Herkenbare vragen
- Waarom wil ik iets soms juist méér zodra iemand zegt dat het niet mag?
- Waarom kan veel controle bij mij weerstand of verzet oproepen?
- Waarom wilde ik na mijn vertrek ineens zélf bepalen wat ik deed?
- Waarom kan de gedachte ontstaan: ‘Fuck everybody, nu leef ik mijn eigen leven’?
- Betekent rebellie dat ik iets werkelijk zelf wilde?
- Waarom reageren sommige mensen sterk op druk en anderen nauwelijks?
- Hoe ontdek ik of een keuze echt van mij is of vooral een reactie op wat vroeger voor mij werd bepaald?
Wat is psychologische reactantie?
Psychologische reactantie is de neiging om vrijheid te willen herstellen wanneer iemand ervaart dat zijn keuzevrijheid wordt beperkt of bedreigd. De innerlijke reactie kan zijn:
‘Jij bepaalt niet voor mij.’
Soms blijft het bij irritatie. Soms ontstaat discussie. En soms wordt juist het tegenovergestelde aantrekkelijk van wat iemand probeert op te leggen of te verbieden.
Mijn keuzevrijheid
voelt bedreigd
↓
weerstand
↓
‘Ik bepaal dit zelf’
↓
behoefte om vrijheid
te herstellenReactantie is geen psychische stoornis. Het is een algemeen menselijk psychologisch mechanisme.
Een eenvoudig voorbeeld
Stel dat je ergens nauwelijks belangstelling voor hebt, totdat iemand nadrukkelijk zegt:
‘Dat mag jij absoluut niet doen.’
Ineens kan het interessanter worden.
Of een ouder zegt tegen een puber:
‘Je mag nooit met die jongen omgaan.’
De relatie kan daardoor juist spannender of belangrijker gaan voelen.
Niet ieder verbod veroorzaakt rebellie. Maar wanneer iemand sterk ervaart:
‘Mijn vrijheid wordt mij afgenomen,’
kan de behoefte ontstaan die vrijheid terug te krijgen.
Waarom reageren mensen zo?
Mensen hebben behoefte aan enige autonomie: het gevoel dat ze zeggenschap hebben over hun eigen gedrag en leven.
Wanneer een mogelijkheid wordt beperkt, kan dat als verlies worden ervaren.
‘Dit was mijn keuze’
↓
iemand beperkt die keuze
↓
‘Waarom bepaal jij
dit voor mij?’
↓
reactantieDat kan ertoe leiden dat iemand de verboden mogelijkheid aantrekkelijker vindt, meer weerstand voelt tegen degene die de regel stelt of bewust iets anders doet dan gevraagd werd.
Niet iedereen reageert hetzelfde
De ene persoon denkt:
‘Prima, dan doe ik het niet.’
De ander:
‘Dat bepaal ik zelf wel.’
Hoe sterk reactantie optreedt kan verschillen door onder andere leeftijd, persoonlijkheid, eerdere ervaringen, de relatie met degene die de grens stelt en de manier waarop een regel wordt uitgelegd.
Ook maakt het verschil of iemand de regel zelf redelijk vindt.
Regels zijn niet automatisch verkeerd
Psychologische reactantie betekent niet dat regels slecht zijn.
Kinderen hebben structuur en grenzen nodig. Volwassenen leven eveneens met wetten, afspraken en verantwoordelijkheden.
Een regel als:
‘Rijd niet wanneer je te veel hebt gedronken’
beschermt mensen.
De relevante vragen zijn eerder:
Begrijp ik waarom
de grens bestaat?
Kan ik vragen stellen?
Word ik serieus genomen?
Heb ik ergens
eigen keuze?Onderzoek maakt bovendien onderscheid tussen structuur en psychologische controle. Warmte, voorspelbaarheid en begrijpelijke grenzen kunnen ondersteunend zijn. Psychologische controle gaat meer over het sturen van gedachten, gevoelens of keuzes via bijvoorbeeld schuld, schaamte of emotionele druk.
‘Strict parents create wild kids’ is te simpel
De populaire uitspraak ‘strict parents create wild kids’ is te absoluut.
Strenge ouders krijgen niet automatisch rebelse kinderen.
De tegenstelling is ook niet simpelweg:
REGELS
tegenover
VRIJHEIDInteressanter is:
‘Je doet dit
omdat ik het zeg’
tegenover
‘Je leert waarom
een grens bestaat
en ontwikkelt geleidelijk
een eigen afweging’Een kind kan uiterlijk heel gehoorzaam zijn en ondertussen innerlijk steeds meer weerstand ontwikkelen.
Puberteit en autonomie
Tijdens de adolescentie neemt de behoefte aan zelfstandigheid toe.
Een jongere gaat steeds meer onderzoeken:
Wie ben ik? Met wie wil ik omgaan? Wat geloof ik? Hoe wil ik eruitzien? Wat vind ik zelf goed en verkeerd?
Regels die als kind gemakkelijk werden geaccepteerd kunnen daardoor later veel meer weerstand oproepen.
Dat is niet automatisch ondankbaarheid of slechtheid. Het kan onderdeel zijn van de ontwikkeling naar een eigen identiteit.
Wat als veel keuzes al zijn ingevuld?
Binnen een sterk normatief geloofssysteem kunnen veel levensvragen duidelijke antwoorden hebben, bijvoorbeeld over relaties, seksualiteit, feesten, roken en drugs, omgang met anderen en religieuze doelen.
Voor iemand die deze overtuigingen zelf deelt kan dat juist rust en richting geven:
‘Ik weet wat Jehovah van mij verwacht.’
Maar wanneer iemand later anders gaat denken, kan dezelfde structuur anders worden beleefd:
‘Ik heb jarenlang al mijn beslissingen langs deze regels gelegd. Nu wil ik eindelijk zelf bepalen.’
Binnen Jehovah’s Getuigen
Jehovah’s Getuigen benadrukken zelf dat iemand Jehovah vrijwillig moet dienen. Tegelijk bestaan er duidelijke religieuze normen op verschillende levensgebieden.
Voor een actieve Jehovah’s Getuige kunnen die normen volledig eigen voelen:
‘Ik doe dit niet omdat iemand mij dwingt. Ik wil zo leven.’
Dat verdient serieus genomen te worden.
Bij iemand die gaat twijfelen of vertrekt, kan de beleving veranderen:
EERST
‘Dit is hoe
ik wil leven’
LATER MOGELIJK
‘Waarom heb ik
altijd volgens deze
regels geleefd?’Psychologische reactantie kan dan een rol gaan spelen.
‘Nu bepaal ik het zelf’
Na lang rekening houden met God, ouders, ouderlingen, familie of gemeente kan bij sommige mensen een krachtige omslag ontstaan:
‘Iedereen heeft altijd voor mij bepaald hoe ik moest leven. Wat ik mocht geloven. Met wie ik mocht omgaan. Wat ik wel en niet mocht doen. Nu stop ik met lijden en ga ik mijn eigen leven leiden. Fuck everybody.’
Voor het eerst staat dan misschien niet centraal:
‘Wat verwacht Jehovah?’
‘Wat vinden de ouderlingen?’
‘Wat vindt mijn familie?’
maar:
‘Wat wil ík?’
Dat kan enorm bevrijdend voelen en een belangrijke stap zijn in het terugvinden van autonomie.
Van ‘iedereen bepaalt’ naar ‘niemand bepaalt’
Er kan ook een beweging van het ene uiterste naar het andere ontstaan:
EERST
‘Anderen bepalen
mijn grenzen’
DAARNA
‘Niemand bepaalt
ooit nog iets voor mij’Dat tweede uiterste kan tijdelijk nodig voelen om psychologische afstand te creëren.
Maar autonomie kan uiteindelijk nog een stap verder gaan:
‘Ik hoef niemand
automatisch te gehoorzamen
maar ik hoef ook niet
automatisch tegen
iedereen in te gaan’Dat is iets anders dan gehoorzamen én iets anders dan rebelleren.
‘Fuck everybody’ kan een fase zijn
De gedachte ‘Fuck everybody, ik doe eindelijk wat ik zelf wil’ hoeft daarom niet het eindpunt te zijn.
Eerst stond misschien het oordeel van anderen centraal. Daarna wordt het belangrijk dat oordeel volledig af te wijzen.
Later kan er meer rust ontstaan:
‘Ik luister naar anderen wanneer hun advies waardevol is. Maar uiteindelijk neem ik zelf verantwoordelijkheid voor mijn keuze.’
AFHANKELIJKHEID
‘Wat vinden zij?’
↓
REACTANTIE
‘Fuck everybody’
↓
AUTONOMIE
‘Wat vind ík,
en waarom?’Je eigen leven leiden
Je eigen leven leiden betekent uiteindelijk niet:
geen grenzen, geen verantwoordelijkheid en niemand nodig hebben.
Het kan betekenen dat je zelf onderzoekt welke mensen je dichtbij laat, welke adviezen je serieus neemt, welke waarden je behoudt en waar je grenzen liggen.
Autonomie betekent:
‘Ik ben verantwoordelijk voor mijn leven.’
Niet:
‘Andere mensen doen er niet meer toe.’
Na vertrek ineens het tegenovergestelde willen
Na vertrek kan iemand denken:
‘Ik wil eindelijk uitgaan.’
‘Ik ga daten met wie ik wil.’
‘Ik wil naar een festival.’
‘Ik ga een verjaardag vieren.’
‘Ik trek aan wat ik mooi vind.’
Dat kan gezonde exploratie zijn.
Maar soms speelt ook:
‘Dit mocht vroeger niet, dus nu wil ik het juist.’
Dan heeft de oude regel nog steeds invloed — niet meer als bevel, maar als iets waartegen je je afzet.
Het tegenovergestelde doen is nog geen volledige vrijheid
Stel dat iemand vroeger hoorde:
‘Roken mag absoluut niet.’
Na vertrek denkt die persoon:
‘Nu kan niemand mij meer tegenhouden, dus ik ga roken.’
Dat kan als vrijheid voelen.
Maar wanneer het belangrijkste motief is:
‘Ik wil bewijzen dat zij niet meer over mij beslissen,’
blijft de vroegere regel mede bepalen wat je doet.
Een volgende vraag kan zijn:
Los van wat vroeger
mocht of niet mocht:
wil ík dit eigenlijk?Het antwoord kan ja zijn. Of nee.
Beide kunnen vrije antwoorden zijn.
Vrijheid is meer dan rebellie
Autonomie kan betekenen iets te doen omdat je het werkelijk wilt.
Maar ook:
iets níét doen terwijl het nu wel mag.
Iemand kan na vertrek bijvoorbeeld nauwelijks alcohol drinken, geen drugs gebruiken of alleen seks willen binnen een vaste relatie.
Niet omdat een religieuze regel dit voorschrijft, maar omdat het past bij persoonlijke waarden.
Vrijheid zit dus niet in één bepaalde uitkomst.
‘Zou ik dit ook willen als het vroeger nooit verboden was?’
Verboden dingen kunnen extra symbolische betekenis krijgen.
Een tatoeage is dan niet alleen een tatoeage. Een festival niet alleen muziek. Een partner buiten het vroegere geloof niet alleen iemand op wie je verliefd bent.
Het kan tegelijkertijd staan voor:
vrijheid, zelfstandigheid en afscheid van het oude leven.
Daarom is deze vraag bijzonder bruikbaar:
‘Zou ik dit ook willen
als het vroeger
nooit verboden
was geweest?’Misschien is het antwoord:
‘Ja. Absoluut. Dit past bij mij.’
Dan weet je meer.
Maar misschien:
‘Eigenlijk interesseert het me niet zo. Ik wilde vooral bewijzen dat ik vrij was.’
Ook dat is waardevolle informatie.
Reactantie kan al vóór vertrek ontstaan
Verzet hoeft niet pas na vertrek te beginnen.
Iemand kan jarenlang uiterlijk doen wat wordt verwacht en innerlijk steeds sterker denken:
‘Ik wil dit niet meer.’
AAN DE BUITENKANT
gehoorzaamheid
AAN DE BINNENKANT
weerstandWanneer die weerstand zich lange tijd opstapelt, kan ze na vertrek ineens krachtig zichtbaar worden. Dat kan mede verklaren waarom veranderingen soms zeer snel lijken te gaan.
Reactantie en identiteit
Binnen een hechte gemeenschap kan een sterke groepsidentiteit bestaan:
‘Wij zijn Jehovah’s Getuigen.’
Na vertrek kan tijdelijk een tegenidentiteit ontstaan:
‘Dan ben ik nu vooral géén Jehovah’s Getuige meer.’
Dat kan helpen om afstand te creëren.
Maar als identiteit uitsluitend wordt:
‘Ik ben het tegenovergestelde van wat ik vroeger was,’
staat de vroegere groep nog steeds centraal.
Een volgende stap kan worden:
‘Wie ben ik wanneer
ik niet meer vóór
of tégen mijn verleden
hoef te leven?’Een ‘tweede puberteit’
Sommige voormalige Jehovah’s Getuigen spreken over een tweede puberteit.
Dat is geen officiële psychologische diagnose.
Het beeld kan wel herkenbaar zijn wanneer iemand pas op latere leeftijd uitgebreid gaat experimenteren met relaties, seksualiteit, kleding, uitgaan, feestdagen, overtuigingen en persoonlijke grenzen.
Reactantie kan daar een rol in spelen, maar ook:
nieuwsgierigheid, gemiste ervaringen, identiteitsontwikkeling en de behoefte eindelijk zelf te kiezen.
Daarom moet niet alles wat iemand na vertrek uitprobeert automatisch als rebellie worden geïnterpreteerd.
Eerst ‘wij’, daarna ‘ik tegen hen’
Een ontwikkeling kan soms zo verlopen:
‘Wij doen dit niet’
↓
‘Ik doe juist wat
zij niet willen’
↓
‘Het doet er steeds
minder toe wat zij vinden.
Wat vind ík?’In de eerste twee posities staat de groep nog centraal.
In de derde wordt de eigen afweging belangrijker.
Niemand zegt meer wat niet mag
Wanneer een vast normatief kader wegvalt, kan dat bevrijdend én moeilijk zijn.
Er is misschien niemand meer die automatisch het antwoord geeft.
Dan ontstaan andere vragen:
Is dit veilig?
Wil ik dit echt?
Past dit bij
mijn waarden?
Wat zijn de gevolgen?
Hoe behandel ik
mezelf en anderen?Vrijheid vraagt dus niet noodzakelijk minder nadenken. Soms juist meer.
Zelfgekozen grenzen zijn geen oude controle
Iemand kan na veel regels denken:
‘Ik wil nooit meer regels.’
Maar:
‘Ik drink maximaal twee glazen omdat ik morgen fit wil zijn’
is psychologisch iets anders dan:
‘Ik mag niet drinken omdat het verboden is.’
OPGELEGDE GRENS
‘Dit mag niet’
ZELFGEKOZEN GRENS
‘Dit past bij wat
ik belangrijk vind’Zelfgekozen grenzen kunnen juist een teken zijn dat iemand steeds minder vanuit reactantie handelt.
Reactantie kan tegen je eigen belang werken
De paradox is dat je zó graag wilt bewijzen dat niemand je controleert, dat die ander alsnog je gedrag mede bepaalt.
Iemand denkt:
‘Niemand vertelt mij hoeveel ik mag drinken.’
en drinkt vervolgens meer dan hij eigenlijk wilde.
Of:
‘Niemand bepaalt met wie ik naar bed ga.’
terwijl die persoon achteraf merkt dat de situatie helemaal niet bij hem paste.
Dan was de keuze misschien vrij van de oude regel, maar nog niet volledig vrij voor jezelf.
Misschien kan autonomie soms in drie stappen worden weergegeven:
‘Ik moet doen
wat anderen zeggen’
↓
‘Ik wil juist níét doen
wat anderen zeggen’
↓
‘Ik kies op basis van
wat ik zelf belangrijk vind’Die laatste fase hoeft niet spectaculair te zijn.
Soms kom je zelfs bij precies dezelfde keuze uit als vroeger.
Het verschil is dat je de reden nu zelf onderschrijft.
Een nuttige pauze
Wanneer je sterke weerstand merkt, hoef je niet onmiddellijk te handelen.
Je kunt eerst denken:
‘Ik merk dat ik boos word omdat iemand mij probeert te sturen.’
Daarna:
‘Los van die persoon, wat wil ik eigenlijk?’
En vervolgens:
‘Welke keuze past bij mijn waarden en belangen?’
Die pauze voorkomt zowel automatisch gehoorzamen als automatisch rebelleren.
Vier vragen bij reactantie
1. Welke vrijheid
voelt bedreigd?
2. Wat is mijn
automatische reactie?
3. Wat zou ik kiezen
als niemand mij
onder druk zette?
4. Welke keuze past
bij mijn eigen waarden?Dat laatste antwoord is uiteindelijk belangrijker dan winnen van degene die je probeert te sturen.
Reactantie en zelfcensuur
Soms wil iemand iets doen maar vreest hij de sociale gevolgen.
Dan kan verborgen gedrag ontstaan:
‘Ik bepaal zelf wat ik doe, maar niemand mag het weten.’
Dat kan tijdelijk vrijheid geven.
Tegelijk houdt de omgeving invloed:
‘Mijn vrijheid is alleen veilig zolang zij haar niet zien.’
Hier raken reactantie en zelfcensuur elkaar.
Reactantie en verboden informatie
Hetzelfde kan bij informatie gebeuren.
Wanneer iemand hoort:
‘Dat mag je niet bekijken,’
kan juist nieuwsgierigheid ontstaan:
‘Waarom eigenlijk niet?’
Bij sommige mensen vergroot een verbod de wens om te onderzoeken. Bij anderen werkt dezelfde waarschuwing juist afschrikkend.
Reactantie is dus geen automatische reactie bij iedereen.
Autonomieondersteuning
In de psychologie wordt ook gesproken over autonomieondersteuning.
Dat betekent niet:
‘Iedereen mag altijd alles.’
Het betekent eerder:
uitleg geven;
luisteren naar bezwaren;
gevoelens erkennen;
waar mogelijk keuze bieden;
grenzen begrijpelijk maken.
Bijvoorbeeld:
‘Dit is waarom wij dit belangrijk vinden. Hoe kijk jij er zelf naar?’
Een regel kan daardoor eerder werkelijk worden begrepen en geïnternaliseerd in plaats van alleen te worden gevolgd omdat verzet gevolgen heeft.
Reactantie is niet alleen iets van pubers
Ook volwassenen kunnen sterk reageren wanneer hun autonomie onder druk staat.
Een partner zegt:
‘Jij mag die persoon niet meer zien.’
Een werkgever controleert ieder detail.
Een arts geeft alleen bevelen zonder de patiënt bij beslissingen te betrekken.
In al deze situaties kan weerstand ontstaan.
De behoefte aan enige regie over het eigen leven verdwijnt niet wanneer iemand volwassen wordt.
Voor voormalige Jehovah’s Getuigen
Na vertrek kan het helpen bij vroegere grenzen te vragen:
Wil ik dit werkelijk?
Ben ik gewoon nieuwsgierig?
Past dit bij mijn waarden?
Wil ik iets meemaken
wat ik vroeger miste?
Of wil ik vooral bewijzen
dat niemand mij meer
kan vertellen wat ik moet doen?Er bestaat geen vooraf bepaald juist antwoord.
Het belangrijkste is dat het antwoord steeds meer van jezelf wordt.
Voor actieve Jehovah’s Getuigen
Ook iemand die actief Jehovah’s Getuige is kan dit begrip gebruiken.
Iemand kan bijvoorbeeld ontdekken:
‘Ik ben vooral boos over de manier waarop iemand dit tegen mij zegt, maar misschien vind ik de waarde zelf nog steeds belangrijk.’
Dan kan de persoon onderzoeken:
‘Waarom geloof ik dit?’
‘Zou ik dezelfde keuze maken wanneer niemand mij controleerde?’
Het antwoord kan ook zijn:
‘Ja. Dit is werkelijk mijn overtuiging.’
Psychologische reactantie is dus geen argument vóór of tegen een geloof.
Voor ouders
Voor ouders kan het begrip relevant zijn omdat méér druk niet automatisch méér overtuiging oplevert.
Een kind kan uiterlijk gehoorzamen en vanbinnen juist steeds meer weerstand ontwikkelen.
Naast:
‘Dit is onze grens,’
kan daarom ook ruimte bestaan voor:
‘Vertel eens hoe jij dit ervaart.’
Een ouder hoeft zijn eigen waarden niet los te laten om de autonomieontwikkeling van een kind serieus te nemen.
Vragen om over na te denken
Wanneer merk ik bij mezelf de reactie: ‘Jij bepaalt niet voor mij’?
Welke dingen heb ik vooral willen doen omdat ze vroeger niet mochten?
Zou ik dezelfde keuze maken als deze vroeger nooit verboden was geweest?
Ben ik mijn eigen leven aan het leiden of vooral het tegenovergestelde van vroeger?
Kan ik iets níét doen terwijl het nu wel mag, zonder dat dat voelt als opnieuw gehoorzamen?
Welke grenzen kies ik inmiddels zelf omdat ze werkelijk bij mijn waarden passen?
Welke keuze zou ik maken als ik niemand hoefde tevreden te houden én niemand iets hoefde te bewijzen?
Samenvatting
Psychologische reactantie is de neiging bedreigde keuzevrijheid te willen herstellen.
Wanneer iemand ervaart:
‘Dit mag jij niet,’
kan juist de reactie ontstaan:
‘Dan wil ik het wél.’
Na vertrek uit een sterk normatieve omgeving kan dat extra zichtbaar worden. Iemand die lang rekening hield met familie, religieuze verwachtingen of gemeenschap kan denken:
‘Nu bepaal ik het zelf. Fuck everybody.’
Dat kan een begrijpelijke tussenfase zijn in het terugwinnen van autonomie.
Maar rebellie is niet noodzakelijk hetzelfde als volledige vrijheid.
GEHOORZAMEN
‘Ik doe wat
anderen zeggen’
↓
REBELLEREN
‘Ik doe juist
het tegenovergestelde’
↓
AUTONOMIE
‘Ik onderzoek
wat ik zelf belangrijk vind
en draag verantwoordelijkheid
voor mijn keuze’Wanneer je altijd het tegenovergestelde doet van wat vroeger werd verwacht, blijft het vroegere systeem nog steeds een deel van je keuzes bepalen.
Autonomie kan verder gaan:
Ik hoef niet automatisch te gehoorzamen.
Ik hoef ook niet automatisch te rebelleren.
Ik mag onderzoeken.
Ik mag advies aannemen.
Ik mag nee zeggen.
Ik mag van gedachten veranderen.
En ik mag zelf grenzen kiezen.
Misschien verandert vrijheid uiteindelijk van:
‘Niemand vertelt mij meer wat ik moet doen.’
naar:
‘Ik weet steeds beter waarom ík doe wat ik doe.’
En misschien is de belangrijkste vraag:
‘Als niemand mij iets verbood en ik niemand iets hoefde te bewijzen, wat zou ik dan werkelijk zelf kiezen?’
Bronnen en verdieping
Jack W. Brehm – A Theory of Psychological Reactance. Grondleggend werk over de neiging bedreigde gedragsvrijheid te willen herstellen.
Sharon S. Brehm & Jack W. Brehm – Psychological Reactance: A Theory of Freedom and Control. Verdere uitwerking van reactantie, vrijheid en controle.
Miron & Brehm – onderzoek naar psychologische reactantie. Over omstandigheden waaronder bedreiging van vrijheid weerstand kan oproepen.
Steindl, Jonas, Sittenthaler, Traut-Mattausch & Greenberg – overzicht van onderzoek naar psychologische reactantie. Over hedendaagse bevindingen rond reactantie en bedreigde keuzevrijheid.
Edward L. Deci & Richard M. Ryan – Self-Determination Theory. Over autonomie, motivatie en het verschil tussen zelfonderschreven gedrag en gedrag vanuit druk.
Van Petegem, Soenens, Vansteenkiste & Beyers – onderzoek naar autonomie, reactantie en verzet bij adolescenten. Over de relatie tussen ervaren druk, autonomie en oppositionele reacties.
Lees ook
Geweten – Hoe ontstaat je innerlijke gevoel voor goed en fout?
Groepsidentiteit – Hoe kan een groep onderdeel worden van wie je bent?
Internalisering – Hoe worden normen van buitenaf onderdeel van je eigen innerlijke stem?
Sociale invloed – Hoe beïnvloeden anderen onze keuzes zonder directe dwang?
Autonoom denken – Hoe vorm je een eigen oordeel terwijl je altijd wordt beïnvloed?
Zelfcensuur – Wat gebeurt er wanneer je jezelf begrenst omdat zichtbaar zijn gevolgen kan hebben?
Vrije wil – Zelf mogen kiezen, maar wat betekent die keuze binnen het geloof?