Herkenbare vragen
- Waarom word ik gespannen als iemand met gezag mij aanspreekt?
- Waarom denk ik bij een kort bericht van mijn leidinggevende meteen dat ik iets fout heb gedaan?
- Waarom vind ik het moeilijk om een arts, ouderling, docent of andere deskundige tegen te spreken?
- Waarom zeg ik soms ja terwijl ik eigenlijk vragen of twijfels heb?
- Waarom kan iemand met een titel of functie automatisch meer gewicht krijgen in mijn hoofd?
- Hoe kan ik rustiger en gelijkwaardiger communiceren?
Wat is spanning bij autoriteit?
Sommige mensen ervaren extra spanning tegenover personen die zij als gezaghebbend zien, bijvoorbeeld een leidinggevende, arts, docent, politieagent, ouder, ouderling of andere religieuze leider.
Spanning bij autoriteit is geen officiële psychologische diagnose. Het beschrijft een reactie waarbij iemands positie, deskundigheid of gezag extra gewicht krijgt. Je kunt daardoor sneller onzeker worden, jezelf inhouden, gehoorzamen of bang zijn iets verkeerd te zeggen.
Dat hoeft niet te betekenen dat je bewust denkt:
“Deze persoon
is machtiger dan ik.”Het kan veel subtieler zijn:
Straks vindt hij mij lastig.
Misschien heb ik iets verkeerd gedaan.
Zij zal het wel beter weten.
Wie ben ik om dit tegen te spreken?
Ik kan beter gewoon akkoord gaan.
Je lichaam kan ondertussen reageren met een snellere hartslag, gespannen spieren, blokkeren of de neiging om snel antwoord te geven.
Waarom kan ons brein zo reageren?
Mensen zijn gevoelig voor sociale verhoudingen en voor de beoordeling door anderen. Onderzoek naar sociale evaluatie laat zien dat het idee dat anderen ons beoordelen invloed kan hebben op hoe we sociale informatie waarnemen en beslissingen nemen. Angstgevoeligheid kan die invloed versterken.
Ervaringen kunnen daarbij een rol spelen. Wanneer gezag eerder regelmatig verbonden was met kritiek, straf, schaamte, verlies van goedkeuring of andere negatieve gevolgen, kan een nieuwe gezagssituatie sneller spanning oproepen. Dat betekent niet noodzakelijk dat de persoon tegenover je nu gevaarlijk is.
Gezag
+
eerdere spanning
↓
extra alertheid
↓
“Doe ik iets verkeerd?”Je zenuwstelsel kan als het ware hebben geleerd:
“Wanneer iemand met gezag iets van mij wil, moet ik extra goed opletten.”
Persoonlijkheid, opvoeding, cultuur, sociale angst en eerdere ervaringen kunnen allemaal meespelen. Er is zelden één oorzaak.
Autoriteit beïnvloedt bijna iedereen
Gevoeligheid voor gezag is niet alleen iets van angstige of onzekere mensen.
De bekende gehoorzaamheidsexperimenten van psycholoog Stanley Milgram onderzochten hoe volwassenen reageerden wanneer een gezaghebbende onderzoeker hun opdroeg door te gaan met het toedienen van wat zij dachten dat elektrische schokken waren. In de bekendste conditie ging 65 procent van de deelnemers door tot het maximale niveau. De vermeende ontvanger kreeg in werkelijkheid geen elektrische schokken.
De experimenten hadden een kunstmatige en extreme onderzoeksopzet en leidden tot veel discussie over onderzoeksethiek. Ze kunnen dus niet rechtstreeks worden vertaald naar een gesprek met een werkgever, arts of religieuze leider.
Ze illustreren wel een breder punt:
Gezaghebbende persoon
↓
instructie krijgt
extra gewichtEen titel, uniform, functie, deskundigheid of religieuze verantwoordelijkheid kan invloed hebben op hoe gemakkelijk iemand een instructie bevraagt.
Voorbeeld uit het dagelijks leven
Je krijgt van je manager een kort bericht:
“Kun je straks even bij me langskomen?”
Er staat niet waarom. Toch gaat je hart sneller kloppen.
Wat heb ik gedaan?
Is er een klacht?
Ben ik iets vergeten?
Straks krijg ik problemen.
Een half uur later blijkt dat je manager alleen iets praktisch wilde bespreken. De spanning kwam dus niet voort uit wat er daadwerkelijk was gezegd, maar uit wat je verwachtte dat een gesprek met iemand met formeel gezag kon betekenen.
“Kun je even komen?”
↓
“Ik heb vast
iets fout gedaan”
↓
spanningRespect is niet hetzelfde als automatisch gehoorzamen
Iemand kan werkelijk meer kennis of formele bevoegdheid hebben.
Een arts heeft medische deskundigheid.
Een rechter heeft juridische bevoegdheden.
Een leidinggevende heeft verantwoordelijkheden binnen een organisatie.
Een religieuze leider kan binnen een geloofsgemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid hebben.
Maar deskundigheid of een functie betekent niet dat iemand onfeilbaar is. Gelijkwaardigheid betekent ook niet dat iedereen dezelfde kennis of bevoegdheden heeft.
Je kunt daarom tegelijkertijd denken:
“Ik respecteer
jouw kennis of functie”
én
“Ik mag vragen
stellen en nadenken”Een arts kunnen tegenspreken betekent bijvoorbeeld niet dat je denkt meer van geneeskunde te weten. Je kunt vragen waarop een advies is gebaseerd of een second opinion overwegen.
Respect en zelfstandig nadenken hoeven geen tegenpolen te zijn.
Hoe kan dit herkenbaar zijn bij Jehovah’s Getuigen?
Binnen Jehovah’s Getuigen hebben ouderlingen duidelijke verantwoordelijkheden. Volgens de eigen officiële beschrijving nemen zij de leiding, onderwijzen zij de gemeente en bieden zij geestelijke zorg. Diezelfde uitleg zegt dat ouderlingen gemeenteleden niet behoren te domineren, maar moeten bijdragen aan hun welzijn en vreugde.
Andere officiële publicaties leggen daarnaast nadruk op respect en gehoorzaamheid aan degenen die de leiding nemen. Ook wordt expliciet gezegd dat ouderlingen niet onfeilbaar zijn.
Voor iemand die deze geloofsovertuiging deelt, kan deze structuur juist orde, vertrouwen en geestelijke leiding bieden.
Sommige huidige of voormalige Getuigen kunnen tegelijk merken dat een gesprek met ouderlingen bijzonder veel spanning oproept. Bijvoorbeeld:
Wat zullen ze van mij denken?
Mag ik zeggen dat ik het anders zie?
Moet ik hier meteen antwoord op geven?
Kan ik zeggen dat ik eerst wil nadenken?
Waarom vind ik dit gesprek zoveel spannender dan een gewoon gesprek?
Dat betekent niet automatisch dat die reactie door Jehovah’s Getuigen is veroorzaakt. Het kan wel zinvol zijn te onderzoeken:
“Welke betekenis heb ik in de loop van mijn leven aan geestelijk gezag geleerd te geven?”
Ook binnen de organisatie bestaan grenzen aan gezag
Voor een evenwichtig beeld is het belangrijk ook dit te noemen. Officiële JW-publicaties benadrukken dat ouderlingen niet over het geloof van anderen behoren te heersen, niet onfeilbaar zijn en niet hun eigen regels voor de gemeente behoren te maken. Tegelijkertijd bestaat er een duidelijke gezagsstructuur binnen de organisatie.
De psychologische vraag hoeft daarom niet te zijn:
“Is gezag goed of slecht?”
Een interessantere vraag is:
Hoe ervaar ik gezag?
Geeft het mij
richting en veiligheid?
Voel ik ruimte
voor vragen?
Kan ik nadenken
voordat ik instem?De lezer kan zelf onderzoeken wat daarvan op zijn of haar ervaring van toepassing is.
Wanneer het oude gevoel ergens anders terugkomt
Een reactie op gezag kan ook in een andere omgeving zichtbaar worden. Misschien merk je spanning bij een werkgever, durf je een arts nauwelijks vragen te stellen, vind je salaris bespreken eng of neem je automatisch aan dat een deskundige wel gelijk zal hebben.
De omgeving kan veranderen terwijl een oude verwachting blijft:
Iemand met gezag
↓
“Die zal het
wel beter weten”
↓
mezelf inhoudenDat hoeft niet uit één specifieke ervaring voort te komen. Het kan samenhangen met opvoeding, karakter, cultuur of meerdere eerdere situaties.
Advies vragen of toestemming vragen?
Soms lijkt het alsof we advies vragen, terwijl we eigenlijk toestemming zoeken.
Er is verschil tussen:
“Wat denk jij? Ik wil je kennis meenemen in mijn beslissing.”
en:
“Vertel mij wat ik moet doen, want ik vertrouw mijn eigen oordeel niet.”
Een nuttige vraag is:
Als deze persoon
iets anders adviseert
dan ik zelf wil...
voel ik mij dan nog
vrij om anders te kiezen?Dat betekent niet dat je deskundig advies zomaar moet negeren. Het helpt vooral herkennen hoeveel ruimte je zelf ervaart om informatie te verwerken en een beslissing te nemen.
Wat kun je ermee?
Het doel hoeft niet te zijn dat je nooit meer spanning voelt tegenover iemand met gezag. Je kunt leren om met die spanning toch bewust te reageren.
Bereid belangrijke vragen vooraf voor. Vraag om uitleg wanneer je iets niet begrijpt. Neem tijd voordat je ergens mee instemt wanneer dat mogelijk is. Maak onderscheid tussen iemands functie en diens onfeilbaarheid. Vraag jezelf af wat er werkelijk gebeurt en wat je vreest dat er zal gebeuren.
Je kunt ook oefenen met eenvoudige zinnen:
“Ik begrijp wat u zegt. Ik wil daar eerst even over nadenken.”
“Kunt u uitleggen waarop dat advies gebaseerd is?”
“Ik heb daar nog een vraag over.”
“Ik zie dat anders. Mag ik uitleggen waarom?”
Assertief
≠
respectloosJe hoeft niet hard of aanvallend te worden om minder automatisch mee te gaan. Rustig vragen stellen kan juist een vorm van respectvolle communicatie zijn.
Vragen om over na te denken
Welke personen of functies maken mij het meest gespannen?
Wat verwacht ik dat er gebeurt wanneer ik iemand met gezag tegenspreek?
Ben ik vooral bang voor straf, conflict, afwijzing of teleurstelling?
Wat gebeurde er vroeger wanneer ik vragen stelde of het ergens niet mee eens was?
Kan ik onderscheid maken tussen respect voor iemand en automatisch aannemen dat diegene gelijk heeft?
Vraag ik om advies of zoek ik soms eigenlijk toestemming?
Welke rechten, keuzes en grenzen heb ik in deze situatie?
Zou ik dezelfde boodschap anders beoordelen als iemand zonder titel of functie haar uitsprak?
Kan ik zeggen: “Ik wil hier eerst over nadenken”?
Samenvatting
Spanning bij autoriteit is geen officiële diagnose. Het beschrijft een herkenbare reactie waarbij een persoon met gezag, deskundigheid of een formele positie extra gewicht krijgt. Dat kan samenhangen met normale sociale gevoeligheid, persoonlijkheid, opvoeding, cultuur, sociale angst of eerdere ervaringen met gezag.
Gezag heeft bovendien op vrijwel iedereen enige invloed. Onderzoek naar gehoorzaamheid laat zien dat een legitiem ervaren autoriteit gedrag kan beïnvloeden, maar zulke onderzoeksresultaten mogen niet simpelweg op iedere dagelijkse gezagsrelatie worden toegepast.
Het doel hoeft daarom niet te zijn om autoriteit te wantrouwen.
Gezag erkennen
≠
alles automatisch
aannemenJe kunt iemands kennis, functie of religieuze verantwoordelijkheid respecteren en tegelijkertijd vragen stellen, informatie onderzoeken en nadenken over je eigen keuze.
Respect en zelfstandig denken kunnen naast elkaar bestaan.
Bronnen en verdieping
Stanley Milgram (1963), Behavioral Study of Obedience. Klassiek onderzoek naar de invloed van een gezaghebbende onderzoeker op gehoorzaamheid.
Onderzoek naar sociale evaluatie en angst. Laat zien dat de verwachting sociaal beoordeeld te worden invloed kan hebben op waarneming en beoordeling van mogelijke sociale dreiging.
Jehovah’s Getuigen – How Do the Elders Serve the Congregation? Officiële uitleg over de taken van ouderlingen en de instructie dat zij de gemeente niet behoren te domineren.
Jehovah’s Getuigen – publicaties over respect voor autoriteit. Officiële bronnen over respect, gehoorzaamheid en de positie van ouderlingen, waarbij tevens wordt erkend dat ouderlingen niet onfeilbaar zijn.
Jehovah’s Getuigen – Understanding Headship in the Congregation. Officiële publicatie waarin onder andere wordt uitgelegd dat ouderlingen niet hun eigen regels voor de gemeente behoren te maken.