EXJW WorldKennisbibliotheek

Kennisbibliotheek › Herstel

Ik mis mijn gemeenschap.

Omgaan met het verlies van verbondenheid, vertrouwde mensen en het gevoel ergens bij te horen.

Herkenbare vragen Waarom mis ik de gemeente terwijl ik bewust ben weggegaan? Waarom voel ik mij buiten de organisatie soms nergens echt bij horen? Mis ik Jehovah’s Getuigen — of mis ik vooral de mensen en de gemeenschap? Waarom voelen nieuwe vriendschappen anders dan de contacten die ik vroeger had? En wat als ik door die eenzaamheid overweeg terug te gaan? Het verlaten van een geloofsgemeenschap kan veel meer betekenen dan het veranderen van een overtuiging. Je kunt ook een hele sociale wereld kwijtraken: bijeenkomsten, gezamenlijke activiteiten, vaste gezichten, vertrouwde taal, gewoontes en het gevoel ergens bij te horen. Misschien kende je sommige mensen al vanaf je jeugd. Misschien wist je precies waar je iedere week zou zijn. De vergadering, velddienst, een congres, samen ergens eten of even napraten. Er was een ritme. En er waren mensen. Zelfs wanneer je nog steeds achter je vertrek staat, kun je de gemeenschap missen. Dat is niet tegenstrijdig. Wat mis je eigenlijk? Misschien mis je: de gesprekken voor en na de vergadering; vrienden die je al jaren kende; samen in de velddienst gaan; het gevoel dat mensen voor elkaar klaarstonden; een duidelijke plek binnen een groep; ritme en voorspelbaarheid; gezamenlijke activiteiten; vertrouwde woorden en gewoontes; het gevoel onderdeel te zijn van iets groters. Misschien mis je zelfs dingen waarvan je vóór je vertrek dacht dat je ze nooit zou missen. Dat mag. Je hoeft je verleden niet volledig negatief te maken om achter je huidige keuzes te kunnen staan. Er kunnen dingen zijn geweest die je pijn hebben gedaan én dingen waar je met warmte aan terugdenkt. Beide kunnen tegelijkertijd waar zijn. Je kunt mensen missen zonder hetzelfde te geloven Stel dat je je moeder mist. Of je beste vriendin. Of de sfeer na een vergadering. Betekent dat automatisch dat je opnieuw gelooft dat Jehovah’s Getuigen de waarheid hebben? Nee. Maar het omgekeerde geldt ook. Misschien ontdek je tijdens je gemis dat je niet alleen de mensen mist, maar ook Jehovah, de vergaderingen of je geloof. Ook dat mag je serieus nemen. Daarom kan het helpen om jezelf niet onmiddellijk te vertellen wat je gemis betekent, maar eerst te onderzoeken wat je precies mist . Het kan voelen als rouw Mensen van buiten de gemeenschap kunnen goedbedoeld zeggen: ‘Dan maak je toch nieuwe vrienden?’ Maar een sociale wereld die jarenlang is opgebouwd, vervang je niet zomaar. Wanneer familie, vrienden, geloof, sociale activiteiten en identiteit sterk met elkaar verweven waren, kunnen bij vertrek meerdere verliezen tegelijkertijd ontstaan. Je kunt rouwen om mensen die nog leven. Om een identiteit die je niet meer hebt. Om zekerheid. Om toekomstverwachtingen. Of om het leven waarvan je jarenlang dacht dat je het zou leiden. Dat betekent niet dat iedereen die Jehovah’s Getuigen verlaat zo'n rouwproces doormaakt. Sommige mensen bouwen relatief gemakkelijk een nieuw sociaal leven op. Voor anderen duurt dat veel langer. Misschien mis je niet één ding Wanneer je denkt: ‘Ik mis de gemeente’ , kan daar van alles onder zitten. Vraag jezelf eens af: Mis ik bepaalde mensen? Mis ik sociale drukte? Mis ik structuur? Mis ik Jehovah of mijn geloof? Mis ik zingeving? Mis ik praktische steun? Mis ik het gevoel dat mensen mij begrijpen? Mis ik de persoon die ik binnen de gemeenschap was? Mis ik gewoon ergens bij horen? Dat onderscheid kan belangrijk zijn, want verschillende behoeften vragen om verschillende antwoorden. Als je vooral zingeving mist, kan vrijwilligerswerk iets bieden. Als je mensen mist, heb je verbinding nodig. Als je structuur mist, kan een vaste wekelijkse activiteit helpen. Als je vooral mensen wilt spreken die begrijpen waar je vandaan komt, kan lotgenotencontact waardevol zijn. En als je ontdekt dat je daadwerkelijk je geloof mist, mag je ook dát onderzoeken. Nieuwe vriendschappen kosten tijd Na vertrek kunnen nieuwe contacten soms oppervlakkig voelen. Je vergelijkt iemand die je drie maanden kent misschien onbewust met iemand met wie je vijftien jaar lief en leed hebt gedeeld. Dat is geen eerlijke vergelijking. Vertrouwdheid ontstaat door tijd. Daarom hoef je niet onmiddellijk een nieuwe ‘familie’ te vinden. Zoek liever naar plekken waar je regelmatig dezelfde mensen ontmoet: een sportvereniging, cursus, vrijwilligerswerk, wandelgroep, hobbyvereniging, buurtactiviteit, studie, werk of een online of fysieke lotgenotengroep. Vriendschap ontstaat vaak niet door dat ene bijzondere gesprek, maar doordat iemand er volgende week weer is. En de week daarna opnieuw. Wat als je overweegt terug te gaan? Dit verdient geen waarschuwing, maar een eerlijke vraag: waarom wil ik terug? Misschien ben je opnieuw overtuigd geraakt van je geloof. Misschien mis je Jehovah. Misschien heb je onderzoek gedaan en ben je tot de conclusie gekomen dat je Jehovah’s Getuige wilt zijn. Maar misschien geloof je nog steeds niet en verlang je vooral naar je ouders, kinderen, vrienden of gemeenschap. Dat onderscheid betekent niet dat de ene reden ‘goed’ is en de andere ‘fout’. Het helpt je begrijpen welke behoefte achter je verlangen zit. Vraag jezelf bijvoorbeeld: Als mijn familie en vrienden buiten de organisatie gewoon contact met mij zouden hebben, zou ik dan nog steeds terug willen? Als ik niemand binnen de organisatie kende, zou ik op basis van wat ik nu geloof opnieuw voor dit geloof kiezen? Maar stel jezelf ook de andere vraag: Ben ik misschien zo bang om terug te gaan dat ik niet eerlijk durf toe te geven dat ik bepaalde dingen nog wél geloof? Alle antwoorden mogen onderzocht worden. Neem een grote beslissing niet alleen vanuit het pijnlijkste moment Wanneer je heel eenzaam bent, wil je vooral dat de pijn stopt. Dat is menselijk. Juist daarom kan het verstandig zijn een grote beslissing niet uitsluitend te nemen op het moment waarop je je het meest alleen voelt. Geef jezelf tijd. Praat met mensen. Onderzoek opnieuw wat je gelooft. Lees verschillende perspectieven. Schrijf desnoods drie vragen op: Wat mis ik? Wat geloof ik? Wat wil ik? Dat zijn drie verschillende vragen. Misschien leiden ze uiteindelijk naar hetzelfde antwoord. Misschien niet. Wat kan vandaag helpen? Stuur één persoon een bericht. Kies één activiteit die iedere week terugkomt. Ga naar buiten, ook wanneer je weinig zin hebt. Zoek iemand die jouw achtergrond begrijpt. Bouw nieuwe rituelen op voor weekenden, feestdagen en belangrijke momenten. Sta jezelf toe goede herinneringen te bewaren zonder daar meteen een conclusie aan te verbinden. Ook actieve Jehovah’s Getuigen kunnen hierover nadenken Misschien lees je dit terwijl je zelf Jehovah’s Getuige bent. Dan kun je dezelfde vraag vanuit een andere positie stellen: wat betekent de gemeenschap voor mij? Als morgen alle sociale contacten zouden verdwijnen, zou mijn geloof dan precies hetzelfde blijven? Hoeveel van mijn verbondenheid met Jehovah’s Getuigen bestaat uit geloof — en hoeveel uit familie, vrienden, gewoontes, veiligheid en ergens bij horen? Dat is geen beschuldiging. Iedereen heeft behoefte aan verbondenheid. Ook buiten religie worden mensen beïnvloed door de groepen waartoe ze behoren. Juist daarom kan het interessant zijn die verschillende lagen bij jezelf te herkennen. Tot slot Je kunt een gemeenschap missen en toch niet terug willen. Je kunt een gemeenschap missen en ontdekken dat je wél terug wilt. Je kunt de mensen missen maar het geloof niet. Je kunt het geloof missen maar bepaalde aspecten van de organisatie niet. En misschien weet je het op dit moment gewoon niet. Dat hoeft ook niet. Het missen van je gemeenschap vertelt op zichzelf niet of vertrekken voor jou de juiste of verkeerde beslissing was. Het vertelt in ieder geval dat verbondenheid belangrijk voor je was. Misschien is daarom een betere vraag dan ‘Moet ik terug?’ eerst: Wat mis ik werkelijk — de mensen, de gemeenschap, mijn geloof, Jehovah, mijn vroegere identiteit, of een combinatie daarvan? Wanneer je dat beter begrijpt, kun je vanuit meer rust bepalen wat jij ermee wilt doen. Niet vanuit druk om weg te blijven. Niet vanuit druk om terug te keren. Maar vanuit wat jij werkelijk gelooft en nodig hebt