Herkenbare vragen

- Waarom springt mijn hoofd bij onzekerheid meteen naar het ergste scenario?

- Waarom voelt een mogelijke ramp soms alsof die al aan het gebeuren is?

- Waarom sla ik allerlei tussenstappen over en kom ik meteen bij de slechtste afloop uit?

- Waarom voelt iets waarschijnlijk omdat ik er vaak over nadenk?

- Hoe kan ik onderscheid maken tussen wat mogelijk is en wat waarschijnlijk is?

- Waarom kan onzekerheid zo moeilijk te verdragen zijn?

- Betekent catastroferen dat gevaar nooit echt is?

- Hoe kan ik een werkelijk risico serieus nemen zonder het groter te maken dan de feiten toelaten?

Wat is catastroferen?

Catastroferen betekent dat je een mogelijke negatieve gebeurtenis in gedachten snel uitvergroot tot een zeer ernstige of zelfs de slechtst denkbare afloop. De American Psychological Association omschrijft catastrophizing als het overdrijven van negatieve gevolgen of verwachten dat de slechtst mogelijke uitkomst zal optreden. Het is geen psychiatrische diagnose, maar een denkpatroon dat bij mensen in verschillende mate kan voorkomen.
Bij catastroferen kan het denken bijvoorbeeld zo verlopen:

Er gebeurt iets
onzekers
    ↓
Er kan iets
misgaan
    ↓
Het ergste zal
waarschijnlijk gebeuren
    ↓
Hoe moet ik dit
ooit overleven?

Er zit dus vaak een belangrijke verschuiving tussen ‘Dit kán gebeuren’ en ‘Dit gáát waarschijnlijk gebeuren.’ Een mogelijkheid is nog geen voorspelling.

Een voorbeeld uit het dagelijks leven

Je leidinggevende stuurt: ‘Kun je vanmiddag even langskomen?’ Binnen een paar minuten kan het denken zo verdergaan:

Mijn baas wil praten
        ↓
Ik heb iets fout gedaan
        ↓
Ik word ontslagen
        ↓
Ik kan mijn hypotheek
niet meer betalen
        ↓
Ik raak mijn huis kwijt

Geen van die stappen is onmogelijk. Maar tussen het eerste bericht en de laatste conclusie zijn meerdere aannames gemaakt waarvoor op dat moment nog geen bewijs bestaat. Een uur later blijkt je leidinggevende misschien te willen vragen of je aan een nieuw project wilt meewerken.
Het probleem was dus niet dat je rekening hield met een slechte mogelijkheid. Het probleem was dat één mogelijke uitkomst in gedachten veranderde in een hele keten die bijna als werkelijkheid werd ervaren.

Waarom kan ons brein dit doen?

Ons brein probeert gevaar vroeg te herkennen. Het is daarom niet vreemd dat we nadenken over wat er verkeerd zou kunnen gaan. Bij catastroferen krijgt een mogelijk gevaar echter zoveel aandacht dat andere, minder ernstige uitkomsten naar de achtergrond verdwijnen.
Het kan ongeveer zo voelen:

‘Wat als...?’
     ↓
Nog een ‘wat als...?’
     ↓
Nog erger scenario
     ↓
Meer angst
     ↓
Scenario voelt
steeds echter

Die angst kan vervolgens zelf als bewijs gaan voelen: ‘Als ik hier zó bang voor ben, zal het wel echt ernstig zijn.’ Maar de sterkte van een emotie vertelt niet automatisch hoe waarschijnlijk een gebeurtenis is.

Mogelijk is niet hetzelfde als waarschijnlijk

Heel veel dingen zijn mogelijk. Een vliegtuig kan neerstorten. Een relatie kan eindigen. Een medisch onderzoek kan slecht nieuws opleveren. Een werkgever kan iemand ontslaan. Een economische crisis kan ontstaan.
Maar om een risico goed te beoordelen heb je meer nodig dan:
‘Kan het gebeuren?’
Je hebt ook nodig:

Hoe waarschijnlijk
is het?
    ↓
Welke feiten
heb ik?
    ↓
Welke andere
uitkomsten zijn mogelijk?

Catastroferen maakt vaak vooral de mogelijkheid zichtbaar, terwijl de waarschijnlijkheid naar de achtergrond verdwijnt.

Waarom voelt een doemscenario steeds echter?

Wanneer je een scenario vaak in gedachten doorloopt, wordt het gemakkelijker om het opnieuw voor je te zien. Dat maakt het niet automatisch waarschijnlijker.
Hier kan catastroferen overlappen met de beschikbaarheidsheuristiek: gebeurtenissen die gemakkelijk in gedachten komen kunnen waarschijnlijker lijken dan ze werkelijk zijn.

Veel nadenken
over één scenario
       ↓
Scenario komt
makkelijker op
       ↓
Scenario voelt
vertrouwder en dichterbij
       ↓
‘Misschien is dit
dus heel waarschijnlijk’

Daarom is het nuttig onderscheid te maken tussen ‘Ik kan het me heel goed voorstellen’ en ‘Ik heb goede redenen om te denken dat dit waarschijnlijk gebeurt.’

Catastroferen en onzekerheid

Onzekerheid kan moeilijk te verdragen zijn. Soms voelt een vreselijk maar duidelijk antwoord bijna gemakkelijker dan: ‘Ik weet nog niet wat er gaat gebeuren.’
Iemand kan daarom steeds verder vooruitdenken: ‘Wat als dit gebeurt? En daarna? En als dát ook misgaat?’

Onzekerheid
    ↓
‘Ik wil zekerheid’
    ↓
Alle mogelijke
gevaren doorlopen
    ↓
Meer scenario’s
    ↓
Meer onzekerheid

Dat kan tijdelijk het gevoel geven dat je voorbereid bent, maar het kan ook steeds nieuwe zorgen produceren. Intolerantie voor onzekerheid is een verwant, maar niet hetzelfde begrip. Het doel hoeft daarom niet altijd te zijn zekerheid te vinden. Soms is de vaardigheid juist: ‘Ik weet het nog niet, en ik hoef het antwoord nu ook nog niet te hebben.’

Catastroferen betekent niet dat gevaar nooit echt is

Niet iedere zorg is catastroferen. Soms zijn er daadwerkelijk aanwijzingen dat iets mis kan gaan. Als een arts bijvoorbeeld een afwijking vindt, is bezorgdheid begrijpelijk. Als iemand werkelijk zijn baan dreigt te verliezen, is nadenken over financiële gevolgen verstandig.
De vraag is niet: ‘Mag ik aan een slechte afloop denken?’ De vraag is: ‘Maak ik onderscheid tussen wat ik weet, wat mogelijk is en wat ik zelf invul?’

FEIT
Mijn arts wil
extra onderzoek

MOGELIJKHEID
Er kan iets aan
de hand zijn

CATASTROFALE SPRONG
‘Ik heb vast kanker
en ga dood’

Een werkelijk risico serieus nemen en catastroferen zijn dus niet hetzelfde.

Hoe kan dit voorkomen binnen een religieuze omgeving?

Religies kunnen boodschappen bevatten over toekomstige hoop én toekomstige dreiging. Dat hoeft op zichzelf geen catastroferen te zijn. Een gelovige kan een toekomstige gebeurtenis werkelijk geloven.
Psychologisch wordt het interessant wanneer actuele gebeurtenissen heel snel aan de ernstigst mogelijke voorspelling worden gekoppeld. Dat kan binnen religies gebeuren, maar ook bij klimaat, oorlog, economische instorting, ziekte of politiek.
De relevante vraag is steeds: ‘Welke stap maak ik van de gebeurtenis die ik nu zie naar de conclusie over wat er daarna gaat gebeuren?’

Hoe kan dit herkenbaar zijn bij Jehovah’s Getuigen?

Jehovah’s Getuigen leren dat Armageddon een toekomstige oorlog is waarbij God ingrijpt en dat niemand de exacte dag of het uur kent. Voor een actieve Jehovah’s Getuige kan deze verwachting juist onderdeel zijn van een hoopvol toekomstbeeld, omdat Armageddon binnen het geloof wordt verbonden met het beëindigen van kwaad en toekomstige vrede.
Sommige huidige of voormalige Getuigen kunnen tegelijkertijd merken dat nieuws over oorlog, aardbevingen of politieke onrust onmiddellijk een gedachteketen activeert:

Oorlog op het nieuws
       ↓
‘De wereld wordt
steeds erger’
       ↓
‘Misschien komt de
grote verdrukking’
       ↓
Armageddon
       ↓
‘Ben ik veilig?’

Zo’n gedachtegang bewijst op zichzelf niet dat de religieuze verwachting waar of onwaar is. Vanuit de psychologie van catastroferen kun je wel onderzoeken welke tussenstappen je maakt en welk bewijs je voor iedere stap hebt.

Feit en religieuze interpretatie uit elkaar houden

Dat kan bijvoorbeeld zo:

FEIT
Er is een oorlog
uitgebroken
    ↓
INTERPRETATIE
‘Misschien houdt dit
verband met profetieën’
    ↓
WAT WEET IK ZEKER?
Wat hierna gebeurt
weet ik niet

Dat onderscheid laat ruimte voor geloof én voor zorgvuldig nadenken.

Een gedachte is geen voorspelling

Wanneer een gedachte vaak terugkomt kan zij belangrijk of waar gaan voelen: ‘Wat als dit gebeurt?’
Maar gedachten zijn mentale gebeurtenissen. Ze kunnen juist, onjuist, waarschijnlijk, onwaarschijnlijk of simpelweg onzeker zijn.

Ik denk:
‘Dit gaat mis’

      ≠

Bewijs:
‘Dit gaat mis’

Tijdens sterke angst kan dat verschil bijna verdwijnen. Daarom kan het helpen de gedachte anders te formuleren. Niet: ‘Ik raak mijn baan kwijt.’ Maar: ‘Ik héb de gedachte dat ik mijn baan misschien kwijtraak.’
Daarmee ontstaat een kleine afstand tussen jou en de voorspelling.

Het ergste scenario is niet altijd het waarschijnlijkste

Sommige mensen proberen zichzelf gerust te stellen met: ‘Het komt vast allemaal goed.’ Maar ook dat kan te stellig zijn.
Een evenwichtiger manier is drie mogelijkheden naast elkaar zetten:

ERGSTE
Wat is de slechtste
realistische afloop?

BESTE
Wat zou heel gunstig
kunnen gebeuren?

MEEST WAARSCHIJNLIJK
Wat lijkt op basis van
wat ik nu weet
het waarschijnlijkst?

Daarmee ontken je risico’s niet. Je voorkomt alleen dat het slechtste scenario automatisch alle ruimte inneemt.

En stel dat het wél misgaat?

Catastroferen bevat vaak niet alleen ‘Er gebeurt iets slechts’, maar ook ‘En dan kan ik helemaal niets meer.’
Daarom kan een tweede vraag helpen: ‘Wat zou ik dan kunnen doen?’
Stel dat je inderdaad je baan verliest. Dat kan ingrijpend zijn. Daarna kunnen er misschien nog mogelijkheden zijn: informatie vragen over de reden, kijken naar een uitkering, solliciteren, uitgaven aanpassen, steun vragen of nieuw werk zoeken.
Het doel is niet een ernstige gebeurtenis klein te maken. Het doel is voorkomen dat:

‘Dit zou heel
moeilijk zijn’

verandert in

‘Dit zou volledig
onoverkomelijk zijn’

Feit, voorspelling en rampscenario

Wanneer je merkt dat je hoofd snel vooruitloopt, schrijf dan eerst op wat je werkelijk weet.

FEIT
Mijn baas wil spreken

VOORSPELLING
Misschien gaat het
over mijn functioneren

RAMPSCENARIO
Ik word ontslagen,
raak alles kwijt
en kom er nooit
meer bovenop

Vraag daarna: Welke feiten ondersteunen mijn voorspelling? Welke feiten spreken ertegen? Welke tussenstappen heb ik overgeslagen? Wat is het ergste realistische scenario? Wat is het beste scenario? Wat is op dit moment het meest waarschijnlijke scenario? Als er toch iets vervelends gebeurt, welke mogelijkheden heb ik dan?
Het doel is niet: ‘Er zal niets ergs gebeuren.’ Het doel is: ‘Ik wil mijn conclusie niet groter maken dan de informatie die ik nu heb.’

Vragen om over na te denken

  • Welke doemscenario’s herhaal ik regelmatig?

  • Welke eerste gebeurtenis zet die keten meestal in gang?

  • Welke tussenstappen sla ik in mijn hoofd over?

  • Maak ik onderscheid tussen mogelijk en waarschijnlijk?

  • Welke feiten heb ik werkelijk?

  • Welke delen van mijn scenario vul ik zelf in?

  • Hoe vaak zijn mijn eerdere voorspellingen precies uitgekomen zoals ik ze voor me zag?

  • Zoek ik informatie om het risico werkelijk te beoordelen, of vooral om zekerheid te krijgen?

  • Wat is het ergste realistische scenario?

  • Wat is het beste realistische scenario?

  • Wat is op basis van de huidige feiten het meest waarschijnlijke scenario?

  • Wat zou ik kunnen doen wanneer er tóch een tegenvaller komt?

  • Wat weet ik, wat verwacht ik en wat vul ik op dit moment zelf in?

Samenvatting

Catastroferen is een denkpatroon waarbij een mogelijke negatieve gebeurtenis snel wordt uitvergroot tot een zeer ernstige of de slechtst denkbare afloop. Het is geen psychiatrische diagnose en geen voorspelling.
Het probleem is niet dat je nadenkt over risico’s. Vooruitdenken kan verstandig zijn. Het probleem ontstaat wanneer:

Mogelijk
   ↓
Waarschijnlijk
   ↓
Zeker
   ↓
Onoverkomelijk

bijna ongemerkt in elkaar overgaan.
Catastroferen kan worden versterkt door angst, herhaald nadenken over hetzelfde scenario, moeite met onzekerheid en de beschikbaarheidsheuristiek. Een levendig scenario kan daardoor waarschijnlijker voelen zonder dat daar meer bewijs voor bestaat.
Ook binnen een religieuze context kan dit mechanisme relevant zijn wanneer een actuele gebeurtenis snel wordt verbonden aan de ernstigst mogelijke toekomstige uitkomst. Dat zegt op zichzelf niets over de waarheid of onwaarheid van de geloofsovertuiging.
Realistischer denken betekent daarom niet: ‘Alles komt goed.’ Het betekent: ‘Ik neem risico’s serieus, maar ik onderscheid wat ik weet van wat ik vrees.’

Bronnen en verdieping

American Psychological Association – Catastrophize. Omschrijft catastroferen als het overdrijven van negatieve gevolgen of verwachten dat de slechtst mogelijke uitkomst zal optreden.
Aaron T. Beck – cognitieve therapie. Binnen Becks cognitieve benadering wordt catastrofaal denken beschreven als een cognitieve vertekening waarbij dreiging en mogelijke gevolgen worden uitvergroot.
David A. Clark & Aaron T. Beck – Cognitive Theory and Therapy of Anxiety and Depression: Convergence with Neurobiological Findings, 2010. Over cognitieve processen die betrokken zijn bij angst en depressie.
Emily J. Wilson, Maree J. Abbott & Alice R. Norton – The impact of psychological treatment on intolerance of uncertainty in generalized anxiety disorder: A systematic review and meta-analysis, 2023. Over intolerantie voor onzekerheid als proces bij gegeneraliseerde angst en piekeren.
Jehovah’s Getuigen – Wat is de oorlog van Armageddon? Officiële uitleg van de leer over Armageddon, waaronder dat de exacte dag en het uur onbekend zijn.
Jehovah’s Getuigen – Armageddon is goed nieuws! en informatie over oorlog. Officiële bronnen waarin Armageddon vanuit het geloofsperspectief wordt verbonden met het beëindigen van kwaad en toekomstige vrede.

Lees ook

Angstconditionering – Hoe kunnen bepaalde prikkels automatisch angst gaan oproepen?
Beschikbaarheidsheuristiek – Waarom voelt iets waarschijnlijker wanneer voorbeelden gemakkelijk in je gedachten komen?
Cognitieve dissonantie – Wat gebeurt er wanneer overtuigingen, gedrag en ervaringen met elkaar botsen?
Controlebehoefte – Waarom proberen we soms meer zekerheid te krijgen dan een situatie kan bieden?
Intolerantie voor onzekerheid – Waarom kan ‘ik weet het nog niet’ zo moeilijk te verdragen zijn?
Hyperwaakzaamheid – Waarom blijft je alarmsysteem soms alert terwijl er niet direct gevaar is?