Herkenbare vragen

- Kan er na een ingrijpende gebeurtenis ook persoonlijke groei ontstaan?

- Betekent groei dat wat mij is overkomen uiteindelijk ‘goed’ voor mij was?

- Kan ik nog verdriet of klachten hebben en tegelijkertijd merken dat ik veranderd ben?

- Waarom ervaart de één groei op bepaalde gebieden en de ander nauwelijks?

- Moet ik iets positiefs uit mijn verlies of trauma halen om werkelijk te herstellen?

- Kan wat ik als groei ervaar later opnieuw veranderen?

- Wat is het verschil tussen posttraumatische groei en veerkracht?

Wat is posttraumatische groei?

Posttraumatische groei (posttraumatic growth, PTG) is een begrip uit de psychologie voor positieve veranderingen die sommige mensen na een ingrijpende crisis of zeer belastende ervaring bij zichzelf ervaren.
Het gaat bijvoorbeeld om veranderingen in:

waardering voor het leven
        ↓
relaties met anderen
        ↓
nieuwe mogelijkheden
        ↓
persoonlijke kracht
        ↓
levensbeschouwing
of zingeving

De term betekent niet dat het trauma zelf positief was. Het beschrijft mogelijke veranderingen die na de confrontatie met iets ingrijpends kunnen ontstaan.

Trauma hoeft niet ‘goed’ te zijn om later te groeien

Dit onderscheid is essentieel.
Iemand kan na een moeilijke ervaring sterker grenzen stellen, andere prioriteiten krijgen of nieuwe relaties opbouwen.
Daaruit volgt niet:
‘Dus was het goed dat dit gebeurde.’

INGRIJPENDE ERVARING
        ↓
pijn en verlies

        én mogelijk

nieuwe inzichten
nieuwe keuzes
persoonlijke ontwikkeling

De groei maakt het oorspronkelijke leed niet noodzakelijk, wenselijk of gerechtvaardigd.

Groei is geen verplicht onderdeel van herstel

Niet iedereen ervaart posttraumatische groei.
Sommige mensen herstellen zonder te denken:
‘Ik ben hierdoor een beter of sterker mens geworden.’
Anderen ervaren langdurig vooral verlies. Weer anderen merken positieve veranderingen op één terrein en problemen op een ander.
Geen van deze reacties betekent dat iemand beter of slechter herstelt.

NA TEGENSLAG KAN IEMAND

herstellen zonder
duidelijke groei

of

groei ervaren

of

verlies en groei
tegelijk ervaren

Posttraumatische groei is dus geen ontwikkelingsfase waar iedereen doorheen hoort te gaan.

Pijn en groei kunnen naast elkaar bestaan

Posttraumatische groei betekent niet dat klachten of verdriet verdwenen zijn.
Iemand kan denken:
‘Ik weet nu veel beter wat belangrijk voor mij is.’
en tegelijkertijd:
‘Ik wou nog steeds dat dit nooit was gebeurd.’

‘Ik ben veranderd’

        én

‘Ik heb nog verdriet’

        én

‘Ik zou dit niet
opnieuw willen meemaken’

Deze uitspraken spreken elkaar niet tegen.

Waarom kan groei ontstaan?

Ingrijpende gebeurtenissen kunnen overtuigingen over jezelf, andere mensen en de toekomst aan het wankelen brengen.
Iemand dacht bijvoorbeeld:
‘Mijn leven zal ongeveer zo blijven.’
‘Deze relatie zal er altijd zijn.’
‘Dit geloof verklaart hoe mijn toekomst eruitziet.’
Een crisis kan zulke vanzelfsprekendheden doorbreken.

MIJN OUDE BEELD
VAN HET LEVEN
       ↓
ingrijpende gebeurtenis
       ↓
oude aannames
passen niet meer volledig
       ↓
opnieuw nadenken
       ↓
mogelijk nieuwe
waarden, keuzes
en betekenis

Dat proces kan zeer pijnlijk zijn. Maar tijdens het opnieuw opbouwen van een levensverhaal kunnen ook nieuwe inzichten ontstaan.

Welke vormen van groei worden onderzocht?

Tedeschi en Calhoun, grondleggers van het onderzoek naar posttraumatische groei, beschreven meerdere gebieden waarop mensen verandering kunnen ervaren.
Meer waardering voor het leven: gewone dingen of relaties krijgen meer betekenis.
Relaties: iemand voelt meer verbondenheid, empathie of duidelijkheid over welke relaties belangrijk zijn.
Nieuwe mogelijkheden: er ontstaan nieuwe interesses, rollen of levensrichtingen.
Persoonlijke kracht: iemand ontdekt bijvoorbeeld: ‘Ik kon meer aan dan ik dacht.’
Zingeving of levensbeschouwing: overtuigingen over leven, geloof, spiritualiteit of betekenis kunnen veranderen.
Niet iedereen ervaart al deze vormen.

Een voorbeeld uit het dagelijks leven

Iemand krijgt een ernstige ziekte.
Tijdens de behandeling is er vooral angst, lichamelijke belasting en onzekerheid. Later besluit die persoon minder overuren te maken en bewuster tijd door te brengen met familie en vrienden.

ERNSTIGE ZIEKTE

was pijnlijk
en ongewenst

        ↓

daarna verandert
de persoon bepaalde
prioriteiten

        ↓

‘Ik wil mijn tijd
anders besteden’

De veranderde prioriteiten kunnen als groei worden ervaren.
Maar daarmee wordt de ziekte niet achteraf iets goeds.

Posttraumatische groei is niet hetzelfde als veerkracht

De begrippen liggen dicht bij elkaar, maar betekenen iets anders.

VEERKRACHT

zich aanpassen,
herstellen of blijven
functioneren na tegenslag


POSTTRAUMATISCHE GROEI

ervaren dat bepaalde
aspecten van jezelf
of je leven positief
zijn veranderd

Iemand kan dus zeer veerkrachtig herstellen zonder duidelijke posttraumatische groei.
En iemand kan groei beschrijven terwijl hij tegelijkertijd nog veel psychische klachten heeft.

‘Ik ben sterker geworden’ — maar is dat objectief meetbaar?

Hier bestaat een belangrijke wetenschappelijke nuance.
Veel onderzoek naar posttraumatische groei vraagt mensen achteraf zelf of zij sinds een ingrijpende gebeurtenis positief veranderd zijn.
Daarmee wordt vooral ervaren groei gemeten.
Maar:

‘Ik ervaar mezelf
als sterker’

        is niet altijd
        hetzelfde als

‘Een objectieve meting
laat duidelijke verandering
zien ten opzichte
van vóór de gebeurtenis’

Onderzoek heeft laten zien dat ervaren groei en aantoonbare verandering niet altijd volledig samenvallen.
Dat maakt ervaren groei niet waardeloos. Het betekent wel dat voorzichtigheid nodig is met de conclusie dat iedere gerapporteerde groei een objectief meetbare persoonlijkheidsverandering is.

Waarom kan ervaren groei toch belangrijk zijn?

Hoe iemand betekenis geeft aan zijn levensverhaal kan op zichzelf belangrijk zijn.
De gedachte:
‘Ik heb ontdekt wat ik belangrijk vind.’
kan richting geven aan toekomstige keuzes, ook wanneer niet precies gemeten kan worden hoeveel iemand objectief veranderd is.
Daarom onderzoeken wetenschappers zowel feitelijke verandering als de betekenis die mensen zelf aan verandering geven.

Groei hoeft niet groot of spectaculair te zijn

Posttraumatische groei wordt soms voorgesteld als een enorme transformatie:
‘Mijn trauma maakte mij tot wie ik moest worden.’
Maar veranderingen kunnen ook klein zijn.

Ik zeg vaker nee

Ik bel mijn vrienden
eerder

Ik durf hulp te vragen

Ik neem rust serieuzer

Ik weet beter
wat ik belangrijk vind

Ook zulke veranderingen kunnen betekenisvol zijn.

Betekenis zoeken is niet hetzelfde als een positieve les moeten vinden

Na verlies of trauma zoeken mensen vaak naar betekenis.
Maar betekenis hoeft niet te zijn:
‘Dit moest gebeuren.’
Het kan ook zijn:
‘Het is gebeurd. Wat wil ik nu met mijn leven doen?’

NIET NOODZAKELIJK:

‘Hier moest iets
goeds uit voortkomen’


WEL MOGELIJK:

‘Dit was verschrikkelijk

en ik wil bepalen
hoe ik vanaf hier
verder leef’

Dat onderscheid voorkomt dat leed wordt geromantiseerd.

Hoe kan dit voorkomen bij (ex-)Jehovah’s Getuigen?

Sommige voormalige Jehovah’s Getuigen beschrijven na een verandering van geloof positieve ontwikkelingen, zoals meer zelfstandigheid, nieuwe relaties, meer ruimte voor persoonlijke keuzes of een breder gevoel van identiteit.
Een ander kan vooral verdriet ervaren over familiecontact, gemeenschap, identiteit of een verloren toekomstbeeld.
En iemand kan beide tegelijk voelen.

MOGELIJK VERLIES

familie
vrienden
gemeenschap
zekerheid
identiteit

        én

MOGELIJKE VERANDERING

meer autonomie
nieuwe relaties
andere waarden
nieuwe mogelijkheden

Het zou onzorgvuldig zijn om te zeggen dat iemand dankzij het verlies beter af is of dat vertrek automatisch tot groei leidt.

Ook blijven binnen een geloof kan gepaard gaan met groei

Posttraumatische groei is geen begrip dat alleen bij uittreding past.
Een Jehovah’s Getuige kan na ziekte, overlijden, relatieproblemen of een andere crisis eveneens nieuwe prioriteiten, diepere relaties of meer waardering voor het leven ervaren.
Het mechanisme is algemeen menselijk.
Psychologie schrijft dus niet voor welke levensbeschouwelijke conclusie iemand na een crisis moet bereiken.

Geen groei ervaren is geen mislukking

Dit is misschien de belangrijkste waarschuwing bij dit onderwerp.
Zinnen als:
‘Alles gebeurt met een reden.’
‘Je zult hier sterker uitkomen.’
‘Later zul je begrijpen waarvoor dit nodig was.’
kunnen voor de één troostend zijn en voor een ander juist pijnlijk.

GEEN ERVAREN GROEI

        ≠

verkeerd verwerkt

        ≠

niet sterk genoeg

        ≠

gefaald

Iemand hoeft zijn pijn niet om te zetten in een inspirerend verhaal om recht te hebben op herstel.

Groei kan op één gebied plaatsvinden en verlies op een ander

Iemand kan bijvoorbeeld persoonlijk zelfstandiger worden en tegelijkertijd familiecontact missen.
Of meer zelfvertrouwen krijgen maar nog steeds met angstklachten kampen.

MEER AUTONOMIE
        ↑

EN TEGELIJK

MEER VERDRIET
OM FAMILIE
        ↓

Menselijke ontwikkeling hoeft niet één richting op te gaan.

Waarom groeit de één anders dan de ander?

Daar bestaat geen eenvoudige formule voor.
Onderzoek wijst op mogelijke verbanden met factoren zoals sociale steun, persoonlijkheid, manieren van omgaan met stress, mogelijkheden tot betekenisgeving en de omstandigheden rondom het verlies.
Maar zulke verbanden zijn geen garanties.
Daarom is het niet zinvol iemand te zeggen:
‘Je zou inmiddels groei moeten laten zien.’

Pas op voor druk om positief te zijn

Een nadruk op groei kan onbedoeld omslaan in:
‘Zoek het positieve ervan.’
Dat kan ertoe leiden dat iemand pijn, boosheid of onrecht te snel probeert te overslaan.

GEZOND:

‘Is er iets veranderd
dat voor mij waardevol is?’


DRUK:

‘Ik moet hier
iets positiefs
uit halen’

Posttraumatische groei hoort een mogelijke observatie te zijn, geen opdracht.

Je hoeft trauma niet dankbaar te zijn

Iemand kan zeggen:
‘Ik ben trots op wie ik daarna ben geworden.’
zonder te zeggen:
‘Ik ben blij dat het gebeurde.’

TROTS OP
MIJN ONTWIKKELING

        ≠

DANKBAAR VOOR
HET TRAUMA

Het eerste erkent eigen ontwikkeling.
Het tweede geeft betekenis aan de gebeurtenis zelf.
Dat zijn verschillende dingen.

Wat kun je ermee?

Vraag niet meteen:
‘Wat was hier goed aan?’
Een minder dwingende benadering is:

Wat heb ik verloren?

Wat is er veranderd?

Wat heb ik geleerd?

Wat vind ik nu
belangrijker?

Wat wil ik anders doen?

En waar hoef ik
helemaal geen positieve
les van te maken?

Zo blijft er ruimte voor zowel groei als verlies.

Vragen om over na te denken

  • Welke prioriteiten zijn na deze ervaring veranderd?

  • Heb ik iets over mezelf ontdekt dat ik vroeger niet wist?

  • Zijn mijn relaties, grenzen of waarden veranderd?

  • Welke veranderingen ervaar ik als positief en welke juist als verlies?

  • Kan ik erkennen dat ik gegroeid ben zonder te zeggen dat wat mij overkwam goed was?

  • Leg ik mezelf druk op om iets positiefs uit mijn ervaring te halen?

  • Kan het voldoende zijn dat ik verder leef, ook wanneer ik geen duidelijke ‘groei’ ervaar?

Samenvatting

Posttraumatische groei beschrijft positieve veranderingen die sommige mensen na een ingrijpende crisis bij zichzelf ervaren.
Dat kan gaan om waardering voor het leven, relaties, persoonlijke kracht, nieuwe mogelijkheden of zingeving.

INGRIJPENDE ERVARING
        ↓
kan pijn en verlies
veroorzaken

        én soms

nieuwe inzichten
nieuwe prioriteiten
nieuwe mogelijkheden

Groei betekent niet dat het trauma goed, noodzakelijk of uiteindelijk ‘de moeite waard’ was.
Ook is groei geen verplicht stadium van herstel. Iemand mag herstellen zonder een positieve les te vinden.
En zelfs wanneer iemand groei ervaart, kunnen verdriet en psychische klachten blijven bestaan.
De kernvraag is daarom niet:
‘Wat voor goeds heeft mijn trauma mij gebracht?’
maar eerder:
‘Is er iets in mij of mijn leven veranderd dat ik zelf als waardevol ervaar — terwijl ik tegelijkertijd mag erkennen wat het mij heeft gekost?’

Bronnen en verdieping

Richard G. Tedeschi & Lawrence G. Calhoun – The Posttraumatic Growth Inventory: Measuring the Positive Legacy of Trauma, 1996. Introduceert een veelgebruikte vragenlijst voor ervaren positieve veranderingen na ingrijpende gebeurtenissen.
Lawrence G. Calhoun & Richard G. Tedeschi – Posttraumatic Growth: Conceptual Foundations and Empirical Evidence, 2004. Over de theoretische basis van posttraumatische groei en de verschillende gebieden waarop mensen verandering kunnen ervaren.
Tanja Zoellner & Andreas Maercker – Posttraumatic Growth in Clinical Psychology: A Critical Review and Introduction of a Two Component Model, 2006. Kritische bespreking van het begrip en van het mogelijke verschil tussen constructieve verandering en ervaren of illusoire groei.
Patricia A. Frazier e.a. – Does Self-Reported Posttraumatic Growth Reflect Genuine Positive Change?, 2009. Onderzoek naar de vraag in hoeverre zelfgerapporteerde groei overeenkomt met aantoonbare verandering.
Vicki S. Helgeson, Kerry A. Reynolds & Patricia L. Tomich – A Meta-Analytic Review of Benefit Finding and Growth, 2006. Meta-analyse naar ervaren voordelen en groei na ingrijpende gebeurtenissen en de relatie daarvan met psychologisch functioneren.

Lees ook

Veerkracht – Je aanpassen na tegenslag zonder dat pijn hoeft te verdwijnen.
Rouw en verlies – Aanpassen aan een werkelijkheid waarin iets belangrijks niet meer hetzelfde is.
Uitgestelde rouw – Wanneer verdriet pas later duidelijk of intens voelbaar wordt.
Behoefte aan betekenis – Hoe mensen na grote veranderingen opnieuw samenhang en richting zoeken.
Zelfcompassie – Ruimte geven aan pijn zonder jezelf te dwingen sneller te herstellen.
Sociale identiteit – Wat er gebeurt wanneer een belangrijke groep of rol onderdeel is van wie je denkt dat je bent.
Trouw aan jezelf – Onderzoeken welke waarden en keuzes na verandering werkelijk bij je passen.