Herkenbare vragen
- Waarom kunnen mensen met weinig kennis soms heel stellig klinken?
- Waarom kan meer kennis er juist voor zorgen dat iemand meer nuances en uitzonderingen ziet?
- Betekent veel zelfvertrouwen dat iemand deskundig is?
- Kunnen experts zichzelf óók verkeerd inschatten?
- Waarom merk ik soms pas hoeveel ik niet weet nadat ik me ergens verder in verdiep?
- Hoe herken ik de grenzen van mijn eigen kennis?
- En klopt het eigenlijk dat onwetende mensen altijd denken dat ze experts zijn?
Wat is het Dunning-Kruger-effect?
Het Dunning-Kruger-effect dankt zijn naam aan psychologen Justin Kruger en David Dunning. In hun oorspronkelijke onderzoek uit 1999 onderzochten zij hoe goed mensen hun eigen prestaties konden inschatten bij taken rond humor, grammatica en logisch redeneren.
De deelnemers die objectief het laagst scoorden, schatten hun eigen relatieve prestaties gemiddeld aanzienlijk te hoog in. Kruger en Dunning stelden voor dat een deel van de verklaring lag in metacognitie: om je eigen fouten te herkennen, heb je soms dezelfde kennis nodig als om de taak goed uit te voeren.
Bijvoorbeeld:
Ik weet nog weinig
over een onderwerp
↓
Ik mis ook kennis
waarmee ik mijn eigen
fouten kan herkennen
↓
Mijn zelfinschatting
kan onnauwkeurig zijnMaar daaruit volgt níét:
weinig kennis
=
heel veel
zelfvertrouwenDat is een populaire vereenvoudiging van het oorspronkelijke onderzoek.
Wat vonden Dunning en Kruger oorspronkelijk?
In hun bekende onderzoeken scoorden deelnemers uit het laagste kwartiel objectief gemiddeld rond het 12e percentiel, terwijl zij hun prestaties zelf ongeveer rond het 62e percentiel plaatsten.
Het opvallende was dus vooral de afstand tussen werkelijke prestatie en zelfinschatting.
Dat is iets anders dan zeggen dat deze deelnemers zichzelf allemaal briljant vonden.
Iemand kan bijvoorbeeld denken:
“Ik denk dat ik hier redelijk in ben.”
terwijl zijn daadwerkelijke prestatie veel lager ligt.
Een veel begaafdere deelnemer kan denken:
“Ik ben hier behoorlijk goed in.”
en nog steeds méér zelfvertrouwen hebben dan de beginner.
Dunning-Kruger gaat
vooral over:
werkelijke prestatie
↕
zelfinschatting
niet simpelweg over:
“domme mensen
zijn heel zeker”Dat onderscheid is belangrijk.
Waarom kan zelfinschatting moeilijk zijn?
Om te beoordelen of je iets goed hebt gedaan, moet je vaak weten hoe goed eruitziet.
Stel dat je nauwelijks Spaans spreekt.
Je schrijft:
Yo gusto comer.
Het klinkt voor jou misschien prima.
Iemand met meer kennis ziet onmiddellijk dat er grammaticaal iets niet klopt.
De kennis die nodig is om een goede zin te maken helpt dus óók om te herkennen wanneer een zin niet goed is.
Dat was een belangrijk onderdeel van de oorspronkelijke verklaring van Kruger en Dunning.
Vaardigheid helpt bij:
iets goed doen
+
beoordelen
of je het goed doetDit vermogen om je eigen denken, kennis of prestaties te beoordelen noemen psychologen metacognitie.
Maar het wetenschappelijke verhaal is ingewikkelder geworden
Sinds 1999 is veel onderzoek gedaan naar het Dunning-Kruger-effect.
Daaruit is een belangrijke discussie ontstaan.
Verschillende onderzoekers hebben erop gewezen dat de klassieke Dunning-Kruger-grafiek gedeeltelijk kan ontstaan door statistische verschijnselen zoals regressie naar het gemiddelde, meetfouten en de manier waarop deelnemers in groepen of kwartielen worden verdeeld.
Een onderzoek uit 2020 concludeerde bijvoorbeeld dat de klassieke methode om het effect te meten sterk vertekend kan zijn en vond met andere analysemethoden nauwelijks steun voor een betekenisvol Dunning-Kruger-effect bij intelligentie.
Een onderzoek uit 2022 ging nog verder. Daarin waren minder goede presteerders gemiddeld juist minder zelfverzekerd dan betere presteerders. De onderzoekers concludeerden dat het klassieke patroon grotendeels door statistische regressie werd veroorzaakt en vonden geen steun voor de oorspronkelijke double burden-verklaring in hun taak.
En in onderzoek naar creativiteit uit 2024 werd eveneens geen sterke ondersteuning gevonden voor een algemeen Dunning-Kruger-effect.
Daarom is tegenwoordig een voorzichtigere uitleg beter:
Oorspronkelijk onderzoek:
lage prestaties
+
onnauwkeurige zelfinschatting
+
mogelijke metacognitieve oorzaak
Later onderzoek:
een deel kan echt zijn
maar een deel van het
klassieke patroon kan ook
statistisch ontstaanHet Dunning-Kruger-effect is dus geen simpele natuurwet die overal hetzelfde optreedt.
Beginners zijn niet automatisch overmoedig
Een veelgedeelde afbeelding op internet laat vaak een enorme piek zien:
“Mount Stupid”
waarbij iemand na een klein beetje kennis extreem zelfverzekerd zou worden, daarna in een vallei van wanhoop terechtkomt en uiteindelijk langzaam wijsheid opbouwt.
Dat schema wordt vaak met het Dunning-Kruger-effect verbonden, maar het is niet de grafiek uit het oorspronkelijke onderzoek van Kruger en Dunning.
Het oorspronkelijke onderzoek bewees dus niet:
“Iedere beginner denkt na vijf minuten dat hij expert is.”
Beginners kunnen juist ook onzeker zijn.
Sommige mensen onderschatten zichzelf.
Andere mensen overschatten zichzelf.
En experts kunnen eveneens fouten maken in hun zelfbeoordeling.
Meer kennis kan wél zichtbaar maken hoeveel er te weten valt
Hoewel de populaire Dunning-Kruger-grafiek te eenvoudig is, is het heel herkenbaar dat verdieping nieuwe complexiteit zichtbaar maakt.
Iemand leest bijvoorbeeld één artikel over een juridisch probleem en denkt:
“Dit is toch heel simpel?”
Een jurist met twintig jaar ervaring zegt misschien:
“Dat hangt ervan af.”
“Er bestaat een uitzondering.”
“In deze situatie geldt andere jurisprudentie.”
“Daar kan ik zonder het dossier geen verantwoord antwoord op geven.”
Weinig informatie
“Het lijkt eenvoudig”
↓
Meer kennis
“Er blijken uitzonderingen,
voorwaarden en onzekerheden”Die voorzichtigheid betekent niet automatisch dat de expert minder weet.
Soms is het juist een gevolg van beter begrijpen waar de grenzen van de eigen kennis liggen.
Maar ook dit is geen vaste regel. Experts kunnen eveneens te zelfverzekerd zijn. Onderzoek heeft zelfs laten zien dat deskundigheid onder bepaalde omstandigheden gepaard kan gaan met een illusie dat men iets beter kan uitleggen dan daadwerkelijk het geval blijkt.
Zelfvertrouwen en deskundigheid zijn niet hetzelfde
We gebruiken zelfvertrouwen vaak onbewust als aanwijzing voor deskundigheid.
Iemand zegt:
“Ik weet honderd procent zeker dat dit zo is.”
Dat klinkt overtuigender dan:
“Op basis van wat we nu weten lijkt dit het waarschijnlijkst, maar er zijn beperkingen.”
Maar de eerste persoon hoeft niet méér te weten.
Onderzoek naar vertrouwen en prestaties laat zien dat zelfvertrouwen wel enige informatie kan bevatten, maar verre van perfect samenvalt met werkelijke nauwkeurigheid. Een grote meta-analyse van 213 datasets vond bijvoorbeeld slechts een bescheiden verband tussen gemiddelde zekerheid en daadwerkelijke nauwkeurigheid.
ZEKER KLINKEN
≠
DESKUNDIG ZIJN
VOORZICHTIG KLINKEN
≠
WEINIG WETENDe inhoud van het argument blijft belangrijker dan de overtuigingskracht waarmee iemand het uitspreekt.
En experts dan?
Een diploma of jarenlange ervaring maakt iemand niet onfeilbaar.
Zelfbeoordeling blijkt ook onder professionals beperkt te kunnen zijn. Een systematische review van artsen vond bijvoorbeeld dat zelfbeoordelingen lang niet altijd goed overeenkwamen met externe metingen van competentie.
Over verschillende domeinen heen is het verband tussen hoe goed mensen denken dat ze zijn en hoe goed ze objectief presteren gemiddeld slechts matig. Een overzicht van 22 meta-analyses vond een gemiddelde correlatie van ongeveer 0,29.
Dus:
Beginner
kan zichzelf
verkeerd inschatten
Expert
kan zichzelf
verkeerd inschatten
Iedereen heeft
feedback en bewijs nodigDeskundigheid blijft belangrijk.
Maar deskundigheid en perfecte zelfkennis zijn niet hetzelfde.
Waarom is “ik weet het niet” waardevol?
Bij ingewikkelde onderwerpen is er soms onvoldoende informatie om een sterk antwoord te geven.
Dan is:
“Ik weet het niet.”
geen zwakte.
Het kan juist betekenen dat iemand de grens tussen kennis en speculatie herkent.
Dat raakt aan het begrip intellectuele bescheidenheid (intellectual humility). Een belangrijk onderdeel daarvan is kunnen erkennen dat je overtuigingen en kennis beperkt of feilbaar kunnen zijn. Onderzoekers beschrijven dit juist als een metacognitief besef van de beperkingen van de eigen kennis.
“Ik weet het”
“Ik vermoed het”
“Hier is bewijs voor”
“Ik weet het nog niet”Dit zijn vier verschillende uitspraken.
Goed denken betekent ze niet met elkaar verwarren.
Voorbeeld uit het dagelijks leven
Iemand leest in één weekend enkele artikelen over een ingewikkeld juridisch conflict.
Daarna zegt hij:
“De rechter hoeft alleen dit artikel uit de wet toe te passen. Klaar.”
Een jurist zegt:
“Dat wetsartikel is relevant, maar er zijn uitzonderingen, eerdere uitspraken en feiten uit het dossier die bepalen hoe het wordt toegepast.”
De beginner hoeft niet dom te zijn.
Hij beschikt alleen nog niet noodzakelijk over voldoende kennis om te zien welke informatie ontbreekt.
“Ik zie één regel”
versus
“Ik zie de regel,
uitzonderingen,
jurisprudentie
en ontbrekende feiten”Maar ook de jurist moet argumenten en bronnen kunnen geven. Het etiket expert is geen vervanging voor bewijs.
Het internet maakt stellige deskundigheid gemakkelijk
Online kan iemand binnen enkele uren veel informatie over een onderwerp verzamelen.
Dat is waardevol.
Maar er bestaat verschil tussen:
informatie hebben gelezen,
informatie begrijpen,
de kwaliteit ervan kunnen beoordelen,
en professionele of wetenschappelijke expertise hebben.
Dat geldt bijvoorbeeld voor recht, psychologie, geneeskunde, geschiedenis, theologie en statistiek.
Een paar artikelen kunnen iemand een goede eerste indruk geven.
Ze maken iemand niet automatisch deskundige.
Informatie vinden
↓
is niet automatisch
informatie beoordelen
↓
is niet automatisch
expertiseTegelijk heeft een niet-deskundige het recht om vragen te stellen aan deskundigen. Kritisch denken betekent niet dat je alleen experts mag geloven.
Hoe kan dit voorkomen binnen hechte overtuigingsgemeenschappen?
Binnen iedere gemeenschap kunnen eenvoudige en stellige verklaringen aantrekkelijk zijn.
Dat kan voorkomen binnen religieuze gemeenschappen, online groepen, professionele kringen en groepen van voormalige leden.
Wanneer veel mensen om je heen dezelfde verklaring gebruiken, kan die vanzelf vertrouwd en volledig gaan voelen.
Het Dunning-Kruger-effect mag daarbij echter niet worden gebruikt als gemakkelijke verklaring:
“Zij weten weinig, daarom denken ze dat ze alles weten.”
Daarvoor is het begrip wetenschappelijk te genuanceerd.
Een betere aanpak is:
Niet:
“Hoe zeker klinkt hij?”
Maar:
“Waar baseert hij
dit precies op?”Hoe kan dit herkenbaar zijn rond Jehovah’s Getuigen?
Zowel Jehovah’s Getuigen als voormalige Jehovah’s Getuigen kunnen zeer overtuigd zijn van hun conclusies.
Een actieve Getuige kan veel kennis hebben van JW-publicaties en de eigen Bijbeluitleg.
Een voormalige Getuige kan veel kritische literatuur, historische documenten of persoonlijke verhalen hebben bestudeerd.
Maar bekendheid met één verzameling bronnen maakt iemand niet automatisch deskundig op ieder onderwerp dat daarmee samenhangt.
Bijvoorbeeld:
Bijbelwetenschap vraagt specifieke deskundigheid.
Historisch onderzoek vraagt bronkritiek en context.
Medische onderwerpen vragen medische expertise.
Psychologische begrippen vragen psychologische kennis en onderzoek.
Dat geldt voor beide kanten.
“Ik heb hier
veel over gelezen”
kan waar zijn
zonder dat:
“Ik ben daarom
expert op dit gebied”
ook waar isDaarom is het zinvoller om naar bronnen, argumenten en relevante deskundigheid te kijken dan naar groepslidmaatschap.
Psychologie kan bovendien niet uit iemands zelfvertrouwen bepalen of zijn religieuze conclusie waar of onwaar is.
Gebruik Dunning-Kruger niet als belediging
Online wordt Dunning-Kruger vaak gebruikt als nette manier om te zeggen:
“Jij bent te dom om te begrijpen dat je dom bent.”
Dat is geen zorgvuldig gebruik van het begrip.
Je kunt iemands intelligentie of deskundigheid niet diagnosticeren uit één stellige opmerking.
En wanneer twee mensen het oneens zijn, kun je niet simpelweg degene die volgens jou ongelijk heeft met Dunning-Kruger verklaren.
“Jij bent heel zeker
en ik vind dat je
ongelijk hebt”
≠
bewijs van
Dunning-KrugerEen veel betere reactie is:
“Welke argumenten en bronnen ondersteunen jouw conclusie?”
Hoe weet je of iemand deskundig is?
Zelfvertrouwen is dus onvoldoende.
Je kunt beter kijken naar meerdere aanwijzingen:
Heeft iemand relevante opleiding of aantoonbare ervaring?
Werkt hij binnen het gebied waarover hij uitspraken doet?
Kan hij betrouwbare bronnen geven?
Maakt hij onderscheid tussen feiten en interpretaties?
Kan hij uitleggen waar onzekerheid bestaat?
Past hij zijn mening aan wanneer goed bewijs daarom vraagt?
Erkennen andere deskundigen zijn expertise?
Geen enkel punt garandeert dat iemand gelijk heeft.
Maar samen geven ze meer informatie dan alleen:
“Hij klinkt heel overtuigend.”
Wat weet ik zelf eigenlijk?
Het begrip wordt het nuttigst wanneer je het niet gebruikt om anderen te beoordelen, maar als aanleiding om je eigen kennis te onderzoeken.
Vraag:
Hoe weet ik dit?
Waar heb ik deze informatie vandaan?
Heb ik de oorspronkelijke bron gezien?
Hoeveel heb ik werkelijk over dit onderwerp bestudeerd?
Welke deskundigheid is nodig om dit goed te beoordelen?
Welke delen begrijp ik nog niet?
Wat zou iemand die hier veel meer van weet aan mijn uitleg toevoegen?
Een eenvoudige indeling kan helpen:
WAT WEET IK?
Goed onderbouwd
WAT DENK IK?
Mijn interpretatie
WAT VERMOED IK?
Nog onzeker
WAT WEET IK NIET?
Nog onderzoekenDie laatste categorie is geen tekortkoming.
Iedere deskundige heeft er één.
Intellectuele bescheidenheid is niet hetzelfde als onzekerheid
Intellectuele bescheidenheid betekent niet:
“Mijn mening is waarschijnlijk waardeloos.”
En ook niet:
“Iedereen heeft evenveel gelijk.”
Het betekent eerder:
“Ik heb redenen
voor mijn conclusie
maar ik kan
iets missen
en goed bewijs
mag mijn mening
veranderen”Je kunt dus tegelijk overtuigd én intellectueel bescheiden zijn.
Bijvoorbeeld:
“Op basis van het beschikbare bewijs denk ik dat dit de beste verklaring is. Maar ik sta open voor beter bewijs.”
Dat is iets anders dan voortdurend aan jezelf twijfelen.
Wat kun je ermee?
Gebruik je eigen zelfvertrouwen niet als bewijs.
Wanneer je heel zeker bent van iets, kun je juist vragen:
“Waarop baseer ik deze zekerheid?”
Zoek bij complexe onderwerpen deskundigheid én meerdere betrouwbare bronnen.
Vraag deskundigen niet alleen naar hun conclusie, maar ook:
Hoe weten we dit?
Waarover bestaat overeenstemming?
Waarover bestaat nog discussie?
Welke beperkingen heeft dit bewijs?
En geef jezelf toestemming te zeggen:
“Daar weet ik nog onvoldoende van.”
Niet weten
↓
onderzoeken
↓
meer begrijpen
↓
nieuwe vragen zien
is geen falen
het is lerenVragen om over na te denken
Over welke onderwerpen spreek ik misschien stelliger dan mijn kennis rechtvaardigt?
Hoe weet ik wat ik denk te weten?
Heb ik vooral samenvattingen gelezen of ook oorspronkelijke bronnen?
Welke opleiding of deskundigheid is nodig om dit onderwerp goed te beoordelen?
Kan ik uitleggen wat de belangrijkste onzekerheden zijn?
Verwar ik zelfvertrouwen bij iemand soms met deskundigheid?
Wantrouw ik een deskundige soms juist omdat die voorzichtiger formuleert?
Kan ik erkennen dat iemand met wie ik het oneens ben op een bepaald punt meer deskundigheid heeft dan ik?
Kan ik zeggen “ik weet het niet” zonder mij daardoor minderwaardig te voelen?
Welke informatie zou mijn huidige oordeel kunnen veranderen?
En misschien de belangrijkste:
Weet ik dit?
Denk ik dit?
Of denk ik vooral
dat ik het weet?Samenvatting
Het Dunning-Kruger-effect verwijst oorspronkelijk naar onderzoek waarin slecht presterende deelnemers hun eigen prestaties relatief sterk overschatten. Kruger en Dunning verklaarden dit deels vanuit een metacognitief probleem: sommige kennis die nodig is om een taak goed uit te voeren, is ook nodig om je eigen fouten te herkennen.
Maar het populaire idee:
“Hoe minder iemand weet, hoe zekerder hij is.”
is te eenvoudig.
Latere onderzoeken hebben aangetoond dat statistische effecten een belangrijk deel van het klassieke patroon kunnen verklaren, en sommige recente studies vinden weinig of geen steun voor de sterke oorspronkelijke interpretatie.
Daarom kunnen we beter onthouden:
Zelfvertrouwen
≠
deskundigheid
Deskundigheid
≠
onfeilbaarheid
“Ik weet het niet”
≠
onwetendheidHet nuttigste inzicht is niet dat andere mensen niet weten wat ze niet weten.
Het is dat ieder van ons grenzen heeft aan wat we weten én aan hoe goed we die grenzen kunnen inschatten.
Bronnen en verdieping
Justin Kruger & David Dunning (1999), Unskilled and Unaware of It: How Difficulties in Recognizing One's Own Incompetence Lead to Inflated Self-Assessments, Journal of Personality and Social Psychology, 77(6), 1121–1134. Het oorspronkelijke onderzoek waarop het Dunning-Kruger-effect is gebaseerd.
Gilles E. Gignac & Marcin Zajenkowski (2020), The Dunning-Kruger effect is (mostly) a statistical artefact: Valid approaches to testing the hypothesis with individual differences data, Intelligence, 80, 101449. Kritische analyse die laat zien dat klassieke methoden om het effect aan te tonen gevoelig zijn voor statistische vertekening en in hun gegevens weinig steun vond voor een betekenisvol effect.
Robin Kramer e.a. (2022), Skill and self-knowledge: empirical refutation of the dual-burden account of the Dunning-Kruger effect. Registered Report waarin de klassieke Dunning-Kruger-vorm grotendeels door prestatiescores en statistische regressie werd verklaard; slechte presteerders waren in deze studie niet méér zelfverzekerd dan goede presteerders.
John R. Magnus & Anatoly A. Peresetsky (2022), A Statistical Explanation of the Dunning-Kruger Effect. Geeft een statistische verklaring waarmee het bekende patroon kan ontstaan zonder de oorspronkelijke psychologische verklaring te hoeven aannemen.
Izabela Lebuda e.a. (2024), No strong support for a Dunning–Kruger effect in creativity, Scientific Reports, 14, 11883. Onderzoek waarin geen sterke ondersteuning werd gevonden voor het effect bij creatieve vaardigheden en waarin de statistische discussie rond klassieke Dunning-Kruger-analyses wordt besproken.
Ethan Zell & Zlatan Krizan (2014), Do People Have Insight Into Their Abilities? A Metasynthesis. Analyse van 22 meta-analyses waaruit blijkt dat de overeenkomst tussen zelfbeoordeling en objectieve prestaties gemiddeld slechts matig is en sterk afhankelijk is van het domein en de meetmethode.
Matthew Fisher & Frank C. Keil (2016), The Curse of Expertise: When More Knowledge Leads to Miscalibrated Explanatory Insight. Laat zien dat ook deskundigheid onder bepaalde omstandigheden gepaard kan gaan met overschatting van het eigen begrip.
Mark R. Leary e.a. / overzicht intellectuele bescheidenheid, Nature Reviews Psychology (2022). Bespreekt intellectuele bescheidenheid als het herkennen van beperkingen in de eigen kennis en overtuigingen en de mogelijke voordelen daarvan voor denken en besluitvorming.