EXJW WorldKennisbibliotheek

Kennisbibliotheek › 📖 A-Z Begrippenlijst Jehovah's Getuigen

I - Inactief versus verwijderd

Hoe kan bijna hetzelfde leven tot totaal verschillende gevolgen voor familie, vrijheid en gevoel van veiligheid leiden?

Herkenbare vragen Wat betekent het wanneer iemand inactief wordt? Is een inactieve Jehovah’s Getuige nog steeds een Jehovah’s Getuige? Kan een inactieve persoon later alsnog uit de gemeente worden verwijderd? Waarom kan de ene inactieve persoon vrijuit leven terwijl een ander voortdurend bang is dat ouderlingen iets ontdekken? Waarom verbergt iemand soms een relatie voor zijn eigen ouders? Wat gebeurt er wanneer twee mensen uiteindelijk vrijwel hetzelfde leven leiden, maar de één haar familie nog ziet en de ander niet? Hoe voelt dat voor iemand die jaren geleden werd verwijderd terwijl de situatie waarvoor dat gebeurde allang voorbij is? Kun je ooit helemaal vrij worden wanneer je jarenlang hebt geleerd dat één ontdekking je sociale leven kan veranderen? En wat doet het met iemand wanneer familie, vrienden en zelfs hulpverleners nauwelijks begrijpen waarom dat jaren later nog pijn kan doen? Inactief en verwijderd zijn niet hetzelfde Iemand die steeds minder naar de bijeenkomsten gaat, niet meer predikt of uiteindelijk nauwelijks nog actief deelneemt aan het gemeenteleven, is daardoor niet automatisch uit de gemeente verwijderd. Jehovah’s Getuigen zeggen in hun huidige openbare uitleg dat wanneer een Getuige het rustiger aan doet of met zijn aanbidding stopt, andere Getuigen juist proberen hem te helpen en zijn belangstelling voor geestelijke zaken opnieuw aan te wakkeren. Zo iemand wordt in het dagelijkse JG-taalgebruik vaak inactief genoemd. Iemand die officieel uit de gemeente is verwijderd heeft een andere religieuze positie. Volgens de huidige regels hebben Jehovah’s Getuigen geen gezellige omgang met iemand die verwijderd is, hoewel die persoon bijeenkomsten mag bezoeken en daar in veel gevallen kan worden begroet. Dat verschil lijkt op papier duidelijk. In het dagelijkse leven kan het echter veel ingewikkelder worden. Inactief betekent niet automatisch vrij Inactief zijn betekent niet automatisch dat iemand volledig buiten de religieuze normen en gemeentelijke procedures is gekomen. Een gedoopte persoon kan jarenlang nauwelijks meer actief zijn en toch nog als Jehovah’s Getuige worden beschouwd. Wanneer gedrag dat binnen het geloof als ernstige zonde geldt bekend wordt, kunnen ouderlingen afhankelijk van de omstandigheden alsnog betrokken raken. De huidige JW-publicaties zeggen dat wanneer iemand een ernstige zonde heeft begaan, ouderlingen eerst proberen hem te helpen zijn gedrag te veranderen. Wanneer iemand volgens hen ondanks die hulp doorgaat met ernstige overtreding van de Bijbelse normen en geen berouw toont, kan verwijdering volgen. Daardoor kunnen twee inactieve personen dezelfde officiële positie hebben en zich toch totaal verschillend voelen. De één denkt: ‘Iedereen weet ongeveer hoe ik leef. Niemand bemoeit zich ermee.’ De ander denkt: ‘Als ze precies weten hoe ik leef, kan alles veranderen.’ Vrij leven en toch over je schouder kijken Op papier kan een inactieve persoon veel vrijheid hebben. In werkelijkheid hoeft dat niet zo te voelen. Stel dat een vrouw met haar partner over de markt in haar eigen woonplaats loopt. Ze houdt zijn hand vast. Zelf vindt ze niets verkeerds aan haar relatie. Dan ziet ze plotseling iemand uit haar vroegere gemeente. Misschien gebeurt er helemaal niets. Toch kan haar hand bijna automatisch loslaten. Gedachten kunnen onmiddellijk opkomen: Heeft hij ons gezien? Weet hij wie deze man is? Gaat hij dit vertellen? Krijg ik straks een telefoontje? Staan er binnenkort ouderlingen voor mijn deur? Kan dit uiteindelijk betekenen dat het contact met mijn ouders, broer of zus verandert? De rest van de dag kan er spanning blijven. Misschien zelfs dagen. Terwijl er feitelijk nog niets is gebeurd. Wanneer gevaar sociaal is Voor het lichaam hoeft gevaar niet altijd lichamelijk gevaar te betekenen. Het vooruitzicht belangrijke relaties te verliezen kan eveneens een sterke stressreactie oproepen. Wanneer iemand langere tijd het gevoel heeft dat bepaalde informatie grote gevolgen kan hebben, kan hij extra alert worden: Wie ziet mij? Wie weet dit? Wie praat met wie? Waarom belt die ouderling ineens? Waarom stuurt mijn vader juist vandaag een bericht? In de psychologie wordt voor sterk verhoogde waakzaamheid soms het woord hyperwaakzaamheid of hypervigilantie gebruikt. Dat is op zichzelf geen diagnose en betekent niet dat iedere inactieve of voormalige Jehovah’s Getuige een psychische stoornis heeft. Het beschrijft wel iets herkenbaars: voortdurend voorbereid zijn op iets wat mogelijk grote gevolgen kan hebben. Je wilt juist eerlijk leven Dat kan bijzonder wrang zijn. Iemand heeft misschien juist besloten: ‘Ik wil voortaan eerlijk leven. Ik wil geen dubbelleven. Ik wil niets stiekem doen.’ Maar tegelijkertijd voelt volledige openheid niet veilig. Want eerlijk vertellen wie je partner is, hoe je relatie eruitziet, waar je naartoe gaat of wat je inmiddels gelooft kan mogelijk religieuze of familiale gevolgen hebben. Dan ontstaat een vreemde tegenstelling: je wilt zuiver en eerlijk leven, maar voelt dat je niet volledig jezelf kunt laten zien. Niet omdat je je schaamt voor je huidige leven. Maar omdat je bang bent voor wat andere mensen met die informatie zullen doen. ‘Hoeveel van mezelf kan ik veilig laten zien?’ Daardoor kunnen er eigenlijk twee soorten vrijheid ontstaan: de vrijheid om iets te doen en: de vrijheid om zichtbaar te maken dat je het doet . Iemand kan een relatie hebben maar er niets over plaatsen. Een verjaardag vieren maar foto’s alleen naar enkele mensen sturen. Naar een festival gaan maar vooraf controleren wie de WhatsApp-status kan zien. Met zijn partner op vakantie gaan maar voorzichtig zijn met wat familie te horen krijgt. Formeel is er geen ouderling naast hem die zegt: ‘Dat mag niet.’ Toch kan een groot deel van het vroegere toezicht van binnen zijn blijven bestaan: ‘Kan ik hiermee gezien worden?’ Een vrouw die haar ouders zo graag wilde vertellen Een geanonimiseerde ervaring laat zien hoe ingewikkeld dat kan worden. Een vrouw was niet meer actief binnen de gemeente en kreeg een nieuwe relatie. Ze wilde haar ouders heel graag vertellen dat zij verliefd was. Juist aan je ouders wil je normaal gesproken vertellen: ‘Ik heb iemand ontmoet.’ ‘Ik ben gelukkig.’ ‘Dit is degene met wie ik mijn leven wil delen.’ Maar haar vader was ouderling. Zij was bang dat wanneer haar ouders precies zouden weten hoe haar relatie eruitzag en die situatie binnen het geloof als ernstige zonde werd gezien, haar vader vanuit zijn overtuiging en verantwoordelijkheid niet eenvoudig zou kunnen zeggen: ‘Dit blijft tussen ons.’ Zij vreesde dat andere ouderlingen erbij betrokken zouden raken en dat zij uiteindelijk zelf uit de gemeente verwijderd kon worden. En dan stond er voor haar veel meer op het spel dan alleen de vraag of haar ouders haar relatie zouden goedkeuren. De diepere angst was: ‘Als ik eerlijk ben over mijn leven, raak ik dan mijn ouders kwijt?’ Dus vertelde ze het niet Niet omdat ze niet van haar ouders hield. Juist omdat ze zoveel van hen hield. Pas toen zij ging trouwen stuurde zij haar ouders een uitnodiging. Toen werden zij duidelijk geconfronteerd met een deel van haar leven waarover zij lange tijd niet volledig had kunnen vertellen. Haar ouders kwamen naar haar trouwdag. Sindsdien bleef het contact bestaan. Voor hen maakte het huwelijk kennelijk verschil in wat zij vanuit hun eigen geloof en geweten konden accepteren. Dat individuele verhaal liep daardoor relatief goed af. Maar de jaren ervoor laten iets belangrijks zien: Wat doet het met een mens wanneer eerlijkheid tegenover de mensen van wie hij het meest houdt tegelijkertijd als een risico kan voelen? De ene inactieve persoon is niet bang, de andere wel Daarom bestaat er niet één ervaring van inactief zijn . De ene persoon leeft inmiddels openlijk anders. Zijn familie weet dat. Er gebeurt weinig en hij denkt nauwelijks meer over ouderlingen na. Een andere persoon heeft dezelfde formele status maar controleert voortdurend wat zichtbaar wordt. De eerste ervaart misschien: ‘Ik ben er eigenlijk gewoon uit.’ De tweede: ‘Ik ben eruit, maar ik weet niet of zij vinden dat ik eruit ben.’ Dat verschil kan enorm zijn. Inactief zijn kan daardoor vrijheid geven, maar bij sommige mensen ook leiden tot een jarenlange tussenpositie: niet meer werkelijk binnen, maar ook niet helemaal veilig buiten . En dan is er degene die al verwijderd is Voor iemand die verwijderd is ligt de spanning anders. Zij hoeft niet meer bang te zijn: ‘Wat als ze mij verwijderen?’ Dat is al gebeurd. Maar daarmee is de pijn niet verdwenen. De angst vóór verlies kan zijn veranderd in leven mét verlies . Geen normale gesprekken meer met mensen met wie je bent opgegroeid. Een moeder die je nauwelijks ziet. Een broer of zus die niet meer zomaar langskomt. Vriendinnen met wie je jarenlang lief en leed deelde en die niet meer in je dagelijkse leven zijn. Familienieuws dat je via anderen hoort. Feestdagen, geboortes, ziekte en gewone zondagmiddagen waarin het ontbreken van familie opnieuw voelbaar kan worden. Twee vrouwen, bijna hetzelfde huidige leven Dat verschil wordt bijzonder zichtbaar wanneer twee levens naast elkaar worden gelegd. De eerste vrouw was jarenlang Jehovah’s Getuige en erg ongelukkig in haar huwelijk. Tijdens die periode kreeg zij een relatie met een andere man. Binnen Jehovah’s Getuigen wordt overspel als ernstige zonde beschouwd. Zij werd uit de gemeente verwijderd. Later eindigde haar eerste huwelijk. Zij trouwde opnieuw. Jaren gingen voorbij. Haar huidige huwelijk werd stabiel. De situatie waarin het overspel plaatsvond bestond niet meer. Zij bouwde een rustig leven op. Maar zij bleef verwijderd. Het contact met haar ouders, broers, zussen en vroegere vriendinnen bleef daardoor sterk beperkt. Een andere vrouw beleefde eveneens het einde van haar huwelijk en bouwde later een ander leven op. Maar zij had zich in de jaren daarvoor steeds verder uit de gemeente teruggetrokken. Zij werd inactief en werd niet officieel uit de gemeente verwijderd. Ook zij leeft inmiddels niet meer als actieve Jehovah’s Getuige. Maar zij heeft haar familie nog. Jaren later kunnen hun huidige levens op veel punten sterk op elkaar lijken. De één kan haar moeder bellen. De ander niet. De één drinkt koffie met haar zus. De ander hoort misschien via iemand anders hoe het met haar zus gaat. ‘Waarom zij wel en ik niet?’ Voor degene die verwijderd is kan dat bijzonder pijnlijk zijn. Zij kan kijken naar een inactieve vrouw die inmiddels eveneens verjaardagen viert, een ander sociaal leven heeft en al jaren niet meer actief deelneemt aan de gemeente. En denken: ‘Maar wat is er vandaag nog zo anders aan ons?’ ‘Waarom mag zij haar moeder wel zien?’ ‘Waarom heeft zij haar familie nog?’ ‘Waarom bepaalt iets wat jaren geleden gebeurde nog steeds wie er vandaag met mij wil omgaan?’ Dat hoeft geen jaloezie op de andere vrouw te zijn. Je kunt iemand haar familiecontact gunnen en tegelijkertijd intens verdriet voelen om wat je zelf mist. ‘Waarvoor word ik vandaag nog op afstand gehouden?’ Die vraag kan extra sterk worden wanneer het gedrag waarvoor iemand destijds werd verwijderd allang niet meer plaatsvindt. De vrouw uit het voorbeeld leeft niet meer in het huwelijk waarin zij destijds vreemdging. De affaire van toen is geen voortdurende situatie. Zij kan inmiddels jarenlang stabiel getrouwd zijn. Haar dagelijkse leven kan totaal veranderd zijn. Voor haar kan daarom een pijnlijke ervaring ontstaan: ‘Ik ben allang niet meer de vrouw die toen midden in die situatie zat. Waarom bepaalt die gebeurtenis nog steeds mijn relatie met mijn ouders en broers of zussen?’ Vanuit Jehovah’s Getuigen is het antwoord dat haar religieuze status niet uitsluitend afhankelijk is van het feit dat het oude gedrag is gestopt. Terugkeer naar de gemeente vraagt volgens hun regels ook om berouw en herstel volgens hun religieuze procedure. Voor de vrouw zelf kan dat echter voelen alsof een gebeurtenis uit haar verleden sociaal blijft doorwerken, ook wanneer haar huidige leven volledig anders is . Is dat een levenslange straf? Jehovah’s Getuigen zullen verwijdering niet noodzakelijk omschrijven als een levenslange straf. Volgens hun leer blijft terugkeer mogelijk. Ouderlingen kunnen iemand helpen om opnieuw deel van de gemeente te worden wanneer volgens hen berouw en verandering aanwezig zijn. Een actief familielid kan daarom oprecht denken: ‘Ik straf haar niet. Ik houd mij aan Jehovah’s instructies en zij kan terugkomen.’ Maar degene die verwijderd is kan hetzelfde heel anders ervaren: ‘Ik kan alleen weer een normale relatie met de mensen van wie ik houd krijgen wanneer ik ook mijn religieuze positie verander.’ Wanneer iemand niet terug wil naar het geloof, kan het sociale gevolg daardoor in de praktijk zeer langdurig worden. Voor die persoon kan het voelen als voortdurende bestraffing of emotionele afwijzing , ook wanneer dat niet is hoe de actieve JG het bedoelt. Bedoeling en ervaring zijn niet hetzelfde Dat onderscheid is belangrijk. Een moeder kan denken: ‘Ik houd heel veel van mijn dochter en ik probeer Jehovah te gehoorzamen.’ De dochter kan ervaren: ‘Mijn moeder wil mij alleen volledig terug wanneer ik opnieuw aan de religieuze voorwaarden voldoe.’ Beide ervaringen kunnen tegelijkertijd oprecht zijn. Daardoor is het onderwerp zo moeilijk. De bedoeling kan religieuze loyaliteit zijn. Het ervaren gevolg kan emotionele afwijzing zijn. Begrijpen waarom iemand een religieuze regel volgt betekent niet automatisch dat je daarmee begrijpt hoe die regel voor de persoon aan de andere kant voelt. ‘Maar je hebt er toch zelf voor gekozen?’ Een actieve Jehovah’s Getuige kan denken: ‘Zij wist wat de normen waren.’ ‘Zij heeft zelf keuzes gemaakt.’ ‘Niemand heeft haar gedwongen vreemd te gaan.’ Daar zit een begrijpelijke gedachte over persoonlijke verantwoordelijkheid achter. Overspel kan een partner diep beschadigen. Een ongelukkig huwelijk maakt vreemdgaan niet automatisch zonder gevolgen of morele vragen. Maar persoonlijke verantwoordelijkheid en langdurig sociaal verlies zijn twee verschillende onderwerpen. Iemand kan zeggen: ‘Ik had toen dingen anders moeten aanpakken.’ en tegelijkertijd: ‘Ik vind het niet redelijk dat die fout twintig jaar later nog bepaalt of ik mijn moeder normaal kan zien.’ Dat ene sluit het andere niet uit. Wanneer verantwoordelijkheid ‘eigen schuld’ wordt Er bestaat verschil tussen: ‘Je bent verantwoordelijk voor je keuzes.’ en: ‘Daarom is de pijn die je nu ervaart volledig je eigen schuld.’ Wanneer verdriet wordt beantwoord met: ‘Je wist toch wat er zou gebeuren?’ kan er weinig ruimte overblijven om de huidige pijn serieus te nemen. In de psychologie wordt het toeschrijven van iemands leed aan zijn eigen gedrag soms besproken onder victim blaming . Dat begrip moet hier voorzichtig worden gebruikt: niet iedere verwijderde persoon is automatisch slachtoffer en verantwoordelijkheid voor eigen keuzes verdwijnt niet. Maar het blijft mogelijk te vragen: is verantwoordelijkheid nemen hetzelfde als vinden dat iemand jarenlang sociaal verlies moet blijven dragen? De inactieve persoon kan ondertussen óók een prijs betalen Het contrast mag de moeilijke positie van de inactieve persoon niet onzichtbaar maken. Zij heeft haar ouders misschien nog. Maar misschien heeft zij jarenlang dingen niet verteld. Misschien heeft zij haar partner op straat losgelaten zodra ze een Getuige zag. Misschien controleert zij nog steeds wie haar status kan bekijken. Misschien schrikt zij wanneer een onbekend nummer belt. Misschien vraagt zij zich na iedere toevallige ontmoeting af: ‘Wat gebeurt er nu?’ Zij heeft haar familie nog, maar kan het gevoel hebben dat die relatie alleen veilig blijft zolang bepaalde delen van haar leven niet te zichtbaar worden. Dat is een andere vorm van belasting. Zolang niemand het weet Zo kan een ongemakkelijke tussenwereld ontstaan. Familie weet dat iemand niet meer actief is. Maar misschien niet precies hoe hij leeft. Iedereen weet mogelijk zelfs dat er onderwerpen zijn die beter niet uitgebreid besproken worden. Dat kan praktisch werken. Maar het kan ook betekenen dat iemand voortdurend filtert: Dit vertel ik wel. Dit niet. Deze foto kan online. Deze liever niet. Over mijn relatie zeg ik alleen dit. Op deze vraag geef ik een vaag antwoord. Dat kan worden gezien als zelfcensuur : bepaalde informatie bewust niet delen vanwege de verwachte gevolgen. En soms ontstaat een loyaliteitsconflict : ik wil trouw zijn aan mezelf, maar ik wil mijn familie ook niet verliezen. Kun je dan ooit helemaal jezelf zijn? Daar raakt het onderwerp aan iets diepers dan religieuze regels. Veel mensen willen een leven leiden dat eerlijk, zuiver en authentiek voelt. Je wilt niet voortdurend nadenken: ‘Wat moet ik verbergen?’ Je wilt met je partner over de markt kunnen lopen zonder automatisch diens hand los te laten. Je wilt een foto kunnen delen omdat je gelukkig bent. Je wilt je moeder kunnen vertellen op wie je verliefd bent. Je wilt niet iedere keer eerst uitrekenen welke versie van jezelf veilig genoeg is. Wanneer dat wel nodig voelt, kan iemand denken: ‘Ben ik werkelijk vrij als ik mijn eigen leven mag leiden, maar voortdurend bang ben om ermee gezien te worden?’ Je overtuiging kan veranderen voordat je gevoel van veiligheid verandert Iemand kan verstandelijk volledig afstand hebben genomen van het geloof. Hij kan denken: ‘Ik geloof niet meer dat ik iets verkeerd doe.’ Maar zijn lichaam kan toch reageren wanneer hij een vroegere ouderling ziet. Dat is niet zo vreemd als het misschien klinkt. Mensen leren niet alleen ideeën. Ze leren ook verwachtingen. Als iemand jarenlang heeft ervaren of verwacht dat bepaalde keuzes kunnen leiden tot gesprekken, afkeuring of verlies van belangrijke relaties, kan een vergelijkbare situatie later automatisch spanning oproepen. Een overtuiging kan in enkele maanden veranderen. Een aangeleerde stressreactie hoeft niet in hetzelfde tempo te verdwijnen. ‘Maar je bent er toch uit?’ Voor buitenstaanders kan dat moeilijk te begrijpen zijn. Een vriend kan zeggen: ‘Je bent toch geen Jehovah’s Getuige meer? Waarom trek je je er nog iets van aan?’ Van buitenaf lijkt dat logisch. Maar voor iemand die tientallen jaren binnen één religieuze sociale wereld heeft geleefd, kunnen veel dingen met elkaar verweven zijn geweest: geloof, ouders, broers en zussen, vrienden, normen, geweten, toekomst, identiteit en sociale veiligheid . Je verlaat dan niet alleen een overtuiging. Je moet mogelijk verschillende delen van je leven tegelijk opnieuw ordenen. Ook een psycholoog begrijpt het niet altijd meteen Zelfs een goede professionele hulpverlener kent niet automatisch de specifieke dynamiek van Jehovah’s Getuigen of van een andere hechte religieuze gemeenschap. Iemand kan proberen uit te leggen: ‘Ik ben bang dat iemand mij met mijn partner ziet.’ Zonder context kan dat buitenproportioneel lijken. Maar wanneer de onderliggende gedachte is: ‘Als dit bij ouderlingen terechtkomt, kan mijn religieuze status veranderen en kan dat invloed hebben op het contact met mijn ouders’ wordt duidelijk dat er veel meer achter die ene ontmoeting zit. Dat betekent niet dat alleen een ex-JG een ex-JG kan begrijpen. Een psycholoog kan juist veel helpen. Het kan wel belangrijk zijn dat er ruimte is om begrippen als religieus verlies, ostracisme, sociale controle, familievervreemding, loyaliteitsconflict, zelfcensuur en langdurige stress te begrijpen. Kun je hier levenslang last van houden? Sommige mensen ervaren jarenlang terugkerende spanning of verdriet. Maar het is te absoluut om te zeggen dat iedereen hier levenslang stress van zal houden of dat iemand er nooit van los kan komen. Mensen kunnen herstellen. Nieuwe relaties kunnen veiliger gaan voelen. Een nieuw sociaal netwerk kan ontstaan. De angst voor ouderlingen kan steeds kleiner worden. Iemand kan uiteindelijk een vroegere Getuige tegenkomen zonder nog dagen van slag te zijn. Tegelijk kan bepaald verdriet lang blijven terugkomen, vooral wanneer het verlies zelf nog steeds bestaat. Wanneer je ouders nog leven maar nauwelijks contact met je hebben, is er geen volledig afgesloten verleden. De bron van het verdriet is deels nog aanwezig. Triggers kunnen onverwacht komen Soms is daar maar iets kleins voor nodig. Een collega zegt: ‘Zondag gaan we gezellig met mijn ouders en al mijn broers en zussen eten.’ Voor de collega is dat een gewone opmerking. Voor iemand die zijn eigen ouders en broers of zussen nauwelijks ziet kan het plotseling steken. Niet omdat hij de ander dat geluk niet gunt. Maar omdat dezelfde zin hem confronteert met: ‘Dat had mijn leven ook kunnen zijn.’ Een trouwdag. Moederdag. Een geboorte. Een ziekenhuisopname. Een familiefoto. Iemand die vertelt over een weekend met broers en zussen. Zulke momenten kunnen oude pijn opnieuw activeren. Rouwen om mensen die nog leven Dat kan een bijzondere vorm van verlies zijn. De mensen zijn niet overleden. Ze bestaan nog. Misschien wonen ze dichtbij. Misschien zie je hun foto’s. Misschien weet je precies waar je moeder woont. Maar de relatie die je vroeger had is er niet meer. Onderzoek naar voormalige Jehovah’s Getuigen heeft daarvoor de uitdrukking ‘grieving the living’ gebruikt: rouwen om mensen die nog leven. Dat onderzoek is kleinschalig en kan niet beschrijven hoe iedere voormalige Jehovah’s Getuige zich voelt. Het maakt wel zichtbaar waarom verlies door religieuze uitsluiting zo ingewikkeld kan zijn. Er is verdriet, maar geen gewone afsluiting. Er zijn mensen om wie je rouwt, terwijl ze nog bereikbaar zouden kúnnen zijn. Ostracisme In de psychologie wordt buitensluiten of sociaal negeren ostracisme genoemd. Onderzoek laat zien dat sociale uitsluiting fundamentele behoeften kan raken, waaronder verbondenheid, eigenwaarde, controle en het gevoel ertoe te doen . Dat betekent niet dat iedere verwijderde persoon psychische problemen krijgt. Het helpt wel begrijpen waarom langdurig verlies van familie en een vertrouwde gemeenschap diep kan ingrijpen. Voor iemand die verwijderd is kan dat verlies werkelijk zijn. Voor iemand die inactief is kan juist de angst voor mogelijk toekomstig verlies een belangrijke rol spelen. Lees ook in A-Z Encyclopedie van de Psychologie: O - Ostracisme - Wat doet langdurige sociale uitsluiting met een mens? Drie verschillende posities, drie verschillende spanningen Daardoor kunnen drie mensen heel verschillende vormen van belasting ervaren. Een actieve Jehovah’s Getuige kan worstelen met loyaliteit aan familie tegenover wat hij gelooft dat Jehovah vraagt. Een inactieve persoon kan zijn familie nog hebben maar bang zijn dat volledige openheid alsnog tot gemeentelijke en sociale gevolgen leidt. Een verwijderde persoon hoeft niet meer bang te zijn dat hij verwijderd wordt, maar kan jarenlang leven met het verlies dat al heeft plaatsgevonden. Daarom vertelt de eenvoudige zin: ‘Iedereen is toch vrij om weg te gaan?’ maar een klein deel van het verhaal. Waarom wil iemand soms terug? Dat verklaart ook waarom sommige verwijderde personen overwegen terug te keren. Dat kan zijn omdat zij opnieuw oprecht geloven dat Jehovah’s Getuigen de waarheid hebben. Maar het kan ook zijn omdat zij hun moeder missen. Hun kinderen. Hun broers en zussen. Hun vrienden. Hun gemeenschap. Of al die dingen tegelijk. Daarom bewijst de wens om terug te keren niet automatisch waarom iemand terug wil. Een relevante vraag kan zijn: ‘Wil ik terug naar wat ik geloofde, naar de mensen die ik mis, of naar allebei?’ Een nieuw netwerk opbouwen Wie niet wil terugkeren kan voor een enorme praktische en sociale opdracht komen te staan. Nieuwe vrienden ontstaan niet vanzelf. Wie tientallen jaren binnen de gemeente leefde had vaak al een compleet netwerk: familie, vrienden, bijeenkomsten, activiteiten en mensen om op terug te vallen. Buiten die omgeving moet iemand soms bewust iets opbouwen wat vroeger vanzelf aanwezig was. Dat kan via werk, sport, studie, vrijwilligerswerk, buurtactiviteiten, oude contacten, hobby’s of lotgenoten. Het hoeft niet snel. Een nieuw netwerk kan beginnen met één persoon met wie je koffie drinkt. Eén collega die je vertrouwt. Eén sportclub. Eén oude vriend die opnieuw in beeld komt. Langzaam kan daar weer een sociaal leven uit groeien. Lees verder op ExJW.World : Herstel - Sociale opbouw na de gemeente - Hoe bouw je stap voor stap nieuwe contacten, vriendschappen en verbondenheid op? Herstel betekent niet dat je nooit meer iets voelt Misschien is dat een belangrijk verschil. Herstel hoeft niet te betekenen: ‘Mijn familie kan mij nooit meer raken.’ of: ‘Ik voel nooit meer spanning wanneer ik iemand uit de gemeente zie.’ Herstel kan ook betekenen: ‘Het raakt mij soms nog, maar het bepaalt niet meer mijn hele leven.’ Je houdt de hand van je partner vast. Je ziet iemand uit de gemeente. Je voelt misschien even die oude spanning. Maar je laat niet meer automatisch los. Dat is ook vrijheid. Om zelf over na te denken Wat betekent inactief zijn in de praktijk voor verschillende mensen? Hoe vrij voelt iemand zich wanneer hij niet weet welke informatie alsnog gevolgen kan hebben? Wat doet het met iemand om zijn relatie of andere belangrijke delen van zijn leven voor zijn eigen ouders verborgen te houden? Kun je werkelijk eerlijk leven wanneer je voortdurend moet afwegen wat veilig zichtbaar is? Wanneer wordt voorzichtigheid zelfcensuur? Hoeveel stress kan de verwachting van mogelijk sociaal verlies veroorzaken, ook wanneer dat verlies uiteindelijk niet plaatsvindt? Wat doet het met iemand wanneer hij op straat een Getuige tegenkomt en direct bang wordt voor wat daarna kan gebeuren? Hoe voelt het voor een verwijderde persoon wanneer vergelijkbaar levende inactieve familieleden of voormalige geloofsgenoten hun familie wel behouden? Kan iemand verantwoordelijkheid dragen voor een fout uit het verleden en toch vinden dat het huidige sociale verlies buiten verhouding voelt? Wat gebeurt er wanneer het gedrag waarvoor iemand werd verwijderd allang niet meer bestaat, maar zijn religieuze status nog wel invloed heeft op familiecontact? Kan een actieve JG vanuit religieuze loyaliteit afstand houden en kan de verwijderde persoon diezelfde afstand tegelijkertijd als emotionele afwijzing beleven? Als iemand wil terugkeren, verlangt hij dan naar het geloof, naar familie of naar beide? Hoeveel tijd mag iemand nodig hebben om een nieuwe identiteit en een nieuw netwerk op te bouwen? En wat betekent vrijheid wanneer het verleden soms nog pijn doet, maar niet meer bepaalt wat je vandaag doet? Tot slot Inactief zijn en uit de gemeente verwijderd zijn zijn binnen Jehovah’s Getuigen verschillende religieuze posities. Voor een actieve Jehovah’s Getuige is dat onderscheid belangrijk. Een inactieve persoon is niet automatisch uit de gemeente verwijderd. Bij iemand die verwijderd is gelden specifieke religieuze regels over omgang. Maar achter die termen zitten mensen. De ene inactieve persoon leeft zonder veel angst verder. Een andere leeft met de voortdurende vraag hoeveel van haar werkelijke leven veilig zichtbaar mag zijn. Zij houdt de hand van haar partner vast, ziet iemand uit de gemeente en denkt ineens: ‘Wat gaat dit nu betekenen?’ De verwijderde persoon heeft die specifieke angst misschien niet meer. Zij is al verwijderd. Maar zij kan tientallen jaren later nog steeds ervaren wat die status betekende voor haar ouders, broers, zussen en vrienden. Haar huidige leven kan stabiel zijn. Het gedrag waarvoor zij ooit werd verwijderd kan al jaren niet meer plaatsvinden. Toch kan het verlies nog iedere dag aanwezig zijn. Daarmee ontstaat een ingewikkeld contrast: de inactieve persoon kan bang zijn voor wat zij nog kan verliezen; de verwijderde persoon kan rouwen om wat zij al verloren heeft. Beiden kunnen verlangen naar hetzelfde: een leven waarin ze eerlijk kunnen zijn, zichzelf kunnen laten zien en van hun familie kunnen houden zonder voortdurend bang te hoeven zijn voor wat hun religieuze status daarmee doet. Misschien is vrijheid daarom niet alleen: ‘Ik mag mijn eigen keuzes maken.’ Misschien hoort er ook bij: ‘Ik kan die keuzes zichtbaar leven zonder voortdurend te vrezen dat één ontmoeting, één foto of één gesprek mijn belangrijkste relaties verandert.’ En voor degene die al verwijderd is misschien: ‘Een beslissing uit mijn verleden hoeft niet iedere keer opnieuw te bepalen hoeveel menselijk contact ik vandaag waard ben.’ Als twee mensen jaren later vrijwel hetzelfde leven leiden, wat doet het dan met degene die haar familie verloor wanneer de ander die familie behoudt — en hoeveel vrijheid heeft iemand werkelijk zolang liefde, eerlijkheid en religieuze status zo sterk met elkaar verweven blijven? Bronnen JW.org - Hoe behandelen Jehovah’s Getuigen voormalige geloofsgenoten? De Wachttoren - augustus 2024 - Jehovah’s kijk op zondaars in de gemeente navolgen De Wachttoren - augustus 2024 - Liefde en barmhartigheid als reactie op zonde De Wachttoren - augustus 2024 - Hulp voor degenen die uit de gemeente zijn verwijderd De Wachttoren - september 2025 - ‘Laat hij de ouderlingen (...) bij zich roepen’ Nieuwewereldvertaling - 1 Korinthiërs 5:9-13; 1 Korinthiërs 6:9, 10; Galaten 5:19-21; 2 Korinthiërs 2:6-8 Heather J. Ransom, Rebecca L. Monk & Derek Heim - Grieving the Living: The Social Death of Former Jehovah’s Witnesses Kipling D. Williams - Ostracism Kipling D. Williams - onderzoek naar ostracisme, verbondenheid, eigenwaarde, controle en betekenis Zie ook in A-Z Begrippenlijst Jehovah’s Getuigen B - Berouw - Wie bepaalt of iemand voldoende berouw heeft getoond? C - Comité van ouderlingen - Hoe worden ernstige gemeentelijke kwesties behandeld? O - Ouderling - Welke taak, verantwoordelijkheid en invloed heeft een ouderling? V - Verwijdering - Wat betekent verwijdering en wat kan die sociaal en psychologisch betekenen? V - Vrije wil - Hoe vrij voelt een keuze wanneer verschillende uitkomsten grote sociale gevolgen kunnen hebben? W - Werelds - Wat doet de tegenstelling tussen ‘de waarheid’ en ‘de wereld’ met denken en geweten? Zie ook in A-Z Encyclopedie van de Psychologie H - Hyperwaakzaamheid - Wat gebeurt er wanneer je voortdurend alert blijft op mogelijk gevaar of verlies? L - Loyaliteitsconflict - Wat gebeurt er wanneer trouw zijn aan jezelf kan botsen met de band met mensen van wie je houdt? O - Ostracisme - Wat doet langdurige sociale uitsluiting met een mens? S - Sociale invloed - Hoe beïnvloeden verwachtingen van anderen onze keuzes zonder directe dwang? Z - Zelfcensuur - Wat gebeurt er wanneer je delen van jezelf niet laat zien uit angst voor afwijzing of verlies? Lees ook op ExJW.World Herstel - Sociale opbouw na de gemeente - Hoe bouw je een nieuw sociaal netwerk op wanneer veel oude contacten zijn weggevallen? Herstel - Ik mis mijn gemeenschap - Waarom kun je mensen en verbondenheid missen terwijl je niet terug wilt naar het geloof?