EXJW WorldKennisbibliotheek

Kennisbibliotheek › Ik ben Jehovah's getuige

Mag jij dezelfde externe bronnen onderzoeken die Jehovah's Getuigen zelf gebruikten?

Wat Raymond Franz beschreef over het onderzoek achter Aid to Bible Understanding

Herkenbare vragen - Mag ik als Jehovah's Getuige informatie buiten JW.org onderzoeken? - Gebruikten Jehovah's Getuigen zelf externe bronnen voor hun publicaties? - Welke wetenschappelijke en Bijbelse bronnen werden gebruikt voor Aid to Bible Understanding ? - Wat beschreef Raymond Franz daar later zelf over? - Wat gebeurde er tijdens het onderzoek naar 607 v.Chr.? - Wat kunnen we daarvan onafhankelijk controleren en wat kennen we alleen uit Franz' eigen verslag? - Betekent een externe bron lezen dat je die bron ook moet geloven? - Hoe bepaal je uiteindelijk zelf of informatie betrouwbaar is? Mag een Jehovah's Getuige bij Bijbelonderzoek informatie raadplegen die niet afkomstig is van JW.org of de Watch Tower-organisatie? Voor sommige Getuigen kan alleen die gedachte al ongemakkelijk voelen. Wat als je informatie tegenkomt die anders is dan wat je altijd hebt geleerd? Wat als je daardoor gaat twijfelen? En kun je als gelovige eigenlijk gebruikmaken van Bijbelgeleerden, historici, archeologen of theologen die geen Jehovah's Getuigen zijn? Er is een interessant stukje geschiedenis dat bij deze vragen relevant is: Bij het samenstellen van publicaties van Jehovah's Getuigen werden zelf ook externe bronnen en wetenschappelijk onderzoek geraadpleegd. Dat is niet alleen een bewering van voormalige Jehovah's Getuigen. Watch Tower schreef daar zelf over. Een van de mensen die later uit eigen ervaring uitgebreider beschreef hoe dat onderzoek verliep, was Raymond Franz . In dit artikel kijken we daarom naar twee soorten bronnen: wat Watch Tower zelf over het onderzoek publiceerde en wat Raymond Franz later over zijn persoonlijke ervaringen schreef . Dat onderscheid is belangrijk. Wie was Raymond Franz? Raymond Victor Franz was jarenlang Jehovah's Getuige en maakte in de jaren zeventig deel uit van het Besturende Lichaam. Dat laatste kunnen we controleren zonder daarvoor zijn eigen boek te gebruiken. In het Jaarboek van Jehovah's Getuigen 1973 wordt Raymond V. Franz officieel genoemd als een van de elf leden van het Besturende Lichaam. Watch Towers eigen index vermeldt bovendien zijn latere beëindiging als lid van het Besturende Lichaam en van de Bethelfamilie; een officiële mededeling dateerde dat op 22 mei 1980 . Raymond Franz werkte eerder mee aan een omvangrijk Bijbels naslagwerk: Aid to Bible Understanding . Watch Tower begon dit werk eind jaren zestig uit te geven. Een artikel uit 1970 vermeldt dat het eerste deel op 9 juli 1969 was vrijgegeven en dat er toen al vijf jaar aan het project was gewerkt. Het werk werd later opgevolgd door Insight on the Scriptures , in het Nederlands Inzicht in de Schrift . Watch Tower bevestigde zelf dat uitgebreid onderzoek werd gedaan Dit is belangrijk, want hiervoor hoeven we Raymond Franz helemaal niet op zijn woord te geloven. In 1970 publiceerde The Watchtower een uitgebreid artikel over de totstandkoming van Aid to Bible Understanding . Daarin werd beschreven dat het onderzoek enorm was geweest. Nog interessanter is wat er over de onderzoeksmethode werd gezegd. Watch Tower schreef dat verschillende medewerkers onderwerpen kregen toegewezen, zodat onderzoek op meerdere terreinen tegelijkertijd kon plaatsvinden. Daarbij werd gebruikgemaakt van wetenschappelijke kennis en resultaten van onderzoek. Het artikel bespreekt onder andere Bijbelcommentaren, Bijbelwoordenboeken, encyclopedische naslagwerken, onderzoek naar Hebreeuws, Aramees en Grieks, andere oude Semitische talen en het werk van lexicografen. Watch Tower schreef zelfs dat bestaande Bijbelwoordenboeken en naslagwerken veel nuttige en bruikbare informatie bevatten, hoewel de organisatie tegelijk waarschuwde dat daarin volgens haar ook onbetrouwbare of Bijbelkritische informatie voorkwam. Dat onderscheid is belangrijk: Een externe bron werd niet automatisch waardeloos gevonden omdat de schrijver geen Jehovah's Getuige was. De informatie moest worden beoordeeld. Externe wetenschap werd daadwerkelijk gebruikt Het artikel uit 1970 gaat nog verder. Watch Tower schreef dat de kennis van de oorspronkelijke talen van de Bijbel sterk was toegenomen door het werk van lexicografen en dat hun onderzoek bij het maken van Aid to Bible Understanding was bekeken en vaak gebruikt. Ook kennis van talen zoals Arabisch en Akkadisch werd gebruikt om mogelijke betekenissen van Hebreeuwse woorden beter te begrijpen. Dat is eigenlijk heel normaal. Goed onderzoek werkt zo. Je kijkt niet uitsluitend naar wie iets zegt, maar vraagt: Waarop is de bewering gebaseerd? Kan ik het controleren? Welke andere bronnen bestaan er? En hoe sterk is het bewijs? Wat voegt Raymond Franz' eigen verhaal hieraan toe? Vanaf hier moeten we zorgvuldig onderscheid maken tussen een officieel Watch Tower-verslag en de persoonlijke herinneringen van Raymond Franz . In zijn boek Crisis of Conscience beschrijft Franz hoe hij het onderzoek voor Aid to Bible Understanding heeft ervaren. Hij beschrijft dat de opdracht uiteindelijk leidde tot uitgebreider onderzoek dan alleen het verzamelen en herhalen van eerdere Watch Tower-publicaties. Volgens Franz gingen de onderzoekers fundamenteler kijken naar de vraag: Wat zegt de Bijbel zelf eigenlijk? Het is belangrijk om dit correct te formuleren: dit gedeelte kennen we uit het verslag van Raymond Franz. We hoeven zijn herinneringen daarom niet automatisch als onbetwist historisch feit te behandelen. Maar zijn algemene bewering dat bij Aid to Bible Understanding uitgebreid extern onderzoek werd gebruikt, wordt wél ondersteund door Watch Towers eigen publicatie uit 1970. Het onderzoek naar 607 v.Chr. Een van de interessantste voorbeelden die Franz beschrijft, gaat over de chronologie van de verwoesting van Jeruzalem. Voor Jehovah's Getuigen is 607 v.Chr. belangrijk omdat die datum een rol speelt in hun chronologische berekening die uiteindelijk uitkomt bij 1914 . Hier moeten we heel precies formuleren wat we weten. Volgens Raymond Franz kreeg hij bij het maken van Aid to Bible Understanding onder andere verantwoordelijkheid voor materiaal over chronologie. Hij schrijft in Crisis of Conscience dat veel onderzoek werd gedaan naar historisch bewijs dat de datum 607 v.Chr. zou kunnen ondersteunen. Franz beschrijft dat een medewerker die hem hielp gedurende weken bibliotheken in New York onderzocht op zoek naar historisch materiaal. Volgens Franz vonden zij daarbij geen historische ondersteuning voor 607 v.Chr. Dat is Franz' verslag van het onderzoek . Het moet dus ook zo worden gepresenteerd, niet alsof Watch Tower zelf die conclusie heeft gepubliceerd. En dan Brown University Franz beschrijft vervolgens iets nog concreters. Hij schrijft dat hij samen met Charles Ploeger naar Brown University in Providence, Rhode Island ging. Daar spraken zij met professor Abraham Sachs , een specialist op het gebied van oude spijkerschriftteksten en met name astronomische gegevens uit de betreffende historische periode. Volgens Franz wilden zij onderzoeken of er zwakke plekken gevonden konden worden in de astronomische gegevens die niet overeenkwamen met de Watch Tower-datering van 607 v.Chr. Franz schrijft dat dit onderzoek voor hen geen bewijs opleverde waarmee 607 v.Chr. kon worden ondersteund. Die beschrijving staat in Crisis of Conscience . Een beschikbare digitale editie bevat de passage rond pagina 30, inclusief zijn beschrijving van het bibliotheekonderzoek en het bezoek aan Abraham Sachs. Ook een latere publicatie over de chronologie citeert Franz' verslag van dit onderzoek en noemt dezelfde medewerker, Brown University en Abraham Sachs. Maar ook hier is een belangrijke waarschuwing nodig: Dat Raymond Franz dit onderzoek zo beschrijft, bewijst op zichzelf niet dat iedere conclusie die hij later over 607 of 1914 trok automatisch juist is. Zijn historische en Bijbelse argumenten moeten afzonderlijk beoordeeld kunnen worden. Voor dit artikel is vooral de onderzoeksmethode interessant. Er werden bibliotheken geraadpleegd, historische bronnen onderzocht en archeologisch en astronomisch materiaal bekeken. Volgens Franz werd zelfs een externe universitaire deskundige geraadpleegd. Waarom is dat relevant? Omdat daardoor een interessante vraag ontstaat. Als mensen die meewerkten aan een belangrijk Bijbels naslagwerk van Jehovah's Getuigen externe naslagwerken konden gebruiken, wetenschappelijk onderzoek konden raadplegen, lexicografen konden bestuderen en volgens Franz ook externe academische deskundigen konden raadplegen , waarom zou een individuele Jehovah's Getuige zich dan automatisch schuldig moeten voelen wanneer hij betrouwbare externe informatie onderzoekt? Dat betekent nadrukkelijk niet: ‘Alles wat buiten JW.org staat is betrouwbaar.’ Natuurlijk niet. Maar het omgekeerde volgt er evenmin uit: ‘Iets komt niet van JW.org, dus het kan niet betrouwbaar zijn.’ Watch Tower maakte zelf dat onderscheid In The Watchtower van 15 februari 1970 werd over bestaande Bijbelwoordenboeken en andere naslagwerken gezegd dat daarin veel nuttige en bruikbare informatie te vinden was. Tegelijk waarschuwde Watch Tower voor informatie daarin die zij onbetrouwbaar, onnauwkeurig of onjuist vond. De methode was dus niet: ‘Extern = fout.’ Het was: ‘Onderzoek de informatie en beoordeel haar.’ Watch Tower schreef aan het einde van dezelfde bespreking dat de redactie bij Aid to Bible Understanding andere informatiebronnen had meegewogen terwijl zij de Bijbel als belangrijkste autoriteit wilde blijven gebruiken. Onderzoeken betekent niet dat je alles moet geloven Dat onderscheid is ontzettend belangrijk. Een bron lezen betekent niet dat je die bron gelooft . Je kunt een katholieke theoloog lezen zonder katholiek te worden. Je kunt een protestantse Bijbelwetenschapper lezen zonder protestants te worden. Je kunt een atheïstische historicus lezen zonder atheïst te worden. Je kunt JW.org lezen en vervolgens de gebruikte bronnen controleren. En je kunt Raymond Franz lezen zonder zijn conclusies automatisch te accepteren. Onderzoek betekent: lezen, vergelijken, controleren en daarna een conclusie vormen. Iedere bron kan een perspectief hebben Een katholieke schrijver kan vanuit katholieke overtuigingen redeneren. Een protestantse theoloog kan eigen theologische uitgangspunten hebben. Een historicus kan zich vergissen. Een voormalige Jehovah's Getuige kan negatieve ervaringen meenemen in zijn interpretatie. Een actieve Jehovah's Getuige kan informatie gemakkelijker accepteren wanneer die zijn bestaande overtuigingen bevestigt. En ook een religieuze organisatie bestaat uit mensen die informatie interpreteren. Daarom is misschien niet de beste eerste vraag: ‘Wie heeft dit geschreven?’ maar: ‘Waarop is deze bewering gebaseerd?’ Vraag vervolgens: Wat is de oorspronkelijke bron? Kan ik die zelf bekijken? Wordt de bron correct weergegeven? Bestaat er onafhankelijk bewijs? Wat zeggen deskundigen die het ermee oneens zijn? En welke conclusie wordt daadwerkelijk door het beschikbare bewijs gedragen? En Raymond Franz zelf? Ook hier willen we zorgvuldig zijn. Op sociale media wordt soms beweerd dat Raymond Franz onderzoek van katholieke of protestantse theologen zou hebben ‘gestolen’ voor het Besturende Lichaam en vervolgens vanwege die intellectuele oneerlijkheid zou zijn vertrokken. Voor die specifieke formulering vinden we onvoldoende ondersteuning. Dat externe werken en wetenschappelijk onderzoek werden geraadpleegd, is goed gedocumenteerd. Maar een bron raadplegen is niet hetzelfde als onderzoek stelen . En Franz' uiteindelijke conflict met de organisatie kan niet zorgvuldig tot dit ene onderwerp worden teruggebracht. Crisis of Conscience behandelt veel bredere vragen over persoonlijk geweten, Bijbelinterpretatie, organisatorisch gezag en besluitvorming. Daarom moeten we zijn verhaal niet groter, scherper of eenvoudiger maken dan de bronnen toestaan. En ook Raymond Franz hoeft niet automatisch geloofd te worden. Hij was zelf betrokken. Dat maakt zijn getuigenis historisch interessant. Maar ook zijn beweringen mogen worden gecontroleerd. Dat is precies het uitgangspunt van dit artikel. Wat kunnen we onafhankelijk van Franz vaststellen? Uit officiële Watch Tower-bronnen kunnen we vaststellen dat: Aid to Bible Understanding vanaf 1969 werd gepubliceerd; er jarenlang uitgebreid onderzoek aan voorafging; verschillende medewerkers onderzoeksopdrachten kregen; bestaande Bijbelcommentaren, woordenboeken en encyclopedische werken werden bekeken; onderzoek van lexicografen werd gebruikt; kennis uit andere oude talen werd gebruikt; Watch Tower erkende dat externe naslagwerken nuttige en bruikbare informatie konden bevatten; Raymond V. Franz in de jaren zeventig officieel als lid van het Besturende Lichaam werd vermeld. Andere bijzonderheden — zoals zijn persoonlijke opdracht, het bibliotheekonderzoek naar 607 en zijn bezoek aan Abraham Sachs — kennen we in belangrijke mate uit Franz' eigen verslag . Dat onderscheid maakt het verhaal niet zwakker. Het maakt het nauwkeuriger. Dezelfde kritische maatstaf voor iedereen Misschien is dit uiteindelijk het belangrijkste punt. Als we kritisch zijn op informatie van voormalige Jehovah's Getuigen, is dat prima. Als we kritisch zijn op katholieke of protestantse bronnen, ook. Als we Raymond Franz niet onmiddellijk geloven omdat hij een voormalige Getuige was, is dat eveneens redelijk. Maar intellectuele eerlijkheid vraagt dat we vervolgens dezelfde kritische maatstaf toepassen op informatie die onze eigen overtuiging bevestigt . Niet: Dit komt van mijn organisatie, dus het zal wel kloppen. Maar ook niet: Dit komt van een ex-JG, dus het zal wel kloppen. Beter is: Wat wordt er precies beweerd? Waar komt de informatie oorspronkelijk vandaan? Kan ik die bron zelf controleren? En ondersteunt de bron werkelijk de conclusie? Wat als onderzoek je geloof juist bevestigt? Dat is natuurlijk ook mogelijk. Misschien onderzoek je een leerstelling uitvoerig en concludeer je: ‘Ik vind de uitleg van Jehovah's Getuigen nog steeds het overtuigendst.’ Dan heeft onderzoek je geloof niet vernietigd. Je hebt informatie onderzocht en bent tot een conclusie gekomen. Maar misschien ontdek je ook iets waarop je nog geen antwoord hebt. Ook dat betekent niet automatisch dat je Jehovah moet verlaten. Je kunt zeggen: ‘Dit weet ik op dit moment niet.’ Dat is geen intellectuele nederlaag. Soms is dat juist het eerlijkste antwoord dat een onderzoeker kan geven. Onderzoek en geloof hoeven geen vijanden te zijn Wanneer iets waar is, hoeft zorgvuldig onderzoek daar niet gevaarlijk voor te zijn. En wanneer een bewering niet klopt, is het waardevol om dat te ontdekken. Daarom zou de vraag misschien niet moeten zijn: ‘Mag ik dit lezen?’ maar: ‘Hoe kan ik controleren of dit waar is?’ Dat is bovendien precies wat de geschiedenis van Aid to Bible Understanding interessant maakt. De officiële Watch Tower-literatuur laat zien dat de samenstellers gebruikmaakten van kennis en onderzoek die niet uitsluitend binnen de eigen organisatie waren ontstaan. Raymond Franz beschrijft vervolgens vanuit zijn persoonlijke ervaring hoe ver dat onderzoek volgens hem soms ging. Je hoeft zijn uiteindelijke conclusies niet over te nemen om daarvan iets te leren. Tot slot Je hoeft niet bang te zijn voor een bron uitsluitend omdat de schrijver geen Jehovah's Getuige is. Maar je hoeft een bron óók niet te vertrouwen uitsluitend omdat de schrijver wél Jehovah's Getuige is. Hetzelfde geldt voor dit artikel. Controleer wat hier staat. Bekijk de oorspronkelijke Watch Tower-publicaties. Bekijk wat Raymond Franz daadwerkelijk heeft geschreven. Vergelijk verschillende bronnen. Zoek waar mogelijk primaire bronnen. Kijk of een citaat in zijn context hetzelfde betekent. En maak daarna zelf de afweging. Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste les: Onderzoek gaat niet over welke bron je toestemming geeft om voor jou te denken. Onderzoek gaat over leren controleren waarom je iets gelooft. Bronnen en verder lezen Voor de geschiedenis van Aid to Bible Understanding is vooral het Watch Tower-artikel uit 1970 waardevol. Daarin beschrijft de organisatie zelf de omvang van het onderzoek, het gebruik van bestaand naslagwerk en het gebruik van taalkundig onderzoek. Watchtower Online Library - With All That You Acquire, Acquire Understanding - 1970 De officiële 1973 Yearbook of Jehovah's Witnesses noemt Raymond V. Franz als lid van het Besturende Lichaam. JW.org - The Governing Body - 1973 Yearbook of Jehovah's Witnesses Voor het gedeelte over 607 v.Chr., het bibliotheekonderzoek en Brown University is de primaire bron voor Franz' eigen versie Crisis of Conscience . In de digitaal geraadpleegde editie staat de relevante passage rond pagina 30. Raymond Franz - Crisis of Conscience Een tweede bron die Franz' verslag over het onderzoek naar 607 bespreekt is The Gentile Times Reconsidered . Gebruik die als aanvullende bron, niet als vervanging van Franz' eigen boek. Carl Olof Jonsson - The Gentile Times Reconsidered