Herkenbare vragen

- Waarom wil ik zo graag een definitief antwoord, zelfs wanneer dat antwoord nog niet beschikbaar is?

- Waarom kan twijfel zoveel spanning geven?

- Waarom blijf ik controleren, zoeken of om geruststelling vragen zonder werkelijk rustiger te worden?

- Waarom voelt ‘ik weet het niet’ soms bijna onverdraaglijk?

- Waarom wil ik belangrijke beslissingen pas nemen wanneer ik volledige zekerheid heb?

- Kan ik ergens van overtuigd zijn en toch onzekerheid verdragen?

- Hoe leer ik leven met vragen die voorlopig open blijven?

Wat is onzekerheid?

Onzekerheid betekent dat we niet volledig weten wat er gebeurt, wat iets betekent of hoe iets zal aflopen.
Dat is een normaal onderdeel van het leven.

WE WETEN NIET ALLES

over gezondheid

relaties

andere mensen

de toekomst

onze keuzes

grote levensvragen

In de psychologie wordt daarnaast gesproken over intolerantie voor onzekerheid: de neiging om het moeilijk te vinden wanneer belangrijke informatie ontbreekt of een uitkomst niet voorspelbaar is.
Het is geen afzonderlijke psychiatrische diagnose.

Niet onzekerheid zelf, maar het niet-weten kan lastig worden

Twee mensen kunnen met precies dezelfde onduidelijkheid heel verschillend omgaan.
De één denkt:
‘Ik hoor het wel wanneer er meer bekend is.’
De ander:
‘Ik móét nu weten wat dit betekent.’

DEZELFDE ONZEKERHEID

        ↓

persoon A:
‘ik wacht af’

persoon B:
‘ik moet dit
nu oplossen’

Het verschil zit dus niet alleen in hoeveel onzekerheid er werkelijk bestaat, maar ook in hoe moeilijk iemand het vindt dat er nog geen antwoord is.

Waarom willen mensen zekerheid?

Voorspelbaarheid geeft houvast.
Wanneer we weten wat er waarschijnlijk gebeurt, kunnen we plannen en ons voorbereiden.
Dat is nuttig.
Maar bij belangrijke onderwerpen kan de behoefte aan zekerheid sterker worden:

  • gezondheid;

  • relaties;

  • geld;

  • veiligheid;

  • werk;

  • geloof;

  • familie;

  • toekomst.

HOE BELANGRIJKER
HET ONDERWERP

        ↓

hoe sterker soms
de behoefte:

‘Ik wil zeker weten
hoe dit afloopt’

Dat is menselijk.

Een voorbeeld uit het dagelijks leven

Je hebt een onderzoek gehad en wacht op de uitslag.
De arts kan pas over drie dagen iets zeggen.
Toch zoek je ieder uur op internet:
Wat betekent deze klacht?
Kan het dit zijn?
Hoe groot is de kans daarop?
Heeft iemand anders dit gehad?
Even lijkt zoeken rust te geven.
Maar vervolgens verschijnt nieuwe informatie en ontstaat een nieuwe vraag.

ONZEKERHEID
     ↓
zoeken
     ↓
tijdelijke geruststelling
     ↓
nieuwe twijfel
     ↓
opnieuw zoeken

Het zoeken geeft dan niet werkelijk meer zekerheid. Het wordt vooral een manier om het ongemak van niet-weten tijdelijk te verminderen.

Geruststelling kan kort helpen en daarna juist meer nodig worden

Hetzelfde kan gebeuren met vragen aan anderen:
‘Denk je echt dat het goedkomt?’
‘Weet je zeker dat hij niet boos is?’
‘Denk je dat dit normaal is?’
Een geruststellend antwoord kan onmiddellijk opluchten.
Maar wanneer de twijfel terugkomt, ontstaat misschien opnieuw behoefte aan bevestiging.

twijfel
  ↓
geruststelling vragen
  ↓
opluchting
  ↓
twijfel keert terug
  ↓
opnieuw vragen

Dat betekent niet dat geruststelling verkeerd is. Iedereen heeft soms steun of informatie nodig.
Het wordt vooral belastend wanneer rust alleen nog mogelijk lijkt na nieuwe bevestiging.

Controle is niet hetzelfde als zekerheid

Mensen proberen onzekerheid soms te verkleinen door meer te controleren.
Bijvoorbeeld:

  • steeds opnieuw een bericht lezen;

  • meerdere keren controleren of een deur dicht is;

  • eindeloos vergelijken voordat een keuze wordt gemaakt;

  • voortdurend nieuws volgen;

  • steeds opnieuw dezelfde medische informatie zoeken.

MEER CONTROLEREN

kan soms
meer informatie geven

maar

kan onzekerheid
nooit volledig
uitschakelen

Daar raken onzekerheid en controlebehoefte elkaar.

Onzekerheid is niet hetzelfde als gevaar

Wanneer iets onbekend is, kan ons hoofd gemakkelijk denken:
‘Als ik niet weet wat er gebeurt, kan er iets misgaan.’
Maar:

ONBEKEND

        ≠

GEVAARLIJK

Een onbekende uitkomst kan goed, slecht of neutraal zijn.
Niet weten is op zichzelf geen voorspelling.

Mogelijk is niet hetzelfde als waarschijnlijk

Onzekerheid maakt ruimte voor verschillende uitkomsten.
Daarbij kan één negatieve mogelijkheid gemakkelijk alle aandacht krijgen.
Bijvoorbeeld:
‘Het kán kanker zijn.’
Dat kan feitelijk waar zijn.
Maar daaruit volgt niet:
‘Dus het is waarschijnlijk kanker.’

MOGELIJK

        ≠

WAARSCHIJNLIJK

        ≠

ZEKER

Dit onderscheid is belangrijk bij gezondheid, relaties, geloof en andere onderwerpen waar emoties sterk kunnen oplopen.

Onzekerheid en catastroferen

De begrippen kunnen samengaan, maar zijn niet hetzelfde.
Bij intolerantie voor onzekerheid kan de open vraag zelf moeilijk zijn:
‘Ik weet niet hoe dit afloopt.’
Bij catastroferen springt het denken sneller naar een zeer negatieve uitkomst:
‘Het zal vast verkeerd aflopen en ik kan dat niet aan.’

ONZEKERHEID

‘Ik weet niet
wat er gebeurt’


CATASTROFEREN

‘Het ergste gaat
waarschijnlijk gebeuren’

Onzekerheid en perfectionisme

Ook perfectionisme kan onzekerheid moeilijk maken.
Een beslissing kan dan pas veilig voelen wanneer iemand denkt:
‘Ik moet absoluut zeker weten dat dit de beste keuze is.’
Maar veel beslissingen kennen geen perfecte uitkomst.

‘WAT IS
DE PERFECTE KEUZE?’

        ↓

blijven onderzoeken

        ↓

geen keuze durven maken

Soms bestaat er alleen:
een redelijke keuze op basis van de informatie die nu beschikbaar is.

Onzekerheid en uitstelgedrag

Wanneer iemand eerst volledige duidelijkheid wil, kan beginnen steeds worden uitgesteld.
‘Ik begin wanneer ik precies weet hoe.’
‘Ik beslis wanneer ik zeker weet dat ik geen spijt krijg.’
‘Ik zeg iets wanneer ik zeker weet hoe de ander reageert.’
Maar volledige zekerheid komt vaak niet.

EERST ZEKERHEID WILLEN
        ↓
blijven wachten
        ↓
geen ervaring opdoen
        ↓
onzekerheid blijft

Soms ontstaat duidelijkheid juist nadat je een kleine stap hebt gezet.

Waarom ‘ik weet het niet’ zo moeilijk kan zijn

Een open vraag heeft geen afsluiting.
Het brein kan steeds opnieuw terugkeren:
‘Maar wat als…?’
‘Misschien heb ik iets gemist.’
‘Ik moet nog één keer kijken.’
In onderzoek naar onzekerheid wordt onder andere gekeken naar de neiging onbekende toekomstige gebeurtenissen als belastend of moeilijk verdraagbaar te ervaren.
Dat kan voorkomen bij verschillende psychische klachten, maar ook zonder stoornis.

Mensen verschillen sterk

Niet iedereen heeft dezelfde behoefte aan voorspelbaarheid.
De één vindt een spontaan leven prettig.
De ander plant liever vooruit.
Dat verschil hoeft helemaal niet problematisch te zijn.
Het wordt vooral relevant wanneer de behoefte aan zekerheid:

veel tijd kost

keuzes blokkeert

voortdurend spanning geeft

steeds meer controle vraagt

of het dagelijks leven
gaat beperken

Onzekerheid binnen religie

Religies kunnen duidelijke antwoorden bieden op grote vragen:
Waarom bestaan we?
Wat gebeurt er na de dood?
Wat is goed en kwaad?
Heeft het leven een bedoeling?
Voor veel mensen geeft dat rust, betekenis en richting.
Dat is niet automatisch psychologisch problematisch.

RELIGIEUZE ZEKERHEID

kan houvast geven

zonder dat psychologie
daarmee kan bepalen
of de overtuiging
waar of onwaar is

Psychologie onderzoekt vooral hoe mensen omgaan met zekerheid, twijfel en onbekendheid, niet of metafysische overtuigingen juist zijn.

Hoe kan dit herkenbaar zijn bij Jehovah’s Getuigen?

Binnen Jehovah’s Getuigen bestaan duidelijke overtuigingen over onder andere God, dood, toekomst, morele normen en de betekenis van Bijbelse profetieën.
Voor iemand die deze overtuigingen deelt kan dat een helder wereldbeeld geven.
Wanneer iemand begint te twijfelen, kunnen oude zekerheden ineens open vragen worden:

‘Wat gebeurt er
na de dood?’

‘Wat als ik mij vergis?’

‘Wat geloof ik
eigenlijk zelf?’

‘Hoe ziet mijn
toekomst eruit?’

‘Wat als ik geen
definitief antwoord vind?’

Die overgang kan onrust veroorzaken.
Niet noodzakelijk omdat twijfel beter of slechter is dan geloof, maar omdat een vertrouwd antwoordkader minder vanzelfsprekend wordt.

Van veel antwoorden naar veel open vragen

Bij een grote geloofsverandering kan iemand niet alleen één overtuiging verliezen.
Ook allerlei gekoppelde antwoorden kunnen opnieuw onderzocht moeten worden.

vroeger:

‘dit is hoe het zit’

        ↓

later:

‘wat denk ik hier
eigenlijk zelf over?’

Dat kan bevrijdend zijn.
Maar ook vermoeiend.
Vooral wanneer iemand gewend was dat fundamentele vragen duidelijke antwoorden hadden.

De drang om meteen een nieuw wereldbeeld te vinden

Wanneer oude zekerheid wegvalt, kan het aantrekkelijk zijn snel een nieuwe allesomvattende verklaring te vinden.
Bijvoorbeeld:
‘Nu weet ik eindelijk hoe alles echt zit.’
Dat nieuwe antwoord kan religieus, spiritueel, wetenschappelijk, politiek of psychologisch zijn.

OUDE ZEKERHEID
      ↓
valt weg
      ↓
onzekerheid
      ↓
sterke behoefte
aan nieuw antwoord

Dat nieuwe antwoord kan juist zijn.
Maar de behoefte aan zekerheid is op zichzelf geen bewijs voor de waarheid ervan.

Twijfel is ook niet automatisch beter

Het andere uiterste is denken:
‘Een kritisch mens moet altijd blijven twijfelen.’
Ook dat klopt niet.
Sommige zaken zijn goed onderbouwd.
Sommige keuzes kun je bewust maken.
En soms is sterke overtuiging volkomen redelijk.

GEZOND DENKEN

is niet:

altijd zeker zijn

of

altijd twijfelen

maar:

de hoeveelheid zekerheid
laten passen bij
de beschikbare informatie

Onzekerheid verdragen betekent niet passief afwachten

Leren omgaan met onzekerheid betekent niet dat je geen informatie meer mag zoeken.
Soms moet je juist handelen.
Bijvoorbeeld:
ernstige lichamelijke klachten → medische beoordeling.
onveiligheid → bescherming zoeken.
belangrijke financiële keuze → informatie verzamelen.
Het onderscheid is:

NUTTIGE ACTIE

‘Welke informatie
heb ik nodig om
verstandig te handelen?’


EINDELOOS CONTROLEREN

‘Welke informatie
kan mij garanderen
dat niets misgaat?’

Die garantie is vaak niet beschikbaar.

Wanneer is genoeg informatie genoeg?

Een nuttige vraag is:
‘Heb ik nieuwe informatie nodig, of probeer ik vooral mijn spanning kwijt te raken?’
Bijvoorbeeld:

IK HEB GENOEG
INFORMATIE

maar

IK VOEL NOG
ONZEKERHEID

Meer zoeken lost dan mogelijk niet het informatieprobleem op, omdat het belangrijkste probleem inmiddels het ongemak van onzekerheid zelf is.

Plan wanneer je opnieuw kijkt

Als voortdurend controleren een patroon wordt, kan een vast moment helpen.
Bijvoorbeeld:
‘Ik controleer morgenochtend opnieuw of er een uitslag is.’
In plaats van:
ieder kwartier kijken.

NIET

telkens wanneer
de spanning stijgt


MAAR

op een vooraf
gekozen moment

Zo oefen je dat onzekerheid tijdelijk aanwezig mag zijn zonder onmiddellijk te worden opgelost.

Oefen met ‘ik weet het nog niet’

Deze zin kan verrassend moeilijk zijn:
‘Ik weet het nog niet.’
Maar er zit iets belangrijks in:

‘IK WEET HET
NOG NIET’

betekent niet:

‘Ik zal het nooit weten’

of

‘Alles is onzeker’

Het betekent alleen dat er op dit moment onvoldoende informatie is voor een definitief antwoord.

Maak onderscheid tussen vragen die nú een antwoord nodig hebben en vragen die mogen blijven liggen

Niet iedere onzekerheid vereist onmiddellijk een beslissing.

MOET IK NU BESLISSEN?

JA
↓
wat weet ik voldoende
om redelijk te kiezen?


NEE
↓
kan deze vraag
voorlopig open blijven?

Dat kan veel mentale ruimte geven.

Een keuze maken zonder absolute zekerheid

Veel belangrijke keuzes worden gemaakt met onvolledige informatie:
een baan aannemen;
een relatie beginnen;
verhuizen;
een opleiding kiezen;
een medische behandeling bespreken.
Geen van deze keuzes komt met een garantie.
Een volwassen keuze kan daarom soms klinken als:

‘Ik weet niet
precies hoe dit afloopt.

Maar op basis van
wat ik nu weet,
kies ik hiervoor.’

Dat is geen roekeloosheid.
Het is accepteren dat beslissen en absolute zekerheid niet hetzelfde zijn.

Onzekerheid leren verdragen

Het doel is niet om onzekerheid prettig te gaan vinden.
Wel kun je ontdekken:
‘Ik kan niet weten wat er gebeurt én toch functioneren.’

ONZEKERHEID
      ↓
spanning
      ↓
niet meteen oplossen
      ↓
spanning kan zakken
      ↓
ervaring:

‘ik kan dit verdragen’

Daarmee kan de behoefte aan voortdurend controleren of geruststelling zoeken geleidelijk minder sterk worden.

Soms is onzekerheid werkelijk zwaar

Niet alle onzekerheid is een denkfout.
Wachten op een kankeronderzoek, financiële onzekerheid, dreiging van verlies van werk of onduidelijkheid over een geliefde kan objectief zeer belastend zijn.
Dan moet de boodschap niet zijn:
‘Je moet gewoon beter leren omgaan met onzekerheid.’
Soms is praktische steun minstens zo belangrijk als psychologische vaardigheden.

ECHTE ONZEKERHEID

kan vragen om:

informatie
praktische hulp
sociale steun
én emotionele ondersteuning

Wat kun je ermee?

Wanneer je merkt dat je een antwoord onmiddellijk wilt afdwingen, kun je jezelf vragen:

1. Wat weet ik nu?

2. Wat weet ik nog niet?

3. Kan ik werkelijk
nieuwe informatie krijgen?

4. Of probeer ik
vooral mijn spanning
te verminderen?

5. Moet ik nu kiezen?

6. Welke keuze kan ik maken
zonder volledige zekerheid?

Soms is het beste antwoord voorlopig:
‘Ik weet het nog niet, en dat mag vandaag zo blijven.’

Vragen om over na te denken

  • Welke onzekerheid probeer ik het snelst op te lossen?

  • Wat denk ik dat er gebeurt wanneer ik een vraag een dag openlaat?

  • Zoek ik nieuwe informatie of vooral geruststelling?

  • Maak ik van ‘mogelijk’ soms ‘waarschijnlijk’ of zelfs ‘zeker’?

  • Welke controle geeft mij werkelijk nuttige informatie en welke controle herhaal ik vooral om spanning te verminderen?

  • Welke beslissing kan ik redelijk nemen zonder absolute zekerheid?

  • Kan ik zeggen ‘ik weet het nog niet’ zonder het meteen als probleem te behandelen?

Samenvatting

Onzekerheid hoort bij het leven.
Intolerantie voor onzekerheid beschrijft dat het niet-weten zelf zoveel spanning kan oproepen dat iemand bijvoorbeeld voortdurend controleert, geruststelling zoekt, blijft nadenken of te snel naar een definitief antwoord verlangt.

ONZEKERHEID
      ↓
spanning
      ↓
controle
zoeken
geruststelling
      ↓
tijdelijke rust
      ↓
nieuwe onzekerheid

Zekerheid is niet verkeerd en twijfel is niet automatisch beter.
Het gaat erom dat de mate van zekerheid past bij wat werkelijk bekend is.
Soms moet je informatie zoeken en handelen. Soms bestaat er voorlopig geen definitief antwoord.
Dan kan de belangrijkste vaardigheid worden:
niet alles vandaag hoeven oplossen.
Volledige zekerheid is vaak niet beschikbaar.
Maar je kunt wel leren zeggen:
‘Ik weet genoeg om mijn volgende stap te zetten, ook al weet ik nog niet hoe alles afloopt.’

Bronnen en verdieping

R. Nicholas Carleton – The Intolerance of Uncertainty Construct in the Context of Anxiety Disorders, 2012. Over intolerantie voor onzekerheid als belangrijk psychologisch construct en de relatie met angst.
R. Nicholas Carleton – Into the Unknown: A Review and Synthesis of Contemporary Models Involving Uncertainty, 2016. Uitgebreide bespreking van onzekerheid en de rol ervan binnen verschillende psychologische modellen.
Michel J. Dugas, Mark H. Freeston & Robert Ladouceur – Intolerance of Uncertainty and Problem Orientation in Worry, 1997. Onderzoek naar de relatie tussen onzekerheid, piekeren en de manier waarop mensen problemen benaderen.
Mark H. Freeston e.a. – Why Do People Worry?, 1994. Klassiek onderzoek naar overtuigingen en processen die samenhangen met overmatig piekeren en intolerantie voor onzekerheid.
Joanne Birrell e.a. – Toward a Definition of Intolerance of Uncertainty: A Review of Factor Analytical Studies of the Intolerance of Uncertainty Scale, 2011. Over de conceptualisering en meting van intolerantie voor onzekerheid.

Lees ook

Controlebehoefte – Wanneer grip en voorspelbaarheid steeds belangrijker worden.
Quasi-zekerheid – Wanneer een gevoel van zekerheid groter wordt dan wat werkelijk kan worden vastgesteld.
Rumineren (piekeren) – Wanneer gedachten blijven rondgaan zonder dat er nieuwe informatie ontstaat.
Catastroferen – Wanneer onzekerheid snel verandert in verwachting van de slechtst denkbare afloop.
Perfectionisme – Wanneer een keuze pas veilig voelt als ze volledig juist lijkt.
Uitstelgedrag – Waarom wachten op volledige duidelijkheid handelen juist kan blokkeren.
Autonoom denken – Zelf keuzes leren maken terwijl niet ieder antwoord vooraf vaststaat.