Herkenbare vragen
- Waarom voelen simpele en absolute antwoorden soms zo aantrekkelijk?
- Waarom kan een duidelijke regel rust geven wanneer de werkelijkheid ingewikkeld is?
- Wanneer verandert houvast in rigiditeit?
- Kan iets heel zeker voelen zonder dat het ook bewezen is?
- Waarom kan nieuwe informatie bedreigend voelen wanneer ik dacht iets absoluut zeker te weten?
- Hoe onderscheid ik wat ik weet van wat ik geloof, verwacht of aanneem?
- Kan ik sterk overtuigd zijn en toch ruimte laten voor ‘ik weet het niet’?
Wat is quasi-zekerheid?
Quasi-zekerheid is geen gangbare klinische diagnose en ook geen vast wetenschappelijk begrip. In deze encyclopedie gebruiken we het als begrijpelijke term voor schijnzekerheid: het ervaren van een regel, systeem of verklaring alsof die volledige zekerheid biedt, terwijl er in werkelijkheid nog onzekerheid, interpretatie of onbekende informatie bestaat.
WERKELIJKE ZEKERHEID
‘Dit kunnen we
voldoende vaststellen’
QUASI-ZEKERHEID
‘Dit voelt absoluut zeker’
terwijl een deel
onzeker, onbekend
of een verwachting blijftHet probleem is dus niet dat iemand ergens sterk van overtuigd is. Het gaat om het verschil tussen hoe zeker iets voelt en hoe zeker iets daadwerkelijk vastgesteld kan worden.
Waarom zoeken mensen zekerheid?
Onzekerheid kan spanning oproepen. Mensen willen graag weten wat er gaat gebeuren, welke keuze juist is, wie betrouwbaar is en wat ze kunnen verwachten.
Een helder antwoord kan dan onmiddellijk houvast geven.
ONZEKERHEID
↓
spanning
↓
duidelijk antwoord
↓
gevoel van houvast
↓
opluchtingDie behoefte is menselijk. Het wordt vooral relevant wanneer de behoefte aan zekerheid zo sterk wordt dat nuance of nieuwe informatie nauwelijks meer ruimte krijgt.
Zekerheid kan juist heel nuttig zijn
Niet alles hoeft voortdurend ter discussie te staan. Mensen hebben kennis, regels en verwachtingen nodig om te kunnen handelen.
Een gezonde vorm van zekerheid kan zijn:
‘Op basis van
wat ik nu weet,
vind ik dit de beste
conclusie.’Daarin zit overtuiging én ruimte voor herziening wanneer er goede nieuwe informatie verschijnt.
Wanneer wordt houvast rigide?
Houvast kan rigider worden wanneer niet alleen een overtuiging wordt verdedigd, maar onzekerheid zelf onaanvaardbaar wordt.
Dat kan bijvoorbeeld herkenbaar zijn wanneer:
twijfel direct als gevaarlijk voelt;
tegenbewijs vooraf wordt afgewezen;
uitzonderingen altijd moeten worden weggeverklaard;
nuance voelt als zwakte;
‘ik weet het niet’ nauwelijks te verdragen is.
‘Dit helpt mij
de wereld begrijpen’
↓
kan veranderen in
↓
‘Dit móét absoluut
zeker blijven’De inhoud van een overtuiging hoeft daarmee nog niet onjuist te zijn. Het zegt vooral iets over hoe iemand met onzekerheid omgaat.
Gevoel van zekerheid is niet hetzelfde als bewijs
Mensen kunnen zich zeer zeker voelen en toch ongelijk hebben. Andersom kan iemand twijfelen terwijl er juist sterke argumenten voor zijn conclusie bestaan.
HOE ZEKER
VOEL IK MIJ?
≠
HOE STERK IS
HET BEWIJS?Zelfvertrouwen en onderbouwing zijn dus verschillende dingen.
Een voorbeeld uit het dagelijks leven
Iemand ontdekt dat een vaste ochtendroutine helpt tegen angst.
Na verloop van tijd wordt:
‘Deze routine helpt mij.’
misschien:
‘Als ik deze routine uitvoer, krijg ik geen angst.’
‘Dit helpt vaak’
≠
‘Dit garandeert
een bepaalde uitkomst’Wanneer de routine vervolgens één keer niet werkt, kan niet alleen de angst terugkomen, maar ook het gevoel van zekerheid instorten.
Waarom kan ‘ik weet het niet’ zo ongemakkelijk zijn?
Een onbeantwoorde vraag blijft open. Er bestaat geen definitieve afsluiting.
In de psychologie wordt onder andere onderzoek gedaan naar intolerantie voor onzekerheid en need for cognitive closure: de behoefte aan een helder antwoord en een einde aan ambiguïteit.
OPEN VRAAG
↓
‘ik weet het niet’
↓
ongemak
↓
verlangen naar
een duidelijk antwoordDat duidelijke antwoord kan juist zijn. Maar het kan ook extra aantrekkelijk worden omdat het de onzekerheid beëindigt.
Niet alles is alleen waar of onwaar
Bij veel onderwerpen zijn verschillende gradaties van zekerheid mogelijk.
ZEKER
ZEER WAARSCHIJNLIJK
WAARSCHIJNLIJK
MOGELIJK
ONWAARSCHIJNLIJK
ONBEKENDNauwkeurig denken betekent soms juist zeggen:
‘Dat is waarschijnlijk.’
of:
‘Daar hebben we onvoldoende informatie over.’
Quasi-zekerheid en controle
Een duidelijke verklaring kan ook een gevoel van controle geven.
duidelijke regel
+
duidelijke verklaring
↓
‘Als ik dit doe,
weet ik wat er
zal gebeuren’Maar veel belangrijke dingen in het leven blijven gedeeltelijk onvoorspelbaar: gezondheid, relaties, gedrag van anderen en de toekomst.
Een systeem kan daarom veel houvast geven zonder werkelijk iedere uitkomst te kunnen garanderen.
Hoe kan dit voorkomen binnen religie?
Religieuze systemen kunnen antwoorden geven op fundamentele vragen over leven, dood, goed en kwaad, betekenis en toekomst.
Voor gelovigen kunnen die antwoorden oprecht en diep betekenisvol zijn.
Psychologie kan niet bepalen of een metafysische geloofsovertuiging over bijvoorbeeld God of het leven na de dood waar of onwaar is.
De psychologische vraag is een andere:
Kan ik sterk geloven
én
ruimte houden voor
onderzoek, onzekerheid
en nieuwe informatie?Hoe kan dit herkenbaar zijn bij Jehovah’s Getuigen?
Jehovah’s Getuigen hebben een samenhangend geloofssysteem met duidelijke antwoorden over onder andere Jehovah, de Bijbel, de toestand van de doden, Armageddon en de hoop op eeuwig leven.
Voor iemand die dat geloof deelt, kan dit veel richting, hoop en zekerheid geven.
Het zou daarom te kort door de bocht zijn om religieuze zekerheid zelf quasi-zekerheid te noemen.
Interessanter is de vraag:
Wat gebeurt er wanneer informatie niet volledig past, een uitleg verandert of meerdere interpretaties mogelijk blijken?
Geloof en bewijs zijn niet hetzelfde
Iemand kan heel bewust zeggen:
‘Ik geloof dit.’
zonder te zeggen:
‘Ik kan dit wetenschappelijk bewijzen.’
Dat onderscheid kan juist intellectueel zorgvuldig zijn.
GELOOF
‘Dit is mijn
overtuiging’
BEWIJS
‘Dit kan op deze
manier worden
getoetst of vastgesteld’Het probleem ontstaat eerder wanneer verschillende soorten zekerheid door elkaar gaan lopen.
Waar komt mijn zekerheid vandaan?
Bij een sterke overtuiging kan het interessant zijn te onderzoeken waarop die rust:
persoonlijke ervaring?
Bijbelinterpretatie?
vertrouwen in
een autoriteit?
onderzoek?
traditie?
gevoel?
meerdere tegelijk?Dat onderzoek hoeft een overtuiging niet af te breken. Het kan juist duidelijker maken waarom je iets gelooft.
Wanneer zekerheid begint te wankelen
Een overtuiging staat soms niet op zichzelf.
Ze kan verbonden zijn met familie, gemeenschap, identiteit en toekomstverwachting.
overtuiging
+
familie
+
gemeenschap
+
identiteit
+
toekomst
↓
twijfel aan één deel
kan veel tegelijk rakenDaardoor kan onzekerheid veel zwaarder voelen dan alleen:
‘Misschien heb ik één feit verkeerd begrepen.’
Nieuwe informatie hoeft overtuiging niet af te breken
Het alternatief voor absolute zekerheid is niet:
‘Niets is waar.’
Iemand kan zeggen:
‘Dit is wat ik
op dit moment
het meest aannemelijk
of overtuigend vind
en ik blijf bereid
nieuwe informatie
te beoordelen.’Dat is geen besluiteloosheid. Het is een combinatie van overtuiging en openheid.
Quasi-zekerheid is niet hetzelfde als zwart-witdenken
De begrippen kunnen samengaan, maar verschillen.
ZWART-WITDENKEN
A of B
geen tussenruimte
QUASI-ZEKERHEID
‘Ik weet dit absoluut’
terwijl een deel
onzeker blijftZwart-witdenken gaat vooral over categorieën en uitersten. Quasi-zekerheid gaat over de mate van zekerheid die aan een conclusie wordt toegekend.
Quasi-zekerheid is ook niet hetzelfde als geloof
Geloof hoeft geen schijnzekerheid te zijn.
Iemand kan bijvoorbeeld zeggen:
‘Ik geloof hier diep in, maar ik erken dat dit een geloofsovertuiging is.’
GELOOF
‘Ik ben hiervan
overtuigd’
QUASI-ZEKERHEID
‘Mijn overtuiging
maakt alle onzekerheid
onmogelijk’Het onderscheid zit dus niet in het hebben van geloof, maar in de manier waarop overtuiging, bewijs en onzekerheid worden behandeld.
Ook buiten religie zoeken mensen absolute zekerheid
Het verschijnsel kan overal voorkomen.
Iemand kan absoluut vertrouwen op:
een dieet;
een politieke theorie;
een therapeut;
een alternatieve geneeswijze;
één psychologische verklaring;
een influencer;
een wetenschappelijke theorie die veel stelliger wordt geïnterpreteerd dan het onderzoek toelaat.
Daarom is quasi-zekerheid geen typisch religieus verschijnsel.
Ook na het verlaten van een geloof
Wanneer een oud wereldbeeld verdwijnt, kan de onzekerheid groot zijn.
Dan kan het aantrekkelijk worden om snel een nieuwe allesomvattende verklaring te vinden.
oude zekerheid
↓
valt weg
↓
onzekerheid
↓
nieuwe verklaring
↓
‘Nu begrijp ik
alles’Een voormalige Jehovah’s Getuige kan bijvoorbeeld alle vroegere ervaringen door één psychologische theorie gaan verklaren.
Ook dat kan houvast geven, maar dezelfde kritische vraag blijft gelden:
Hoe goed ondersteunt het beschikbare bewijs deze conclusie werkelijk?
Een eenvoudige zekerheidstoets
Vier vragen kunnen helpen:
1. Wat weet ik?
2. Wat leid ik
daaruit af?
3. Wat geloof
of verwacht ik?
4. Wat weet ik
nog niet?Soms vallen de antwoorden deels samen. Het doel is niet alles uit elkaar te trekken, maar duidelijker te zien welk soort uitspraak je doet.
Waarom voelt nuance soms minder prettig?
Een absoluut antwoord is overzichtelijk.
‘Dit gebeurt altijd.’
is eenvoudiger dan:
‘Dit gebeurt vaak, maar hangt af van verschillende omstandigheden.’
ABSOLUUT
simpel
duidelijk
afgerond
NUANCE
meer factoren
meer onzekerheid
meer denkwerkDe eenvoudigste verklaring kan daardoor psychologisch aantrekkelijker zijn zonder noodzakelijk de nauwkeurigste te zijn.
Wanneer is zekerheid gezond?
Zekerheid kan heel gezond zijn wanneer iemand:
weet waarop een conclusie gebaseerd is;
feit, interpretatie en geloof kan onderscheiden;
nieuwe informatie kan bekijken;
nuance kan verdragen;
een conclusie kan aanpassen wanneer daar goede redenen voor zijn;
soms kan zeggen: ‘Dat weet ik niet.’
STEVIGE OVERTUIGING
+
OPENHEID VOOR
NIEUWE INFORMATIE
kunnen tegelijk bestaanWat kun je ermee?
Wanneer een bepaalde verklaring veel houvast geeft, hoef je haar niet automatisch te wantrouwen.
Onderzoek liever:
Wat is controleerbaar?
Wat is interpretatie?
Wat is verwachting?
Wat is geloof?
Wat blijft onbekend?Oefen waar nodig met woorden als waarschijnlijk, mogelijk, aannemelijk, onzeker en onbekend.
Die woorden maken een uitspraak niet zwakker. Ze kunnen haar juist nauwkeuriger maken.
Vragen om over na te denken
Welke zekerheid zoek ik en waarom is die voor mij belangrijk?
Wat kan ik hiervan daadwerkelijk controleren?
Welk deel is feit, welk deel interpretatie en welk deel geloof of verwachting?
Hoe reageer ik wanneer iemand nuance of tegenbewijs toevoegt?
Kan ik ergens sterk van overtuigd zijn en toch erkennen wat ik niet weet?
Heb ik ooit een oude absolute zekerheid snel vervangen door een nieuwe?
Kan ik mijn conclusie veranderen zonder mezelf daarvoor te veroordelen?
Samenvatting
Quasi-zekerheid is in deze encyclopedie een praktische term voor schijnzekerheid, geen officiële psychologische diagnose.
Het gaat om situaties waarin het ervaren gevoel van zekerheid groter wordt dan wat daadwerkelijk kan worden vastgesteld.
ONZEKERHEID
↓
behoefte aan houvast
↓
duidelijk antwoord
↓
opluchting
soms daarna:
gevoel van zekerheid
↓
wordt aangezien
voor bewijsHouvast is menselijk en kan waardevol zijn. Religieuze, filosofische en wetenschappelijke overtuigingen kunnen allemaal richting geven.
De belangrijkste vraag is daarom niet:
‘Mag ik ergens zeker van zijn?’
maar:
‘Kan ik onderscheiden wat ik weet, wat ik geloof, wat ik verwacht en wat voorlopig onzeker blijft?’
Bronnen en verdieping
Donna M. Webster & Arie W. Kruglanski – Individual Differences in Need for Cognitive Closure, 1994. Over verschillen tussen mensen in hun behoefte aan duidelijke, afgeronde antwoorden.
Arie W. Kruglanski & Donna M. Webster – Motivated Closing of the Mind: ‘Seizing’ and ‘Freezing’, 1996. Over de neiging snel een antwoord te omarmen en het daarna vast te houden wanneer behoefte aan cognitieve afsluiting groot is.
R. Nicholas Carleton – The Intolerance of Uncertainty Construct in the Context of Anxiety Disorders, 2012. Over onzekerheid en de moeilijkheid om het onbekende te verdragen.
Amos Tversky & Daniel Kahneman – Judgment under Uncertainty: Heuristics and Biases, 1974. Klassiek onderzoek naar oordeelsvorming wanneer informatie onzeker of onvolledig is.
Daniel Kahneman – Thinking, Fast and Slow, 2011. Over intuïtieve oordelen, vertrouwen in conclusies en de beperkingen van menselijke besluitvorming.
Lees ook
Onzekerheid – Waarom niet weten wat er gaat gebeuren spanning kan oproepen.
Controlebehoefte – Wanneer voorspelbaarheid en grip steeds belangrijker worden.
Zwart-witdenken – Wanneer nuance verdwijnt tussen twee uitersten.
Bevestigingsvooroordeel – Waarom passende informatie gemakkelijker wordt opgemerkt en onthouden.
Cognitieve dissonantie – Wat gebeurt er wanneer nieuwe informatie botst met bestaande overtuigingen?
Kritisch denken – Hoe je claims onderzoekt zonder automatisch alles te wantrouwen.
Autonoom denken – Zelf conclusies vormen terwijl je altijd door andere mensen en informatie wordt beïnvloed.