.Herkenbare vragen
- Wie ben ik los van de groepen waartoe ik behoor?
- Waarom kan kritiek op mijn groep soms voelen als kritiek op mijzelf?
- Kan ik meerdere sociale identiteiten tegelijk hebben?
- Waarom kan het verlies van een groep ook voelen alsof ik een deel van mezelf verlies?
- Waarom voel ik trots wanneer ‘mijn’ groep iets bereikt, terwijl ik daar zelf niets aan heb gedaan?
- Kan een sterke groepsidentiteit invloed hebben op hoe ik naar buitenstaanders kijk?
- Wat gebeurt er met mijn zelfbeeld wanneer een belangrijke groepsidentiteit verandert?
Wat is sociale identiteit?
Sociale identiteit is het deel van ons zelfbeeld dat verbonden is met de groepen waartoe we onszelf rekenen.
Dat kunnen heel verschillende groepen zijn:
familie
beroep
nationaliteit
geloof
vriendengroep
sportclub
politieke groep
hobby
generatieDe term is vooral verbonden met de sociale-identiteitstheorie van Henri Tajfel en John Turner.
De kern is dat mensen zichzelf niet alleen zien als afzonderlijk individu, maar ook als lid van groepen.
IK BEN...
een individu
+
dochter of zoon
+
vriend
+
werknemer
+
gelovige
+
Nederlander
+
lid van andere groepenWelke identiteit op een bepaald moment belangrijk voelt, kan per situatie verschillen.
Persoonlijke identiteit en sociale identiteit
Je identiteit bestaat niet alleen uit groepslidmaatschap.
Je kunt jezelf beschrijven aan de hand van persoonlijke eigenschappen:
‘Ik ben nieuwsgierig.’
‘Ik ben rustig.’
‘Ik houd van muziek.’
Maar ook via groepen:
‘Ik ben verpleegkundige.’
‘Ik ben moeder.’
‘Ik ben Jehovah’s Getuige.’
PERSOONLIJKE IDENTITEIT
Wat kenmerkt mij
als individu?
SOCIALE IDENTITEIT
Bij welke groepen
hoor ik en wat
betekent dat voor mij?Die twee lopen in het dagelijks leven vaak door elkaar.
Waarom zijn groepen zo belangrijk voor ons zelfbeeld?
Groepen geven mensen onder andere verbondenheid, betekenis, herkenning en een plaats binnen de sociale wereld.
Ze helpen antwoord geven op vragen als:
Waar hoor ik bij?
Wie zijn ‘mensen zoals ik’?
Welke waarden delen wij?
Wat wordt binnen mijn omgeving normaal gevonden?
groep
↓
verbondenheid
↓
gedeelde normen
en betekenis
↓
onderdeel van
zelfbeeldDat is geen afwijkend proces. Sociale identiteit is een normaal onderdeel van menselijk functioneren.
Een voorbeeld uit het dagelijks leven
Een voetbalsupporter zegt:
‘Wij hebben gewonnen.’
Zelf heeft hij geen seconde op het veld gestaan. Toch kan de overwinning van de club echte trots oproepen.
Andersom kan een nederlaag teleurstelling of zelfs schaamte oproepen.
prestatie van groep
↓
‘dit is mijn groep’
↓
prestatie voelt
deels persoonlijkDat laat zien hoe gebeurtenissen rond een groep onderdeel kunnen worden van hoe iemand zichzelf ervaart.
Waarom kan kritiek op mijn groep persoonlijk voelen?
Wanneer een groep belangrijk is voor je identiteit, is de boodschap:
‘Deze groep deugt niet’
psychologisch niet altijd volledig los te maken van:
‘Er klopt iets niet aan mensen zoals jij.’
MIJN GROEP
is onderdeel van
MIJN ZELFBEELD
↓
kritiek op groep
kan daardoor
persoonlijker voelenHoe sterker iemand zich met een groep identificeert, hoe groter de kans dat groepsinformatie emotioneel relevant wordt.
Dat betekent niet dat iemand kritiek per definitie afwijst. Het verklaart wel waarom gesprekken over belangrijke groepen sneller emotioneel kunnen worden dan gesprekken over iets waar iemand nauwelijks mee verbonden is.
‘Wij’ en ‘zij’
Zodra mensen zichzelf indelen als lid van een groep, ontstaat gemakkelijk een onderscheid tussen:
wij en zij.
WIJ
mensen van mijn groep
↕
ZIJ
mensen buiten mijn groepOnderzoek van Tajfel liet zien dat zelfs vrij willekeurige groepsindelingen al voldoende kunnen zijn om gemiddeld enige voorkeur voor de eigen groep te laten ontstaan.
Dat betekent niet dat groepsidentiteit automatisch leidt tot vijandigheid.
Een sterke identiteit kan ook positieve effecten hebben, zoals saamhorigheid, samenwerking, solidariteit en zorg voor elkaar.
Ingroup en outgroup zijn niet hetzelfde als sociale identiteit
Deze begrippen hangen nauw samen, maar betekenen niet precies hetzelfde.
Sociale identiteit gaat over het deel van je zelfbeeld dat voortkomt uit groepslidmaatschap.
Ingroup is de groep waartoe je jezelf rekent.
Outgroup verwijst naar mensen die je als buiten die groep beschouwt.
SOCIALE IDENTITEIT
‘Deze groep hoort
bij wie ik ben’
INGROUP
‘Dit zijn wij’
OUTGROUP
‘Dat zijn zij’Daarom zijn Sociale identiteit en Ingroup- en outgroupdenken verwante, maar afzonderlijke onderwerpen.
We hebben meestal meerdere sociale identiteiten
Mensen behoren vrijwel nooit tot maar één groep.
Iemand kan tegelijkertijd zijn:
moeder
vriendin
doktersassistente
muziekliefhebber
Nederlander
sportliefhebber
gelovige
buurtbewonerNiet al deze identiteiten zijn voortdurend even belangrijk.
Op het werk kan je beroepsidentiteit vooropstaan. Bij familie je rol als ouder of kind. Binnen een geloofsgemeenschap je religieuze identiteit.
Waarom kan één identiteit soms heel dominant worden?
Wanneer een groot deel van het sociale leven binnen dezelfde omgeving plaatsvindt, kunnen verschillende onderdelen van identiteit met elkaar gaan samenvallen.
Bijvoorbeeld:
mijn geloof
+
mijn vrienden
+
mijn familie
+
mijn vrije tijd
+
mijn normen
+
mijn toekomstbeeldDan gaat verandering van één onderdeel mogelijk veel verder dan alleen:
‘Ik denk anders over een geloofspunt.’
Het kan ook raken aan verbondenheid, routine, status, relaties en toekomstverwachtingen.
Sociale identiteit binnen Jehovah’s Getuigen
Voor veel Jehovah’s Getuigen kan hun geloof een belangrijk onderdeel van hun sociale identiteit zijn.
Iemand kan zichzelf niet alleen zien als iemand die bepaalde geloofsovertuigingen heeft, maar ook als:
‘Ik ben een van Jehovah’s Getuigen.’
Daarmee kunnen allerlei aspecten verbonden zijn:
geloof
+
gemeente
+
familie
+
vrienden
+
activiteiten
+
waarden
+
toekomstverwachtingVoor sommige leden is deze identiteit zeer centraal. Voor anderen vormt het geloof één van meerdere belangrijke rollen.
Beide situaties bestaan.
Wat gebeurt er wanneer iemand twijfelt?
Twijfel aan een belangrijke overtuiging kan daardoor verder gaan dan een inhoudelijke vraag.
De gedachte:
‘Klopt deze leer?’
kan tegelijkertijd andere vragen oproepen:
Wie ben ik als dit
niet meer mijn geloof is?
Waar hoor ik dan bij?
Wat gebeurt er met
mijn relaties?
Welke waarden blijven
van mij?
Hoe ziet mijn
toekomst eruit?Dit kan mede verklaren waarom verandering van geloof voor sommige mensen diep ingrijpend is.
Dat betekent niet dat iedere gelovige die twijfelt een identiteitscrisis krijgt.
Wat kan er gebeuren na vertrek uit een geloofsgemeenschap?
Sommige voormalige Jehovah’s Getuigen beschrijven na vertrek een periode waarin de vraag ‘Wie ben ik nu?’ sterk naar voren komt.
Dat kan logisch zijn wanneer een belangrijke sociale identiteit verandert.
OUDE IDENTITEIT
‘Ik ben Jehovah’s Getuige’
↓
verandering
↓
‘Wat hoort nog bij mij?’
↓
NIEUWE OF BREDERE
IDENTITEITMaar ook hier bestaan grote verschillen.
Iemand die al sterke rollen had buiten het geloof — bijvoorbeeld werk, studie, vrienden, sport of andere gemeenschappen — kan een minder scherpe identiteitsbreuk ervaren dan iemand van wie bijna het hele sociale leven binnen dezelfde religieuze omgeving lag.
Een veranderde identiteit betekent niet dat alles weg is
Wanneer iemand een groep verlaat, verdwijnen niet automatisch alle waarden, eigenschappen en ervaringen die tijdens het lidmaatschap zijn ontstaan.
Iemand kan bijvoorbeeld denken:
‘Mijn geloof is veranderd, maar mijn zorg voor anderen niet.’
‘Ik vier nu andere dingen, maar familie blijft belangrijk.’
‘Ik geloof bepaalde leerstellingen niet meer, maar sommige waarden passen nog steeds bij mij.’
WAT KOMT UIT
MIJN VERLEDEN?
↓
WAT WIL IK
BEHOUDEN?
↓
WAT WIL IK
HERZIEN?
↓
WAT PAST NU
BIJ MIJ?Identiteitsontwikkeling hoeft dus geen volledige breuk met het verleden te betekenen.
Groepsidentiteit is niet hetzelfde als indoctrinatie
Het is belangrijk deze begrippen niet door elkaar te halen.
Sterke identificatie met een groep is een algemeen menselijk verschijnsel.
Een voetbalfan, militair, arts, activist, gelovige of lid van een politieke beweging kan zich sterk met een groep identificeren.
STERKE
GROEPSIDENTITEIT
≠
automatisch
indoctrinatieOm te beoordelen hoe een groep invloed uitoefent, moet naar andere factoren worden gekeken, zoals informatievrijheid, ruimte voor verschil, autoriteit, sociale gevolgen en de mogelijkheid om vrijwillig afstand te nemen.
Kan een bredere identiteit bescherming geven?
Wanneer iemands hele zelfbeeld vrijwel op één rol rust, kan verlies van die rol extra zwaar zijn.
Daarom kan het nuttig zijn meerdere delen van je identiteit bewust te ontwikkelen.
IK BEN NIET ALLEEN...
gelovige
ex-gelovige
ouder
werknemer
IK BEN OOK...
vriend
maker
sportliefhebber
reiziger
buur
student
muziekliefhebber
...Een brede identiteit betekent niet dat geen enkele groep meer belangrijk mag zijn.
Het betekent dat één verandering niet automatisch je hele antwoord op de vraag ‘wie ben ik?’ hoeft weg te nemen.
Nieuwe groepen kunnen ook invloed krijgen
Na het verlaten van een groep kan iemand sterke verbondenheid vinden bij een nieuwe gemeenschap.
Dat kan steun en erkenning geven.
Maar dezelfde principes van sociale identiteit blijven gelden.
Een voormalig Jehovah’s Getuige kan bijvoorbeeld sterk opgaan in een ex-JW-gemeenschap.
OUDE GROEP
↓
verlaten
↓
NIEUWE GROEP
↓
ook daar ontstaan
normen, taal en
een ‘wij’-gevoelDaar is op zichzelf niets mis mee.
Het is alleen nuttig om ook binnen een nieuwe groep ruimte te houden voor een eigen oordeel.
Kritiek op een groep is niet hetzelfde als kritiek op jou
Wanneer een groep belangrijk voor je is, kan het helpen bewust onderscheid te maken:
‘Deze persoon heeft
kritiek op een regel,
leerstelling of praktijk’
≠
‘Deze persoon zegt
dat ik als mens
waardeloos ben’Hetzelfde geldt andersom. Kritiek op een organisatie hoeft geen afwijzing te zijn van individuele leden.
En kritiek op voormalige leden betekent niet automatisch dat iedere individuele ervaring onwaar is.
Dat onderscheid kan gesprekken minder persoonlijk maken.
Wat kun je ermee?
Een eenvoudige oefening is om meerdere antwoorden te geven op de vraag:
Wie ben ik?
Niet alleen:
‘Ik ben Jehovah’s Getuige.’
of:
‘Ik ben ex-Jehovah’s Getuige.’
maar breder:
Ik ben...
__________
__________
__________
__________
__________Kijk daarna welke identiteiten vooral door een groep worden bepaald en welke persoonlijke waarden, interesses en relaties daarnaast bij je horen.
Het doel is niet om groepsidentiteit kwijt te raken. Mensen hebben groepen nodig.
Het doel is te zien dat je meestal meer bent dan één lidmaatschap.
Vragen om over na te denken
Welke groepen zijn belangrijk voor hoe ik mezelf zie?
Welke groepsidentiteit voelt voor mij het meest persoonlijk?
Waarom raakt kritiek op sommige groepen mij sterker dan kritiek op andere?
Welke delen van mijn identiteit blijven bestaan wanneer één groep wegvalt?
Welke rollen of interesses zou ik verder willen ontwikkelen?
Kan ik bij een groep horen zonder iedere mening van die groep als onderdeel van mezelf te ervaren?
Welke groepen geven mij ruimte om zowel verbonden als verschillend te zijn?
Samenvatting
Sociale identiteit is het deel van ons zelfbeeld dat voortkomt uit de groepen waartoe we behoren.
Groepen kunnen verbondenheid, betekenis, trots en steun geven. Tegelijk kan een belangrijke groepsidentiteit ervoor zorgen dat kritiek op de groep persoonlijk voelt of dat verlies van de groep ook als verlies van een deel van jezelf wordt ervaren.
IK
=
persoonlijke eigenschappen
+
sociale identiteitenVoor Jehovah’s Getuigen kan religieuze identiteit een belangrijk deel van het zelfbeeld zijn. Wanneer die identiteit verandert, kan voor sommige mensen de vraag ontstaan:
‘Wie ben ik nu?’
Dat hoeft niet te betekenen dat iemand geen identiteit meer heeft.
Vaak gaat het om het opnieuw ontdekken en verbreden van wat al aanwezig was.
We zijn zelden maar één ding.
Bronnen en verdieping
Henri Tajfel & John C. Turner – An Integrative Theory of Intergroup Conflict, 1979. Grondleggende uitwerking van de sociale-identiteitstheorie en het onderscheid tussen eigen groep en andere groepen.
Henri Tajfel – Human Groups and Social Categories, 1981. Over de manier waarop groepscategorieën onderdeel kunnen worden van zelfbeeld en intergroepsgedrag.
John C. Turner e.a. – Rediscovering the Social Group: A Self-Categorization Theory, 1987. Verdere uitwerking van hoe mensen zichzelf afhankelijk van de situatie als individu of als groepslid kunnen zien.
Michael A. Hogg – Social Identity Theory, 2006. Overzicht van sociale-identiteitsprocessen, groepslidmaatschap, normen en zelfbeeld.
Nyla R. Branscombe e.a. – The Context and Content of Social Identity Threat, 1999. Over situaties waarin informatie of gebeurtenissen een belangrijke sociale identiteit kunnen bedreigen.
Lees ook
Groepsidentiteit – Hoe het gevoel van ‘wij’ ontstaat en gedrag kan beïnvloeden.
Ingroup- en outgroupdenken – Hoe onderscheid tussen ‘wij’ en ‘zij’ ons oordeel kan beïnvloeden.
Groepsloyaliteit – Waarom trouw aan een groep zo belangrijk kan worden.
Sociale invloed – Hoe andere mensen en groepen onze gedachten en keuzes mede vormen.
Behoefte aan betekenis – Waarom groepen vaak richting, samenhang en betekenis geven.
Internalisering – Hoe normen van een groep onderdeel kunnen worden van je eigen overtuigingen.
Trouw aan jezelf – Hoe je verbonden kunt blijven met anderen zonder je eigen waarden kwijt te raken.