Kennisbibliotheek › Familie en relaties
Kinderen opvoeden na Jehovah's Getuigen
Veiligheid, vrijheid en eerlijkheid
Voor ouders die Jehovah's Getuigen verlaten, komt er een extra laag bij het herstelproces. Je denkt niet alleen na over je eigen vrijheid, maar ook over de vrijheid en het welzijn van je kinderen. Wat vertel je hen? Hoe praat je over familie die nog Jehovah's Getuige is? Wat doe je met verjaardagen, feestdagen, Armageddon, gebed, bloedtransfusies, schoolactiviteiten en loyaliteitsconflicten? Veel ouders willen voorkomen dat hun kinderen dezelfde angst, schuldgevoelens of onzekerheid ervaren als zijzelf. Tegelijkertijd willen ze hun kinderen niet belasten met volwassen conflicten. Dat evenwicht vinden is niet eenvoudig. Eerlijkheid is belangrijk, maar kinderen hebben uitleg nodig die past bij hun leeftijd en ontwikkeling. Jouw kind heeft veiligheid nodig Kinderen ontwikkelen zich het best wanneer zij zich veilig voelen, zichzelf mogen zijn en vragen durven stellen. Dat sluit aan bij wat psychologen beschrijven als een belangrijke voorwaarde voor een gezonde ontwikkeling (zie ook het artikel over de piramide van Maslow). Een helpende basiszin kan zijn: "Bij mij mag je alles vragen." Voor kinderen die opgroeien in een omgeving waarin verschillende overtuigingen naast elkaar bestaan, is dat een krachtige boodschap. Vragen worden niet bestraft. Twijfel hoeft niet eng te zijn. Liefde is niet afhankelijk van dezelfde mening hebben. Het belangrijkste wat je je kind kunt geven, is het gevoel dat het veilig is om zichzelf te zijn. Laat vragen welkom zijn Binnen Jehovah's Getuigen worden antwoorden sterk gestuurd door de publicaties en richtlijnen van de organisatie. Veel kinderen ervaren daardoor weinig ruimte om zelf vragen te onderzoeken. Probeer thuis juist een andere sfeer te creëren. Laat merken dat geen enkele vraag dom, verkeerd of verboden is. Ook als je het antwoord niet weet, mag je eerlijk zeggen: "Dat weet ik eigenlijk niet." Kinderen hoeven geen perfecte antwoorden te krijgen. Ze hebben ouders nodig bij wie ze zich veilig voelen. Help je kind zelfstandig denken Het doel is niet dat je kind jouw mening overneemt. Het doel is dat het leert zélf na te denken. In plaats van direct antwoorden te geven, kun je vragen stellen als: "Hoe denk jij daar zelf over?" "Wat voel jij daarbij?" "Waarom denk je dat?" Zo ontwikkelt een kind een eigen geweten, een eigen identiteit en een eigen manier van denken. Jij bent niet degene die bepaalt wie je kind moet worden. Je begeleidt je kind terwijl het ontdekt wie het zelf is. Omgaan met familie die nog Jehovah's Getuige is Wanneer kinderen contact hebben met familieleden die nog Jehovah's Getuige zijn, is het verstandig om vooraf duidelijke, rustige afspraken te maken. Bijvoorbeeld: Opa en oma mogen vertellen wat zij geloven, maar zij mogen je niet bang maken. Je hoeft nooit geheimen te bewaren over gesprekken die je onrustig maken. Als iemand zegt dat papa of mama verkeerde keuzes maakt omdat hij of zij geen Jehovah's Getuige meer is, mag je dat altijd thuis vertellen. Respect voor familie hoeft nooit ten koste te gaan van de veiligheid van je kind. Angst voor Armageddon Sommige kinderen zijn bang dat de wereld binnenkort vernietigd wordt of dat zij hun ouders zullen verliezen. Neem die angst serieus. Zeg niet alleen: "Dat is onzin." Voor een bang kind voelt dat vaak niet helpend. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: "Ik begrijp dat dit je bang maakt. Ik geloof niet dat jij bang hoeft te zijn dat de wereld morgen vergaat. In ons huis mogen we rustig praten over moeilijke onderwerpen." Veiligheid ontstaat wanneer een kind zich gehoord voelt. Feestdagen en verjaardagen Voor sommige gezinnen voelen feestdagen als een bevrijding. Voor anderen roepen ze juist spanning, schaamte of verdriet op. Beide reacties zijn normaal. Je hoeft niet ineens alles groots aan te pakken. Begin klein. Misschien met: een taart; een kaart; een cadeautje; een etentje; een paar slingers. Vraag vooral wat je kind zelf wil. Wil je je verjaardag vieren? Zo ja, hoe? Zo nee, dan is dat ook goed. Er hoeft niets. Er is geen goed of fout. Het belangrijkste is dat je kind ervaart dat vreugde en vieren veilig mogen zijn. Loyaliteitsconflicten Veel kinderen voelen zich verscheurd tussen ouders en familieleden. Probeer daarom respectvol over familie te blijven spreken. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: "Opa en oma geloven dit echt. Wij maken andere keuzes." Daarmee keur je schadelijk gedrag niet goed, maar voorkom je wel dat je kind het gevoel krijgt te moeten kiezen tussen mensen van wie het houdt. Probeer ook niet om je kind ervan te overtuigen dat het geloof onwaar is. Kinderen die zijn opgegroeid als Jehovah's Getuige kennen vaak geen andere werkelijkheid. Nieuwe informatie kan verwarrend zijn en weerstand oproepen. Geef je kind daarom vooral tijd. Vragen ontstaan vaak vanzelf wanneer kinderen zich veilig voelen. Ook gevoelens mogen naast elkaar bestaan. Een kind mag opa en oma missen én boos zijn. Een kind mag familie die Jehovah's Getuige is liefhebben én sommige regels moeilijk vinden. Dat is gezond. Neem je eigen verdriet niet op de schouders van je kind Het verlaten van Jehovah's Getuigen brengt vaak veel verdriet met zich mee. Je kunt familie verliezen, vrienden kwijtraken en afscheid nemen van een leven dat jarenlang belangrijk voor je was. Dat verdriet mag er zijn. Probeer je kind er alleen niet verantwoordelijk voor te maken. Het hoeft jouw verlies niet te dragen. Kinderen hebben al genoeg aan hun eigen verwerking. Zoek daarom ook steun bij andere volwassenen, lotgenoten of een hulpverlener. Geef je kind keuzevrijheid Geef je kind, waar dat mogelijk is, ruimte om zelf keuzes te maken. Misschien wil het een keer mee naar een familiebijeenkomst. Misschien juist niet. Misschien wil het meer weten over jouw vroegere geloof. Misschien wil het er voorlopig helemaal niet over praten. Door ruimte te geven, doorbreek je het patroon waarin één autoriteit bepaalt wat iemand moet denken, voelen of geloven. Wanneer zoek je hulp? Sommige kinderen hebben extra ondersteuning nodig. Signalen kunnen zijn: nachtmerries; angst voor Armageddon of de dood; schuldgevoelens; dwangmatig bidden; niet durven genieten; somberheid; paniek bij religieuze onderwerpen. Neem deze signalen serieus. Bespreek je zorgen met de huisarts. Die kan verwijzen naar de POH-GGZ, een praktijkondersteuner geestelijke gezondheidszorg. Deze begeleiding is laagdrempelig en kinderen kunnen vaak snel terecht. Wanneer meer gespecialiseerde hulp nodig is, kan de huisarts doorverwijzen naar een psycholoog of een gespecialiseerde GGZ-instelling. Het is prettig wanneer een hulpverlener enige kennis heeft van religieuze trauma's of van Jehovah's Getuigen. Als achtergrondinformatie kun je eventueel de documentaire Jehovah – Van God los aanraden, zodat de behandelaar beter begrijpt in welke omgeving je kind is opgegroeid. Je hoeft geen perfecte ouder te zijn Veel ouders voelen na het verlaten van Jehovah's Getuigen de druk om alles nu goed te doen. Maar perfecte ouders bestaan niet. Je zult fouten maken. Dat hoort bij opvoeden. Juist door eerlijk te zeggen: "Sorry, dat had ik anders willen doen." laat je je kind zien dat mensen mogen leren, groeien en fouten mogen herstellen. Dat is misschien wel één van de belangrijkste lessen die je je kind kunt meegeven. Tot slot Opvoeden na Jehovah's Getuigen gaat uiteindelijk niet over het vervangen van de ene overtuiging door de andere. Het gaat over het creëren van een thuis waarin liefde niet afhankelijk is van gehoorzaamheid, waarin vragen welkom zijn en waarin een kind zichzelf mag ontdekken. Je hoeft je kind niet te vertellen wat het moet denken. Het mooiste wat je kunt geven, is de vrijheid om te leren hoe het zelf kan denken. Na het verlaten van Jehovah's Getuigen hebben kinderen geen perfecte ouders nodig. Ze hebben behoefte aan veiligheid , de vrijheid om zichzelf te zijn en de eerlijkheid om moeilijke onderwerpen samen bespreekbaar te maken.