Herkenbare vragen

- Waarom voel ik spanning wanneer informatie niet past bij wat ik altijd heb geloofd?

- Waarom wil ik een bron soms meteen afwijzen voordat ik hem goed heb onderzocht?

- Waarom kan twijfel schuldgevoel of angst oproepen?

- Waarom zoek ik gemakkelijker verklaringen die passen bij wat ik al geloof?

- Waarom kan het zo moeilijk zijn om toe te geven dat ik ergens misschien anders over moet gaan denken?

- Kan cognitieve dissonantie ook voorkomen bij voormalige Jehovah’s Getuigen?

- Hoe kan ik onderzoeken wat waar is zonder dat alleen mijn angst of bestaande overtuiging voor mij beslist?

Wat is cognitieve dissonantie?

Cognitieve dissonantie is een begrip uit de sociale psychologie dat vooral bekend werd door psycholoog Leon Festinger en zijn boek A Theory of Cognitive Dissonance uit 1957. De theorie gaat over spanning of ongemak dat kan ontstaan wanneer belangrijke overtuigingen, kennis, waarden of gedrag niet goed met elkaar overeenkomen.
Stel dat iemand sterk gelooft: ‘Mijn religieuze organisatie wordt door God geleid.’ Vervolgens ontdekt hij informatie waarvan hij denkt: ‘Dit lijkt moeilijk te rijmen met wat ik altijd heb geleerd.’
Dan kunnen twee ideeën tegenover elkaar komen te staan:

‘Dit is waar’

      ↕ botst met

‘Maar hoe verklaar
ik deze informatie?’

Dat betekent niet automatisch dat de nieuwe informatie juist is. Het betekent ook niet automatisch dat de oorspronkelijke overtuiging onjuist is. Er is eerst alleen sprake van een tegenstrijdigheid die psychologisch belangrijk kan voelen.

Niet iedere tegenstrijdigheid veroorzaakt evenveel spanning

We komen dagelijks informatie tegen die niet precies past bij wat we dachten, zonder dat dit veel met ons doet.
‘Ik dacht dat deze winkel om negen uur open was, maar het blijkt tien uur te zijn’ zal meestal weinig spanning geven.
Maar: ‘Ik heb dertig jaar belangrijke levenskeuzes gemaakt vanuit deze overtuiging en nu twijfel ik eraan’ kan veel ingrijpender zijn.

Hoe belangrijker
de overtuiging

      +

hoe groter
de tegenstelling

      ↓

hoe sterker
de mogelijke spanning

Hoe sterker een overtuiging verbonden is met identiteit, relaties, moraal of grote levenskeuzes, hoe meer een tegenstrijdigheid kan raken.

Hoe proberen mensen dissonantie te verminderen?

Wanneer twee belangrijke ideeën botsen proberen mensen vaak weer samenhang te creëren. Dat kan op verschillende manieren.
1. Nieuwe informatie afwijzen. Iemand kan denken: ‘Die bron is niet betrouwbaar’ of ‘Die persoon heeft een verborgen agenda.’ Dat kan volkomen juist zijn; sommige bronnen zijn onbetrouwbaar. De relevante vraag is: ‘Heb ik de bron onderzocht, of wijs ik haar vooral af omdat de conclusie mij ongemakkelijk maakt?’
2. Een bestaande overtuiging aanpassen. Iemand kan na onderzoek denken: ‘Ik dacht altijd dat dit zo was, maar blijkbaar ligt het anders.’ Dat hoeft niet te betekenen dat het hele wereldbeeld instort.
3. De tegenstelling anders interpreteren. Bijvoorbeeld: ‘Misschien zat ik op dit specifieke punt verkeerd, maar daardoor hoeft niet alles verkeerd te zijn.’ Ook dat kan rationeel zijn.

Nieuwe informatie
       ↓
Afwijzen?

Overtuiging aanpassen?

Of de tegenstelling
anders begrijpen?

Cognitieve dissonantie vertelt ons dat iets botst. De theorie vertelt niet automatisch welke oplossing de juiste is.

Cognitieve dissonantie betekent niet dat iemand dom is

Cognitieve dissonantie is geen psychische stoornis en geen aanwijzing voor lage intelligentie.
Een arts kan het ervaren. Een wetenschapper. Een gelovige. Een atheïst. Een Jehovah’s Getuige. Een voormalige Jehovah’s Getuige.

Cognitieve dissonantie
is niet iets wat
‘andere mensen’ hebben

Iedereen kan
het ervaren

Juist daarom is het nuttiger het mechanisme bij onszelf te leren herkennen dan het alleen bij anderen aan te wijzen.

Waarom kan religie extra veel gewicht krijgen?

Religieuze overtuigingen kunnen diep verbonden zijn met familie, vrienden, partnerkeuze, opvoeding, moraliteit, dagelijkse gewoonten, toekomstverwachtingen, leven en dood en identiteit.
Wanneer nieuwe informatie een klein detail raakt, kan de spanning beperkt blijven. Wanneer ze raakt aan iets waarop een groot deel van je leven is gebouwd, kunnen ineens veel meer vragen ontstaan: ‘Klopt deze informatie? Wat betekent dit voor mijn geloof? Wat gebeurt er met mijn familie? Wat zullen mijn vrienden denken? Wat als ik God teleurstel? Wat als ik verkeerd kies? Wat verlies ik wanneer mijn overtuiging verandert?’

Een overtuiging
is soms méér dan
een idee

Het kan ook zijn:

familie
identiteit
hoop
veiligheid
gemeenschap

Daardoor kan een inhoudelijke vraag tegelijk een emotionele en sociale vraag worden.

Hoe kan dit herkenbaar zijn bij Jehovah’s Getuigen?

Ook Jehovah’s Getuigen kunnen cognitieve dissonantie ervaren.
Stel dat iemand jarenlang overtuigd is van een bepaalde uitleg en later een oudere publicatie leest die anders formuleert, historische informatie tegenkomt die hij niet kende of vragen krijgt over een huidige uitleg of beslissing.
Dan kunnen twee gedachten naast elkaar ontstaan:

‘Dit is de waarheid’

       ↕

‘Maar hoe moet ik
dit dan begrijpen?’

Het psychologisch interessante deel is niet automatisch welke kant gelijk heeft, maar wat iemand daarna doet. Onderzoekt hij beide kanten? Bekijkt hij de oorspronkelijke bron? Zoekt hij vooral verklaringen die passen bij wat hij al gelooft? Of accepteert hij juist te gemakkelijk kritische informatie omdat hij inmiddels teleurgesteld is?
Dat laatste is net zo goed mogelijk.

Jehovah’s Getuigen over informatie onderzoeken

Voor een evenwichtig beeld is het relevant dat officiële publicaties twee uitgangspunten naast elkaar leggen.
In een Wachttoren-publicatie uit 2018 wordt benadrukt dat mensen feiten moeten verzamelen, bronnen kritisch moeten beoordelen en geen conclusie moeten trekken voordat zij voldoende informatie hebben. Tegelijk wordt gewaarschuwd voor websites van mensen die als afvalligen worden beschouwd.
Een vergaderwerkboek uit 2023 gaat verder en adviseert informatie die als afvallig wordt beschouwd niet te lezen, beantwoorden of door te vertellen.
Voor een actieve Jehovah’s Getuige kunnen die uitgangspunten samenhangend voelen: onderzoek zorgvuldig, maar vermijd bronnen die je als geestelijk schadelijk beschouwt.
Vanuit de psychologie kun je daar neutrale vragen naast zetten: ‘Hoe bepaal ik welke bron betrouwbaar genoeg is om onderzocht te worden?’ en ‘Zou ik dezelfde eisen aan een bron stellen wanneer de conclusie precies het tegenovergestelde was?’

Waarom kan twijfel zo beladen voelen?

Wanneer geloof verbonden is met trouw aan God kan twijfel meer betekenen dan: ‘Ik weet niet zeker of dit feit klopt.’
Het kan voelen als: ‘Misschien doe ik iets verkeerd door hieraan te twijfelen’ of ‘Wat als mijn onderzoek betekent dat ik ontrouw ben aan Jehovah?’
Dan kunnen twee behoeften tegelijk bestaan:

Ik wil weten
wat waar is

      én

ik wil niet verliezen
wat belangrijk,
veilig en vertrouwd is

Dat maakt twijfel soms zo vermoeiend. Het gaat dan niet alleen om argumenten, maar ook om identiteit, relaties, veiligheid en betekenis.

Geloofsverandering verloopt niet voor iedereen hetzelfde

Sommige voormalige Jehovah’s Getuigen beschrijven hun verandering van overtuiging als een langdurig proces. Er ontstaat een vraag, daar komt een verklaring voor, later ontstaat weer een andere vraag. Sommige informatie overtuigt, andere niet.
Voor de één duurt dat weken, voor een ander jaren.
Maar er zijn ook Jehovah’s Getuigen die moeilijke of kritische onderwerpen onderzoeken en uiteindelijk besluiten hun geloof te behouden.

Dezelfde vraag
hoeft niet bij
iedereen tot dezelfde
conclusie te leiden

Cognitieve dissonantie verklaart het ongemak bij botsende overtuigingen. Ze bepaalt niet wat iemand uiteindelijk moet geloven.

Waarom kan geloofsverandering zoveel emoties oproepen?

Wanneer een overtuiging verbonden is met ouders, partner, kinderen, vrienden, God, toekomstbeeld, eeuwig leven en misschien tientallen jaren van je leven, kan verandering veel meer raken dan alleen een idee.
Iemand kan angst, verdriet, schuldgevoel, schaamte, verwarring én opluchting ervaren.

Een sterke emotie
vertelt:

‘Dit is belangrijk
voor mij’

niet automatisch:

‘Deze overtuiging
is daarom waar’

Emotie kan informatie geven over betekenis, maar bewijst niet welke verklaring klopt.

Na vertrek kunnen oude gedachten blijven terugkomen

Sommige voormalige Jehovah’s Getuigen ervaren nog gedachten als: ‘Wat als Armageddon toch komt?’ ‘Wat als ik Jehovah heb verlaten?’ ‘Wat als deze tegenslag komt doordat ik ben weggegaan?’
Dat kan cognitieve dissonantie zijn wanneer een oude en nieuwe overtuiging werkelijk met elkaar botsen:

‘Ik geloof dit
niet meer’

      ↕

‘Maar wat als
het toch waar is?’

Maar een automatische angstreactie zonder werkelijk overtuigingsconflict kan beter passen bij angstconditionering, internalisering of aangeleerde associaties.
Niet iedere oude angst is dus cognitieve dissonantie.

Cognitieve dissonantie werkt óók bij ex-Jehovah’s Getuigen

Stel dat iemand na zijn vertrek sterk overtuigd raakt: ‘Alles wat de organisatie zegt is onjuist.’
Vervolgens ontdekt hij dat een specifieke bewering van Jehovah’s Getuigen op dat punt wél correct blijkt.
Ook dan kan nieuwe informatie botsen met een bestaande overtuiging.
Een voormalig Getuige kan kritische informatie sneller geloven omdat die bij zijn huidige beeld past, een negatief verhaal delen zonder de oorspronkelijke bron te controleren of informatie van de organisatie automatisch wantrouwen alleen vanwege de herkomst.

JG:
‘Dit past niet
bij mijn geloof’

Ex-JG:
‘Dit past niet
bij mijn nieuwe beeld’

       ↓

Beide kunnen
dissonantie ervaren

Cognitieve dissonantie is daarom geen instrument waarmee je kunt bewijzen: ‘Zie je wel, die andere groep denkt niet rationeel.’
Het mechanisme bepaalt niet wie gelijk heeft. Het helpt verklaren waarom tegenstrijdige informatie voor ieder mens moeilijk kan zijn.

Pas dezelfde maatstaf toe

Een praktische test is dezelfde vragen stellen bij informatie waarmee je het eens bent als bij informatie waarmee je het oneens bent.
Wat wordt er precies beweerd? Wat is de oorspronkelijke bron? Kan ik die bron zelf bekijken? Wordt de informatie in de juiste context weergegeven? Welke argumenten bestaan er tegen deze conclusie? Hoe betrouwbaar is de methode? Zou ik dezelfde hoeveelheid bewijs eisen als de conclusie precies andersom was?
Die laatste vraag is bijzonder belangrijk:

Als dit bewijs
mijn mening ondersteunde...

zou ik het dan
sterker vinden?

Cognitieve dissonantie en confirmation bias zijn niet hetzelfde

De twee begrippen kunnen samenhangen, maar betekenen iets anders.

COGNITIEVE DISSONANTIE

spanning wanneer
belangrijke overtuigingen
met elkaar botsen


CONFIRMATION BIAS

informatie gemakkelijker
zoeken of waarderen
wanneer ze past bij
wat je al gelooft

Dissonantie kan confirmation bias versterken. Wanneer tegenstrijdige informatie ongemakkelijk voelt, kan het aantrekkelijk worden vooral informatie te zoeken die weer rust geeft.
Maar je kunt confirmation bias hebben zonder sterke dissonantie en dissonantie ervaren zonder tegenbewijs af te wijzen.

‘Ik weet het nog niet’ is ook een antwoord

Een ongemakkelijk gevoel kan de behoefte oproepen onmiddellijk een conclusie te trekken: ‘Dan moet ik dus blijven.’ ‘Dan moet ik dus vertrekken.’ ‘Dan is alles waar.’ ‘Dan is alles onwaar.’
Maar onzekerheid hoeft niet direct opgelost te worden.

‘Ik weet het
nog niet’

is geen mislukking

Het kan een
tussenstadium zijn
van onderzoek

Je kunt een bron opslaan, de oorspronkelijke tekst bekijken, tegenargumenten zoeken, een onderwerp laten rusten en er later opnieuw naar kijken.
Vooral bij beslissingen over geloof, relaties en grote levenskeuzes kan tijd helpen voorkomen dat je vooral kiest om zo snel mogelijk van het ongemak af te zijn.

Wat als je hoofd ondertussen helemaal vol zit?

Cognitieve dissonantie kan extra zwaar voelen wanneer je moe, gespannen of overprikkeld bent.
Wanneer je tegelijkertijd werkt, voor anderen zorgt, informatie onderzoekt, afspraken hebt en nadenkt over mogelijke gevolgen, wordt helder verwerken moeilijker.
Dat raakt aan cognitieve belasting: ons werkgeheugen heeft een beperkte capaciteit.
Soms is daarom niet méér informatie nodig, maar eerst:

rust
slaap
afstand
tijd
mentale ruimte

Daarna kun je dezelfde informatie opnieuw bekijken.

Hoe kun je ermee omgaan?

Probeer niet onmiddellijk de spanning weg te krijgen. Begin met het conflict precies te formuleren:

Ik geloof:
...

Nieuwe informatie zegt:
...

Daarom voel ik spanning
over:
...

Vraag daarna: Wat weet ik werkelijk? Wat neem ik aan? Welke bron ondersteunt dit? Heb ik de oorspronkelijke bron bekeken? Welke verklaring zou iemand geven die het niet met mij eens is? Welke emotionele of sociale gevolgen heeft iedere mogelijke conclusie voor mij? Kunnen die gevolgen invloed hebben op hoe ik het bewijs beoordeel? Kan ik tijdelijk accepteren dat ik het antwoord nog niet weet?
Het doel is niet iedere overtuiging voortdurend ter discussie te stellen.
Het doel is dat de behoefte aan rust niet ongemerkt bepaalt wat je als waarheid aanneemt.

Vragen om over na te denken

  • Welke informatie roept bij mij onmiddellijk weerstand op?

  • Waarom juist die informatie?

  • Heb ik de oorspronkelijke bron zelf bekeken?

  • Ben ik even kritisch op informatie die mijn huidige overtuiging bevestigt?

  • Welke overtuiging zou ik het moeilijkst vinden om te veranderen?

  • Wat zou ik verliezen als die overtuiging niet klopt?

  • Kan dat verlies invloed hebben op hoe ik bewijs beoordeel?

  • Heb ik weleens mijn mening aangepast zonder mijn hele wereldbeeld te hoeven opgeven?

  • Kan ik accepteren dat ik iets voorlopig niet weet?

  • Kan ik een standpunt van Jehovah’s Getuigen beoordelen zonder het automatisch te verdedigen of af te wijzen?

  • Kan ik hetzelfde doen met een kritisch ex-JG-verhaal?

  • Wil ik ontdekken wat waar is, ook als het antwoord anders is dan ik hoopte?

Samenvatting

Cognitieve dissonantie is de psychologische spanning die kan ontstaan wanneer belangrijke overtuigingen, kennis, waarden of gedrag met elkaar botsen.
Het is geen psychische stoornis en geen bewijs dat iemand dom, zwak of geïndoctrineerd is. Het is een algemeen menselijk mechanisme.
Een Jehovah’s Getuige kan ongemak ervaren bij informatie die zijn geloof tegenspreekt. Een voormalige Getuige kan hetzelfde ervaren bij informatie die zijn nieuwe overtuigingen tegenspreekt.

Niet:

‘Waarom ziet die ander
zijn dissonantie niet?’

maar:

‘Wat gebeurt er
bij mij wanneer bewijs
mijn overtuiging raakt?’

Cognitieve dissonantie vertelt niet welke overtuiging waar is. Ze helpt begrijpen waarom het psychologisch moeilijk kan zijn om informatie te onderzoeken die veel voor ons kan veranderen.
Daar begint een belangrijke vorm van kritisch denken: niet alleen het denken van anderen onderzoeken, maar ook bereid zijn je eigen denken te bekijken.

Bronnen en verdieping

Leon Festinger – A Theory of Cognitive Dissonance, 1957. Het klassieke werk waarin Festinger de theorie systematisch uiteenzette.
Eddie Harmon-Jones & Judson Mills – Cognitive Dissonance: Reexamining a Pivotal Theory in Psychology, 2019. Moderne bespreking van de theorie, haar ontwikkeling en het onderzoek dat eruit is voortgekomen.
Joel Cooper e.a. – onderzoek naar dissonantie binnen groepen. Over hoe onenigheid met groepsleden dissonantie kan oproepen en hoe mensen daarmee omgaan.
Maya Enisman, Hila Shpitzer & Tali Kleiman – Choice changes preferences, not merely reflects them, 2021. Meta-analyse over keuzegeïnduceerde veranderingen in voorkeuren binnen cognitieve-dissonantieonderzoek.
Carol Tavris & Elliot Aronson – Mistakes Were Made (But Not by Me). Toegankelijk boek over cognitieve dissonantie, zelfrechtvaardiging en het erkennen van fouten en tegenstrijdigheden.
Jehovah’s Getuigen – Do You Have the Facts? Officiële publicatie waarin zorgvuldig omgaan met informatie en controleren van feiten wordt aangemoedigd, terwijl ook wordt gewaarschuwd voor bronnen die als afvallig worden beschouwd.
Jehovah’s Getuigen – Protect Yourself From Apostasy, 2023. Officiële publicatie met instructies over materiaal dat als afvallig wordt beschouwd.

Lees ook

Beschikbaarheidsheuristiek – Waarom voelt iets waarschijnlijker wanneer voorbeelden gemakkelijk in gedachten komen?
Confirmation bias – Waarom zoeken en waarderen we informatie die past bij wat we al geloven gemakkelijker?
Cognitieve belasting – Wat gebeurt er wanneer je hoofd te veel informatie tegelijk moet verwerken?
Internalisering – Hoe worden normen en overtuigingen onderdeel van je eigen innerlijke stem?
Sociale invloed – Hoe beïnvloeden andere mensen onze gedachten, gevoelens en keuzes?
Angstconditionering – Waarom kan een oude angstreactie blijven bestaan terwijl je overtuiging veranderd is?