EXJW WorldKennisbibliotheek

Kennisbibliotheek › Hulp en ondersteuning

Invulbrief. Mijn situatie in beeld

Invulbrief voor huisarts, POH-GGZ, psycholoog of andere hulpverlener.

Voor Jehovah’s Getuigen en voormalige Jehovah’s Getuigen die te maken hebben met twijfel, inactiviteit, vertrek, uitsluiting, verlies van relaties of andere ingrijpende veranderingen rond hun geloof. Het veranderen of verlaten van een geloofsovertuiging kan voor sommige mensen veel meer betekenen dan alleen anders gaan denken over religie. Wanneer daarnaast familieleden, vrienden of andere bekenden het contact beperken of verbreken, kunnen verschillende verliezen tegelijkertijd ontstaan. Met deze invulbrief kun je zichtbaar maken wat er in jouw situatie is veranderd, wat je bent kwijtgeraakt, hoe het met je gaat en waarbij je hulp nodig hebt . Je kunt de vragen thuis invullen, uitprinten en geven aan je huisarts, POH-GGZ, psycholoog of andere hulpverlener. Dit is geen diagnostische test. De vragen zijn bedoeld als hulpmiddel om jouw situatie beter te begrijpen en bespreekbaar te maken. VOOR DE HULPVERLENER Uw cliënt is of was Jehovah’s Getuige en kan te maken hebben met twijfel, een verandering van geloofsovertuiging, vertrek uit de geloofsgemeenschap, sociale uitsluiting of sterk verminderd contact met familieleden, vrienden en/of de geloofsgemeenschap. Om de psychische belasting goed te begrijpen, kan het belangrijk zijn om niet alleen naar afzonderlijke verbroken relaties te kijken. Voor iemand die jarenlang binnen één hechte religieuze en sociale gemeenschap heeft geleefd, kunnen meerdere fundamenten van het leven tegelijkertijd veranderen of wegvallen: familie, vrienden, een groot deel van het sociale netwerk, dagelijkse of wekelijkse contacten, religieuze en sociale identiteit, vertrouwde rollen en routines, toekomstverwachtingen, zingeving, het gevoel ergens bij te horen en mensen die tientallen jaren getuige waren van iemands leven. JG-specifiek kwalitatief onderzoek beschrijft na vertrek en ostracisme onder meer eenzaamheid, verlies van verbondenheid, bedreiging van de sociale identiteit, verminderd psychisch welzijn, verlies van controle, gevoelens van waardeloosheid en wantrouwen. Het is daarom relevant om bij psychische klachten niet uitsluitend te vragen welke overtuiging iemand heeft verloren , maar ook welke mensen, sociale structuur, identiteit, zekerheid en levensgeschiedenis zijn weggevallen. WAT IS OSTRACISME? Ostracisme betekent dat iemand door anderen wordt genegeerd of buitengesloten. In het psychologische Need-Threat Model van Kipling D. Williams wordt beschreven dat ostracisme vier fundamentele menselijke behoeften kan bedreigen: verbondenheid, eigenwaarde, controle en een betekenisvol bestaan. Verbondenheid: Hoor ik nog ergens bij? Eigenwaarde: Ben ik nog belangrijk voor anderen? Controle: Kan ik iets doen om deze situatie te veranderen? Een betekenisvol bestaan: Word ik nog gezien? Doe ik er nog toe? Bij langdurig ostracisme beschrijft het model een fase waarin copingbronnen uitgeput kunnen raken. Williams verbindt chronische uitsluiting onder meer met gevoelens van hulpeloosheid, vervreemding, depressie en waardeloosheid. Wanneer uitsluiting afkomstig is van ouders, kinderen, broers, zussen en vrienden met wie iemand jarenlang sterk verbonden was, gaat het daarom mogelijk om veel meer dan het verlies van sociaal contact. Ook verbondenheid, eigenwaarde, controle en het gevoel ertoe te doen kunnen onder druk komen te staan. ROUWEN OM MENSEN DIE NOG LEVEN Een bijzonder aspect van deze situatie is dat iemand kan rouwen om mensen die nog leven. Een vader, moeder, broer, zus, kind of goede vriend bestaat nog, maar kan niet of nauwelijks meer toegankelijk zijn. Daarbij kunnen ook mensen wegvallen die getuige waren van belangrijke delen van iemands levensgeschiedenis. Mensen met wie je kon zeggen: ‘Weet je nog toen...?’ en die onmiddellijk wisten waarover je sprak. Nieuwe relaties kunnen heel waardevol worden, maar iemand die je vandaag ontmoet, was niet aanwezig tijdens je jeugd of eerdere levensfasen. Wanneer veel langdurige relaties tegelijkertijd wegvallen, kan het daarom voelen alsof niet alleen mensen verdwijnen, maar ook een gedeelte van het gedeelde levensverhaal. Dit verlies is specifiek beschreven in onderzoek onder voormalige Jehovah’s Getuigen. Ransom, Monk en Heim onderzochten de ervaringen van voormalige JG’s rond vertrek, ostracisme en sociale identiteit. Zij kozen voor hun publicatie de veelzeggende titel Grieving the Living: The Social Death of Former Jehovah’s Witnesses — rouwen om de levenden: de sociale dood van voormalige Jehovah’s Getuigen. De deelnemers beschreven ingrijpende gevolgen voor onder meer relaties, identiteit, verbondenheid en psychisch welzijn. In een ander onderzoek naar voormalige Jehovah’s Getuigen beschrijft Luther eveneens ernstige sociale en psychologische gevolgen van shunning , waaronder eenzaamheid, verlies van controle, gevoelens van waardeloosheid en wantrouwen. Voor een hulpverlener kan het daarom belangrijk zijn om dit verlies niet te benaderen als uitsluitend het beëindigen van een religieuze overtuiging. Voor sommige cliënten gaat het tegelijkertijd om verlies van familie, vriendschappen, gemeenschap, identiteit, veiligheid, toekomstbeeld en een groot deel van hun vertrouwde sociale wereld. HET DILEMMA VAN TERUGKEREN Voor sommige mensen ontstaat daardoor een ingewikkeld dilemma: ‘Als ik terugkeer naar het geloof, krijg ik mijn familie en vrienden terug.’ Twee gevoelens kunnen tegelijkertijd bestaan: ‘Ik geloof dit niet meer en wil trouw blijven aan mezelf.’ ‘Ik mis mijn familie en vrienden verschrikkelijk.’ Die gevoelens hoeven elkaar niet tegen te spreken. Iemand kan achter de keuze staan om niet langer volgens een bepaalde geloofsovertuiging te leven en tegelijkertijd diep lijden onder het verlies van mensen die belangrijk voor hem of haar zijn. Daarom kan het belangrijk zijn om niet alleen te vragen: ‘Waarom kun je het niet loslaten?’ maar vooral: ‘Wat heb je precies verloren?’ En wanneer iemand overweegt terug te keren: ‘Wil je terug omdat je opnieuw gelooft, omdat je verlangt naar de mensen die je mist, of spelen beide een rol?’ MIJN SITUATIE Naam (optioneel): __________________________________________ Datum: __________________ Mijn huidige situatie ☐ Ik ben uitgesloten ☐ Ik ben zelf weggegaan ☐ Ik ben inactief ☐ Ik ben nog Jehovah’s Getuige, maar ik twijfel ☐ Ik ben bezig met vertrekken ☐ Anders: ___________________________________________________________________ Hoeveel jaar was of ben ik Jehovah’s Getuige? ______________________________ Ben ik als Jehovah’s Getuige opgevoed? ☐ Ja ☐ Nee ☐ Gedeeltelijk WIE BEN IK KWIJTGERAAKT? ☐ vader ☐ moeder ☐ kind/kinderen ☐ broer(s) ☐ zus(sen) ☐ grootouders ☐ andere familieleden ☐ beste vriend(in) ☐ meerdere vrienden ☐ vrijwel mijn gehele vriendengroep ☐ mensen uit mijn gemeente ☐ een groot deel van mijn sociale netwerk ☐ anders: ____________________________ Met hoeveel mensen had je vóór deze verandering regelmatig contact? Ongeveer: _____ mensen Met hoeveel van deze mensen heb je nu nog regelmatig contact? Ongeveer: _____ mensen Wie mis je op dit moment het meest? Waarom juist deze persoon of personen? WAT BEN IK NOG MEER KWIJTGERAAKT? ☐ het gevoel ergens bij te horen ☐ geloofszekerheid ☐ toekomstbeeld ☐ sociale identiteit ☐ dagelijkse structuur ☐ religieuze gemeenschap ☐ vertrouwde gewoonten ☐ mensen die mijn jeugd kennen ☐ mensen met wie ik herinneringen kan ophalen ☐ gevoel van veiligheid ☐ vertrouwen in mezelf ☐ zingeving ☐ anders: _________________________________ Wat voelt voor mij als het grootste verlies? HOE GAAT HET NU MET MIJ? Geef ieder onderdeel een cijfer van 0 tot 10. 0 = helemaal niet aanwezig | 10 = zeer sterk aanwezig. Eenzaamheid: ___ /10 Verdriet: ___ /10 Angst: ___ /10 Schuldgevoel: ___ /10 Schaamte: ___ /10 Boosheid: ___ /10 Hopeloosheid: ___ /10 Gevoel nergens meer bij te horen: ___ /10 Moeite om mezelf terug te vinden: ___ /10 Verlangen naar mijn familie/vrienden: ___ /10 Verlangen om terug te keren naar de geloofsgemeenschap: ___ /10 Welke gevoelens of klachten ontbreken hierboven? TERUGKEREN — WAAR VERLANG IK EIGENLIJK NAAR? Denk ik er weleens aan om terug te keren? ☐ Nooit ☐ Soms ☐ Regelmatig ☐ Vaak ☐ Bijna voortdurend Als iedereen morgen weer contact met mij zou hebben zonder dat ik hoefde terug te keren naar het geloof, zou ik dan nog terug willen? ☐ Ja ☐ Nee ☐ Ik weet het niet Als ik aan teruggaan denk, verlang ik vooral naar: ☐ het geloof ☐ Jehovah ☐ zekerheid ☐ mijn familie ☐ mijn kinderen ☐ mijn vrienden ☐ de gemeenschap ☐ het gevoel ergens bij te horen ☐ mijn oude leven ☐ verlichting van mijn eenzaamheid ☐ anders: __________________________________ Wat zou ik moeten opgeven of veranderen om terug te kunnen gaan? Hoe voelt die gedachte voor mij? MIJN VEILIGHEID Dit gedeelte is belangrijk om eerlijk in te vullen. Heb ik de afgelopen weken gedacht: ‘Voor mij hoeft het leven niet meer’? ☐ Nee ☐ Een enkele keer ☐ Regelmatig ☐ Vaak Heb ik gedachten gehad aan zelfdoding? ☐ Nee ☐ Ja, maar zonder concrete plannen ☐ Ja, en ik heb nagedacht over hoe ☐ Ja, en ik heb concrete plannen gemaakt Heb ik mezelf beschadigd of gedacht aan zelfbeschadiging? ☐ Nee ☐ Ja Voel ik mij op dit moment veilig bij mezelf? ☐ Ja ☐ Ik twijfel ☐ Nee Wie kan ik bellen of bezoeken wanneer het niet goed met mij gaat? Naam/namen: ______________________________ Telefoonnummer(s): __________________ Dit onderdeel is geen risicotest. De antwoorden zijn bedoeld om belangrijke gevoelens zichtbaar en bespreekbaar te maken. Voel je je op dit moment niet veilig bij jezelf of denk je dat je jezelf iets kunt aandoen? Wacht dan niet op je volgende afspraak. Neem direct contact op met je huisarts of huisartsenpost. Bel 112 bij direct levensgevaar. WAT IK MIJN HULPVERLENER WIL LATEN WETEN Wat zou u over mijn achtergrond moeten weten om mij beter te kunnen begrijpen? Wat doet het verlies van mijn familie en/of sociale netwerk met mij? Waar heb ik op dit moment het meeste hulp bij nodig? Wat vind ik moeilijk om hardop te vertellen, maar is wel belangrijk dat u weet? AAN DE HULPVERLENER Deze vragenlijst is niet bedoeld om vooraf een diagnose aan de klachten van de cliënt te verbinden. Wel kan het relevant zijn om bij de anamnese expliciet aandacht te besteden aan sociaal verlies, rouw, eenzaamheid, schuld en schaamte, identiteitsverandering, verlies van zingeving en autonomie, angst, depressieve klachten en suïcidaliteit. Het kan daarbij belangrijk zijn onderscheid te maken tussen verlies van geloof en verlies van mensen . Een cliënt kan achter zijn of haar veranderde overtuigingen staan en tegelijkertijd ernstig lijden onder de sociale gevolgen. Andersom kan iemand twijfelen over het vertrek, zijn of haar geloof opnieuw willen onderzoeken of daadwerkelijk willen terugkeren. Deze vragenlijst heeft niet als doel een van deze uitkomsten te bevorderen. Twee vragen kunnen daarbij bijzonder verhelderend zijn: ‘Als je jouw familie en vrienden niet zou verliezen, hoe zou je je dan voelen over je keuze om het geloof te verlaten?’ ‘Verlang je terug naar het geloof, naar de mensen, of naar allebei?’ De antwoorden kunnen helpen beter te begrijpen waar de pijn, twijfel en hulpvraag op dit moment liggen. BRONNEN 1. Williams, K. D. (2009). Ostracism: A Temporal Need-Threat Model. Advances in Experimental Social Psychology, 41, 275–314. DOI: 10.1016/S0065-2601(08)00406-1. 2. Ransom, H. J., Monk, R. L., & Heim, D. (2022). Grieving the Living: The Social Death of Former Jehovah’s Witnesses. Journal of Religion and Health, 61, 2458–2480. DOI: 10.1007/s10943-020-01156-8. 3. Luther, R. (2023). What Happens to Those Who Exit Jehovah’s Witnesses: An Investigation of the Impact of Shunning. Pastoral Psychology, 72(1), 105–120. DOI: 10.1007/s11089-022-01051-x. Methodologische noot Wetenschappelijk onderzoek dat specifiek de ervaringen van voormalige Jehovah’s Getuigen onderzoekt, is nog beperkt. De hierboven genoemde JG-specifieke onderzoeken van Ransom e.a. en Luther zijn kwalitatieve studies met respectievelijk zes en tien deelnemers. De beschreven ervaringen kunnen daarom niet als percentages of als universeel geldend voor alle voormalige Jehovah’s Getuigen worden geïnterpreteerd. De onderzoeken zijn wel relevant voor het herkennen en begrijpen van de aard en mogelijke ernst van ervaringen die voormalige JG’s na ostracisme en verlies van hun sociale omgeving kunnen rapporteren. Individuele beoordeling blijft noodzakelijk.