Kennisbibliotheek › Familie en relaties
Co-ouderschap als één ouder Jehovah’s Getuige is
Hoe geef je je kind veiligheid en ruimte wanneer ouders verschillend denken over geloof en opvoeding?
Co-ouderschap als één ouder Jehovah’s Getuige is Herkenbare vragen Mijn kind zegt bij de ene ouder iets anders dan bij de andere. Liegt mijn kind, of probeert het ons allebei tevreden te houden? Wat doe ik als mijn kind ineens geen Sinterklaas of verjaardag meer wil vieren? Moet ik uitleggen wat het betekent om ongedoopte verkondiger te worden, of beïnvloed ik mijn kind dan juist? Hoe praat ik over Jehovah’s Getuigen zonder het geloof van de andere ouder af te breken? Wat als ik bang ben dat mijn kind uiteindelijk voor het geloof en de andere ouder kiest en afstand van mij neemt? En wanneer mag of moet ik ingrijpen als ik denk dat mijn kind onder druk staat? Als je gescheiden bent van een partner die Jehovah’s Getuige is of blijft, kan co-ouderschap extra uitdagingen met zich meebrengen. Je kind kan opgroeien met verschillende regels, overtuigingen en verwachtingen. Bij de ene ouder horen bijeenkomsten, velddienst en andere religieuze activiteiten misschien bij het dagelijks leven. Bij de andere ouder worden bijvoorbeeld verjaardagen, Sinterklaas of kerst gevierd en gelden op bepaalde gebieden andere waarden en regels. Die verschillen hoeven op zichzelf geen probleem te zijn. Het wordt vooral ingewikkeld wanneer een kind het gevoel krijgt dat een keuze voor de ene leefwijze tegelijkertijd een afwijzing van de andere ouder betekent. Een kind kan tussen twee ouders terechtkomen Kinderen zijn vaak loyaal aan beide ouders. Een kind kan daardoor heel goed aan zijn JG-ouder vertellen: “Ja, ik wil ongedoopte verkondiger worden.” En bij de andere ouder zeggen: “Ik weet eigenlijk nog niet of ik dat wil.” De eerste reactie kan zijn: Maar tegen wie liegt mijn kind dan? Toch hoeft zo'n verschil niet alleen om liegen of manipuleren te gaan. Een kind kan proberen aan te voelen welk antwoord iedere ouder graag wil horen. Onder het gedrag kan eigenlijk een andere vraag zitten: “Hoe kan ik eerlijk zijn zonder papa of mama verdriet te doen?” Een kind kan daarom dingen verzwijgen, antwoorden aanpassen, niet vertellen wat het bij de andere ouder heeft gedaan of proberen beide ouders gerust te stellen. Juist daarom is het belangrijk dat een kind niet voortdurend gevraagd wordt partij te kiezen. Hoe kan spanning bij een kind zichtbaar worden? Een kind zegt meestal niet: “Ik heb last van een loyaliteitsconflict.” Spanning kan zich op allerlei manieren laten zien. Een kind kan bijvoorbeeld: sneller boos of prikkelbaar worden; plotseling ontploffen om kleine dingen; zich terugtrekken; minder vertellen; voortdurend proberen het iedereen naar de zin te maken; bang zijn papa of mama teleur te stellen; bij beide ouders verschillende antwoorden geven; moeite hebben met keuzes maken; piekeren of slecht slapen; zich schuldig voelen als het bij de andere ouder iets leuk vindt; bang zijn voor Armageddon of voor wat er volgens het geloof met een ouder zal gebeuren; het gevoel krijgen het nooit voor iedereen goed te kunnen doen; angstig of somber worden. Soms kunnen er ernstigere problemen ontstaan, zoals depressieve klachten of zelfbeschadiging. Het is belangrijk om zulke ernstige klachten niet automatisch aan het geloof of de scheiding toe te schrijven. Zelfbeschadiging, ernstige somberheid en angst kunnen verschillende oorzaken hebben en verdienen professionele aandacht. Maar het is wél verstandig om bij veranderingen in gedrag niet alleen te vragen: “Waarom doet mijn kind zo moeilijk?” maar ook: “Welke spanning draagt mijn kind misschien met zich mee?” Wat als je kind geen Sinterklaas of haar verjaardag wil vieren Als ex-JG-ouder kun je denken: Dit komt niet van mijn kind. Dit is hem of haar verteld. Misschien denk je zelfs zeker te weten dat je kind zonder de invloed van de andere ouder wél zou willen gaan. Toch helpt het meestal niet om te zeggen: “Dat wil jij helemaal niet. Dat heeft papa/mama jou aangepraat.” Daarmee plaats je het kind opnieuw tussen twee standpunten. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: “Dat is goed. Je hoeft niet mee als je dat niet wilt. Als je er later anders over denkt, is dat ook goed.” Daarmee accepteer je niet automatisch de religieuze overtuiging achter de keuze. Je geeft je kind iets anders: de vrijheid om vandaag nee te zeggen en morgen misschien anders te denken. Zelfs wanneer je vermoedt dat een keuze sterk door de andere ouder of religieuze omgeving is beïnvloed, hoeft jouw reactie geen tegenovergestelde beïnvloeding te worden. Stimuleer zelfstandig denken, geen nieuw dogma Wanneer je zelf Jehovah’s Getuigen hebt verlaten, kun je de behoefte voelen je kind te waarschuwen of bepaalde standpunten uit te leggen. Je kent het geloof immers van binnenuit. Misschien zijn er dingen waarvan je achteraf denkt: Had iemand mij dit maar eerder verteld. Toch bestaat er een verschil tussen je kind leren nadenken en je kind vertellen wat het moet denken . In plaats van: “Dat klopt niet. Armageddon gaat helemaal niet zo gebeuren.” kun je bijvoorbeeld vragen: “Wat heb je daarover gehoord?” “Hoe denk jij daar zelf over?” “Hoe zou je kunnen onderzoeken of iets waar is?” “Zijn er mensen die daar anders over denken?” “Vind je dat je hierover vragen mag stellen?” “Hoe voelt die gedachte voor jou?” Kritisch of zelfstandig denken betekent dus niet: “Leer je kind dat het geloof van de andere ouder fout is.” Het betekent: “Leer je kind dat het vragen mag stellen, informatie mag onderzoeken, verschillende standpunten mag horen en uiteindelijk een eigen conclusie mag vormen.” Dat geldt beide kanten op. Je kind hoeft de JG-ouder niet automatisch te geloven. Maar het hoeft de ex-JG-ouder evenmin automatisch te geloven. Praat respectvol over de andere ouder Hoe moeilijk de relatie met je ex-partner misschien ook is, probeer onderscheid te maken tussen: “Ik ben het niet eens met wat papa/mama gelooft.” en: “Papa/mama is dom, gehersenspoeld of slecht.” Voor een kind is de gelovige ouder niet alleen een Jehovah’s Getuige . Het is zijn vader of moeder. Wanneer je voortdurend de identiteit of intelligentie van de andere ouder aanvalt, kan het kind dat ervaren als een aanval op iemand van wie het houdt — en soms zelfs als een aanval op een deel van zichzelf. Respectvol praten betekent niet dat je niets kritisch mag zeggen. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: “Papa gelooft dat. Ik geloofde dat vroeger ook. Inmiddels denk ik daar anders over. Als jij ooit wilt weten waarom, zal ik het je uitleggen.” Daarmee geef je informatie zonder van het kind te verlangen dat het onmiddellijk jouw conclusie overneemt. Wat betekent het om ongedoopte verkondiger te worden? Dit is een belangrijk punt wanneer een kind bij de JG-ouder opgroeit en aangeeft ongedoopte verkondiger te willen worden. Binnen Jehovah’s Getuigen is dat een concrete religieuze stap. Volgens hun eigen publicaties spreken ouderlingen met iemand voordat die als ongedoopte verkondiger wordt goedgekeurd. Daarbij wordt onder andere gekeken of de persoon de basisleerstellingen gelooft, volgens de normen leeft en werkelijk aan de prediking wil deelnemen. Bij een kind kunnen twee ouderlingen samen met het kind en de gelovige ouder bespreken of het kind ervoor in aanmerking komt. De eigen instructies vermelden vervolgens dat het kind wordt aangemoedigd om de doop als doel te stellen . Jehovah’s Getuigen hebben materiaal voor ouders en kinderen met de titel ‘Word een ongedoopte verkondiger’ . Oudere officiële instructies vermelden daarnaast dat van een ongedoopte verkondiger die naar de doop toegroeit geregeld vergaderingsbezoek en deelname aan de velddienst wordt verwacht. Het is dus begrijpelijk dat een niet-JG-ouder wil dat zijn of haar kind begrijpt wat deze stap inhoudt. Mag je je kind daarover informeren? Een kind beschermen tegen beïnvloeding betekent niet dat je belangrijke informatie moet achterhouden. Je kunt uitleggen wat ongedoopte verkondiger zijn volgens Jehovah’s Getuigen zelf inhoudt, zonder te zeggen: “Je mag dit niet worden.” Bijvoorbeeld: “Als jij dit graag wilt, wil ik dat je eerst goed begrijpt wat je kiest. Laten we samen bekijken wat Jehovah’s Getuigen zelf zeggen over ongedoopte verkondigers.” Vervolgens kun je vragen: “Waarom wil je dit graag?” “Welke dingen worden er daarna van je verwacht?” “Vind je die verwachtingen zelf prettig?” “Wat als je een tijdje niet meer wilt prediken of naar een bijeenkomst wilt?” “Heb je het gevoel dat je later ook mag zeggen dat je het toch niet meer wilt?” “Zou jij dit ook willen als papa of mama er helemaal geen mening over had?” Dat is iets anders dan proberen het kind van de stap af te houden. Je helpt het een geïnformeerde keuze te maken. Jehovah’s Getuigen schrijven zelf bovendien dat kinderen uiteindelijk zelf de beslissing over hun aanbidding moeten nemen. “Maar je bent nu ongedoopte verkondiger” Voor een kind kan een eerder gemaakte keuze later zwaarder gaan voelen. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat een kind geen zin meer heeft om naar een bijeenkomst te gaan, minder wil prediken of ineens toch graag een verjaardag zou willen vieren. Wanneer het dan hoort: “Maar je bent nu ongedoopte verkondiger. Je weet wat Jehovah van je verwacht,” kan de eerdere keuze als argument worden gebruikt om het kind aan zijn religieuze verantwoordelijkheid te herinneren. Dat betekent niet dat dit in ieder gezin gebeurt. Maar als je merkt dat je kind hierdoor onder druk staat, hoef je niet onmiddellijk de religieuze regel aan te vallen. Je kunt vragen: “Wat vind jij ervan dat dit nu tegen je wordt gezegd?” “Heb jij nog steeds het gevoel dat dit jouw keuze is?” “Als je geen ongedoopte verkondiger was, wat zou je dan zelf willen?” Zo praat je over de vrijheid van het kind zonder het antwoord voor te schrijven. Vergeet niet wat er bij de JG-ouder kan spelen Het is verleidelijk om alleen naar de druk vanuit de gelovige ouder te kijken. Maar probeer ook te begrijpen waarom die ouder zo sterk kan reageren. Een JG-ouder die werkelijk gelooft dat Armageddon komt en dat gehoorzaamheid aan Jehovah verbonden is met eeuwig leven, kan grote angst ervaren wanneer een kind afstand van het geloof neemt. Die ouder denkt misschien niet: “Ik wil mijn kind controleren.” Maar: “Ik wil mijn kind niet verliezen.” Als iemand werkelijk gelooft dat hij met zijn kinderen eeuwig in het paradijs kan leven, kan het vooruitzicht dat een kind Jehovah verlaat enorm pijnlijk zijn. Dat kan verdriet, angst en een sterke behoefte oproepen om het kind binnen het geloof te houden. Dat verklaart mogelijke druk. Het betekent niet dat iedere vorm van druk daardoor automatisch goed is voor een kind. Maar het helpt wel om te begrijpen dat beide ouders vanuit liefde kunnen handelen en tegelijkertijd tegenovergestelde dingen kunnen willen. De ex-JG-ouder staat óók onder druk Voor degene die Jehovah’s Getuigen heeft verlaten, kan de situatie minstens zo ingewikkeld zijn. Je probeert misschien voor het eerst vrij te leven volgens je eigen overtuigingen, terwijl je tegelijkertijd bang bent dat precies die vrijheid tegen je gebruikt wordt. Je zet een kerstboom neer. Je viert een verjaardag. Je hebt andere vrienden. Je denkt anders over relaties, kleding, muziek of uitgaan. En tegelijkertijd kan er een gedachte in je hoofd zitten: “Wat zullen mijn kinderen hiervan bij hun andere ouder vertellen?” Of: “Zullen ze mij hierdoor als werelds of slecht gaan zien?” Daardoor kan een ex-JG-ouder zichzelf opnieuw gaan aanpassen — ditmaal niet uit angst voor de gemeente, maar uit angst om de kinderen kwijt te raken. Wanneer je bijna je kerstboom uitzet Een voormalige Jehovah’s Getuige vertelde over een ervaring die dit dilemma goed zichtbaar maakt. Toen haar ex-partner, die Jehovah’s Getuige bleef, de kinderen bij haar thuisbracht, stond de kerstboom aan. Vanuit haar woning zag zij haar ex-partner met de kinderen in de auto voor haar huis bidden. Zij ervoer dat alsof de kinderen geestelijk werden voorbereid voordat zij het huis met de kerstboom binnengingen. Haar eerste reactie was: Misschien moet ik voortaan de kerstboom uitzetten wanneer hij de kinderen brengt. Niet omdat zij geen kerstboom wilde. Maar omdat zij bang was dat haar nieuwe levenswijze zou bijdragen aan afstand tussen haar en haar kinderen. Dit is één persoonlijke ervaring en zegt niet hoe iedere JG-ouder met zo'n situatie omgaat. Maar het laat een belangrijk dilemma zien: Hoe blijf je jezelf zonder van jouw nieuwe levenswijze een strijd tussen beide ouders te maken? Misschien ligt het antwoord niet in jezelf verbergen. Maar ook niet in provoceren. Je hoeft de kerstboom niet uit te zetten om te bewijzen dat je een goede ouder bent. Je hoeft hem ook niet demonstratief aan te zetten om iets aan je ex-partner te bewijzen. Je mag gewoon leven. Laat je kind ervaren wie je bent Wanneer een kind binnen zijn religieuze omgeving hoort dat mensen die Jehovah verlaten negatief over het geloof kunnen worden, kan jouw dagelijks leven zelf belangrijke informatie geven. Niet doordat je voortdurend zegt: “Zie je wel dat ze ongelijk hebben?” Maar doordat je kind ervaart: Mijn moeder of vader houdt nog steeds van mij. Het is hier veilig. Ik mag hier eerlijk praten. Mijn ouder is gelukkig zonder mij te dwingen hetzelfde te denken. Mijn geloof wordt niet belachelijk gemaakt. Dat kan op termijn meer zeggen dan eindeloze discussies over leerstellingen. Probeer niet het stereotype te bevestigen Na een vertrek uit een streng religieus systeem kan vrijheid heel belangrijk voelen. Maar vrijheid hoeft niet te betekenen dat je nu alles moet doen wat vroeger verboden was. Wanneer een ouder bijvoorbeeld overmatig gaat drinken, drugs gebruikt of voortdurend risicovol gedrag vertoont, kan dat voor een kind schadelijk zijn. En een kind dat vanuit zijn religieuze omgeving heeft geleerd dat de ‘wereld’ gevaarlijk is, kan daarin bovendien bevestiging zien van wat het heeft gehoord. Dat betekent niet dat een ex-JG-ouder volgens JG-regels moet blijven leven. Het betekent alleen dat vrijheid er óók zo uit kan zien: een stabiel, liefdevol en betekenisvol leven waarin je zelf keuzes maakt. Verwacht niet dat je kind tegelijk met jou verandert Dit is bijzonder belangrijk wanneer je je kinderen jarenlang zelf als Jehovah’s Getuige hebt opgevoed. Misschien heb jij ze vroeger verteld: “Dit is de waarheid.” Je nam ze mee naar bijeenkomsten. Je leerde ze bidden. Je vertelde over Jehovah, Armageddon en het paradijs. En vervolgens veranderde jouw overtuiging. Voor jou gingen daar misschien jaren van twijfel, onderzoek, gesprekken en innerlijke strijd aan vooraf. Je kind heeft diezelfde reis niet automatisch gemaakt. Voor een kind kan het verwarrend zijn wanneer dezelfde ouder die jarenlang zei: “Dit is de waarheid” nu zegt: “Ik geloof het niet meer.” Geef je kind daarom tijd. Jouw inzicht hoeft niet onmiddellijk het inzicht van je kind te worden. Werk waarschuwingen over voormalige JG's niet onbedoeld in de hand Wanneer je kind verwacht dat iemand die Jehovah heeft verlaten vooral negatief over het geloof zal spreken, kan voortdurende kritiek juist afstand veroorzaken. Je hoeft daarom niet te zwijgen over je eigen ervaringen. Maar hoe je erover spreekt kan veel verschil maken. Je kunt zeggen: “Ik ben bepaalde dingen anders gaan zien. Als jij ooit wilt weten waarom, vertel ik het je.” In plaats van: “Later zul je wel begrijpen dat zij je voorliegen.” De eerste benadering laat ruimte. De tweede vraagt eigenlijk al van het kind om partij te kiezen. Laat angst om je kind te verliezen niet de boventoon voeren Wanneer je bang bent je kind uiteindelijk aan het geloof of de andere ouder kwijt te raken, kan ieder religieus stapje als een bedreiging gaan voelen. Een bijeenkomst is dan niet meer gewoon een bijeenkomst. Niet naar Sinterklaas willen voelt als een afwijzing van jouw leven. Ongedoopte verkondiger worden voelt alsof je kind steeds verder bij je vandaan gaat. Daardoor kun je harder gaan trekken. Maar als beide ouders aan het kind trekken, staat het kind ertussen. Probeer daarom onderscheid te maken tussen: “Dit doet mij pijn.” en: “Dit moet ik onmiddellijk tegenhouden.” Niet ieder verschil hoeft direct opgelost te worden. Wat als je kind beide ouders iets anders vertelt? Maak er bij voorkeur geen verhoor van. Niet: “Tegen je vader zei je iets anders. Tegen wie lieg je nu?” Maar: “Ik merk dat je soms tegen papa en mij iets anders zegt. Ben je misschien bang dat één van ons verdrietig of boos wordt als je vertelt wat je echt denkt?” Je kunt je kind ook expliciet toestemming geven om iets te zeggen wat jij misschien moeilijk vindt: “Als jij Jehovah’s Getuige wilt zijn, mag je dat tegen mij zeggen.” “Als je twijfelt, mag je dat ook zeggen.” “En als je later weer anders denkt, is dat ook goed.” De belangrijkste boodschap wordt dan: “Je hoeft mij niet tevreden te houden om mijn liefde te behouden.” Idealiter krijgt een kind die vrijheid van beide ouders. Een neutrale derde kan helpen Soms zijn de belangen en emoties van beide ouders zo groot geworden dat het voor een kind bijna onmogelijk is om vrijuit te spreken. Een neutrale professional kan dan waardevol zijn. Afhankelijk van de situatie kan dat bijvoorbeeld een huisarts, jeugdprofessional, POH-GGZ, psycholoog of andere passende hulpverlener zijn. Het doel van zo'n gesprek zou niet moeten zijn: “Bepaal welke ouder gelijk heeft over Jehovah’s Getuigen.” Veel belangrijker zijn vragen als: “Wat ervaart dit kind?” “Voelt het zich vrij om eerlijk te spreken?” “Is het bang één van zijn ouders teleur te stellen?” “Is er sprake van angst, schuld, somberheid of een loyaliteitsconflict?” “Wat heeft dit kind nodig om zich veilig te kunnen ontwikkelen?” Wat als één ouder geen toestemming geeft voor psychologische hulp? Dit kan bij gescheiden ouders een werkelijk probleem worden, maar juridisch is het te simpel om te zeggen: “Als één ouder nee zegt, houdt het op.” In Nederland hangt toestemming voor medische en psychologische behandeling onder andere af van de leeftijd van het kind en wie het gezag heeft. Voor kinderen jonger dan 12 jaar beslissen in beginsel de gezaghebbende ouder of ouders. Voor jongeren van 12 tot 16 jaar is in beginsel toestemming nodig van zowel de gezaghebbende ouder(s) als de jongere zelf. De wet kent uitzonderingen, bijvoorbeeld wanneer niet behandelen ernstig nadeel voor de jongere zou opleveren of wanneer behandeling de weloverwogen wens van de jongere is. Vanaf 16 jaar beslist een jongere in beginsel zelf over medische behandeling. Bij gezamenlijk gezag kunnen conflicten over noodzakelijke hulp dus ingewikkeld worden. Vraag in zo'n situatie de betrokken hulpverlener, huisarts of zo nodig een juridisch deskundige welke mogelijkheden in de concrete situatie bestaan. Medische zorg als één ouder Jehovah’s Getuige is Ook bij medische zorg is het niet zo dat de JG-ouder óf de niet-JG-ouder automatisch het laatste woord heeft. De juridische positie hangt onder andere af van: wie het ouderlijk gezag heeft; de leeftijd van het kind; de aard en noodzaak van de behandeling; de mening van het kind; en de concrete medische situatie. Voor 12- tot 16-jarigen geldt in Nederland in beginsel dubbele toestemming: die van de jongere en van de gezaghebbende ouder(s), met wettelijke uitzonderingen. Vanaf 16 jaar beslist de jongere in beginsel zelf. Wanneer ouders met gezamenlijk gezag ernstig van mening verschillen over een belangrijke medische beslissing, bestaan juridische mogelijkheden om het geschil te laten beoordelen. Bij een acute medische situatie moet je niet eerst zelf proberen een juridisch conflict over bijvoorbeeld bloedtransfusie op te lossen. Bespreek onmiddellijk met de behandelend arts wat medisch noodzakelijk is en welke wettelijke regels gelden. Wat als je denkt dat het geloof wordt gebruikt om je kind van je weg te trekken? Dit is een van de moeilijkste situaties. Probeer eerst onderscheid te maken tussen: een ouder die zijn of haar geloof met het kind deelt; een kind dat zelf religieuze voorkeuren ontwikkelt; normale invloed die iedere ouder op een kind heeft; druk waardoor een kind niet vrij durft te spreken; een structureel loyaliteitsconflict; gedrag waardoor een kind daadwerkelijk tegen de andere ouder wordt opgezet. Alleen het feit dat iemand Jehovah’s Getuige is, is vanzelfsprekend geen reden voor jeugdbescherming. Ook is het niet de taak van de Raad voor de Kinderbescherming om ervoor te zorgen dat een kind religieus neutraal wordt opgevoed. Een kinderbeschermingsmaatregel komt pas in beeld wanneer de ontwikkeling van een kind ernstig wordt bedreigd en de noodzakelijke hulp niet of onvoldoende vrijwillig tot stand komt. Uiteindelijk beslist de kinderrechter over een ondertoezichtstelling. Leg concrete gebeurtenissen vast Wanneer je werkelijk zorgen hebt over de ontwikkeling van je kind, probeer dan niet alleen conclusies op te schrijven als: “Mijn ex indoctrineert ons kind.” Dat zegt weinig over wat er daadwerkelijk is gebeurd. Noteer liever: Datum: .............................................................. Wat gebeurde er? ................................................. Wat zei mijn kind letterlijk? .................................. Wat zei of deed de andere ouder? ............................ Wat merkte ik daarna aan mijn kind? ......................... Was iemand anders erbij? ....................................... Daarmee houd je feiten, interpretaties en gevoelens beter uit elkaar. Dat kan later ook veel bruikbaarder zijn in een gesprek met een hulpverlener, mediator of juridisch deskundige. Richt je op wat jij wél kunt beïnvloeden Je kunt niet volledig bepalen wat er in het huis van de andere ouder wordt gezegd. Wat je wél kunt beïnvloeden, is wat je kind bij jou ervaart. Bied voorspelbaarheid. Laat je kind weten waar het aan toe is. Maak liefde niet afhankelijk van geloof. Laat merken dat je kind niet hetzelfde hoeft te geloven als jij om bij jou te horen. Luister voordat je corrigeert. Vraag eerst wat je kind denkt en voelt. Laat je kind geen boodschapper zijn. Bespreek conflicten rechtstreeks met de andere ouder. Stimuleer zelfstandig denken. Geef informatie en stel vragen zonder de gewenste conclusie voor te schrijven. Wees jezelf. Je hoeft niet te blijven leven alsof je nog Jehovah’s Getuige bent. Respecteer dat je kind tijd nodig kan hebben. Jouw verandering van overtuiging hoeft niet onmiddellijk die van je kind te worden. Ook de JG-ouder verdient ruimte om ouder te zijn Neutraliteit werkt twee kanten op. De ex-JG-ouder heeft ruimte nodig om volgens zijn of haar huidige overtuigingen te leven. De JG-ouder heeft eveneens ruimte nodig om het eigen geloof met het kind te beleven, binnen de grenzen van het ouderlijk gezag en het welzijn van het kind. Jehovah’s Getuigen zeggen in hun eigen publieksinformatie dat ouders hun kinderen in het geloof opvoeden, maar dat kinderen wanneer ze ouder worden uiteindelijk zelf moeten beslissen of ze die overtuiging aanvaarden en zich laten dopen. Dat biedt eigenlijk een interessant gemeenschappelijk uitgangspunt voor beide ouders: het kind moet uiteindelijk zelf een keuze kunnen maken. De vraag hoeft daarom niet te zijn: “Hoe voorkom ik dat de andere ouder mijn kind beïnvloedt?” Iedere ouder beïnvloedt zijn kind. Een betere vraag is: “Hoe zorgen we ervoor dat ons kind, ondanks onze verschillende overtuigingen, voldoende veiligheid en vrijheid ervaart om uiteindelijk een eigen mening te vormen?” Tot slot Misschien is het moeilijkste aan deze vorm van co-ouderschap dat beide ouders vanuit liefde precies het tegenovergestelde kunnen willen. De JG-ouder kan denken: “Ik wil dat mijn kind Jehovah blijft dienen, omdat ik geloof dat zijn toekomst daarvan afhangt.” De ex-JG-ouder kan denken: “Ik wil mijn kind beschermen tegen de druk die ik zelf heb ervaren en ervoor zorgen dat het werkelijk vrij kan kiezen.” En precies tussen die twee overtuigingen kan een kind staan dat vooral denkt: “Ik wil papa én mama niet teleurstellen.” Je hoeft daarom niet als belangrijkste doel te hebben dat je kind uiteindelijk jouw overtuiging kiest. Je kunt iets fundamentelers bieden: “Je hoeft bij mij niet te kiezen tussen eerlijk zijn en van mij gehouden worden.” Laat je kind geloven als het wil geloven. Laat het twijfelen als het twijfelt. Geef informatie wanneer een keuze gevolgen heeft. Stel vragen. Luister ook wanneer het antwoord niet het antwoord is waarop je hoopte. Wees jezelf zonder van je vrijheid een wapen tegen de andere ouder te maken. En probeer, hoe moeilijk dat soms ook is, te erkennen dat ook de andere ouder vanuit angst, liefde en overtuiging kan handelen. Een kind heeft geen behoefte aan twee ouders die bewijzen welke wereld de juiste is. Het heeft behoefte aan de vrijheid om van beide ouders te houden, eerlijk te mogen zeggen wat het denkt en stap voor stap te ontdekken wat het zelf gelooft. Bronnen JW.org - Hoe word ik een Getuige van Jehovah? JW.org - Dwingen Jehovah’s Getuigen hun kinderen om hun geloof aan te hangen? JW.org - Word een ongedoopte verkondiger Watchtower Online Library - Georganiseerd om Jehovah’s wil te doen - vereisten voor ongedoopte verkondigers Watchtower Online Library - Vragenbus - ongedoopte verkondigers, vergaderingen en velddienst JW.org - Ouders, helpen jullie je kind om naar de doop toe te groeien? KNMG - Rechten minderjarigen KNMG - Wegwijzer Toestemming en informatie bij behandeling van minderjarigen Rijksoverheid - Wanneer wordt mijn kind onder toezicht gesteld? Rijksoverheid - Maatregelen jeugdbescherming Redactionele toelichting: de persoonlijke voorbeelden in dit artikel beschrijven individuele ervaringen. Ze zijn niet bedoeld als beschrijving van ieder gezin waarin één ouder Jehovah’s Getuige is. De informatie over ongedoopte verkondigers is gebaseerd op publicaties van Jehovah’s Getuigen zelf. De juridische informatie betreft Nederland en is algemene informatie; bij een concreet geschil over gezag, medische behandeling of hulpverlening kan de individuele situatie bepalend zijn.