil - Hoe vrij voelt een keuze wanneer verschillende uitkomsten grote sociale gevolgen kunnen hebben? Sociale invloed en groepsidentiteit Een groep geeft niet alleen regels. Ze kan ook antwoord geven op: ‘Wie ben ik?’ Mensen kunnen zichzelf zien als: christen, Jehovah’s Getuige, activist, arts, voetbalfan, Nederlander, muzikant of lid van een bepaalde familie. Wanneer groepslidmaatschap onderdeel wordt van identiteit, kan kritiek op de groep persoonlijker voelen. Het gaat dan niet alleen meer over: ‘Deze persoon denkt anders over mijn geloof.’ maar mogelijk: ‘Deze persoon bekritiseert iets wat onderdeel is van wie ik ben.’ Dat kan verklaren waarom groepsverschillen emotioneel kunnen worden. ‘Iedereen denkt dit’ Een bijzonder effect ontstaat wanneer iemand denkt dat vrijwel iedereen in de groep dezelfde mening heeft. Misschien twijfelen meerdere mensen afzonderlijk. Maar niemand zegt het. Iedereen kijkt rond en ziet alleen anderen die instemmen. Dan kan iedere twijfelaar concluderen: ‘Blijkbaar ben ik de enige.’ Terwijl verschillende anderen precies hetzelfde kunnen denken. Dit raakt aan wat in de sociale psychologie pluralistische onwetendheid wordt genoemd: mensen onderschatten hoeveel anderen hun privé-twijfels of onzekerheid delen doordat het openbare gedrag van de groep iets anders laat zien. Waarom één afwijkende stem verschil kan maken Onderzoek naar conformiteit laat ook iets hoopgevends zien. Wanneer zelfs maar één andere persoon van de meerderheid afwijkt, kan de druk om met de groep mee te gaan sterk afnemen. Waarom? Omdat iemand dan niet langer denkt: ‘Iedereen behalve ik ziet het anders.’ Er bestaat ineens ruimte voor: ‘Ik ben blijkbaar niet de enige die twijfelt.’ Dat helpt begrijpen waarom het ontmoeten van iemand met een andere ervaring of mening soms zoveel kan veranderen. Niet omdat die andere persoon automatisch gelijk heeft. Maar omdat de sociale situatie verandert. Sociale invloed is ook buiten religie overal Het is belangrijk dit niet als uitsluitend religieus mechanisme te behandelen. Sociale media beïnvloeden wat aantrekkelijk wordt gevonden. Vriendengroepen beïnvloeden alcoholgebruik, mode en taal. Werkculturen beïnvloeden hoeveel overuren normaal lijken. Politieke groepen beïnvloeden welke informatie mensen vertrouwen. Families beïnvloeden partnerkeuze, studie en carrière. Zelfs mensen die zichzelf zeer onafhankelijk vinden worden beïnvloed door sociale normen. De uitdaging is dus niet: ‘Hoe voorkom ik ooit nog beïnvloed te worden?’ maar: ‘Hoe herken ik invloed zodat ik er bewuster mee kan omgaan?’ Wanneer invloed groepsdruk wordt Sociale invloed kan overgaan in sociale druk . Dat gebeurt eerder wanneer een bepaalde keuze verbonden raakt aan duidelijke sociale kosten. Bijvoorbeeld: verlies van waardering schaamte verlies van status roddel afwijzing verlies van relaties of: buitensluiting . De grens is niet altijd scherp. Wat de één ervaart als: ‘Ze gaven gewoon hun mening’ kan de ander ervaren als: ‘Ik wist precies wat er zou gebeuren als ik anders koos.’ Daarom is niet alleen de bedoeling van degene die invloed uitoefent relevant. Ook de positie en afhankelijkheid van degene die de invloed ontvangt spelen mee. Een kind en een volwassene zijn niet gelijk Een volwassene kan meestal een groep verlaten en andere relaties zoeken, al kan dat nog steeds moeilijk zijn. Een kind is afhankelijker. Ouders bieden wonen, eten, liefde, bescherming, bevestiging en identiteit. Daarom heeft ouderlijke goedkeuring voor een kind een ander gewicht dan de mening van een willekeurige kennis. Dat betekent niet dat ouders hun overtuigingen niet mogen doorgeven. Het betekent wel dat: ‘Het kind mag zelf kiezen’ niet automatisch antwoord geeft op de vraag: ‘Hoe vrij voelt die keuze voor het kind?’ Wanneer de groep jouw informatie bepaalt Sociale invloed werkt ook via informatie. Mensen vertrouwen vaak bronnen die door hun omgeving betrouwbaar worden gevonden. Dat is praktisch: niemand kan ieder onderwerp persoonlijk volledig onderzoeken. Maar het kan problematisch worden wanneer één groep vrijwel volledig bepaalt: welke bronnen betrouwbaar zijn, welke bronnen verdacht zijn en welke vragen veilig kunnen worden gesteld . Dan kan informationele invloed en normatieve invloed samenvallen. Je denkt niet alleen: ‘Deze bron is waarschijnlijk onbetrouwbaar.’ maar mogelijk ook: ‘Als ik deze bron bekijk, zegt dat iets over mijn loyaliteit.’ Sociale invloed en ‘de waarheid’ Wanneer een overtuiging binnen een gemeenschap consequent ‘de waarheid’ wordt genoemd, is dat eveneens sociaal relevant. Iemand onderzoekt dan niet alleen: ‘Is mijn geloof waar?’ maar mogelijk: ‘Durf ik te onderzoeken of de waarheid misschien niet waar is?’ Taal kan daarmee de context vormen waarin een keuze wordt gemaakt. Dat betekent niet dat iets onwaar wordt doordat een groep het de waarheid noemt. Het betekent alleen dat de woorden die een groep gebruikt invloed kunnen hebben op hoe mogelijkheden emotioneel worden ervaren. De invloed van reputatie In hechte gemeenschappen kan reputatie extra belangrijk worden. Mensen weten wie actief is, wie veel verantwoordelijkheid heeft, wie als geestelijk wordt gezien en wie zorgen oproept. Daardoor kan iemand zichzelf afvragen: ‘Wat zegt deze keuze over mij?’ Niet alleen: ‘Vind ik dit verkeerd?’ maar: ‘Zullen anderen mij hierdoor minder geestelijk vinden?’ Wanneer reputatie invloed heeft op rollen, vriendschappen of vertrouwen, kan de sociale betekenis van een kleine keuze groot worden. Sociale invloed en zelfcensuur Wanneer iemand verwacht dat openlijk afwijken negatieve gevolgen kan hebben, kan hij zichzelf gaan censureren. Hij zegt niet wat hij werkelijk denkt. Hij plaatst een foto niet. Hij vertelt niet alles over zijn relatie. Hij lacht mee terwijl hij eigenlijk twijfelt. Niemand hoeft hem expliciet het zwijgen op te leggen. De verwachte reactie van de groep kan voldoende zijn. Lees ook in A-Z Encyclopedie van de Psychologie: Z - Zelfcensuur - Wat gebeurt er wanneer je delen van jezelf niet laat zien omdat zichtbaar zijn iets kan kosten? Sociale invloed en ostracisme Een van de krachtigste mogelijke sociale gevolgen is buitensluiting. In de psychologie wordt dit ostracisme genoemd. Mensen hebben een sterke behoefte aan verbondenheid. Wanneer afwijkend gedrag of een andere overtuiging mogelijk tot verlies van belangrijke relaties leidt, kan alleen al de verwachting daarvan invloed hebben op keuzes. Daarom hoeft buitensluiting nog niet daadwerkelijk te hebben plaatsgevonden om mee te wegen. Iemand kan denken: ‘Wat gebeurt er met mijn familie als ik dit zeg?’ Die verwachting kan al voldoende zijn om te zwijgen of mee te bewegen. Lees ook in A-Z Encyclopedie van de Psychologie: O - Ostracisme - Wat doet langdurige sociale uitsluiting met een mens? ‘Ik koos het echt zelf’ Dat kan volledig waar zijn. Sociale invloed betekent niet dat een keuze nep is. Een jongere kan werkelijk zelf willen worden gedoopt. Een volwassene kan oprecht voor een bepaalde levensstijl kiezen. Een persoon kan werkelijk geloven wat zijn hele omgeving eveneens gelooft. Daarom is deze uitspraak belangrijk: Oprechte keuze en sociale beïnvloeding sluiten elkaar niet uit. Je kunt iets werkelijk willen én gevormd zijn door de mensen, taal, beloningen en verwachtingen om je heen. De interessante vervolgvraag is: ‘Hoe is ontstaan wat ik zelf wilde?’ Internalisering: wanneer de groep niet meer nodig is Sociale invloed kan uiteindelijk internaliseren . Dan hoef je niet meer te denken: ‘Wat zullen anderen ervan vinden?’ De norm voelt inmiddels als je eigen innerlijke norm. Dat gebeurt bij allerlei waarden. Een kind leert eerlijk te zijn omdat ouders dat zeggen. Later vindt het zelf liegen verkeerd. Dat is normale ontwikkeling. Maar het kan ingewikkeld worden wanneer iemand later zijn overtuiging verandert terwijl de emotionele reactie blijft bestaan. Dan kan iemand denken: ‘Ik geloof deze regel niet meer, maar waarom voel ik me nog steeds schuldig?’ De sociale norm is dan onderdeel geworden van het eigen geweten. Als je de groep verlaat Sociale invloed stopt niet altijd op het moment dat iemand fysiek een groep verlaat. Een voormalige groepsgenoot kan nog jarenlang denken: ‘Wat zouden zij hiervan vinden?’ Misschien ziet hij iemand uit zijn vroegere gemeenschap en past automatisch zijn gedrag aan. Misschien voelt hij schuld over iets wat hij rationeel niet meer verkeerd vindt. Misschien hoort hij de oude woorden nog in zijn gedachten. Dat betekent niet dat iemand nooit vrij kan worden. Het laat zien dat sociale normen soms langer in ons blijven dan het lidmaatschap van de groep zelf . De andere valkuil: automatisch het tegenovergestelde doen Vrij worden van groepsinvloed betekent niet automatisch alles tegenovergesteld doen. Wanneer je vroeger A deed omdat de groep A wilde en je nu altijd B doet omdat de groep A wilde, bepaalt die groep nog steeds je keuze. Alleen in omgekeerde richting. Meer autonomie kan betekenen: ‘Ik onderzoek A en B opnieuw en kies daarna wat werkelijk bij mijn waarden past.’ Misschien houd je A. Misschien kies je B. Misschien iets heel anders. Vrijheid wordt niet bepaald door hoe anders je keuze is dan die van de groep. Hoe herken je sociale invloed? Je kunt jezelf bijvoorbeeld afvragen: Zou ik hetzelfde kiezen als niemand mijn keuze ooit zou kennen? Zou ik hetzelfde denken als alle mensen om mij heen de tegenovergestelde mening hadden? Welke reacties verwacht ik wanneer ik anders kies? Van wie wil ik vooral goedkeuring? Welke mensen beschouw ik automatisch als betrouwbare bron? Welke informatie durf ik niet te bekijken omdat ik bang ben voor wat ik misschien ontdek? Geen van deze vragen bewijst dat je huidige keuze verkeerd is. Ze maken alleen de invloeden zichtbaarder. Meerdere groepen kunnen juist vrijheid vergroten Een manier waarop sociale invloed minder allesbepalend kan worden, is contact hebben met verschillende mensen en perspectieven. Wanneer al je familie, vrienden, collega’s en sociale activiteiten binnen één groep liggen, heeft die groep veel sociale betekenis. Wanneer iemand meerdere netwerken heeft, ontstaat vaak meer ruimte. Niet omdat die andere groepen geen invloed hebben. Maar omdat geen enkele groep nog automatisch het hele sociale universum vormt . Je kunt verschillende ideeën horen en uiteindelijk zelf vergelijken. Kritisch denken betekent niet iedereen wantrouwen Bewust omgaan met sociale invloed betekent niet: ‘Niemand is te vertrouwen.’ Ook deskundigen, ouders, vrienden en groepen kunnen waardevolle informatie bieden. Kritisch denken is eerder: ‘Ik luister naar anderen, maar probeer ook te begrijpen waarom ik hen geloof.’ Welke argumenten geven ze? Kunnen andere bronnen worden onderzocht? Mag kritiek bestaan? Kunnen zij ongelijk hebben? En geldt dezelfde kritische standaard voor informatie waarmee ik het eens ben als voor informatie die ik niet wil geloven? Wanneer sociale invloed steun wordt Sociale invloed kan ook heel positief zijn. Een vriend moedigt je aan professionele hulp te zoeken. Een sportgroep motiveert je te bewegen. Een gezin ondersteunt iemand die stopt met roken. Een gemeenschap helpt iemand na verlies. Goede sociale invloed kan mensen sterker maken. Daarom is het doel niet sociale invloed uit te schakelen. Het gaat om een omgeving waarin verbondenheid samengaat met voldoende ruimte voor: vragen, verschil, verandering en een eigen oordeel . Wanneer wordt sociale invloed problematisch? Dat is niet met één regel vast te stellen. Wel kunnen vragen helpen: Mag ik oneens zijn zonder mijn plek te verliezen? Kan ik fouten maken zonder dat mijn identiteit wordt afgewezen? Kan ik informatie onderzoeken die de groep tegenspreekt? Kan ik belangrijke keuzes maken zonder dat liefde afhankelijk wordt van mijn antwoord? Kan ik van mening veranderen zonder dat mensen mij automatisch als slecht of gevaarlijk zien? Hoe minder ruimte daarvoor bestaat, hoe sterker sociale invloed als druk kan worden ervaren. Om zelf over na te denken Welke groepen hebben mijn denken het sterkst gevormd? Welke overtuigingen heb ik van huis uit meegekregen? Voor welke keuzes kreeg ik vroeger veel waardering? Welke keuzes riepen teleurstelling of bezorgdheid op? Wanneer heb ik voor het laatst iets gedaan omdat ‘iedereen het zo deed’? Durf ik een afwijkende mening hardop uit te spreken? Wat denk ik dat er gebeurt wanneer ik het oneens ben met mensen die belangrijk voor mij zijn? Welke rol speelt mijn behoefte om erbij te horen? Welke mensen beschouw ik automatisch als betrouwbaar en waarom? Welke informatie vermijd ik? Zou ik dezelfde keuze maken wanneer niemand ooit wist wat ik had gekozen? Zou ik dezelfde overtuiging hebben wanneer ik in een totaal ander gezin of land was opgegroeid? Betekent beïnvloeding dat mijn overtuiging niet echt is, of kan ze tegelijkertijd oprecht én gevormd zijn? Kan ik iemand respecteren en toch concluderen dat hij ongelijk heeft? Heb ik verschillende mensen om mij heen bij wie ik anders mag denken? Welke overtuigingen wil ik bewust behouden nadat ik ze opnieuw heb onderzocht? Tot slot Sociale invloed is overal. We leren van elkaar, zoeken goedkeuring, vertrouwen mensen die we belangrijk vinden en gebruiken de groep als informatiebron. Dat maakt ons niet zwak. Het maakt ons menselijk. De vraag is daarom niet of we door anderen worden beïnvloed. De belangrijkere vraag is wat er gebeurt wanneer onze eigen conclusie afwijkt van de groep . Kunnen we dan nog vragen stellen? Kunnen we twijfelen? Kunnen we informatie onderzoeken? Kunnen we nee zeggen? Kunnen anderen teleurgesteld zijn zonder dat onze verbondenheid verdwijnt? En kunnen we uiteindelijk opnieuw bij dezelfde overtuiging uitkomen zonder dat die uitkomst vooraf sociaal noodzakelijk voelde? Sociale invloed verdwijnt nooit volledig. Autonomie betekent daarom waarschijnlijk niet: ‘Niemand beïnvloedt mij.’ Het betekent eerder: ‘Ik leer herkennen wie en wat mij beïnvloedt, zodat ik bewuster kan bepalen welke invloed ik wil volgen.’ ‘Kies ik dit omdat ik het werkelijk geloof en wil — of speelt ook mee wat ik verwacht te winnen, behouden of verliezen wanneer ik anders kies?’ Bronnen Solomon E. Asch - Opinions and Social Pressure; onderzoek naar conformiteit Morton Deutsch & Harold B. Gerard - A Study of Normative and Informational Social Influences Upon Individual Judgment Herbert C. Kelman - Compliance, Identification, and Internalization: Three Processes of Attitude Change Robert B. Cialdini & Noah J. Goldstein - Social Influence: Compliance and Conformity Henri Tajfel & John Turner - Social Identity Theory Roy F. Baumeister & Mark R. Leary - The Need to Belong Kipling D. Williams - onderzoek naar ostracisme en sociale uitsluiting American Psychological Association - informatie over sociale psychologie, conformiteit, groepsinvloed en besluitvorming Zie ook in A-Z Encyclopedie van de Psychologie C - Conformiteit - Waarom passen mensen hun gedrag of mening aan een groep aan? G - Groepsidentiteit - Wat gebeurt er wanneer een groep onderdeel wordt van wie je bent? I - Internalisering - Hoe worden normen van buitenaf onderdeel van je eigen innerlijke stem? L - Loyaliteitsconflict - Wat gebeurt er wanneer trouw zijn aan jezelf botst met verbondenheid met anderen? O - Ostracisme - Wat doet langdurige sociale uitsluiting met een mens? S - Socialisatie - Hoe worden normen, waarden en overtuigingen onderdeel van wat vanzelfsprekend voelt? Z - Zelfcensuur - Wat gebeurt er wanneer je delen van jezelf niet laat zien omdat zichtbaar zijn iets kan kosten? Lees ook op ExJW.World D - De waarheid - Wat doet het met je denken wanneer één overtuiging vanaf de jeugd ‘de waarheid’ wordt genoemd? G - Geloofsopvoeding - Hoe wordt het geloof van een kind vanaf jonge leeftijd gevormd? G - Geweten - Hoe ontstaat de innerlijke stem waarmee je je eigen gedrag beoordeelt? I - Inactief versus verwijderd - Hoe kan religieuze status invloed houden op vrijheid, openheid en familiecontact? V - Vrije wil - Hoe vrij voelt een keuze wanneer verschillende uitkomsten grote sociale gevolgen hebben? W - Werelds - Wat doet de tegenstelling tussen ‘de waarheid’ en ‘de wereld’ met denken en geweten?