Herkenbare vragen

  • Waarom grijpt niemand in terwijl meerdere mensen iets zien?

  • Waarom denken mensen dat een ander wel zal handelen?

  • Waarom kan stilte van anderen mij laten twijfelen of er echt iets aan de hand is?

  • Wanneer wordt verantwoordelijkheid onduidelijk in een groep?

  • Waarom helpt één directe aanwijzing soms beter dan een algemene oproep?

  • Hoe kan ik zelf eerder verantwoordelijkheid nemen?

Wat is het omstander-effect?

Het omstander-effect is het verschijnsel dat mensen in sommige noodsituaties minder snel ingrijpen wanneer meerdere andere omstanders aanwezig zijn.
Een belangrijke verklaring is diffusie van verantwoordelijkheid:

ALLEEN

‘Ik moet iets doen’


MET VEEL ANDEREN

‘Iemand anders
zal wel handelen’

Het effect is niet absoluut. Context, gevaar, deskundigheid, onderlinge relaties en de duidelijkheid van de situatie maken veel verschil.

Waarom gebeurt dit?

In onduidelijke situaties kijken mensen naar anderen om te beoordelen wat er aan de hand is.
Als niemand reageert, kan iemand denken:
‘Blijkbaar is het niet ernstig.’

onduidelijke situatie
      ↓
ik kijk naar anderen
      ↓
niemand reageert
      ↓
‘dan zal het wel
meevallen’

Zo kan afwachten zichzelf versterken.

Diffusie van verantwoordelijkheid

Wanneer veel mensen aanwezig zijn, kan de persoonlijke verantwoordelijkheid minder direct voelen.
Bijvoorbeeld:
‘Er zijn hier twintig mensen. Iemand anders belt vast wel.’
Daarom is een directe opdracht vaak duidelijker:
‘U met de blauwe jas, belt u 112.’
in plaats van:
‘Kan iemand 112 bellen?’

Een voorbeeld uit het dagelijks leven

Iemand wordt onwel op een druk station.
Verschillende mensen kijken.
Niemand weet precies wat er gebeurt.
De één denkt:
‘Misschien hoort dit erbij.’
Een ander:
‘Iemand anders heeft vast al hulp gehaald.’
Een derde:
‘Ik wil me er niet onnodig mee bemoeien.’
Daardoor kan kostbare tijd verloren gaan.

Niet ingrijpen betekent niet automatisch onverschilligheid

Mensen kunnen om verschillende redenen wachten:

  • ze weten niet wat er gebeurt;

  • ze twijfelen of hulp nodig is;

  • ze zijn bang iets verkeerd te doen;

  • ze denken dat iemand anders beter kan helpen;

  • de situatie voelt onveilig.
    Daarom is het te simpel om te zeggen:
    ‘Niemand hielp, dus niemand gaf erom.’

Het omstander-effect is niet altijd sterk

Onderzoek laat zien dat de aanwezigheid van anderen niet in elke situatie hulp vermindert.
Bij duidelijk gevaar kan de aanwezigheid van anderen juist helpen, bijvoorbeeld omdat mensen samenwerken of omdat één persoon deskundigheid heeft.

MEER OMSTANDERS

kan soms leiden tot:

minder persoonlijke
verantwoordelijkheid

maar soms ook tot:

meer hulpbronnen
meer deskundigheid
meer samenwerking

Hoe kan dit voorkomen binnen organisaties of gemeenschappen?

Hetzelfde principe kan ook buiten acute noodsituaties herkenbaar zijn.
Mensen kunnen denken:
‘De leiding zal het wel weten.’
‘Iemand anders meldt dit vast.’
‘Dit is niet mijn verantwoordelijkheid.’
Dat kan voorkomen in bedrijven, gezinnen, scholen, religieuze groepen en andere gemeenschappen.
Het bewijst niet dat zo’n groep onverschillig is. Het laat vooral zien dat verantwoordelijkheid soms onduidelijk kan worden verdeeld.

Hoe kan dit herkenbaar zijn bij Jehovah’s Getuigen?

Ook binnen een religieuze gemeenschap kan iemand denken:
‘Een ouderling zal dit wel oppakken.’
of:
‘Als dit echt belangrijk was, zou iemand anders wel iets zeggen.’
Dat kan een normaal groepsproces zijn.
Het betekent niet dat Jehovah’s Getuigen als groep minder behulpzaam zijn. Het mechanisme is algemeen menselijk.

Verschil met het omstander-middeneffect

De begrippen liggen dicht bij elkaar.
Omstander-effect: mensen handelen soms minder snel doordat anderen aanwezig zijn.
Omstander-middeneffect: bredere situatie waarin mensen naar elkaar kijken, stilte als instemming interpreteren en gezamenlijk blijven afwachten.

OMSTANDER-EFFECT

‘iemand anders
zal wel helpen’


OMSTANDER-MIDDENEFFECT

‘niemand zegt iets,
dus waarschijnlijk
hoeft niemand iets te doen’

Hoe doorbreek je het?

Maak verantwoordelijkheid zo concreet mogelijk.

NIET:

‘Kan iemand helpen?’


WEL:

‘U daar,
belt u 112.’

Vraag jezelf:
‘Wat kan ík nu concreet doen?’
En wanneer een situatie buiten je deskundigheid valt: schakel professionele hulp in.

Wat kun je ermee?

Drie eenvoudige vragen kunnen helpen:

1. Is er werkelijk
iemand anders bezig?

2. Wat kan ik
zelf veilig doen?

3. Wie kan ik
concreet inschakelen?

In een noodsituatie geldt: eerst veiligheid beoordelen en waar nodig professionele hulp inschakelen.

Vragen om over na te denken

  • Wanneer wacht ik zelf op anderen voordat ik handel?

  • Maak ik uit stilte soms op dat er niets aan de hand is?

  • Welke verantwoordelijkheid verwacht ik automatisch van een ander?

  • Wat maakt een situatie voor mij onduidelijk?

  • Durf ik één concrete taak op mij te nemen?

  • Kan ik iemand direct aanwijzen wanneer hulp nodig is?

Samenvatting

Het omstander-effect beschrijft dat mensen in sommige situaties minder snel ingrijpen wanneer meerdere anderen aanwezig zijn.

veel omstanders
      ↓
verantwoordelijkheid
voelt verspreid
      ↓
iedereen kijkt
naar elkaar
      ↓
actie kan uitblijven

Dat betekent niet dat mensen onverschillig zijn.
Vaak spelen onduidelijkheid, sociale informatie en diffusie van verantwoordelijkheid mee.
Daarom kan iets eenvoudigs veel verschil maken:
maak verantwoordelijkheid persoonlijk en concreet.

Bronnen en verdieping

John M. Darley & Bibb Latané – Bystander Intervention in Emergencies: Diffusion of Responsibility, 1968. Klassiek experimenteel onderzoek naar de invloed van andere aanwezigen op hulpgedrag.
Bibb Latané & John M. Darley – The Unresponsive Bystander: Why Doesn’t He Help?, 1970. Grondleggend werk over het omstander-effect.
Peter Fischer e.a. – The Bystander-Effect: A Meta-Analytic Review on Bystander Intervention in Dangerous and Non-Dangerous Emergencies, 2011. Meta-analyse waaruit blijkt dat het effect sterk afhankelijk is van context en gevaar.
Kipling D. Williams – Ostracism: The Power of Silence, 2001. Relevant voor de bredere sociale processen rond reageren, afwachten en sociale signalen.

Lees ook

Omstander-middeneffect – Wanneer een groep door wederzijds afwachten tot stilstand komt.
Sociale invloed – Hoe anderen onze inschattingen en keuzes mede beïnvloeden.
Groepsdruk – Wanneer groepsnormen invloed krijgen op gedrag.
Zelfcensuur – Wanneer je iets niet zegt vanwege mogelijke gevolgen.
Autonoom denken – Zelf een oordeel vormen zonder automatisch met de groep mee te gaan.