EXJW WorldKennisbibliotheek

Kennisbibliotheek › Herstel

Rouwen om een geloof: verlies dat niet iedereen begrijpt

Waarom het vertrek uit een religieuze gemeenschap een rouwproces is

Herkenbare vragen Waarom heb ik verdriet terwijl ik zelf ben weggegaan? Waarom mis ik mensen en gewoontes terwijl ik niet meer hetzelfde geloof? Kun je rouwen om een geloof of gemeenschap? Waarom begrijpen mensen buiten Jehovah’s Getuigen dit soms moeilijk? En kun je ook rouwen wanneer je nog gelooft, maar je plaats binnen de gemeenschap verandert? Wanneer je Jehovah’s Getuigen verlaat, kan er veel meer veranderen dan alleen wat je gelooft. Je kunt vrienden, familiecontacten, een vertrouwde wereldvisie, dagelijkse structuur, toekomstverwachtingen en een gemeenschap verliezen. Voor sommige mensen raakt dat ook aan hun identiteit: wie ben ik als ik niet meer Jehovah’s Getuige ben? Niet iedereen ervaart een vertrek op dezelfde manier. Sommigen voelen vooral opluchting en bouwen relatief snel een nieuw leven op. Anderen ervaren een diep gevoel van verlies. En veel mensen voelen verschillende emoties tegelijkertijd. Je kunt zelf besloten hebben weg te gaan en tóch rouwen om wat je achterlaat. Die twee dingen spreken elkaar niet tegen. Wat kun je verliezen? Vriendschappen: contacten die soms al tientallen jaren bestonden. Familiecontact: relaties met ouders, kinderen, broers, zussen of andere familieleden kunnen veranderen of wegvallen. Identiteit: wanneer ‘Jehovah’s Getuige zijn’ jarenlang onderdeel was van wie je bent, kan een verandering van geloof ook vragen oproepen over jezelf. Structuur: vergaderingen, velddienst, persoonlijke studie en andere activiteiten gaven een vast weekritme. Zingeving: je had misschien duidelijke antwoorden op vragen over het leven, de dood en de toekomst. Gemeenschap: een sociale wereld waarin veel mensen dezelfde taal, overtuigingen en gewoontes deelden. Toekomstbeeld: misschien geloofde je jarenlang dat je dierbaren zou terugzien in het paradijs of dat je eeuwig op aarde zou leven. Vooral dat laatste kan gemakkelijk onderschat worden. Je kunt niet alleen mensen of contacten verliezen, maar ook een toekomst waarvan je jarenlang overtuigd was dat die zou komen . Waarom begrijpen anderen het soms niet? Iemand zonder vergelijkbare religieuze achtergrond kan zeggen: ‘Maar je wilde toch zelf weg?’ Dat klinkt logisch, maar een vrijwillige keuze sluit verdriet niet uit. Denk aan een scheiding. Iemand kan zelf besluiten een relatie te beëindigen en tegelijkertijd verdriet hebben om de persoon, het gezin, de vertrouwdheid en de toekomst die hij ooit voor zich zag. Bij een verandering van geloof kan iets vergelijkbaars gebeuren. Je kunt niet meer achter bepaalde overtuigingen staan en tegelijkertijd verlangen naar mensen, rituelen, zekerheid of verbondenheid die ermee samenhingen. Vertrekken en missen kunnen naast elkaar bestaan. Hoe kan die rouw eruitzien? Rouw verloopt niet volgens één vast schema. Het bekende model met verschillende rouwfasen wordt soms gebruikt om ervaringen te beschrijven, maar mensen doorlopen die fasen niet noodzakelijk in een vaste volgorde. Je kunt bijvoorbeeld ervaren: verdriet om mensen die je minder of niet meer ziet; opluchting en tegelijkertijd schuldgevoel; boosheid op jezelf, anderen of de organisatie; nostalgie naar bepaalde periodes; onzekerheid over wie je bent; gemis van zekerheid of zingeving; eenzaamheid; verwarring doordat goede en pijnlijke herinneringen naast elkaar bestaan. Misschien denk je op maandag: ik ben blij dat ik mijn eigen keuzes kan maken , en mis je op dinsdag ineens een congres, een familielid of een gesprek na de vergadering. Dat maakt je gevoelens niet tegenstrijdig. Mensen kunnen vrijheid én verlies tegelijkertijd ervaren. Je mag ook de goede dingen missen Wanneer je negatieve ervaringen hebt gehad, kun je het gevoel krijgen dat je alleen nog maar negatief naar je verleden mag kijken. Maar misschien heb je ook mooie herinneringen. Misschien hield je van zingen tijdens een congres. Misschien had je fijne vrienden. Misschien vond je de velddienst soms gezellig. Misschien gaf je geloof je oprechte hoop. Misschien voelde je je gedragen door de gemeente toen je het moeilijk had. Die herinneringen worden niet onwaar omdat je overtuiging later veranderde. Je hoeft niet te kiezen tussen ‘alles was goed’ en ‘alles was slecht’. Een levensperiode kan beide bevatten. Ook actieve Jehovah’s Getuigen kunnen rouwen Rouw om religie speelt niet uitsluitend bij mensen die vertrekken. Misschien ben je nog steeds Jehovah’s Getuige, maar is iemand van wie je houdt vertrokken. Misschien is je partner anders gaan geloven. Misschien is je kind geen JG meer. Of misschien twijfel je zelf en merk je dat de wereld die altijd vanzelfsprekend was begint te veranderen. Ook dan kan er verdriet ontstaan. Voor een actieve JG kan het voelen alsof hij iemand geestelijk kwijtraakt. Voor degene die vertrekt kan het voelen alsof hij zijn familie sociaal kwijtraakt. Beide mensen kunnen verdriet hebben over dezelfde relatie, maar vanuit een totaal verschillend perspectief. Dat begrijpen kan belangrijk zijn wanneer JG’s en ex-JG’s elkaar proberen te begrijpen. Hoe lang kan rouw duren? Daar bestaat geen vaste termijn voor. Hoe iemand reageert hangt onder andere samen met wat er veranderd is, welke relaties behouden zijn gebleven, hoeveel steun iemand heeft en hoe belangrijk de religieuze identiteit was. Vergelijk jezelf daarom niet te snel met iemand die zegt: ‘Ik was er na een paar maanden overheen.’ Jouw situatie kan totaal anders zijn. Maar andersom geldt ook: je hoeft jezelf niet te vertellen dat herstel noodzakelijk jaren zal duren omdat je lang Jehovah’s Getuige bent geweest. Iedereen verwerkt verandering anders. Wat kan helpen? Er bestaat geen oplossing die voor iedereen werkt. Sommige mensen hebben vooral behoefte aan erkenning. Anderen aan lotgenotencontact, nieuwe sociale verbindingen of professionele ondersteuning. Het kan helpen om concreet te onderzoeken waar je eigenlijk om rouwt : Mis ik mijn geloof? Mis ik Jehovah? Mis ik bepaalde mensen? Mis ik mijn vroegere identiteit? Mis ik zekerheid? Mis ik het toekomstbeeld waarin ik geloofde? Of mis ik vooral ergens bij horen? Dat onderscheid kan belangrijk zijn, omdat niet ieder verlies hetzelfde antwoord nodig heeft. Tot slot Rouwen om een geloof betekent niet automatisch dat je terug wilt. Het betekent ook niet automatisch dat vertrekken voor jou de juiste of verkeerde keuze was. Misschien ontdek je tijdens het rouwen dat je nog steeds achter je beslissing staat. Misschien ga je bepaalde overtuigingen opnieuw onderzoeken. Misschien blijft je geloof in God bestaan, maar verandert je verhouding tot de organisatie. Misschien besluit je uiteindelijk terug te keren. Het verdriet bepaalt de conclusie niet. Het vertelt vooral dat iets of iemand belangrijk voor je was en dat er iets veranderd of verloren is gegaan. Of je nu Jehovah’s Getuige bent, twijfelt of de organisatie hebt verlaten: verlies verdient ruimte zonder dat iemand voor jou bepaalt wat dat verlies zou moeten betekenen. Je kunt iets missen zonder ernaar terug te willen. Je kunt ergens afstand van nemen en er toch van gehouden hebben. En je kunt rouwen om een wereld die niet meer de jouwe is, terwijl je nog aan het ontdekken bent hoe je leven er daarna uitziet.