EXJW WorldKennisbibliotheek

Kennisbibliotheek › 🧠 A-Z Encyclopedie van de Psychologie

P - Psychologische reactantie

Waarom kan het beperken van vrijheid juist de behoefte oproepen om het tegenovergestelde te doen?

Herkenbare vragen Waarom wil ik iets soms juist méér zodra iemand zegt dat het niet mag? Waarom kan veel controle verzet oproepen? Waarom wilde ik na mijn vertrek ineens zelf bepalen wat ik deed? Waarom kan de gedachte ontstaan: ‘Fuck everybody, nu leef ik mijn eigen leven’? Betekent rebellie dat ik die dingen werkelijk zelf wilde? Waarom reageren sommige mensen sterk op druk en anderen nauwelijks? En hoe ontdek ik of een keuze echt van mij is of vooral een reactie op wat vroeger voor mij werd bepaald? Wat is psychologische reactantie? Psychologische reactantie is de neiging om vrijheid te willen herstellen wanneer iemand ervaart dat zijn keuzevrijheid wordt beperkt of bedreigd. De innerlijke reactie kan zijn: ‘Jij bepaalt niet voor mij.’ Soms leidt dat alleen tot irritatie. Soms tot discussie. Soms juist tot het tegenovergestelde gedrag van wat gevraagd of verboden werd. Reactantie is geen psychische stoornis. Het is een algemeen menselijk psychologisch mechanisme. Een eenvoudig voorbeeld Stel dat iemand nauwelijks belangstelling heeft voor iets, totdat hem nadrukkelijk wordt verteld: ‘Dat mag jij absoluut niet doen.’ Ineens kan het aantrekkelijker worden. Of een ouder zegt tegen een puber: ‘Je mag nooit met die jongen omgaan.’ De relatie kan daardoor juist spannender of belangrijker gaan voelen. Niet ieder verbod veroorzaakt rebellie. Maar wanneer iemand sterk ervaart: ‘Mijn vrijheid wordt mij afgenomen’ kan de behoefte ontstaan die vrijheid terug te krijgen. Waarom reageren mensen zo? Mensen hebben behoefte aan autonomie: het gevoel dat ze enige zeggenschap hebben over hun eigen gedrag en leven. Wanneer een mogelijkheid wordt beperkt, kan dat als verlies worden ervaren. Reactantie is als het ware een poging van het psychologische systeem om die vrijheid te herstellen: ‘Dit was mijn keuze. Waarom bepaal jij nu voor mij?’ Dat kan ertoe leiden dat iemand de verboden mogelijkheid aantrekkelijker vindt, meer weerstand voelt tegen degene die de regel stelt of juist datgene gaat doen wat niet mocht. Niet iedereen reageert hetzelfde De ene persoon denkt: ‘Prima, dan doe ik het niet.’ Een ander denkt onmiddellijk: ‘Dat bepaal ik zelf wel.’ Leeftijd, persoonlijkheid, eerdere ervaringen, de relatie met degene die de grens stelt en de manier waarop de regel wordt uitgelegd kunnen allemaal invloed hebben. Ook maakt het verschil of iemand een regel zelf redelijk vindt. Regels zijn niet automatisch verkeerd Psychologische reactantie betekent niet dat regels slecht zijn. Kinderen hebben grenzen en structuur nodig. Volwassenen leven eveneens met wetten, afspraken en verantwoordelijkheden. Een regel als: ‘Rijd niet wanneer je te veel hebt gedronken’ beschermt mensen. Het verschil zit vaak niet alleen in óf er een grens bestaat, maar in hoe die wordt ervaren: begrijp ik waarom deze grens bestaat? kan ik vragen stellen? word ik als persoon serieus genomen? heb ik ergens eigen keuze? ‘Strict parents create wild kids’ De populaire uitspraak ‘strict parents create wild kids’ is te absoluut. Strenge ouders krijgen niet automatisch rebelse of grenzeloze kinderen. Onderzoek maakt bovendien onderscheid tussen duidelijke structuur en psychologische controle . Structuur, warmte en voorspelbare grenzen kunnen juist ondersteunend zijn. Psychologische controle gaat meer over het sturen van gedachten, gevoelens en keuzes via bijvoorbeeld schuld, schaamte, emotionele druk of weinig ruimte voor autonomie. Dat kan meer weerstand en andere ontwikkelingsproblemen oproepen. De tegenstelling is daarom niet: regels versus vrijheid. Eerder: leren gehoorzamen zonder eigen afweging tegenover: geleidelijk leren begrijpen, kiezen en jezelf reguleren. De puberteit en autonomie Tijdens de adolescentie neemt de behoefte aan zelfstandigheid toe. Een jongere gaat steeds meer onderzoeken: Wie ben ik? Wie kies ik als vrienden? Met wie wil ik een relatie? Wat geloof ik? Hoe wil ik eruitzien? Wat vind ik zelf goed en verkeerd? Daarom kunnen regels die als kind gemakkelijk werden aanvaard later veel meer weerstand oproepen. Dat is niet automatisch ondankbaarheid of slechtheid. Het kan onderdeel zijn van de ontwikkeling naar een eigen identiteit. Wat als veel keuzes al voor je zijn ingevuld? Binnen een sterk normatief geloofssysteem kunnen veel vragen al een duidelijk antwoord hebben: met wie je een relatie aangaat, welke seksuele grenzen gelden, welke feesten je viert, hoe je naar roken en drugs kijkt, welke omgang passend is en welke geestelijke doelen belangrijk zijn. Voor iemand die die overtuigingen volledig deelt kan dat juist rust en richting geven: ‘Ik weet wat Jehovah van mij verwacht.’ Maar wanneer iemand later anders gaat denken, kan dezelfde structuur steeds sterker voelen als: ‘Anderen hebben altijd voor mij bepaald hoe ik moet leven.’ Binnen Jehovah’s Getuigen Jehovah’s Getuigen benadrukken zelf dat iemand Jehovah vrijwillig moet dienen. Tegelijk bestaan er duidelijke religieuze normen rond veel levensgebieden. Voor een actieve Jehovah’s Getuige kunnen die normen volledig eigen zijn: ‘Ik doe dit niet omdat iemand mij dwingt. Ik wil zo leven.’ Dat verdient serieus genomen te worden. Bij iemand die gaat twijfelen of vertrekt, kan de beleving echter veranderen: ‘Ik heb jarenlang mijn beslissingen langs deze regels gelegd. Nu wil ik eindelijk zelf bepalen.’ Daar kan psychologische reactantie een rol gaan spelen. ‘Nu bepaal ik het zelf’ Na jarenlang rekening houden met wat God, ouders, ouderlingen, familie of de gemeente verwachten, kan er ineens een krachtige omslag ontstaan. Iemand kan denken: ‘Iedereen heeft altijd voor mij bepaald hoe ik moest leven. Wat ik mocht geloven. Met wie ik mocht omgaan. Met wie ik verliefd mocht worden. Wat ik wel en niet mocht doen. Nu stop ik met lijden en ga ik mijn eigen leven leiden. Fuck everybody.’ Die gedachte kan enorm bevrijdend voelen. Voor het eerst staat niet centraal: ‘Wat verwacht Jehovah?’ ‘Wat vinden de ouderlingen?’ ‘Wat vindt mijn familie?’ maar: ‘Wat wil ík?’ Dat kan een belangrijke fase zijn in het terugvinden van autonomie. Van ‘iedereen bepaalt’ naar ‘niemand bepaalt’ Maar er kan ook een beweging van het ene uiterste naar het andere ontstaan. Eerst: ‘Anderen bepalen mijn grenzen.’ Daarna: ‘Niemand bepaalt ooit nog iets voor mij.’ Dat tweede uiterste kan tijdelijk nodig voelen om psychologische afstand te creëren. Iemand wil misschien voor het eerst ervaren: ‘Mijn leven is van mij.’ Maar autonomie kan uiteindelijk nog een stap verder gaan: ‘Ik hoef niemand automatisch te gehoorzamen, maar ik hoef ook niet automatisch tegen iedereen in te gaan.’ ‘Fuck everybody’ kan een fase zijn De gedachte: ‘Fuck everybody, ik doe eindelijk wat ik zelf wil’ hoeft daarom niet het eindpunt te zijn. Ze kan een tussenfase zijn tussen afhankelijkheid en zelfstandigheid. Eerst stond het oordeel van anderen centraal. Daarna wordt het misschien belangrijk om dat oordeel volledig af te wijzen. Later kan er meer rust ontstaan: ‘Ik luister naar anderen wanneer hun advies waardevol is. Maar uiteindelijk neem ik zelf verantwoordelijkheid voor mijn keuze.’ Dat is iets anders dan gehoorzamen én iets anders dan rebelleren. Stoppen met lijden en je eigen leven gaan leiden In die woorden zit een betekenisvolle tegenstelling: stoppen met lijden en: je eigen leven gaan leiden. Na een sterk gestuurd leven kan het voelen als een kantelpunt: ‘Ik wil niet langer mijn hele leven organiseren rond de vraag wie ik teleurstel.’ Maar je eigen leven leiden betekent uiteindelijk niet: geen grenzen, geen verantwoordelijkheid en niemand nodig hebben. Het kan betekenen: zelf bepalen welke mensen je dichtbij laat, welke adviezen je serieus neemt, welke waarden je behoudt en waar je grenzen liggen. Na vertrek ineens het tegenovergestelde doen Een voormalige Jehovah’s Getuige kan na vertrek denken: ‘Ik wil eindelijk uitgaan.’ ‘Ik ga daten met wie ik wil.’ ‘Ik wil een festival meemaken.’ ‘Ik ga een verjaardag vieren.’ ‘Ik trek aan wat ik mooi vind.’ Dat kan gezonde exploratie zijn. Maar soms speelt ook: ‘Dit mocht vroeger niet, dus nu wil ik het juist.’ Dan is de vroegere regel nog steeds van invloed. Niet meer als bevel, maar als iets waartegen iemand zich afzet. Het tegenovergestelde doen is nog geen volledige vrijheid Stel dat iemand vroeger hoorde: ‘Roken mag absoluut niet.’ Na vertrek denkt hij: ‘Nu kan niemand mij tegenhouden, dus ik ga roken.’ Dat kan als vrijheid voelen. Maar wanneer het belangrijkste motief is: ‘Ik wil bewijzen dat zij niet meer over mij beslissen’ heeft de vroegere regel nog steeds macht over de keuze. Een volgende stap kan zijn: ‘Los van wat vroeger mocht of niet mocht: wil ík eigenlijk roken?’ Misschien is het antwoord ja. Misschien nee. Maar dan wordt het antwoord steeds meer persoonlijk. Vrijheid is meer dan rebellie Autonomie kan betekenen: iets doen omdat je het werkelijk wilt. Maar ook: iets níét doen, terwijl het nu wel mag. Iemand kan na vertrek besluiten: ‘Ik drink nauwelijks alcohol.’ ‘Ik gebruik geen drugs.’ ‘Ik wil alleen seks binnen een vaste relatie.’ Niet omdat een religieuze regel dat verplicht, maar omdat dit aansluit bij de eigen waarden. Dat is niet minder vrij. Vrijheid zit niet in één bepaalde uitkomst. ‘Als het vroeger verboden was, wil ik het meemaken’ Verboden dingen kunnen extra betekenis krijgen. Een tatoeage is dan niet alleen een tatoeage. Een festival niet alleen muziek. Een wereldse partner niet alleen iemand op wie je verliefd bent. Het kan tegelijkertijd symbool staan voor: vrijheid, zelfstandigheid en afscheid van het oude leven. Daardoor kan de aantrekkingskracht veel groter zijn dan wanneer hetzelfde nooit verboden was geweest. Een nuttige vraag Daarom kan deze vraag veel blootleggen: ‘Zou ik dit ook willen als het vroeger nooit verboden was geweest?’ Niet om jezelf ervan te weerhouden. Maar om te ontdekken wat werkelijk van jou is. Misschien denk je: ‘Ja, absoluut. Dit past bij mij.’ Dan weet je meer. Of: ‘Eigenlijk interesseert het mij niet zo. Ik wilde vooral bewijzen dat ik vrij was.’ Ook dat is waardevolle informatie. Reactantie kan al vóór vertrek bestaan Het verzet hoeft niet pas na vertrek te ontstaan. Iemand kan jaren binnen de gemeenschap uiterlijk doen wat wordt verwacht en innerlijk steeds sterker denken: ‘Ik wil dit niet meer.’ Aan de buitenkant: gehoorzaamheid. Aan de binnenkant: weerstand. Soms stapelt die weerstand zich lange tijd op en komt ze na vertrek ineens krachtig naar buiten. Dat kan mede verklaren waarom veranderingen soms zo snel lijken te gaan. ‘Ik heb me lang genoeg aangepast’ Dan kan iemand denken: ‘Ik heb mijn hele leven rekening gehouden met iedereen. Nu is het mijn beurt.’ Dat kan gezond zijn wanneer iemand eindelijk grenzen leert stellen. Maar het kan ook doorslaan naar: ‘Ik hoef met niemand meer rekening te houden.’ Daar zit een belangrijk verschil. Autonomie betekent: ik ben verantwoordelijk voor mijn leven. Niet: anderen doen er niet meer toe. Reactantie en identiteit Binnen een hechte gemeenschap kan de groepsidentiteit sterk zijn: ‘Wij zijn Jehovah’s Getuigen.’ Na vertrek kan tijdelijk een tegenidentiteit ontstaan: ‘Dan ben ik nu vooral géén Jehovah’s Getuige meer.’ Dat kan nodig zijn om afstand te creëren. Maar wanneer identiteit uitsluitend wordt: ‘Ik ben het tegenovergestelde van wat ik vroeger was’ staat de vroegere groep nog steeds centraal. De volgende stap kan worden: ‘Wie ben ik wanneer ik niet meer vóór of tégen mijn verleden hoef te leven?’ Een tweede puberteit Sommige voormalige Jehovah’s Getuigen spreken over een tweede puberteit . Dat is geen officiële psychologische diagnose. Maar het beeld kan herkenbaar zijn wanneer iemand pas op latere leeftijd uitgebreid gaat experimenteren met: relaties, seksualiteit, kleding, uitgaan, feestdagen, overtuigingen en persoonlijke grenzen. Reactantie kan daar onderdeel van zijn. Maar ook nieuwsgierigheid, gemiste ervaringen, identiteitsontwikkeling en de behoefte eindelijk zelf te kiezen kunnen meespelen. Daarom moet niet alles wat iemand na vertrek uitprobeert automatisch als rebellie worden gezien. Eerst ‘wij’, daarna misschien ‘ik tegen hen’ Tijdens een sterke groepsidentiteit kan het zijn: ‘Wij doen dit niet.’ Na vertrek: ‘Ik doe juist wat zij niet willen.’ Beide posities worden nog sterk bepaald door de groep. Uiteindelijk kan een derde positie ontstaan: ‘Het doet er steeds minder toe wat zij ervan vinden. Ik wil weten wat ík vind.’ Dat is een belangrijke verschuiving. Niemand zegt meer wat niet mag Dat kan bevrijdend én moeilijk zijn. Geen ouderling zegt: ‘Dit kan niet.’ Geen religieuze publicatie bepaalt meer automatisch het antwoord. Als de overtuiging in goddelijke regels eveneens verdwenen is, moet iemand veel meer zelf afwegen: Is dit veilig? Wil ik dit echt? Past dit bij mijn waarden? Wat zijn de gevolgen? Hoe behandel ik mezelf en anderen? Vrijheid vraagt dus niet minder denken, maar soms juist méér. Zelfgekozen grenzen kunnen aanvankelijk aanvoelen als oude controle Iemand kan denken: ‘Ik heb mijn hele leven regels gehad. Ik wil nooit meer regels.’ Maar: ‘Ik drink maximaal twee glazen omdat ik morgen fit wil zijn’ is niet hetzelfde als: ‘Ik mag niet drinken omdat het verboden is.’ Een zelfgekozen grens komt vanuit verantwoordelijkheid. Dat kan juist een teken zijn dat iemand niet meer door reactantie wordt gestuurd. Reactantie kan tegen je eigen belang werken De paradox van reactantie is dat je zó graag wilt bewijzen dat niemand je controleert, dat die ander alsnog je gedrag bepaalt. Iemand zegt: ‘Niemand vertelt mij hoeveel ik mag drinken.’ en drinkt vervolgens meer dan hij zelf eigenlijk wilde. Of: ‘Niemand bepaalt met wie ik naar bed ga.’ terwijl hij achteraf merkt dat de situatie helemaal niet bij hem paste. Dan was de keuze vrij van de oude regel, maar nog niet volledig vrij voor jezelf . Van ‘ik moet’ naar ‘ik wil’ — en daarna naar ‘ik kies’ Misschien verloopt autonomie soms in drie stappen: ‘Ik moet doen wat anderen zeggen.’ Daarna: ‘Ik wil juist niet doen wat anderen zeggen.’ En uiteindelijk: ‘Ik kies op basis van wat ik zelf belangrijk vind.’ Die laatste fase hoeft niet spectaculair te zijn. Soms leidt ze zelfs tot dezelfde keuze als vroeger. Het verschil is dat iemand de reden nu zelf onderschrijft. Een nuttige pauze Wanneer je sterke weerstand merkt, kan het helpen niet meteen te handelen. Eerst: ‘Ik merk dat ik boos word omdat iemand mij probeert te sturen.’ Dan: ‘Los van die persoon, wat wil ik eigenlijk?’ En daarna: ‘Welke keuze past bij mijn waarden en mijn belangen?’ Die pauze helpt voorkomen dat iemand automatisch gehoorzaamt én dat hij automatisch rebelleert. Vier vragen bij reactantie 1. Welke vrijheid voelt bedreigd? Iemand probeert te bepalen met wie ik omga. 2. Wat is mijn automatische reactie? Dan ga ik juist met die persoon om. 3. Wat zou ik kiezen als niemand mij onder druk zette? Misschien wil ik eerst rustig onderzoeken of deze relatie goed voor mij is. 4. Welke keuze past bij mijn waarden? Dat antwoord is uiteindelijk belangrijker dan winnen van degene die je probeerde te sturen. Reactantie en zelfcensuur Soms wil iemand een regel overtreden maar vreest hij de sociale gevolgen. Dan kan verborgen gedrag ontstaan: ‘Ik bepaal zelf wat ik doe, maar niemand mag het weten.’ Dat kan tijdelijk vrijheid geven. Tegelijk blijft de groep invloed houden: ‘Mijn vrijheid is alleen veilig zolang zij haar niet zien.’ Hier raken reactantie en zelfcensuur elkaar. Reactantie en verboden informatie Hetzelfde kan gebeuren bij informatie. Wanneer iemand hoort: ‘Dat mag je niet bekijken’ kan juist nieuwsgierigheid ontstaan: ‘Waarom eigenlijk niet?’ Voor sommigen verhoogt het verbod de behoefte te onderzoeken. Voor anderen werkt het juist afschrikkend. Reactantie is dus geen automatische reactie bij iedereen. Autonomieondersteuning In de psychologie wordt ook gekeken naar autonomieondersteuning . Dat betekent niet: ‘Iedereen mag altijd alles.’ Het betekent eerder: uitleg geven, luisteren naar bezwaren, emoties erkennen, waar mogelijk keuze bieden en grenzen begrijpelijk maken. Bijvoorbeeld: ‘Dit is waarom wij dit belangrijk vinden. Hoe kijk jij er zelf naar?’ Dat kan helpen een regel werkelijk te begrijpen en eventueel te internaliseren, in plaats van hem alleen te volgen omdat verzet gevolgen heeft. Reactantie bij volwassenen Reactantie is niet alleen iets van pubers. Een partner die zegt: ‘Jij mag die persoon niet meer zien’ kan weerstand oproepen. Een werkgever die ieder detail controleert kan motivatie verminderen. Een arts die uitsluitend bevelen geeft kan soms meer weerstand oproepen dan iemand die uitleg geeft en de patiënt betrekt. De behoefte aan enige regie over het eigen leven blijft ook op volwassen leeftijd bestaan. Voor voormalige Jehovah’s Getuigen Na vertrek kan het helpen bij iedere vroegere grens te vragen: ‘Wil ik dit werkelijk?’ ‘Ben ik gewoon nieuwsgierig?’ ‘Past dit bij mijn waarden?’ ‘Wil ik iets ervaren wat ik vroeger heb gemist?’ ‘Of probeer ik vooral te bewijzen dat niemand mij meer kan vertellen wat ik moet doen?’ Er is geen vooraf juist antwoord. Het belangrijkste is dat het antwoord steeds meer van jezelf wordt. Voor actieve Jehovah’s Getuigen Ook iemand die actief Jehovah’s Getuige is kan dit begrip gebruiken. Hij kan bijvoorbeeld ontdekken: ‘Ik ben vooral boos over de manier waarop iemand dit tegen mij zegt, maar misschien vind ik de waarde zelf nog steeds belangrijk.’ Dan kan hij onderzoeken: ‘Waarom geloof ik dit?’ ‘Zou ik dezelfde keuze maken als niemand mij controleerde?’ Het antwoord kan ook zijn: ‘Ja. Dit is werkelijk mijn overtuiging.’ Psychologische reactantie is dus geen argument vóór of tegen een geloof. Voor ouders Voor ouders kan het begrip belangrijk zijn omdat meer druk niet automatisch leidt tot meer overtuiging. Een kind kan perfect gehoorzamen en toch vanbinnen steeds meer weerstand ontwikkelen. Daarom kan naast: ‘Dit is onze grens’ ook ruimte bestaan voor: ‘Vertel eens hoe jij dit ervaart.’ Een ouder hoeft zijn waarden niet los te laten om de autonomieontwikkeling van een kind serieus te nemen. Je eigen leven leiden Uiteindelijk kan de ontwikkeling misschien zo klinken: Eerst: ‘Ik leef volgens wat anderen van mij verwachten.’ Daarna: ‘Fuck everybody. Niemand bepaalt nog iets voor mij.’ Later: ‘Ik hoef niemand te gehoorzamen én ik hoef niemand iets te bewijzen. Ik wil ontdekken wat ík werkelijk wil en daar zelf verantwoordelijkheid voor dragen.’ Dat laatste is misschien minder spectaculair dan rebellie. Maar het kan veel vrijer zijn. Vragen om over na te denken Welke verboden maakten mij juist nieuwsgieriger? Wanneer denk ik: ‘Jij bepaalt niet voor mij’? Welke dingen heb ik vooral gedaan omdat ze vroeger verboden waren? Welke daarvan bleken echt bij mij te passen? Welke niet? Zou ik deze keuze ook maken als ze vroeger nooit verboden was geweest? Ben ik bezig mijn eigen leven te leiden of vooral het tegenovergestelde van vroeger te leven? Kan ik iets niet doen terwijl het nu wel mag, zonder dat dat voelt als opnieuw gehoorzamen? Kan ik advies aannemen zonder het gevoel dat iemand mij controleert? Welke grenzen kies ik inmiddels zelf? Wie ben ik wanneer ik niet meer hoef te denken in ‘zij’ tegenover ‘ik’? Welke keuze zou ik maken als ik niemand hoefde tevreden te houden én niemand iets hoefde te bewijzen? Samenvatting Psychologische reactantie is de neiging bedreigde vrijheid te willen herstellen. Wanneer iemand ervaart: ‘Dit mag jij niet’ kan juist de behoefte ontstaan: ‘Dan wil ik het wél.’ Dat is een algemeen menselijk mechanisme. Na vertrek uit een sterk gereguleerd geloofssysteem kan die reactie extra zichtbaar worden. Iemand kan na jarenlang rekening houden met God, familie, ouderlingen en gemeenschap ineens denken: ‘Nu bepaal ik het zelf. Fuck everybody.’ Die reactie kan een begrijpelijke tussenstap zijn in het terugwinnen van autonomie. Maar rebellie is nog niet noodzakelijk hetzelfde als volledige vrijheid. Wanneer je altijd het tegenovergestelde doet van wat vroeger werd verwacht, blijft het vroegere systeem nog steeds mede bepalen wat je doet. Autonomie kan een stap verder gaan: ik hoef niet te gehoorzamen. Ik hoef ook niet te rebelleren. Ik mag onderzoeken. Ik mag advies aannemen. Ik mag nee zeggen. Ik mag van gedachten veranderen. En ik mag zelf grenzen kiezen. Misschien verandert vrijheid uiteindelijk van: ‘Niemand vertelt mij meer wat ik moet doen.’ naar: ‘Ik weet steeds beter waarom ík doe wat ik doe.’ ‘Als niemand mij iets verbood en ik niemand iets hoefde te bewijzen, wat zou ik dan werkelijk zelf kiezen?’ Bronnen Jack W. Brehm - A Theory of Psychological Reactance Sharon S. Brehm & Jack W. Brehm - Psychological Reactance: A Theory of Freedom and Control Miron & Brehm - onderzoek naar psychologische reactantie Steindl, Jonas, Sittenthaler, Traut-Mattausch & Greenberg - overzicht van onderzoek naar psychologische reactantie Edward L. Deci & Richard M. Ryan - Self-Determination Theory; autonomie en motivatie Van Petegem, Soenens, Vansteenkiste & Beyers - onderzoek naar autonomie, reactantie en verzet bij adolescenten American Psychological Association - informatie over autonomie, motivatie en gedragsverandering Zie ook in A-Z Begrippenlijst Psychologie G - Geweten - Hoe ontstaat je innerlijke gevoel voor goed en fout? G - Groepsidentiteit - Hoe kan een groep onderdeel worden van wie je bent? I - Internalisering - Hoe worden normen van buitenaf onderdeel van je eigen innerlijke stem? S - Sociale invloed - Hoe beïnvloeden anderen onze keuzes zonder directe dwang? S - Socialisatie - Hoe leren we welke normen en gedragingen binnen onze omgeving normaal zijn? Z - Zelfcensuur - Wat gebeurt er wanneer je jezelf begrenst omdat zichtbaar zijn gevolgen kan hebben? Lees ook op ExJW.World G - Geloofsopvoeding - Hoe worden geloof en normen vanaf jonge leeftijd overgedragen? V - Vrije wil - Hoe vrij is een keuze wanneer overtuiging, verwachtingen en gevolgen allemaal meespelen? W - Werelds - Welke betekenis krijgt de tegenstelling tussen ‘de waarheid’ en ‘de wereld’? Herstel - Na vertrek ineens grenzeloos? - Waarom kunnen sommige voormalige Jehovah’s Getuigen na vertrek opnieuw hun identiteit, waarden en grenzen moeten ontdekken?