Herkenbare vragen
- Waarom kan iemand positieve gevoelens ontwikkelen voor degene van wie hij afhankelijk is of die hem bedreigt?
- Is het Stockholm-syndroom een officiële psychiatrische diagnose?
- Betekent loyaliteit aan iemand die schadelijk gedrag vertoont automatisch dat iemand een Stockholm-syndroom heeft?
- Waarom verdedigen mensen soms iemand van wie zij tegelijkertijd bang zijn?
- Kun je de term gebruiken voor partnerrelaties, families of religieuze groepen?
- Welke begrippen zijn soms nauwkeuriger dan Stockholm-syndroom?
- Waarom is het belangrijk om concreet gedrag en afhankelijkheid te beschrijven in plaats van snel een label te geven?
Wat is het Stockholm-syndroom?
Stockholm-syndroom is een bekende maar wetenschappelijk omstreden term voor situaties waarin iemand in een positie van dreiging of sterke afhankelijkheid positieve gevoelens, loyaliteit of sympathie ontwikkelt tegenover degene die controle uitoefent.
De term wordt vooral geassocieerd met gijzeling en ontvoering.
Hij is geen afzonderlijke psychiatrische diagnose in de DSM of ICD en er bestaan geen algemeen aanvaarde diagnostische criteria.
dreiging of
sterke afhankelijkheid
↓
slachtoffer is voor
veiligheid mede afhankelijk
van dezelfde persoon
↓
mogelijk:
loyaliteit
sympathie
bescherming
of verbondenheidDat patroon kan voorkomen, maar dat betekent nog niet dat er één duidelijk afgebakend psychologisch ‘syndroom’ bestaat.
Waar komt de term vandaan?
De naam ontstond na een bankoverval en gijzeling in Stockholm in 1973. Sommige gegijzelden leken na afloop meer sympathie voor hun gijzelnemers te tonen dan buitenstaanders verwachtten en waren kritisch over het optreden van autoriteiten.
Daaruit ontstond later het begrip Stockholm-syndroom.
De term werd zeer bekend in media, films en populaire psychologie. Wetenschappelijk is het beeld veel minder duidelijk. Onderzoekers hebben erop gewezen dat de oorspronkelijke gebeurtenis niet vanzelfsprekend bewijst dat er een afzonderlijk syndroom bestaat.
Is het een officiële diagnose?
Nee.
STOCKHOLM-SYNDROOM
bekende populaire term
↓
geen afzonderlijke
DSM-diagnose
↓
geen universeel
geaccepteerde criteriaDat betekent niet dat de beschreven reacties onmogelijk zijn. Mensen kunnen in bedreigende omstandigheden complexe gevoelens ontwikkelen tegenover iemand van wie zij afhankelijk zijn.
Het betekent wel dat voorzichtigheid nodig is met uitspraken als:
‘Deze persoon heeft Stockholm-syndroom.’
Waarom kan iemand positieve gevoelens hebben voor iemand die ook bedreigend is?
Mensen in extreme afhankelijkheid proberen niet alleen lichamelijk te overleven. Ze proberen ook voortdurend te begrijpen:
Wat houdt mij veilig? Wat vergroot mijn kansen? Hoe voorspelbaar is deze persoon?
Wanneer degene die dreiging veroorzaakt daarnaast eten geeft, bescherming biedt, vriendelijk spreekt of tijdelijk de dreiging vermindert, kan dat psychologisch zeer betekenisvol worden.
dreiging
↓
grote afhankelijkheid
↓
klein teken van
vriendelijkheid of veiligheid
↓
sterke opluchting
↓
positieve betekenis
kan toenemenDat hoeft geen bewuste strategie te zijn. Het kan ook ontstaan uit gewone menselijke processen zoals afhankelijkheid, stress, hechting, betekenisgeving en het zoeken naar voorspelbaarheid.
Een vriendelijk moment kan onder dreiging extra groot voelen
Een glas water is normaal gesproken maar een glas water.
Wanneer iemand volledig afhankelijk is van degene die bepaalt of hij eten, rust of veiligheid krijgt, kan hetzelfde gebaar heel anders worden ervaren.
NORMALE SITUATIE
vriendelijk gebaar
= prettig
EXTREME AFHANKELIJKHEID
vriendelijk gebaar
= mogelijk teken
van veiligheidDaarom kun je gedrag in een extreme machtsverhouding niet altijd beoordelen alsof beide mensen volledig vrij en gelijkwaardig zijn.
Maar is dit echt één syndroom?
Dat is precies waar de wetenschappelijke kritiek zit.
Er bestaat geen overtuigend bewijs dat alle mensen die dergelijke reacties vertonen hetzelfde psychologische mechanisme hebben.
Onder dezelfde omstandigheden kan de één zich verbonden voelen, de ander woedend worden, een derde vooral meewerken om veilig te blijven en een vierde wisselende gevoelens hebben.
dezelfde dreigende situatie
↓
niet iedereen
reageert hetzelfdeDaarom spreken onderzoekers liever voorzichtig over copingreacties, afhankelijkheid, macht, dreiging en gedrag dan automatisch over één syndroom.
Meewerken is niet hetzelfde als sympathie
Een belangrijk onderscheid:
Iemand kan vriendelijk doen tegen een bedreigende persoon omdat dat de veiligste strategie lijkt.
Dat betekent niet noodzakelijk:
‘Ik vind deze persoon werkelijk goed.’
vriendelijk gedrag
≠
vrije sympathie
meewerken
≠
instemmen
niet vluchten
≠
willen blijvenBij situaties van dreiging moet daarom voorzichtig worden omgegaan met conclusies die uitsluitend uit zichtbaar gedrag worden getrokken.
Waarom gaat iemand soms de ander verdedigen?
Daar kunnen verschillende redenen voor bestaan.
Iemand kan bijvoorbeeld daadwerkelijk positieve kanten zien in de ander. Ook kan hij bang zijn voor escalatie, zich afhankelijk voelen, buitenstaanders wantrouwen of denken dat niemand de situatie werkelijk begrijpt.
Daarnaast kunnen tegenstrijdige gevoelens naast elkaar bestaan:
‘Ik ben bang voor hem’
én
‘Hij is ook aardig
voor mij geweest’
én
‘Ik wil niet dat
anderen hem iets aandoen’Menselijke relaties hoeven psychologisch niet volledig logisch of eenduidig te voelen.
Is Stockholm-syndroom hetzelfde als traumabinding?
Nee.
De termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar ze komen uit verschillende contexten.
Traumatische binding wordt gebruikt voor sterke emotionele banden die kunnen ontstaan binnen relaties waarin mishandeling, machtsverschil en afwisselende perioden van negatieve en positieve behandeling voorkomen.
Ook traumabinding is geen afzonderlijke psychiatrische diagnose, maar er bestaat wel onderzoek naar hechting en afhankelijkheid binnen gewelddadige relaties.
STOCKHOLM-SYNDROOM
historisch vooral:
gijzeling / ontvoering
TRAUMATISCHE BINDING
vooral onderzocht bij:
gewelddadige of
misbruikende relatiesHet ene begrip mag dus niet automatisch voor het andere worden gebruikt.
En coercive control?
Coercive control verwijst naar een patroon waarbij iemand de autonomie van een ander beperkt door bijvoorbeeld intimidatie, isolatie, dreiging, toezicht, financiële controle of regels.
Dat begrip beschrijft vooral gedrag en machtsverhoudingen, in plaats van te veronderstellen wat er psychologisch in het hoofd van het slachtoffer gebeurt.
Daarom kan het in sommige situaties nauwkeuriger zijn.
STOCKHOLM-SYNDROOM
label voor een
veronderstelde reactie
COERCIVE CONTROL
beschrijving van
concrete patronen
van macht en controleOok hier geldt: eerst onderzoeken wat er feitelijk gebeurt voordat een begrip wordt toegepast.
Is de term geschikt voor religieuze groepen?
Meestal niet als algemene beschrijving.
Het zou te kort door de bocht zijn om te zeggen:
‘Jehovah’s Getuigen blijven loyaal aan hun gemeenschap omdat ze Stockholm-syndroom hebben.’
Dat label verklaart veel te weinig.
Mensen kunnen om allerlei redenen verbonden zijn met een religieuze gemeenschap:
oprechte geloofsovertuiging;
familie en vriendschappen;
identiteit;
zingeving;
gewoonten;
hoop;
sociale verbondenheid;
overtuiging dat de gemeenschap Gods wil vertegenwoordigt.
Loyaliteit aan een groep is op zichzelf geen bewijs van psychopathologie.
Waarom kan zo’n label zelfs misleidend zijn?
Wanneer je een ingewikkelde religieuze of sociale situatie meteen Stockholm-syndroom noemt, kan een conclusie vooraf worden ingebouwd:
‘Hij blijft loyaal’
↓
‘dus hij is psychologisch
gebonden aan zijn onderdrukker’Maar misschien zegt die persoon zelf:
‘Ik geloof dit werkelijk.’
Dat verdient serieus onderzoek in plaats van automatische herinterpretatie.
Psychologie kan onderzoeken hoe sociale invloed, identiteit, afhankelijkheid en groepsloyaliteit werken, maar kan niet zonder bewijs bepalen dat iemands geloof slechts het gevolg is van een syndroom.
Welke begrippen kunnen bij religieuze groepen beter passen?
Afhankelijk van wat je precies wilt onderzoeken, zijn vaak specifiekere begrippen beschikbaar.
Waarom voel ik me
verbonden met de groep?
→ sociale identiteit
Waarom blijf ik loyaal?
→ groepsloyaliteit
Waarom is vertrek moeilijk?
→ afhankelijkheid
sociale gevolgen
verlies
Waarom pas ik mijn
gedrag aan?
→ sociale invloed
Waarom ervaar ik
weinig keuzevrijheid?
→ macht, afhankelijkheid
of coercive control
als dat feitelijk speeltDoor het concrete mechanisme te benoemen wordt de analyse nauwkeuriger en neutraler.
Hetzelfde geldt voor voormalige leden
Ook bij ex-leden is terughoudendheid belangrijk.
Iemand kan achteraf zeggen:
‘Nu begrijp ik mijn vroegere loyaliteit als Stockholm-syndroom.’
Dat kan een persoonlijke manier zijn om een ervaring te beschrijven, maar het maakt de term nog niet tot een wetenschappelijke diagnose.
Een ander voormalig lid kan dezelfde periode juist beschrijven als:
‘Ik geloofde het toen oprecht.’
Beide persoonlijke ervaringen verdienen ruimte.
Beschrijf eerst wat er werkelijk gebeurt
In plaats van:
‘Dit is Stockholm-syndroom.’
kun je vragen:
Is er dreiging?
Is er afhankelijkheid?
Kan iemand weg?
Wat gebeurt er
bij verzet?
Is er geweld?
Is er isolatie?
Welke keuzevrijheid
bestaat werkelijk?Daarmee wordt zichtbaar wat er concreet speelt zonder meteen een omstreden diagnose-achtig label te gebruiken.
Wanneer kan professionele beoordeling belangrijk zijn?
Bij echte gijzeling, geweld, mishandeling, stalking, ernstige bedreiging of dwingende controle is een populaire psychologische term minder belangrijk dan veiligheid en professionele beoordeling.
De prioriteit is dan niet:
‘Welk syndroom is dit?’
maar:
‘Hoe veilig is deze persoon en welke hulp is nodig?’
Vragen om over na te denken
Welke concrete vorm van dreiging, macht of afhankelijkheid is aanwezig?
Is er werkelijk sprake van geweld, gijzeling of ernstige beperking van vrijheid?
Interpreteer ik zichtbaar meewerken misschien te snel als vrijwillige loyaliteit?
Kan iemand tegelijkertijd bang én emotioneel verbonden zijn?
Gebruik ik een label terwijl ik eigenlijk concreet gedrag zou kunnen beschrijven?
Past een begrip als sociale identiteit, groepsloyaliteit, afhankelijkheid of coercive control beter?
Wat verandert er aan mijn begrip wanneer ik eerst vraag hoe de persoon zelf zijn situatie ervaart?
Samenvatting
Stockholm-syndroom is een bekende term voor situaties waarin iemand positieve gevoelens of loyaliteit lijkt te ontwikkelen tegenover iemand die tegelijkertijd dreiging of sterke controle uitoefent.
Wetenschappelijk is het begrip echter omstreden.
bekende term
↓
geen officiële diagnose
↓
geen vaste criteria
↓
geen bewijs voor
één universeel syndroomComplex gedrag onder dreiging kan ontstaan door verschillende processen: afhankelijkheid, stress, coping, hechting, veiligheid zoeken en machtsverhoudingen.
Voor religieuze gemeenschappen is het daarom meestal te ongenuanceerd om loyaliteit simpelweg Stockholm-syndroom te noemen.
Een betere vraag is:
Wat gebeurt er concreet — welke afhankelijkheid, dreiging, verbondenheid en keuzevrijheid zijn werkelijk aanwezig?
Bronnen en verdieping
Mohammed Namnyak e.a. – ‘Stockholm Syndrome’: Psychiatric Diagnosis or Urban Myth?, 2008. Kritische wetenschappelijke bespreking van de geschiedenis, definities en beperkte empirische basis van het Stockholm-syndroom.
Dee L. R. Graham e.a. – A Scale for Identifying “Stockholm Syndrome” Reactions in Young Dating Women: Factor Structure, Reliability, and Validity, 1995. Onderzoek naar reacties die met het begrip in verband zijn gebracht, met name binnen afhankelijkheidsrelaties.
Donald G. Dutton & Susan Painter – Emotional Attachments in Abusive Relationships: A Test of Traumatic Bonding Theory, 1993. Onderzoek naar sterke emotionele banden binnen gewelddadige relaties en de rol van machtsverschil en afwisselende behandeling.
Evan Stark – Coercive Control: How Men Entrap Women in Personal Life, 2007. Invloedrijk werk over patronen van controle, afhankelijkheid en beperking van autonomie binnen intieme relaties.
Henri Tajfel & John Turner – An Integrative Theory of Intergroup Conflict, 1979. Grondslag van de sociale-identiteitstheorie en relevant voor het begrijpen van loyaliteit en verbondenheid met groepen zonder die automatisch als psychopathologie te zien.
Lees ook
Groepsloyaliteit – Waarom verbondenheid met een groep soms blijft bestaan ondanks twijfel of kritiek.
Sociale identiteit – Hoe een groep onderdeel kan worden van het beeld dat iemand van zichzelf heeft.
Groepsidentiteit – Waarom het gevoel ‘wij’ psychologisch zo krachtig kan zijn.
Sociale invloed – Hoe andere mensen onze overtuigingen, gevoelens en keuzes beïnvloeden.
BITE-model – Een analysekader voor invloed op gedrag, informatie, gedachten en emoties.
Hechting – Hoe menselijke verbondenheid en afhankelijkheid ontstaan en veranderen.
Veiligheid – Waarom dreiging en afhankelijkheid invloed kunnen hebben op gedrag en keuzes.