EXJW WorldKennisbibliotheek

Kennisbibliotheek › 🧠 A-Z Encyclopedie van de Psychologie

A - Angstconditionering

Wanneer bepaalde prikkels automatisch angst kunnen oproepen

Herkenbare vragen Waarom reageert mijn lichaam sterk op een woord, lied, gebouw of nieuwsbericht? Waarom kan angst blijven terwijl ik rationeel inmiddels anders denk? Waarom voel ik spanning bij iets waarvan ik weet dat het op zichzelf niet gevaarlijk is? Kan een oude angstreactie worden geactiveerd zonder dat ik daar bewust voor kies? Is zo’n reactie bewijs dat er werkelijk gevaar is? En kan aangeleerde angst ook weer afnemen? Wat is angstconditionering? Angstconditionering is een vorm van leren waarbij iets wat eerst neutraal was verbonden raakt met dreiging of angst. Stel dat iemand een ernstig auto-ongeluk meemaakt terwijl hij piepende remmen hoort. Maanden later hoort hij hetzelfde geluid opnieuw. Er gebeurt niets, maar zijn lichaam reageert onmiddellijk: hartslag omhoog, spieren gespannen, schrik. Het geluid van remmen is op dat moment niet het gevaar. Het brein heeft alleen geleerd: dit geluid → mogelijk gevaar. Dat vermogen heeft een belangrijke beschermende functie. Door ervaringen te onthouden kan ons brein sneller reageren wanneer een vergelijkbare situatie opnieuw optreedt. Het wordt lastiger wanneer het alarmsysteem ook sterk reageert op situaties die nu niet gevaarlijk zijn . Waarom kan ons lichaam eerder reageren dan ons verstand? Angst- en dreigingsreacties ontstaan door samenwerking tussen verschillende hersengebieden en lichaamssystemen. De amygdala speelt daarbij een belangrijke rol, samen met onder andere de hippocampus en delen van de prefrontale cortex. Onderzoeker Joseph LeDoux heeft veel onderzoek gedaan naar deze netwerken. Hij benadrukt bovendien dat automatische verdedigingsreacties en het bewuste gevoel angst niet precies hetzelfde zijn. Een lichamelijke reactie kan al ontstaan voordat je uitgebreid bewust hebt beoordeeld wat er gebeurt. Je hoort iets. Je lichaam spant zich aan. En pas daarna denk je: “Waarom reageer ik hier eigenlijk zo op?” Dat betekent niet dat je bewust hebt besloten bang te zijn. Een gevoel van gevaar is niet hetzelfde als bewijs van gevaar Dit onderscheid is belangrijk. De angst kan echt zijn. De hartslag is echt. De spanning is echt. Maar daaruit volgt niet automatisch dat de situatie werkelijk gevaarlijk is. Je kunt voelen: “Dit is gevaarlijk.” terwijl er ook iets anders aan de hand kan zijn: “Mijn lichaam herkent iets wat vroeger met gevaar verbonden was.” Andersom moet angst ook niet automatisch worden weggewuifd. Soms bestaat er wél een werkelijk risico. De nuttige vraag wordt daarom: “Waar reageer ik op — en wat gebeurt er op dit moment werkelijk?” Generalisatie: wanneer angst zich uitbreidt Een aangeleerde angstreactie kan zich uitbreiden naar dingen die lijken op de oorspronkelijke situatie. Dit wordt generalisatie genoemd. Iemand die door één grote hond is gebeten, kan later niet alleen bang worden voor die hond, maar ook voor andere grote honden — en uiteindelijk misschien voor bijna iedere hond. Hetzelfde kan gebeuren met andere prikkels: een bepaalde stem; een gebouw; een kledingstijl; een lied; een Bijbeltekst; een telefoontje; een bepaalde persoon; of een nieuwsbericht. Het brein reageert als het ware: “Dit lijkt erop. Voor de zekerheid opletten.” Ook de context kan worden opgeslagen. Daardoor kan iets jaren later onverwacht spanning oproepen zonder dat je meteen begrijpt waarom. Hoe kan dit voorkomen binnen een religieuze omgeving? Religie kan verbonden zijn met positieve gevoelens zoals hoop, veiligheid, zingeving, familie en verbondenheid. Tegelijk kunnen bepaalde religieuze begrippen bij sommige mensen sterk verbonden raken met angst, bijvoorbeeld wanneer die begrippen jarenlang samengingen met waarschuwingen over gevaar, Gods afkeuring, vernietiging, verlies van dierbaren of sociale gevolgen. Dat hoeft niet bij iedereen te gebeuren. En wanneer iemand spanning ervaart, is angstconditionering slechts één mogelijke verklaring . Het psychologische mechanisme kan wel helpen verklaren waarom een emotionele reactie soms blijft bestaan terwijl iemands bewuste overtuiging verandert. Een voorbeeld bij Jehovah’s Getuigen Stel dat iemand jarenlang Jehovah’s Getuige is geweest en later persoonlijk tot andere conclusies komt over Armageddon. Die persoon hoort vervolgens nieuws over oorlog of een grote ramp en voelt onmiddellijk: “Wat als het toch zo gebeurt?” Of iemand rijdt na lange tijd langs een Koninkrijkszaal en merkt plotseling spanning. Een ander hoort een bekend lied of een bepaalde religieuze uitdrukking en krijgt onverwacht een lichamelijke reactie. Dat hoeft niet te betekenen: “Dus diep vanbinnen geloof ik dit nog steeds.” Een andere mogelijke verklaring is: “Mijn lichaam herkent iets waaraan jarenlang een sterke emotionele betekenis verbonden was.” Hetzelfde principe geldt andersom ook: een automatische emotionele reactie zegt op zichzelf niets over de vraag of een religieuze overtuiging waar of onwaar is. Een gevoel vertelt wat je systeem heeft geleerd. Het beslist niet automatisch wat feitelijk waar is. Een Koninkrijkszaal kan voor verschillende mensen iets anders betekenen Voor de ene persoon roept een Koninkrijkszaal warme herinneringen op aan vrienden, jeugd en verbondenheid. Voor een ander kan hetzelfde gebouw verbonden zijn met spanning, schuld, moeilijke gesprekken, verlies of uitsluiting. En bij iemand kunnen beide reacties tegelijkertijd bestaan. “Ik heb daar mooie momenten gehad.” kan naast: “Ik voel spanning wanneer ik het gebouw zie.” bestaan. Het één maakt het andere niet onwaar. Angstconditionering is niet hetzelfde als indoctrinatie Die begrippen moeten niet automatisch aan elkaar worden gekoppeld. Angstconditionering is een algemeen menselijk leermechanisme. Het kan ontstaan na: een verkeersongeluk; een medische behandeling; pesten; relationeel geweld; een paniekaanval; ervaringen binnen een gezin; of ervaringen binnen een religieuze omgeving. Het mechanisme vertelt bovendien niet automatisch iets over de bedoeling van degene van wie een boodschap afkomstig was. Een ouder kan bijvoorbeeld vanuit oprechte bezorgdheid een waarschuwing geven, terwijl een kind daar toch een sterke angstreactie aan koppelt. Waarom kan angst blijven nadat een overtuiging verandert? Omdat bewuste overtuigingen en aangeleerde lichamelijke reacties niet precies op dezelfde manier veranderen. Je kunt vandaag denken: “Ik geloof dit niet meer.” terwijl je zenuwstelsel jarenlang heeft geoefend: deze prikkel → gevaar. Een automatische reactie verdwijnt niet altijd op het moment dat je verstandelijk tot een andere conclusie komt. Daardoor kunnen twee dingen tegelijk waar zijn: “Ik denk niet dat dit gevaarlijk is.” en: “Mijn lichaam reageert nog alsof het gevaarlijk is.” Dat is geen bewijs dat je jezelf voor de gek houdt. Het laat vooral zien dat verschillende vormen van leren naast elkaar kunnen bestaan. Vermijding kan angst in stand houden Wanneer iets angst oproept, willen mensen het vaak vermijden. Niet langs het gebouw rijden. Het lied uitzetten. Een bepaald onderwerp niet bespreken. Nieuws vermijden. Een persoon ontwijken. Dat geeft vaak direct opluchting. Maar daardoor krijgt het brein soms weinig gelegenheid om te ontdekken: “Ik kan deze situatie meemaken zonder dat het verwachte gevaar volgt.” Vermijding kan angst daarom in sommige gevallen in stand houden. Dat betekent niet dat je alles moet opzoeken. Wanneer er werkelijk gevaar of ernstige sociale gevolgen bestaan, kan afstand juist verstandig zijn. Hyperwaakzaamheid Soms gaat het niet meer om één prikkel. Iemand gaat voortdurend zoeken naar mogelijke signalen van dreiging. Wie loopt daar? Waarom belt dat nummer? Heeft iemand mij gezien? Wat weet die persoon over mij? Dat wordt hyperwaakzaamheid genoemd: voortdurend extra alert zijn op signalen die mogelijk gevaar, afwijzing of verlies aankondigen. Angstconditionering en hyperwaakzaamheid kunnen elkaar versterken. Kan aangeleerde angst weer afnemen? Ja. Het brein kan ook nieuwe verbindingen leren. Wanneer iemand een vroegere angstprikkel herhaaldelijk veilig tegenkomt zonder dat het verwachte gevaar volgt, kan de reactie geleidelijk afnemen. In de psychologie wordt dit extinctieleren genoemd. Belangrijk is dat moderne theorieën dit niet simpelweg zien als het wissen van de oude herinnering. Er ontstaat eerder nieuwe informatie: “Deze prikkel kan óók voorkomen zonder dat het oude gevaar volgt.” Onderzoek van onder anderen Michelle Craske laat zien dat dit nieuwe, remmende leren een belangrijk uitgangspunt is voor moderne exposurebehandeling. Daarom kan angst soms later weer even terugkomen. De oude associatie is niet noodzakelijk volledig verdwenen. Dat betekent niet automatisch dat alle vooruitgang verloren is. Wat kun je ermee? Bij een milde reactie kun je eerst proberen drie dingen uit elkaar te halen: 1. Wat voel ik? Ik voel spanning. 2. Wat gebeurt er feitelijk? Ik hoor een bepaald lied. Ik zie een gebouw. Ik lees nieuws over een oorlog. 3. Welke betekenis heeft mijn brein eraan geleerd? Dit is jarenlang verbonden geweest met gevaar, afwijzing of een bepaalde verwachting. Daarna kun je jezelf vragen: “Welke betekenis geef ik hier vandaag zelf aan?” Dat is iets anders dan zeggen: “Stel je niet aan.” Je neemt de reactie serieus zonder automatisch iedere conclusie over te nemen die met het gevoel meekwam. Begin met: is er nú gevaar? Een eenvoudige vraag kan zijn: “Is er op dit moment werkelijk gevaar?” Wanneer het antwoord nee is, kun je bijvoorbeeld denken: “Mijn lichaam reageert. Dat gevoel is echt. Maar ik hoef nog niet te concluderen dat er nu gevaar is.” Wanneer er wél een concreet risico bestaat, hoort daar natuurlijk een andere reactie bij. Exposure en professionele hulp Bij verschillende angststoornissen wordt gebruikgemaakt van exposuretherapie , meestal als onderdeel van cognitieve gedragstherapie. Daarbij wordt op een gecontroleerde manier geoefend met situaties die angst oproepen. Exposure is onder andere een goed onderzochte behandeling bij fobieën. Dat betekent niet: “Doe meteen het engste wat je kunt bedenken.” Bij sterke angst, trauma, paniekaanvallen, herbelevingen of ingewikkelde situaties is zelf forceren niet verstandig. Professionele begeleiding kan dan passender zijn. Hulp kan vooral verstandig zijn wanneer angst leidt tot ernstige vermijding, slaapproblemen, paniek, voortdurende hyperwaakzaamheid of duidelijke beperkingen in werk, relaties en dagelijks functioneren. Je hoeft niets te bewijzen Vrijer worden betekent niet dat je expres alles moet doen wat spanning oproept. Je hoeft geen Koninkrijkszaal binnen te lopen om te bewijzen dat je geen angst meer hebt. Je hoeft geen religieuze liederen te beluisteren. De belangrijkere vraag is: “Beperkt deze reactie mijn leven op een manier waar ík iets aan wil veranderen?” Niet iedere oude emotionele reactie hoeft behandeld te worden. Vragen om over na te denken Welke woorden, geluiden, plaatsen of situaties roepen bij mij opvallend snel spanning op? Wanneer kan die verbinding zijn ontstaan? Wat gebeurde er vroeger wanneer deze prikkel aanwezig was? Wat gebeurt er vandaag werkelijk? Is er nu gevaar, of herkent mijn lichaam iets wat eerder met gevaar verbonden was? Welke gedachte verschijnt automatisch? Geloof ik die gedachte vandaag zelf nog? Vermijd ik situaties vooral vanwege de angst? Beschermt die vermijding mij tegen een werkelijk risico of geeft ze vooral tijdelijke opluchting? Zijn er situaties waarin mijn reactie al minder sterk is geworden? Kan ik mijn gevoel serieus nemen zonder het automatisch als bewijs te behandelen? Samenvatting Angstconditionering is een algemeen leermechanisme waardoor een woord, geluid, persoon, gebouw of andere prikkel later automatisch spanning kan oproepen omdat die eerder met gevaar of dreiging verbonden is geraakt. Dat vermogen is oorspronkelijk beschermend. Maar een oude koppeling kan blijven bestaan wanneer de omstandigheden of je overtuigingen inmiddels zijn veranderd. Daardoor kan iemand bewust denken: “Ik zie dit nu anders.” terwijl het lichaam nog reageert: “Pas op.” De angst is dan niet verzonnen. Maar het gevoel alleen vertelt niet automatisch of er op dit moment werkelijk gevaar is — en ook niet of een bepaalde overtuiging waar of onwaar is. Nieuwe veilige ervaringen kunnen nieuwe informatie toevoegen. Misschien is herstel daarom niet: “Ik voel dit nooit meer.” maar: “Wanneer het gevoel verschijnt, herken ik wat er gebeurt en kan ik opnieuw onderzoeken wat er op dit moment werkelijk aan de hand is.” Bronnen en verdieping Ivan P. Pavlov – klassiek onderzoek naar conditionering en associatief leren. Pavlovs werk vormde een belangrijke basis voor het latere onderzoek naar klassieke conditionering. De American Psychological Association beschrijft klassieke conditionering als een belangrijk fundament van gedragstherapie. Joseph E. LeDoux (2003), The Emotional Brain, Fear, and the Amygdala , Cellular and Molecular Neurobiology . Over hersennetwerken die betrokken zijn bij aangeleerde dreigings- en verdedigingsreacties. Joseph E. LeDoux (2014), Coming to Terms with Fear , Proceedings of the National Academy of Sciences . Over het belangrijke onderscheid tussen bewuste gevoelens van angst en automatische verdedigingsmechanismen. Michelle G. Craske e.a. (2014), Maximizing Exposure Therapy: An Inhibitory Learning Approach . Over exposure en het idee dat nieuw veilig leren naast eerdere angstassociaties kan ontstaan. Michelle G. Craske e.a. (2018), State-of-the-art and future directions for extinction as a translational model for fear and anxiety . Over angstconditionering, extinctieleren en toepassingen bij de behandeling van angst. National Institute of Mental Health – informatie over angststoornissen, cognitieve gedragstherapie en exposuretherapie. Lees ook Hyperwaakzaamheid – waarom blijf je alert op mogelijk gevaar, afwijzing of verlies? Internalisering – hoe worden normen en waarschuwingen van buitenaf onderdeel van je eigen innerlijke reactie? Aangeleerde schuld – waarom iets nog verkeerd kan voelen wanneer je overtuiging veranderd is. Angst en spanning bij autoriteit – waarom iemand met gezag automatisch extra spanning kan oproepen. Vermijding – waarom uit de buurt blijven onmiddellijk kan opluchten en angst soms tegelijkertijd kan versterken. Triggers – waarom een klein signaal onverwacht een grote emotionele reactie kan activeren. Ostracisme – wat langdurige of dreigende sociale uitsluiting met mensen kan doen. Armageddon – welke plaats Armageddon heeft binnen het geloof van Jehovah’s Getuigen en welke emoties ermee verbonden kunnen raken. Geweten – waarom iets nog verkeerd kan voelen terwijl je er bewust anders over bent gaan denken. Vrije wil – hoe vrij een keuze voelt wanneer angst voor gevolgen meespeelt.