Herkenbare vragen
- Waarom klinkt dezelfde keuze anders wanneer andere woorden worden gebruikt?
- Waarom voelt ‘90% overleving’ geruststellender dan ‘10% sterfte’, terwijl de cijfers hetzelfde betekenen?
- Waarom kan één woord mijn beeld van een persoon of groep al sturen?
- Waarom klinken gebeurtenissen anders wanneer een voorstander of tegenstander ze beschrijft?
- Kan framing ook onbewust gebeuren?
- Hoe herken ik framing zonder ieder verschil in taal meteen manipulatief te noemen?
- En hoe kom ik erachter welke feiten achter de formulering liggen?
Wat is het framing-effect?
Het framing-effect betekent dat onze beoordeling of keuze kan veranderen afhankelijk van hoe dezelfde of vergelijkbare informatie wordt gepresenteerd.
Amos Tversky en Daniel Kahneman lieten in klassiek onderzoek zien dat mensen andere voorkeuren konden uitspreken wanneer dezelfde beslissingssituatie in termen van winst of juist verlies werd geformuleerd.
Een eenvoudig voorbeeld:
90% overleeft
versus
10% overlijdtRekenkundig verwijzen beide uitspraken naar dezelfde verhouding.
Maar ze leggen de aandacht op iets anders:
90% overleving
↓
aandacht op
positieve uitkomst
10% sterfte
↓
aandacht op
negatieve uitkomstOnderzoek naar medische beslissingen heeft daadwerkelijk laten zien dat het formuleren van behandelresultaten in termen van overleven of overlijden invloed kan hebben op behandelvoorkeuren, zelfs bij artsen.
Framing verandert niet noodzakelijk de feiten
Dit onderscheid is belangrijk.
Bij een zuiver framing-effect kunnen de onderliggende feiten gelijk blijven terwijl de presentatie verandert.
FEIT
5 gram vet
per 100 gram
FRAME 1
“95% vetvrij”
FRAME 2
“bevat 5% vet”Beide kunnen feitelijk juist zijn.
Toch kan 95% vetvrij aantrekkelijker klinken omdat de formulering het positieve kenmerk benadrukt.
Onderzoekers noemen dit soort voorbeelden attribute framing: hetzelfde kenmerk wordt positief of negatief omschreven.
Framing is dus niet automatisch liegen
Een boodschap moet bijna altijd op de een of andere manier worden geformuleerd.
Je kunt moeilijk spreken zonder woorden te kiezen, informatie te ordenen en bepaalde aspecten eerder te noemen dan andere.
Daarom is framing niet automatisch:
manipulatie
misleiding
propaganda
liegen
Iedere boodschap
heeft een vorm
≠
iedere vorm
is manipulatieProblematischer wordt het wanneer een frame bijvoorbeeld belangrijke informatie verbergt, een vertekend beeld creëert of bewust vooral sterke emoties oproept terwijl relevante tegeninformatie wordt weggelaten.
Waarom kan ons brein hiervoor gevoelig zijn?
Mensen verwerken informatie niet als een rekenmachine.
We reageren ook op:
woorden,
context,
vergelijkingspunten,
emotionele betekenis,
wat als winst wordt gepresenteerd,
wat als verlies wordt gepresenteerd,
en welk onderdeel van de informatie onze aandacht krijgt.
Tversky en Kahneman lieten zien dat mensen bij beslissingen anders kunnen reageren op uitkomsten die als winst worden geformuleerd dan op equivalente uitkomsten die als verlies worden gepresenteerd.
De feiten
+
de presentatie
↓
hoe ik de situatie
ervaar en beoordeelDat betekent niet dat framing altijd een groot effect heeft.
De grootte van framing-effecten verschilt aanzienlijk tussen situaties. Een grote meta-analyse van onderzoek naar risicokeuzes vond framing-effecten, maar ook grote verschillen afhankelijk van bijvoorbeeld taak, formulering en onderzoeksopzet.
Er bestaan verschillende vormen van framing
Onderzoekers Levin, Schneider en Gaeth maakten onderscheid tussen meerdere typen framing.
Een bruikbare vereenvoudiging is:
ATTRIBUTE FRAME
“95% vetvrij”
versus
“5% vet”
RISKY-CHOICE FRAME
“200 mensen worden gered”
versus
“400 mensen overlijden”
GOAL FRAME
“Als je dit doet,
heb je dit voordeel”
versus
“Als je dit niet doet,
loop je dit nadeel op”Het onderliggende mechanisme hoeft bij al deze vormen niet precies hetzelfde te zijn.
Daarom is framing breder dan alleen:
“positief versus negatief formuleren.”
Winst tegenover verlies
Een belangrijk deel van framingonderzoek gaat over de vraag of een uitkomst wordt weergegeven als winst of verlies.
Stel dat een behandeling bij 90 van de 100 mensen succesvol is.
Je kunt zeggen:
“90 van de 100 mensen hebben baat bij de behandeling.”
of:
“Bij 10 van de 100 mensen werkt de behandeling niet.”
Beide cijfers kunnen nodig zijn om een volledig beeld te krijgen.
WINSTFRAME
Wat bereik ik?
VERLIESFRAME
Wat kan ik verliezen?Bij gezondheidscommunicatie blijken zulke effecten overigens niet overal hetzelfde te werken. Een systematische review vond dat positieve of negatieve framing soms de beoordeling beïnvloedt, maar dat effecten op werkelijk gedrag klein of inconsistent kunnen zijn.
Dat is een goede waarschuwing tegen uitspraken als:
“Met één slim gekozen frame kun je mensen laten doen wat je wilt.”
Zo eenvoudig werkt het niet.
Voorbeeld uit het dagelijks leven
Stel dat twee verkopers precies hetzelfde product aanbieden.
Verkoper A zegt:
“95% van onze klanten is tevreden.”
Verkoper B zegt:
“5% van onze klanten is niet tevreden.”
95% tevreden
↓
“Dat klinkt goed”
5% ontevreden
↓
“Wat ging daar mis?”De informatie is mathematisch gelijkwaardig.
Maar je aandacht wordt naar een ander deel van de werkelijkheid gestuurd.
Een goede volgende stap is daarom:
“Wat veranderen de woorden, en wat blijft feitelijk hetzelfde?”
Framing kan ook ontstaan door één woord
Niet ieder frame bevat cijfers.
Woorden dragen betekenissen, associaties en beoordelingen met zich mee.
Vergelijk bijvoorbeeld:
“zuinig”
met
“gierig”
of:
“voorzichtig”
met
“bang”
of:
“vasthoudend”
met
“koppig”
Het gedrag kan gedeeltelijk hetzelfde zijn, maar het gekozen woord stuurt de interpretatie.
Zelfde gedrag:
iemand verandert
niet snel van mening
FRAME A
“standvastig”
FRAME B
“koppig”De woorden bevatten al een deel van het oordeel.
Framing en stereotypering: jouw voorbeeld over racisme
Hier past jouw voorbeeld goed, maar met een belangrijk onderscheid.
Stel dat een kind jarenlang van ouders hoort:
“Mensen uit die bevolkingsgroep zijn dom.”
“Die mensen zijn gevaarlijk.”
“Zij zijn minderwaardig.”
Dat is méér dan alleen het klassieke framing-effect.
Het gaat ook om stereotypering, vooroordelen en sociale overdracht van overtuigingen.
Maar framing speelt wél mee, omdat de taal waarmee een groep voortdurend wordt beschreven mede bepaalt door welk interpretatiekader het kind naar leden van die groep leert kijken.
Onderzoek naar taal en stereotypering laat zien dat de labels en beschrijvingen die mensen gebruiken kunnen bijdragen aan het delen en in stand houden van stereotypen binnen sociale groepen.
Bijvoorbeeld:
Kind ziet een persoon
uit groep X
↓
heeft jarenlang gehoord:
“die mensen zijn
gevaarlijk”
↓
neutraal gedrag
kan sneller door
dat kader worden bekekenDat betekent niet dat een kind automatisch racistisch wordt omdat zijn ouders racistische opvattingen hebben.
Kinderen krijgen informatie uit veel bronnen en kunnen aangeleerde ideeën later onderzoeken en verwerpen.
Maar herhaalde taal uit gezin, vriendenkring, media en cultuur kan wel bijdragen aan de manier waarop sociale groepen worden gecategoriseerd en beoordeeld. Onderzoek naar stereotypecommunicatie beschrijft precies hoe taal zulke gedeelde beelden kan versterken en doorgeven.
Een frame kan bepalen waar je op let
Stel dat iemand heeft geleerd:
“Groep X is lui.”
Hij ziet vervolgens honderd mensen uit die groep.
Een persoon zit zonder werk thuis.
Een andere persoon werkt zestig uur per week.
Wanneer het bestaande frame sterk is, kan het eerste voorbeeld onmiddellijk betekenis krijgen:
“Zie je wel.”
terwijl het tweede wordt gezien als uitzondering.
FRAME
“Die groep is lui”
↓
aandacht voor
passende voorbeelden
↓
“Zie je wel”Hier begint framing te overlappen met een ander mechanisme:
bevestigingsvooroordeel.
Het frame bepaalt mede hoe informatie wordt geïnterpreteerd; confirmation bias kan vervolgens bijdragen aan welke informatie vooral wordt onthouden of overtuigend gevonden.
Psychologische processen lopen in het dagelijks leven vaak door elkaar.
Daarom is taal over groepen belangrijk
Vergelijk:
“Een crimineel.”
met:
“Een persoon die een misdrijf heeft gepleegd.”
Of:
“Een verslaafde.”
met:
“Iemand met een verslavingsprobleem.”
De feitelijke situatie kan vergelijkbaar zijn, maar het eerste label kan de hele persoon sterker reduceren tot één eigenschap.
Bij sociale categorieën kan taal bijdragen aan de indruk dat kenmerken vast, essentieel of typisch voor de hele groep zijn. Dat is een van de processen die in onderzoek naar stereotypen en taal worden beschreven.
Persoon
↓
krijgt een label
↓
label wordt
het belangrijkste
kenmerk
↓
andere informatie
verdwijnt naar
de achtergrondDaarom is framing niet alleen interessant voor reclame of cijfers. Het kan ook invloed hebben op hoe wij mensen en groepen waarnemen.
Maar woorden mogen ook gewoon betekenis hebben
Hier moeten we niet doorschieten.
Als iemand een misdrijf heeft gepleegd, mag je dat benoemen.
Als een organisatie een bepaalde regel heeft, mag je die regel beschrijven.
En verschillende woorden zijn niet altijd volledig uitwisselbaar.
Niet ieder sterk woord is dus een framingtruc.
De vraag is:
“Welke betekenis zit al in het gekozen woord ingebouwd?”
en:
“Zou iemand die dezelfde feiten anders beoordeelt andere woorden gebruiken?”
Hoe kan framing voorkomen binnen hechte overtuigingsgemeenschappen?
Iedere groep ontwikkelt taal waarmee de werkelijkheid wordt beschreven.
Dat geldt voor:
gezinnen,
bedrijven,
religies,
politieke bewegingen,
activistische organisaties,
online communities,
en groepen van voormalige leden.
Taal kan helpen een ingewikkelde werkelijkheid snel begrijpelijk te maken.
Maar dezelfde taal kan ook al een interpretatie bevatten.
Gebeurtenis
↓
woord of label
↓
betekenis
↓
emotionele reactieDaarom is het nuttig om af en toe te vragen:
“Beschrijft dit woord vooral wat er is gebeurd, of geeft het tegelijkertijd al aan hoe ik erover moet denken?”
Hoe kan dit herkenbaar zijn rond Jehovah’s Getuigen?
Binnen Jehovah’s Getuigen bestaan woorden die binnen het eigen religieuze kader een duidelijke betekenis hebben.
Een voorbeeld is afvallig.
In Inzicht in de Schrift wordt religieuze afvalligheid onder andere omschreven als ontrouw, opstand en het zich afkeren van wat volgens de publicatie de ware aanbidding van God is.
Een andere officiële publicatie zegt dat een afvallige zich tegen de waarheid keert en in opstand komt tegen Jehovah en Jezus.
Voor iemand die deze geloofsdefinitie deelt, is afvallig dus geen neutrale aanduiding voor:
“iemand die van mening is veranderd.”
Het woord bevat binnen dat geloofskader al een religieuze betekenis.
FEITELIJKE BESCHRIJVING
“Iemand gelooft
een bepaalde leer
niet meer”
RELIGIEUS FRAME
“afvalligheid”Dat betekent niet dat het religieuze woord daarom verkeerd is.
Binnen de geloofsovertuiging heeft het juist een duidelijke betekenis.
Het laat wel zien hoe een label meer kan communiceren dan alleen het kale gedrag.
Hetzelfde geldt voor woorden rond ‘de wereld’ en ‘werelds’. Officiële JW-publicaties gebruiken die begrippen binnen een religieus kader waarin een manier van denken die niet overeenkomt met Gods normen wordt verbonden met ‘de geest van de wereld’.
Ook kritiek op Jehovah’s Getuigen kan framen
Dit werkt niet maar één kant op.
Een criticus kan bijvoorbeeld woorden gebruiken als:
“sekte”
“gehersenspoeld”
“gevangenschap”
“mind control”
Nog voordat de concrete feiten zijn besproken, kunnen zulke woorden een sterke interpretatie oproepen.
JW-frame:
“afvallige”
kan al betekenis
meegeven
Kritisch frame:
“gehersenspoeld”
kan óók al betekenis
meegevenDat betekent niet dat zulke begrippen nooit gebruikt mogen worden.
Sommige hebben wetenschappelijke, juridische of sociologische definities.
Maar juist daarom moet je vragen:
“Welke definitie gebruiken we?”
“Welke concrete feiten ondersteunen dit label?”
“Wat zou ik zeggen als ik het label tijdelijk weglaat?”
Voor EXJW.world is dat een belangrijke manier om zowel de taal van de organisatie als de taal van critici te kunnen onderzoeken zonder vooraf de conclusie voor de lezer te bepalen.
Hetzelfde gedrag kan twee totaal verschillende verhalen krijgen
Stel dat iemand een religieuze gemeenschap verlaat.
De ene persoon zegt:
“Hij heeft de waarheid verlaten.”
Een ander zegt:
“Hij heeft zichzelf bevrijd.”
Beide uitspraken bevatten al een interpretatie.
Een neutralere eerste beschrijving is:
“Hij behoorde tot
de gemeenschap
en heeft besloten
die te verlaten.”Daarna kunnen verschillende mensen bespreken waarom zij dat positief, negatief of anders beoordelen.
Dat betekent niet dat we altijd alleen steriele, neutrale taal moeten gebruiken.
Wel helpt het om onderscheid te maken tussen:
WAT GEBEURDE ER?
en
HOE BETEKENEN
WIJ WAT ER GEBEURDE?Framing is niet hetzelfde als propaganda
Propaganda kan gebruikmaken van framing.
Maar niet ieder frame is propaganda.
Propaganda omvat doorgaans een bredere poging om attitudes of gedrag te beïnvloeden door selectieve informatie, boodschappen, symbolen of emotionele middelen.
Framing kan veel eenvoudiger ontstaan doordat iemand dezelfde gebeurtenis vanuit zijn eigen perspectief beschrijft.
Framing
kan bewust zijn
maar ook ontstaan
omdat ieder mens
vanuit een perspectief
spreektEen journalist, gelovige, voormalig gelovige, arts en patiënt kunnen dezelfde gebeurtenis anders omschrijven zonder dat iemand bewust probeert te manipuleren.
Ook neutrale taal is nooit volledig perspectiefloos
Zelfs wanneer we proberen neutraal te schrijven, moeten we keuzes maken:
Wat noemen we eerst?
Welke achtergrondinformatie nemen we op?
Welke vergelijking gebruiken we?
Welke woorden vermijden we?
Welke feiten vinden we relevant?
Het doel is daarom waarschijnlijk niet:
“Ik ga alle framing uitschakelen.”
Dat is nauwelijks haalbaar.
Een realistischer doel is:
Welke frame
gebruik ik?
Wat benadrukt het?
Wat laat het
op de achtergrond?
En verandert mijn oordeel
als ik het anders formuleer?Hoe herken je framing?
Een eenvoudige methode is de boodschap opnieuw formuleren.
Stel dat iemand zegt:
“Slechts 10% van deze patiënten overlijdt.”
Schrijf daarnaast:
“90% van deze patiënten overleeft.”
Of:
“Hij verliet de waarheid.”
naast:
“Hij veranderde zijn religieuze overtuiging en verliet de gemeenschap.”
Of:
“Die persoon is koppig.”
naast:
“Die persoon verandert niet gemakkelijk van mening.”
Vervolgens vraag je:
Welke feiten
blijven hetzelfde?
Welke beoordeling
verdwijnt wanneer ik
andere woorden gebruik?Daar wordt het frame vaak zichtbaar.
Let op wat wordt weggelaten
Framing gaat niet alleen over woorden.
Ook selectie kan een frame creëren.
Stel dat een organisatie honderd positieve en tien negatieve ervaringen heeft.
Je kunt uitsluitend de honderd positieve verhalen tonen.
Of uitsluitend de tien negatieve.
Beide verzamelingen kunnen bestaan uit volledig waargebeurde verhalen.
Ware informatie
≠
automatisch een
volledig beeldDe relevante vraag wordt dan:
“Welke informatie krijg ik niet te zien?”
Dit raakt aan framing, beschikbaarheidsheuristiek en confirmation bias.
Framing kan ook helpen
Framing is niet alleen iets waartegen we ons moeten verdedigen.
Het kan ook nuttig zijn.
Een therapeut kan bijvoorbeeld iemand helpen dezelfde gebeurtenis vanuit een ander kader te bekijken:
Niet:
“Ik heb gefaald.”
maar:
“Deze poging is niet gelukt.”
Niet:
“Ik moet helemaal opnieuw beginnen.”
maar:
“Ik weet nu één aanpak die niet werkt.”
“Fout = bewijs
dat ik niet kan”
↓
“Fout = informatie
waarmee ik verder kan”De feiten worden niet ontkend.
De betekenis wordt anders georganiseerd.
Dit soort reframing kan helpen alternatieve interpretaties te zien, zolang het niet wordt gebruikt om echte problemen weg te poetsen.
Wanneer wordt framing misleidend?
Framing wordt zorgwekkender wanneer bijvoorbeeld:
essentiële informatie bewust wordt weggelaten;
een vergelijking zo wordt gekozen dat zij een onjuist beeld creëert;
sterk emotionele labels bewijsmateriaal vervangen;
relatieve risico’s worden genoemd zonder absolute cijfers;
of een interpretatie wordt gepresenteerd alsof het een onbetwistbaar feit is.
Bijvoorbeeld:
“Dit verdubbelt uw risico.”
klinkt groot.
Maar er is verschil tussen:
1 op 1.000
↓
2 op 1.000
en
30 op 100
↓
60 op 100In beide gevallen is er sprake van een verdubbeling.
De absolute betekenis is heel anders.
Daarom helpt het bij cijfers om zowel relatieve als absolute informatie te bekijken.
Wat kun je ermee?
Wanneer een boodschap veel emotie oproept, kun je eerst vragen:
Welke woorden sturen mijn gevoel?
Welke woorden zijn beschrijvend en welke bevatten al een oordeel?
Hoe zou iemand met een ander perspectief dit formuleren?
Kan ik dezelfde boodschap ook neutraler opschrijven?
Welke feiten blijven gelijk wanneer de woorden veranderen?
Welke informatie ontbreekt?
Wordt vooral winst benadrukt of vooral verlies?
Wordt een individu beschreven of meteen een hele groep?
Is het label duidelijk gedefinieerd?
Je kunt bijvoorbeeld een eenvoudige drie-stappencontrole gebruiken:
1. FRAME
Hoe wordt het
gepresenteerd?
2. FEIT
Wat weet ik
daadwerkelijk?
3. ALTERNATIEF
Hoe kan hetzelfde
feit anders worden
geformuleerd?Als je daarna nog steeds dezelfde conclusie trekt, is dat prima.
Het doel is niet om nergens meer een mening over te hebben.
Het doel is weten welk deel uit de feiten komt en welk deel uit het frame.
Vragen om over na te denken
Welke woorden roepen bij mij onmiddellijk een positieve of negatieve reactie op?
Welke betekenis zit al in die woorden ingebouwd?
Hoe zou dezelfde situatie klinken wanneer iemand met een tegenovergesteld standpunt haar beschrijft?
Kan ik de gebeurtenis beschrijven zonder evaluatieve labels?
Welke feiten blijven dan overeind?
Welke informatie staat op de voorgrond en welke blijft buiten beeld?
Gebruik ik bij mijn eigen groep vriendelijkere woorden voor hetzelfde gedrag dan bij een andere groep?
Heb ik labels over mensen of groepen uit mijn opvoeding overgenomen zonder ze ooit bewust te onderzoeken?
Hoe zou ik een persoon bekijken als ik het groepslabel tijdelijk weglaat?
Gebruik ik woorden als ‘afvallig’, ‘werelds’, ‘sekte’ of ‘gehersenspoeld’ als beschrijving — of zit mijn conclusie al in het woord?
En misschien de belangrijkste:
Als ik de woorden
verander...
blijven mijn
argumenten dan
even sterk?Samenvatting
Het framing-effect laat zien dat de manier waarop informatie wordt geformuleerd invloed kan hebben op hoe mensen haar beoordelen. Klassiek onderzoek laat zien dat logisch equivalente keuzes andere voorkeuren kunnen oproepen wanneer zij bijvoorbeeld als winst of verlies worden gepresenteerd.
Framing betekent niet automatisch manipulatie. Iedere communicatie vraagt om selectie en formulering, en de effecten verschillen sterk per situatie.
Framing wordt vooral interessant wanneer de gekozen woorden al een interpretatie, emotionele waardering of vergelijking bevatten.
Niet alleen vragen:
“Is dit waar?”
maar ook:
“Hoe wordt het
aan mij gepresenteerd?”Ook taal over groepen kan een frame vormen. Wanneer kinderen herhaaldelijk negatieve labels over een etnische, religieuze of andere groep horen, kan die taal bijdragen aan het ontwikkelen en delen van stereotypen. Dat proces omvat echter méér dan framing alleen; ook sociale beïnvloeding, stereotypering en aangeleerde overtuigingen spelen mee.
Dat principe geldt ook wanneer mensen spreken over Jehovah’s Getuigen én wanneer Jehovah’s Getuigen over mensen buiten of tegenover de gemeenschap spreken.
Daarom is een nuttige gewoonte:
haal het label tijdelijk weg, beschrijf eerst wat er feitelijk gebeurt en kijk daarna welke interpretatie je eraan wilt geven.
Bronnen en verdieping
Amos Tversky & Daniel Kahneman (1981), The Framing of Decisions and the Psychology of Choice, Science, 211(4481), 453–458. Het klassieke onderzoek naar hoe verschillende formuleringen van dezelfde beslissingssituatie voorkeuren kunnen veranderen.
Anton Kühberger (1998), The Influence of Framing on Risky Decisions: A Meta-analysis, Organizational Behavior and Human Decision Processes, 75(1), 23–55. Meta-analyse van 136 framingonderzoeken met bijna 30.000 deelnemers; laat zowel het bestaan van framing-effecten als belangrijke verschillen tussen onderzoeksomstandigheden zien.
Irwin P. Levin, Sandra L. Schneider & Gary J. Gaeth (1998), All Frames Are Not Created Equal. Belangrijk overzicht waarin onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende vormen van valentieframing, waaronder risky-choice-, attribute- en goal framing.
Barbara J. McNeil, Stephen G. Pauker, Harold C. Sox & Amos Tversky (1982), On the Elicitation of Preferences for Alternative Therapies, New England Journal of Medicine. Onderzoek bij patiënten, studenten en artsen waarin behandelkeuzes veranderden afhankelijk van onder meer formulering in termen van overleving of sterfte.
Alexander J. Rothman & Peter Salovey (1997), Shaping Perceptions to Motivate Healthy Behavior: The Role of Message Framing. Over gain- en loss-framing in gezondheidscommunicatie en de omstandigheden waaronder verschillende frames invloed kunnen hebben.
Cochrane-review – Framing of Health Information Messages. Review van 35 studies met ruim 16.000 deelnemers. Belangrijke nuance: positieve en negatieve frames beïnvloeden soms percepties, maar effecten op daadwerkelijk gedrag zijn niet consequent aangetoond.
Camiel J. Beukeboom & Christian Burgers (2019), How Stereotypes Are Shared Through Language. Uitgebreid overzicht van hoe labels en taalgebruik kunnen bijdragen aan het communiceren en in stand houden van sociale stereotypen.
Jehovah’s Getuigen – Afval, afvalligheid, Inzicht in de Schrift. Officiële JW-bron waaruit duidelijk wordt welke religieuze betekenis de termen afval en afvalligheid binnen het eigen geloofskader hebben.
Jehovah’s Getuigen – uitleg over ‘geest van de wereld’ en afvalligheid. Officiële bronnen waarin termen als wereld en afvalligheid binnen het religieuze interpretatiekader van de organisatie worden omschreven.