EXJW WorldKennisbibliotheek

Kennisbibliotheek › Herstel

Sociale opbouw na de gemeente: van structuur naar vrijheid

Hoe bouw je een sociaal leven op als je sociale netwerk grotendeels verdwenen is?

Herkenbare vragen Hoe maak ik als volwassene nieuwe vrienden? Waar ontmoet ik mensen buiten de gemeente? Waarom voelen nieuwe contacten in het begin zo oppervlakkig? Hoe bouw ik een sociaal leven op zonder de vaste structuur van vergaderingen en velddienst? En waarom kan ik nieuwe mensen ontmoeten en me toch eenzaam voelen? Voor veel Jehovah’s Getuigen is de gemeente een belangrijk onderdeel van hun sociale leven. Vergaderingen, velddienst, congressen en contacten met andere Getuigen zorgen ervoor dat je regelmatig dezelfde mensen ontmoet. Vriendschappen, geloof en sociale activiteiten kunnen daardoor sterk met elkaar verweven raken. Wanneer je inactief wordt of de organisatie verlaat, kan die structuur gedeeltelijk of helemaal verdwijnen. Sommige mensen behouden familie en vrienden, anderen verliezen een groot deel van hun sociale netwerk. Dan ontstaat een heel praktische vraag: Hoe bouw je als volwassene opnieuw een sociaal leven op? Waarom kan dat moeilijk zijn? Nieuwe vrienden maken kan voor iedere volwassene lastig zijn. Maar wanneer een groot deel van je sociale leven jarenlang binnen één gemeenschap plaatsvond, kunnen er extra drempels zijn: Je hebt misschien weinig ervaring met het opbouwen van vriendschappen buiten de gemeente. Sommige sociale situaties kunnen onbekend of onwennig voelen. Je draagt een achtergrond mee die je niet altijd meteen wilt uitleggen. Je mist misschien de vanzelfsprekendheid waarmee je binnen de gemeente steeds dezelfde mensen ontmoette. Je kunt bang zijn opnieuw mensen kwijt te raken. Nieuwe contacten kunnen oppervlakkig voelen vergeleken met vriendschappen die tientallen jaren bestonden. Dat laatste is belangrijk. Wanneer je iemand drie maanden kent, kun je die relatie onbewust vergelijken met iemand die je vijftien of twintig jaar kende. Nieuwe vriendschappen hebben tijd nodig om een geschiedenis te krijgen. Je hoeft niet meteen vrienden te zoeken Het klinkt misschien vreemd, maar je hoeft niet op pad te gaan met de opdracht: ‘Ik moet vrienden vinden.’ Een praktischere eerste stap is: Waar zou ik regelmatig naartoe willen, ook als ik daar niet onmiddellijk vrienden maak? Denk bijvoorbeeld aan: een sportvereniging of vaste sportles; een cursus taal, muziek, schilderen of schrijven; vrijwilligerswerk; een wandelgroep; een hobbyvereniging; buurtactiviteiten; studie of opleiding; een lotgenotengroep. Het voordeel van zulke plekken is herhaling . Je ziet dezelfde mensen opnieuw. Daardoor kunnen gesprekken vanzelf verdergaan waar ze de vorige keer stopten en kan vertrouwdheid ontstaan. Van een bekende naar een vriend Binnen een gemeente hoefde je misschien niet bewust na te denken over hoe je sociale contacten opbouwde. Je kwam elkaar vanzelf tegen. Buiten zo'n vaste structuur vraagt contact soms meer initiatief. Een vriendschap kan heel klein beginnen: ‘Ga je na de training nog iets drinken?’ ‘Zullen we volgende week samen wandelen?’ ‘Ik vond het gezellig. Zullen we nummers uitwisselen?’ Niet ieder contact wordt een vriendschap. Dat hoeft ook niet. Misschien ontmoet je iemand met wie je af en toe koffie drinkt, iemand anders met wie je sport en weer iemand anders met wie je over persoonlijke dingen kunt praten. Niet één persoon of groep hoeft alles te vervangen wat de gemeente vroeger bood. Sociale vrijheid kan ook wennen zijn Een nieuwe sociale wereld kan meer keuze bieden, maar juist die keuze kan in het begin onwennig zijn. Met wie wil ik omgaan? Hoeveel wil ik over mezelf vertellen? Welke activiteiten vind ík eigenlijk leuk? Welke grenzen wil ik stellen? Wat verwacht ik van een vriendschap? Dat zijn vragen waarop je misschien niet onmiddellijk een antwoord hebt. Je hoeft ook niet alles te doen wat buiten de organisatie gebruikelijk is. Je hoeft niet van uitgaan te houden, alcohol te drinken, verjaardagen te vieren of bepaalde sociale gewoontes over te nemen om ergens bij te horen. Vrijheid betekent ook dat je zelf mag ontdekken wat wel en niet bij je past. Vertrouwen opnieuw opbouwen Voor sommige ex-JG’s kan vertrouwen een gevoelig onderwerp zijn. Wanneer belangrijke relaties na een verandering van geloof zijn veranderd of verdwenen, kan de gedachte ontstaan: ‘Wat als deze mensen mij uiteindelijk ook laten vallen?’ Dat betekent niet dat iedere ex-JG moeite krijgt met vertrouwen. Maar als je dit herkent, hoef je een nieuwe vriend niet onmiddellijk je hele levensverhaal te vertellen. Vertrouwen mag in kleine stappen ontstaan. Je kunt iets persoonlijks vertellen en kijken hoe iemand ermee omgaat. Je kunt een grens aangeven en ervaren of die wordt gerespecteerd. Je kunt ontdekken dat een meningsverschil niet automatisch het einde van een vriendschap hoeft te betekenen. Zo leer je iemand kennen — en die persoon jou. En als je de gemeente eigenlijk mist? Een nieuw sociaal leven opbouwen betekent niet dat je niets meer mag missen van je oude gemeenschap. Misschien bouw je nieuwe contacten op en mis je tegelijkertijd nog steeds bepaalde mensen uit de gemeente. Dat kan naast elkaar bestaan. Vraag jezelf af: Mis ik deze specifieke mensen? Mis ik het gevoel ergens bij te horen? Mis ik de religieuze gemeenschap? Of mis ik mijn geloof zelf? Dat zijn verschillende behoeften. Nieuwe vrienden kunnen sociale verbondenheid bieden, maar hoeven bijvoorbeeld geen antwoord te geven op vragen over geloof of zingeving. Ook voor actieve Jehovah’s Getuigen is dit een interessante vraag Ook wanneer je Jehovah’s Getuige bent en helemaal niet wilt vertrekken, kun je jezelf afvragen: Hoe breed is mijn sociale netwerk? Heb ik ook contacten met mensen buiten mijn geloof? Kan ik een goede relatie hebben met iemand die anders denkt dan ik? En hoeveel van mijn sociale leven is verbonden met mijn religieuze gemeenschap? Daar hoeft geen goed of fout antwoord op te bestaan. Een hechte geloofsgemeenschap kan juist veel verbondenheid en steun geven. Het kan wel interessant zijn om te beseffen hoeveel geloof, gemeenschap en vriendschap in je eigen leven met elkaar verweven zijn. Over eenzaamheid Je kunt tussen mensen zitten en je toch eenzaam voelen. Vooral wanneer je verlangt naar de vertrouwdheid van relaties die jarenlang bestonden, kunnen nieuwe contacten aanvankelijk niet hetzelfde voelen. Probeer eenzaamheid daarom niet te zien als bewijs dat je buiten de gemeente geen aansluiting kunt vinden — maar ook niet als iets wat je simpelweg moet negeren. Als je eenzaamheid aanhoudt, erg zwaar wordt of samengaat met bijvoorbeeld somberheid of het gevoel dat je nergens meer bij hoort, kan het verstandig zijn erover te praten met je huisarts of een andere professionele hulpverlener. Tot slot Een nieuw sociaal leven ontstaat meestal niet op één moment. Het groeit uit kleine ontmoetingen die zich herhalen. Eerst ken je iemands naam. Daarna maak je een praatje. Dan drink je misschien samen koffie. Maanden later merk je ineens dat je iemand belt wanneer er iets belangrijks gebeurt. Je hoeft je oude sociale wereld niet zo snel mogelijk te vervangen. En je hoeft ook niet iemand anders te worden om buiten de gemeente vrienden te kunnen maken. Misschien is de eerste vraag daarom niet: ‘Waar vind ik een nieuwe gemeenschap?’ maar: ‘Waar kan ik regelmatig mensen ontmoeten terwijl ik iets doe wat bij míj past?’ Van daaruit kan iets ontstaan wat niet georganiseerd of vooraf bepaald hoeft te zijn, maar langzaam groeit: een sociaal leven dat je zelf vormgeeft.