EXJW WorldKennisbibliotheek

Kennisbibliotheek › Herstel

Religieus trauma: wat het is en hoe je het herkent

Een introductie tot het concept religieus trauma syndroom (RTS)

Herkenbare vragen Waarom voel ik nog angst terwijl ik niet meer geloof wat ik vroeger geloofde? Waarom voel ik schuld bij dingen die ik verstandelijk niet meer verkeerd vind? Waarom weet ik na mijn vertrek soms niet meer wie ik ben? Kan het verliezen van geloof, familie en gemeenschap traumatisch zijn? En betekent religieus trauma dat religie zelf schadelijk is? De term religieus trauma wordt gebruikt voor psychische en emotionele klachten die mensen in verband brengen met ingrijpende religieuze ervaringen. Je komt daarbij ook de term Religious Trauma Syndrome (RTS) tegen. Belangrijk om meteen te zeggen: RTS is geen officiële psychiatrische diagnose in de DSM. Het is een beschrijvende term die vooral bekend is geworden door het werk van de Amerikaanse psycholoog Marlene Winell. Dat betekent ook dat je voorzichtig moet zijn met de uitspraak: ‘Ik heb RTS.’ Angst, depressieve klachten, traumaklachten, rouw en identiteitsproblemen kunnen verschillende oorzaken hebben en horen, wanneer ze ernstig zijn, door een gekwalificeerde professional beoordeeld te worden. Niet iedereen die een religie verlaat raakt getraumatiseerd Dit onderscheid is belangrijk. Het verlaten van Jehovah’s Getuigen leidt niet automatisch tot religieus trauma. Sommige mensen ervaren hun religieuze verleden overwegend positief. Anderen vertrekken en passen zich relatief gemakkelijk aan. Weer anderen houden positieve én negatieve herinneringen aan dezelfde periode. Maar er zijn ook mensen voor wie religieuze ervaringen of de gevolgen van vertrek zeer ingrijpend zijn. Bijvoorbeeld wanneer geloof verweven was met angst, schuld, familie, sociale relaties, identiteit en belangrijke levenskeuzes. Bij Jehovah’s Getuigen kan daar voor sommige mensen nog iets bijkomen: wanneer iemand de organisatie verlaat of uit de gemeente wordt verwijderd, kunnen belangrijke relaties veranderen of wegvallen. Dan verandert soms niet alleen: ‘Wat geloof ik?’ maar tegelijkertijd: ‘Bij wie hoor ik?’ ‘Wie ben ik?’ ‘Hoe kijk ik naar de toekomst?’ ‘Wie blijft er in mijn leven?’ Dat kan voor sommige mensen een zeer ingrijpende overgang zijn. Waar komt de term RTS vandaan? De term Religious Trauma Syndrome is vooral bekend geworden door Marlene Winell, psycholoog en auteur van Leaving the Fold . Zij beschreef problemen die zij zag bij mensen die een sterk controlerende of fundamentalistische religieuze achtergrond achter zich hadden gelaten. Het concept kan mensen helpen woorden te geven aan hun ervaringen, maar het moet niet worden verward met een officieel erkende psychiatrische stoornis. Dat verschil is belangrijk. Een beschrijvend kader kan herkenning bieden zonder dat iedereen die zich erin herkent automatisch een psychische diagnose heeft. Welke klachten kunnen mensen ervaren? Mensen die negatieve of ingrijpende religieuze ervaringen hebben gehad, beschrijven onder andere: angst en schuldgevoel; schaamte; moeite met zelfstandig beslissingen nemen; onzekerheid over het eigen oordeel; zwart-witdenken; verlies van zingeving; eenzaamheid of sociaal isolement; moeite met vertrouwen; slaapproblemen of sterke spanning; onzekerheid over de eigen identiteit. Maar ook hier geldt: deze klachten zijn niet uniek voor religieus trauma. Ze kunnen bij allerlei psychische of ingrijpende levenservaringen voorkomen. Daarom is een lijst op internet geen diagnose. Wanneer geloof en identiteit met elkaar verweven zijn Voor iemand die vanaf jonge leeftijd Jehovah’s Getuige is geweest, kan geloof veel meer zijn dan een verzameling Bijbelse overtuigingen. Het kan verbonden zijn met familie, vrienden, partnerkeuze, weekritme, feestdagen, moraal, toekomstverwachtingen en het antwoord op grote levensvragen. Wanneer de overtuiging verandert, kunnen daardoor meerdere zekerheden tegelijkertijd gaan schuiven. Iemand kan bijvoorbeeld rationeel niet meer geloven in Armageddon en toch angst ervaren wanneer oorlog uitbreekt. Iemand kan een verjaardag niet meer verkeerd vinden en zich toch schuldig voelen wanneer hij er een viert. Dat betekent niet automatisch dat iemand een trauma heeft. Het laat wel zien dat emoties en aangeleerde reacties niet altijd onmiddellijk veranderen wanneer een overtuiging verandert. En als je nog Jehovah’s Getuige bent? Ook dan kun je dit onderwerp onderzoeken zonder vooraf te hoeven concluderen dat jouw geloof schadelijk is. Je kunt jezelf bijvoorbeeld afvragen: Geeft mijn geloof mij voornamelijk rust, betekenis en verbondenheid? Zijn er onderdelen die bij mij veel angst of schuld oproepen? Kan ik vragen stellen zonder voortdurend bang te zijn? Kan ik onderscheid maken tussen mijn liefde voor Jehovah en mijn angst voor mogelijke consequenties? Het antwoord kan voor verschillende Jehovah’s Getuigen anders zijn. Psychologie hoeft niet te bepalen of een religieuze overtuiging waar of onwaar is. Ze kan wel helpen onderzoeken wat bepaalde ervaringen psychologisch met iemand doen . Religieus trauma is niet hetzelfde als geloof verliezen Ook dat onderscheid vind ik belangrijk. Iemand kan Jehovah’s Getuigen verlaten en nog steeds in Jehovah of God geloven. Iemand kan een andere christelijke gemeenschap zoeken. Iemand kan agnostisch of atheïstisch worden. En iemand kan na onderzoek besluiten Jehovah’s Getuige te blijven of terug te keren. Psychologische hulp zou niet als doel moeten hebben voor iemand te bepalen welke van die uitkomsten de juiste is. Het gaat om de klachten en het welzijn van de persoon. Wat kan helpen? Wat helpt, hangt af van de klachten en de persoon. Voor sommigen is herkenning bij lotgenoten waardevol. Voor anderen helpt het om meer te leren over angst, schuldgevoel, groepsprocessen of identiteit. En sommige mensen hebben professionele behandeling nodig. Wanneer je professionele hulp zoekt, kan het belangrijker zijn dat een therapeut jouw religieuze achtergrond serieus neemt dan dat diegene zichzelf specifiek deskundige in ‘religieus trauma’ noemt. Je kunt bijvoorbeeld vragen: ‘Heb je ervaring met cliënten die een sterk religieuze gemeenschap hebben verlaten of een ingrijpende verandering van geloof hebben doorgemaakt?’ Een behandelaar kan vervolgens samen met jou onderzoeken welke klachten er daadwerkelijk zijn en welke behandeling daarbij past. Tot slot De term religieus trauma kan herkenning geven, maar hoeft geen etiket te worden dat je op jezelf plakt. Niet iedere Jehovah’s Getuige raakt beschadigd door zijn geloof. Niet iedere ex-JG heeft een trauma. En niet iedere moeilijke emotie na vertrek is een psychische stoornis. Maar het andere uiterste helpt evenmin: tegen iemand die jarenlang angst, schuld, verlies of identiteitsproblemen ervaart simpelweg zeggen: ‘Je bent er toch uit? Ga verder met je leven.’ Voor sommige mensen is de overgang veel ingrijpender. Daarom is misschien niet de belangrijkste vraag: ‘Heb ik Religious Trauma Syndrome?’ maar: ‘Wat heb ik meegemaakt, welke invloed heeft dat nu nog op mij en wat heb ik nodig om verder te kunnen?’ Daar mag zowel een actieve Jehovah’s Getuige als een twijfelaar of ex-JG eerlijk naar kijken.