Herkenbare vragen

- Waarom blijft schuld soms hangen nadat ik een keuze heb gemaakt?

- Waarom denk ik soms niet ‘ik deed iets verkeerd’, maar ‘ik bén verkeerd’?

- Hoe weet ik of schuldgevoel past bij iets waarvoor ik werkelijk verantwoordelijkheid draag?

- Kan schuld ook een gezond signaal zijn?

- Waarom zorgt schaamte er soms voor dat ik me wil verstoppen of terugtrekken?

- Kan ik nog schuld voelen over iets wat volgens mijn huidige waarden helemaal niet verkeerd is?

- Hoe kan ik verantwoordelijkheid nemen zonder mezelf als persoon af te wijzen?

Wat zijn schuld en schaamte?

Schuld en schaamte zijn zelfbewuste emoties: ze ontstaan doordat we onszelf, ons gedrag en onze verhouding tot anderen beoordelen.
Vaak wordt het verschil zo omschreven:

SCHULD

‘Ik heb iets gedaan
dat niet past bij
mijn waarden’


SCHAAMTE

‘Er is iets verkeerd
aan mij’

Dat onderscheid is nuttig, maar in het echte leven lopen beide emoties vaak door elkaar. Iemand kan zich tegelijk schuldig voelen over een handeling én zich daarvoor als persoon schamen.

Schuld gaat vaker over gedrag

Schuld kan ontstaan wanneer iemand denkt dat hij een belangrijke norm of persoonlijke waarde heeft overtreden.
Bijvoorbeeld:
‘Ik heb iemand gekwetst.’
‘Ik heb gelogen.’
‘Ik heb een afspraak bewust niet nagekomen.’
Wanneer schuld proportioneel is, kan die emotie helpen om verantwoordelijkheid te nemen.

Ik deed iets
dat niet klopt
      ↓
schuldgevoel
      ↓
nadenken
      ↓
excuses / herstel
      ↓
anders handelen

In die zin hoeft schuld helemaal niet ongezond te zijn.

Schaamte raakt vaker het hele zelf

Schaamte kan veel verder gaan dan een beoordeling van één handeling.

SCHULD

‘Dat was niet goed’


SCHAAMTE

‘Ík ben niet goed’

Iemand die schaamte ervaart kan denken:
‘Als mensen echt weten wie ik ben, zullen ze me afwijzen.’
‘Ik ben waardeloos.’
‘Er klopt iets fundamenteels niet aan mij.’
Daardoor kan de neiging ontstaan om fouten te verbergen, jezelf terug te trekken of gesprekken te vermijden.

Een voorbeeld uit het dagelijks leven

Je vergeet een belangrijke afspraak.
Schuld kan zeggen:
‘Ik heb iemand laten zitten. Ik wil excuses aanbieden en dit herstellen.’
Schaamte kan zeggen:
‘Ik ben zo waardeloos. Natuurlijk verpest ik weer alles. Straks ziet iedereen wat voor persoon ik werkelijk ben.’

DEZELFDE FOUT

      ↓

SCHULD
‘Wat kan ik herstellen?’

of

SCHAAMTE
‘Wat zegt dit over
mij als persoon?’

De gebeurtenis is hetzelfde. De conclusie over jezelf verschilt.

Waarom bestaan deze emoties?

Schuld en schaamte hebben ook een sociale functie.
Mensen leven in groepen waarin samenwerking, betrouwbaarheid en rekening houden met anderen belangrijk zijn. Emoties die ons gevoelig maken voor de gevolgen van ons gedrag kunnen helpen relaties te behouden.
Schuld kan bijvoorbeeld motiveren om:

  • excuses aan te bieden;

  • schade te herstellen;

  • gedrag te veranderen;

  • rekening te houden met anderen.
    Schaamte kan iemand bewust maken van sociale afwijzing of reputatie. Maar wanneer schaamte zeer sterk wordt, kan juist terugtrekking of verbergen ontstaan.

Schuldgevoel bewijst niet automatisch dat je iets verkeerd hebt gedaan

Dit onderscheid is belangrijk.
Een emotie is werkelijk, maar vormt niet automatisch bewijs dat de bijbehorende conclusie klopt.

‘Ik voel schuld’

        ≠

‘Dus ik heb
daadwerkelijk iets
verkeerd gedaan’

We kunnen schuld voelen omdat we een werkelijke fout hebben gemaakt.
Maar schuld kan ook ontstaan doordat we ooit hebben geleerd dat bepaald gedrag verkeerd is, zelfs wanneer we die norm later niet meer onderschrijven.

Normen worden aangeleerd

Ons geweten ontstaat niet in een vacuüm.
Vanaf jonge leeftijd leren we via ouders, cultuur, school, geloof en sociale omgeving wat als goed, slecht, toegestaan of beschamend wordt gezien.

regels en waarden
uit omgeving
      ↓
herhaling
      ↓
innerlijke norm
      ↓
‘zo hoort het’
      ↓
schuld wanneer
ik ervan afwijk

Veel van die normen kunnen later volledig passen bij onze eigen waarden.
Maar sommige kunnen veranderen.
Daarom is bij schuldgevoel soms een tweede vraag nodig:
‘Welke norm heb ik volgens mijn gevoel overtreden — en onderschrijf ik die norm vandaag nog zelf?’

Aangeleerd betekent niet automatisch onwaar

Dat we een norm van anderen hebben geleerd betekent niet dat die norm daarom fout is.
Vrijwel al onze morele ideeën worden mede via anderen gevormd.

AANGELEERD

        ≠

automatisch
onjuist

Iemand kan een waarde eerst van ouders of geloof hebben geleerd en later na zelfstandig nadenken nog steeds zeggen:
‘Ja, dit vind ik zelf belangrijk.’
De relevante vraag is dus niet alleen waar de norm vandaan kwam, maar ook of je haar nu zelf onderschrijft en waarom.

Schuld na verandering van geloof of overtuiging

Wanneer iemands overtuigingen veranderen, kunnen emoties langzamer veranderen dan ideeën.
Iemand kan rationeel denken:
‘Ik geloof niet meer dat dit verkeerd is.’
en toch lichamelijk of emotioneel spanning of schuld ervaren wanneer hij het doet.

OUDE NORM

‘Dit mag niet’
      ↓
jarenlange koppeling
met schuld of angst
      ↓
NIEUWE OVERTUIGING

‘Ik vind dit niet
meer verkeerd’

maar

gevoel kan nog
tijdelijk blijven

Dat hoeft niet te betekenen dat iemand diep van binnen toch nog in de oude norm gelooft. Emotionele reacties kunnen langer aanwezig blijven dan bewuste overtuigingen.

Hoe kan dit herkenbaar zijn bij (ex-)Jehovah’s Getuigen?

Religieuze tradities hebben verschillende ideeën over zonde, schuld, geweten, berouw en vergeving.
Binnen Jehovah’s Getuigen leren leden eveneens dat bepaalde keuzes volgens de Bijbel goed of verkeerd zijn. Voor iemand die deze overtuiging deelt, kan schuld na het overtreden van zo’n norm een betekenisvol onderdeel van het eigen geweten zijn.
Daarom zou het onjuist zijn om te zeggen:
‘Religieus schuldgevoel is ongezond.’
Dat hoeft helemaal niet zo te zijn.

Maar wat gebeurt er wanneer de overtuiging verandert?

Sommige voormalige Jehovah’s Getuigen beschrijven dat zij na vertrek nog schuld voelen bij gedragingen die zij rationeel niet langer als verkeerd beschouwen.
Dan kunnen drie dingen uit elkaar worden gehaald:

WAT HEB IK GELEERD?

‘Dit is verkeerd’


WAT VOEL IK?

‘Ik voel schuld’


WAT VIND IK NU?

‘Vind ik dit volgens
mijn huidige waarden
werkelijk verkeerd?’

Die antwoorden hoeven niet meteen hetzelfde te zijn.

Een religieuze norm kan ook je eigen norm zijn

Het omgekeerde is even belangrijk.
Wanneer iemand nog steeds zegt:
‘Ik vind dit verkeerd omdat dit werkelijk mijn overtuiging is,’
hoeft die norm niet psychologisch te worden wegverklaard als indoctrinatie of aangeleerde schuld.
Een mens kan religieuze waarden oprecht zelf onderschrijven.
Het doel van zelfonderzoek is dus niet:
‘Alle oude normen moeten weg.’
maar:
‘Welke normen passen na eerlijk onderzoek nog bij mij?’

Schuld, schaamte en afwijzing

Schaamte wordt sterker wanneer iemand verwacht dat niet alleen zijn gedrag, maar hijzelf als persoon wordt afgewezen.

‘Je deed iets
wat ik verkeerd vind’

        voelt anders dan

‘Door wat je deed
ben jij een slecht
of onwaardig mens’

Daarom kan het belangrijk zijn onderscheid te maken tussen:
gedrag beoordelen
en
iemands totale waarde beoordelen.
Een mens kan een ernstige fout maken zonder dat zijn volledige identiteit tot die fout wordt gereduceerd.

Gezonde schuld

Schuld kan nuttig zijn wanneer ze redelijk in verhouding staat tot wat er gebeurde.
Bijvoorbeeld:

Ik heb iemand
werkelijk gekwetst
      ↓
ik erken dat
      ↓
ik neem verantwoordelijkheid
      ↓
ik probeer te herstellen
      ↓
ik leer ervan

Gezonde verantwoordelijkheid vraagt niet dat iemand zichzelf eindeloos blijft straffen nadat hij heeft gedaan wat redelijkerwijs mogelijk was om iets te herstellen.

Wanneer wordt schuld minder behulpzaam?

Schuld kan problematischer worden wanneer iemand verantwoordelijkheid draagt voor dingen waar hij nauwelijks of geen controle over had.
Bijvoorbeeld:
‘Mijn moeder is verdrietig, dus mijn keuze moet verkeerd zijn.’
‘Mijn familie heeft afstand genomen, dus ik heb iedereen pijn gedaan.’
‘Als iemand teleurgesteld in mij is, heb ik waarschijnlijk iets verkeerd gedaan.’

IEMAND IS VERDRIETIG

        ≠

IK HEB DUS
IETS VERKEERDS GEDAAN

Je kunt medeleven voelen met het verdriet van iemand anders zonder automatisch diens emotie als bewijs van jouw schuld te zien.

Schuld en verantwoordelijkheid zijn niet hetzelfde

Schuld is een gevoel.
Verantwoordelijkheid is een beoordeling van wat iemand daadwerkelijk heeft gedaan, gekozen en kon beïnvloeden.

SCHULDGEVOEL

‘Ik voel dat
dit mijn schuld is’


VERANTWOORDELIJKHEID

‘Welk deel was
feitelijk van mij?’

Daarom kan iemand zich extreem schuldig voelen en toch weinig verantwoordelijkheid dragen.
En iemand kan nauwelijks schuld voelen terwijl hij wel degelijk verantwoordelijkheid heeft voor schadelijk gedrag.

Schaamte kan herstel juist moeilijker maken

Wanneer iemand denkt:
‘Ik heb iets verkeerd gedaan,’
kan herstel mogelijk voelen.
Wanneer iemand denkt:
‘Ik bén verkeerd,’
kan de situatie uitzichtlozer worden.

‘IK DEED IETS
VERKEERD’
      ↓
gedrag kan veranderen


‘IK BEN VERKEERD’
      ↓
wat valt er dan
nog te veranderen?

Dat is een van de redenen waarom onderscheid tussen gedrag en identiteit belangrijk kan zijn.

Verantwoordelijkheid zonder zelfafwijzing

Je hoeft niet tussen twee uitersten te kiezen:

UITERSTE 1

‘Ik heb niets
verkeerd gedaan’


UITERSTE 2

‘Ik ben een
slecht mens’

Er bestaat een derde mogelijkheid:

‘Wat ik deed
was niet goed.

Ik neem daar
verantwoordelijkheid voor.

En ik ben meer
dan deze fout.’

Dat maakt herstel mogelijk zonder de fout te ontkennen.

Onderzoek de norm achter het schuldgevoel

Wanneer schuld blijft hangen, kun je verschillende vragen stellen:

- Wat heb ik gedaan?

- Wie heeft daar schade van ondervonden?

- Welke norm heb ik volgens mezelf overtreden?

- Van wie leerde ik die norm?

- Vind ik die norm vandaag zelf nog juist?

- Is mijn schuldgevoel in verhouding tot wat er gebeurde?

Soms leidt dat tot:
‘Ja, ik wil iets herstellen.’
Soms tot:
‘Ik heb niets gedaan wat volgens mijn huidige waarden verkeerd is.’
En soms tot:
‘Ik weet het nog niet.’
Ook dat laatste mag.

Wat kun je ermee?

Wanneer schuld of schaamte sterk wordt, begin dan met het onderscheid:

GAAT DIT OVER:

wat ik deed?

of

wie ik denk
dat ik ben?

Als je daadwerkelijk iemand hebt gekwetst, kijk dan wat je concreet kunt herstellen.
Als het schuldgevoel vooral voortkomt uit een oude norm, onderzoek dan of je die norm nog steeds zelf onderschrijft.
En als schaamte uitmondt in gedachten als ‘ik ben waardeloos’, probeer de beoordeling terug te brengen naar het concrete gedrag:
Wat gebeurde er precies?

Vragen om over na te denken

  • Gaat mijn gevoel over wat ik heb gedaan of over wie ik denk dat ik ben?

  • Welke waarde of regel heb ik volgens mezelf overtreden?

  • Is dit nog steeds een waarde die ik zelf onderschrijf?

  • Heb ik werkelijk iemand schade toegebracht of voelt iets vooral verboden?

  • Kan ik herstellen wat ik heb gedaan zonder mezelf als persoon af te wijzen?

  • Is mijn schuldgevoel ongeveer in verhouding tot mijn daadwerkelijke aandeel?

  • Wat zou ik tegen iemand zeggen van wie ik houd als die precies dezelfde fout had gemaakt?

Samenvatting

Schuld en schaamte lijken op elkaar, maar leggen het accent vaak ergens anders.

SCHULD

‘Ik deed iets
dat niet bij mijn
waarden past’


SCHAAMTE

‘Ik ben als persoon
verkeerd of
minderwaardig’

Schuld kan een nuttig signaal zijn wanneer iemand werkelijk een belangrijke waarde heeft geschonden en iets kan herstellen.
Schaamte kan daarentegen sneller het hele zelf ter discussie stellen en daardoor leiden tot verbergen of terugtrekken.
Maar beide emoties zijn complex en lopen geregeld door elkaar.
Voor mensen van wie overtuigingen veranderen kan bovendien een bijzonder verschil ontstaan:

OUDE NORM
      ↓
schuldgevoel blijft
      ↓
NIEUWE OVERTUIGING

‘Vind ik dit
eigenlijk nog
verkeerd?’

De aanwezigheid van schuld bewijst dus niet automatisch dat iets verkeerd was.
Maar het tegenovergestelde geldt ook: oude of religieuze normen zijn niet automatisch ongezond alleen omdat ze zijn aangeleerd.
De kernvraag is:
Kan ik eerlijk onderzoeken waarvoor ik werkelijk verantwoordelijkheid draag, welke waarden vandaag van mij zijn en tegelijkertijd mijn waarde als mens behouden?

Bronnen en verdieping

June P. Tangney & Ronda L. Dearing – Shame and Guilt, 2002. Uitgebreid werk over verschillen en overeenkomsten tussen schuld en schaamte en hun relatie tot gedrag en zelfbeoordeling.
June P. Tangney, Jeff Stuewig & Debra J. Mashek – Moral Emotions and Moral Behavior, 2007. Over de rol van schuld, schaamte en andere morele emoties in verantwoordelijkheid, herstel en sociaal gedrag.
June P. Tangney e.a. – Are Shame, Guilt, and Embarrassment Distinct Emotions?, 1996. Onderzoek naar verschillen tussen zelfbewuste emoties en de manier waarop mensen deze beleven.
Jessica L. Tracy & Richard W. Robins – Putting the Self Into Self-Conscious Emotions: A Theoretical Model, 2004. Theoretisch model over hoe beoordelingen van gebeurtenissen en het zelf bijdragen aan emoties zoals schaamte en schuld.
Tilghman-Osborne, Cole & Felton – Definition and Measurement of Guilt: Implications for Clinical Research and Practice, 2010. Over de verschillende betekenissen van schuld en het belang van nauwkeurig onderscheid tussen adaptieve en problematische vormen.

Lees ook

Aangeleerde schuld – Wanneer schuldgevoel verbonden raakt aan regels en normen die je hebt geleerd.
Zelfverwijt – Wanneer je verantwoordelijkheid steeds bij jezelf zoekt.
Zelfcompassie – Verantwoordelijkheid nemen zonder jezelf als persoon af te wijzen.
Geweten – Hoe normen, opvoeding en persoonlijke overtuigingen samen je morele kompas vormen.
Internalisering – Hoe regels van buitenaf onderdeel kunnen worden van je eigen innerlijke stem.
Victimblaming en zelfverwijt – Wanneer verantwoordelijkheid voor pijn en verlies bij de verkeerde persoon terecht kan komen.
Zelfbeeld – Hoe ervaringen en reacties van anderen invloed kunnen hebben op hoe je naar jezelf kijkt.