Kennisbibliotheek › Geschiedenis van Jehovah's Getuigen
Leerstellingen en regels die door de jaren heen veranderden
Nieuw licht — wat betekende het oude licht voor mensen?
Wie langere tijd Jehovah’s Getuige is of is geweest, heeft waarschijnlijk veranderingen meegemaakt. Dingen die jarenlang niet gebruikelijk of niet toegestaan waren, kunnen later wel worden geaccepteerd. Opvattingen worden aangepast. Regels en toepassingen veranderen. Soms gaat het om iets relatief kleins, zoals uiterlijk of kleding. Soms gaat het om medische beslissingen of menselijke relaties. En soms verandert iets wat voor een gewone Jehovah’s Getuige jarenlang voelde alsof het rechtstreeks met zijn verhouding tot Jehovah te maken had. Dat roept een interessante vraag op: Als iets gisteren geestelijk onverstandig of ongepast was en vandaag wel kan, wat is er dan veranderd? De Bijbel? Jehovah? Of de menselijke interpretatie van wat Jehovah verlangt? Het licht wordt steeds helderder Binnen Jehovah’s Getuigen wordt bij veranderingen in begrip verwezen naar Spreuken 4:18: ‘Het pad van de rechtvaardigen is als het heldere morgenlicht dat steeds helderder wordt tot het klaarlichte dag is.’ Jehovah’s Getuigen leggen uit dat de Bijbel niet verandert, maar dat hun geloofsovertuigingen kunnen worden aangepast naarmate hun begrip van de Bijbel groeit. In hun publicaties wordt dit toenemende licht verbonden aan leerstellige, organisatorische en morele veranderingen. Voor een gelovige Jehovah’s Getuige kan dat heel logisch zijn. Mensen zijn onvolmaakt. Het Besturende Lichaam weet niet alles. Jehovah kan zijn volk geleidelijk meer inzicht geven. En op zichzelf is veranderen van inzicht natuurlijk niet vreemd. Mensen, organisaties, kerken, wetenschap en samenleving veranderen voortdurend van inzicht wanneer er nieuwe informatie of een andere interpretatie komt. Maar binnen een religieuze organisatie ontstaat een bijzondere situatie wanneer iemand ervan overtuigd is dat Jehovah die organisatie leidt . Dan kan een uitleg vanuit de organisatie voor een individuele Getuige veel meer betekenen dan: Dit is hoe onze organisatie er momenteel over denkt. Het kan worden ervaren als: Dit is wat Jehovah van mij verlangt. En daardoor krijgt een latere verandering een extra dimensie. Wat gebeurt er wanneer een individuele Getuige iets eerder anders ziet dan het Besturende Lichaam? Neem de baard Jarenlang was het dragen van een baard binnen veel gemeenten van Jehovah’s Getuigen gevoelig. Een broeder met een baard kon ervaren dat zijn uiterlijk invloed had op hoe anderen naar hem keken en op de verantwoordelijkheden of voorrechten die hij binnen de gemeente kreeg. Er zijn individuele ervaringen waarin dat heel concreet werd. Zo vertelt een voormalige Jehovah’s Getuige over een broeder die geen lezing mocht houden op een kringvergadering omdat hij een baard droeg. Wat dit voorbeeld extra bijzonder maakt, is waarom hij zijn baard liet staan. De broeder had een zeer gevoelige huid. Wanneer hij zich glad schoor, raakte zijn huid zo geïrriteerd dat deze bleef bloeden. Hij droeg zijn baard dus niet om zich af te zetten tegen de organisatie. Er was een lichamelijke reden. Toch had zijn uiterlijk gevolgen voor wat hij binnen de organisatie mocht doen. Later veranderde de uitleg over baarden en werd duidelijk gemaakt dat een baard op zichzelf geen reden hoeft te zijn om een broeder als niet voorbeeldig te beschouwen. Voor veel broeders kan zo’n verandering een opluchting zijn. Maar je kunt ook een andere vraag stellen: Wat betekent nieuw licht voor iemand die onder de eerdere toepassing al gevolgen heeft ervaren? De Bijbel veranderde niet. De huid van die broeder veranderde niet. Zijn reden om een baard te dragen veranderde niet. De toepassing veranderde. Dat maakt de vraag over oud en nieuw licht opeens heel menselijk. Dit voorbeeld beschrijft een persoonlijke ervaring en wordt hier niet gepresenteerd als bewijs dat iedere gemeente of iedere broeder met een baard dezelfde behandeling kreeg. En de kleding van zusters? Veel vrouwelijke Jehovah’s Getuigen kennen de tijd waarin een jurk of rok voor vergaderingen, congressen, velddienst en andere theocratische activiteiten de vanzelfsprekende norm was. Er kon veel aandacht zijn voor kleding. Niet te kort. Niet te strak. Bescheiden. Passend voor een christelijke zuster. Ook zijn er ervaringen van zusters bij wie een broek als niet passend of niet respectvol werd gezien. Later kwam er meer ruimte voor zusters om in bepaalde theocratische situaties een broek te dragen. De broek veranderde niet. De Bijbelse principes over bescheidenheid veranderden niet. De toepassing ervan veranderde. Daarom kun je vragen: Waarom kon een zuster niet veel eerder zelf op basis van haar Bijbelgetrainde geweten bepalen dat een nette broek bescheiden en respectvol was? En als zij dat destijds wél vond, hoeveel ruimte had ze dan om naar haar eigen geweten te handelen? En het glas heffen? Ook kleinere gebruiken zijn interessant. Veel Jehovah’s Getuigen hebben geleerd niet te proosten of het glas te heffen. Er zijn voormalige Getuigen die zich herinneren dat iemand zelfs werd aangesproken omdat hij simpelweg ‘proost’ zei. Op zichzelf lijkt dat misschien onbelangrijk. Maar juist zo’n klein voorbeeld kan iets groters zichtbaar maken. Als iemand binnen zijn religieuze omgeving op gedrag wordt aangesproken, kan iets wat niet rechtstreeks als verbod in de Bijbel staat in de dagelijkse geloofsbeleving toch gaan voelen als iets wat Jehovah niet wil . Daarom is het interessant onderscheid te blijven maken tussen: Wat staat daadwerkelijk in de Bijbel? en: Welke toepassing of gewoonte is daar binnen een religieuze organisatie uit ontstaan? Wanneer wordt een menselijke toepassing in de beleving van een gelovige een regel van God? Nieuw licht kan bevrijdend zijn Het is belangrijk ook de andere kant te zien. Een verandering kan prettig zijn. Een broeder die graag een baard draagt, hoeft zich daar misschien niet langer bezwaard over te voelen. Een zuster krijgt meer vrijheid in haar kledingkeuze. Een toepassing die vroeger gevoelig lag, kan verdwijnen. Voor een gelovige kan dat werkelijk voelen als: Wat fijn dat Jehovah zijn organisatie verder helpt. En misschien is dat precies hoe iemand het ervaart. Maar daarnaast bestaat een andere vraag: Wat betekent nieuw licht voor iemand die jarenlang volgens het oude licht heeft geleefd? Bij een baard is het gevolg meestal nog te veranderen. Je kunt morgen een baard laten staan. Bij kleding eveneens. Je kunt andere kleding aantrekken. Maar niet iedere religieuze uitleg raakt alleen uiterlijk of gewoonten. Sommige raken levenskeuzes. Sommige raken menselijke relaties. En sommige raken zelfs medische beslissingen. Dan wordt de vraag over oud en nieuw licht veel ingrijpender. Wanneer een uitleg medische beslissingen raakt Een voorbeeld van een veel zwaardere orde is het gebruik van bloed. Jehovah’s Getuigen accepteren geen transfusies van vol bloed of van de vier hoofdbestanddelen: rode bloedcellen, witte bloedcellen, bloedplaatjes en plasma. De huidige uitleg maakt tegelijkertijd onderscheid tussen deze hoofdbestanddelen en kleinere fracties die daaruit worden gewonnen. Bij bepaalde bloedfracties moet iedere Getuige volgens de eigen publicaties zelf een gewetensbeslissing nemen . De publicaties zeggen expliciet dat de Bijbel niet specifiek op deze bloedfracties ingaat. Dat levert een bijzondere situatie op: Vol bloed: niet aanvaardbaar. Rode bloedcellen: niet aanvaardbaar. Witte bloedcellen: niet aanvaardbaar. Bloedplaatjes: niet aanvaardbaar. Plasma: niet aanvaardbaar. Bepaalde fracties die uit deze hoofdbestanddelen worden gewonnen: persoonlijke gewetensbeslissing. Dat onderscheid wordt ook in de huidige medische informatie van Jehovah’s Getuigen gebruikt. Dat roept een inhoudelijke vraag op: Als de Bijbel bloedfracties niet afzonderlijk benoemt, hoe wordt dan bepaald waar de grens ligt tussen wat verboden is en wat aan het persoonlijke geweten wordt overgelaten? Die vraag hoeft niet te betekenen dat iemand de Bijbelse opdracht om zich van bloed te onthouden afwijst. Je kunt ook geloven dat bloed heilig is en tegelijkertijd willen onderzoeken hoe een Bijbels principe wordt vertaald naar moderne medische producten die in de Bijbelse tijd niet bestonden. Een gesprek dat vaker gevoerd kan worden Wanneer mensen hierover praten, wordt soms gewezen op de enorme ontwikkeling van de geneeskunde. Een voormalige Jehovah’s Getuige vertelt bijvoorbeeld dat zij hierover ooit met haar moeder sprak. Ze vroeg zich af wat een latere verruiming of verfijning van medische mogelijkheden en religieuze toepassingen zou betekenen voor Getuigen die in het verleden vanwege hun overtuiging bepaalde behandelingen niet accepteerden. Haar moeder antwoordde dat ziekenhuizen tegenwoordig mogelijkheden voor bloedvrije behandelingen en operaties hebben die vroeger niet of veel minder beschikbaar waren. Volgens haar kon je daarom niet zeggen dat de organisatie verantwoordelijk was wanneer iemand in het verleden overleed. Dat antwoord bevat een belangrijk punt: de geneeskunde is inderdaad veranderd. Bloedbesparende chirurgie en andere technieken hebben zich ontwikkeld, en Jehovah’s Getuigen besteden zelf veel aandacht aan behandelmethoden waarbij donortransfusies kunnen worden vermeden. Maar daarmee ontstaat een tweede vraag. Want er zijn eigenlijk twee ontwikkelingen die van elkaar onderscheiden moeten worden: Wat konden artsen medisch doen? en: Wat mocht een Jehovah’s Getuige volgens zijn religieuze overtuiging accepteren? Die twee zijn niet automatisch hetzelfde. Voorzichtig met conclusies over overlijden Juist bij dit onderwerp is zorgvuldigheid belangrijk. Het zou te ver gaan om te stellen dat iedere Jehovah’s Getuige die na het weigeren van bloed overleed, mét een transfusie zou zijn blijven leven. Dat is voor individuele patiënten meestal niet achteraf vast te stellen. Ook hebben medische technieken zich in de loop van de tijd ontwikkeld. Daarom gaat de belangrijkste vraag hier niet over het toewijzen van schuld. De interessantere vraag is: Hoe zeker moet een religieuze organisatie zijn van een interpretatie wanneer die interpretatie invloed kan hebben op een onomkeerbare medische beslissing? En wanneer bepaalde onderdelen later aan het persoonlijke geweten worden overgelaten: Wat betekent dat voor mensen die eerder onder een andere toepassing beslissingen hebben genomen? Bij een baard kun je later alsnog een baard laten staan. Bij kleding kun je morgen iets anders aantrekken. Bij een medische beslissing kan er een moment zijn geweest dat nooit meer terugkomt. Wie mag zelfstandig nadenken vóórdat het licht verandert? Jehovah’s Getuigen worden aangemoedigd de Bijbel te lezen en te bestuderen. Tegelijkertijd neemt het Besturende Lichaam een bijzondere plaats in binnen de organisatie en geeft het wereldwijd leiding aan het Bijbelse onderwijs en de organisatie. Daardoor kunnen twee ideeën naast elkaar bestaan: Onderzoek de Bijbel. en: Vertrouw op de leiding van Jehovah’s organisatie. Zolang iemand tot dezelfde conclusie komt als de organisatie, hoeft daar geen spanning tussen te bestaan. Maar stel dat iemand na persoonlijk Bijbelonderzoek zegt: ‘Volgens mij klopt deze uitleg niet.’ En jaren later verandert de officiële uitleg in ongeveer dezelfde richting. Dan ontstaat een fascinerende vraag: Was die persoon destijds verkeerd bezig, of had hij iets eerder gezien? En misschien nog belangrijker: Hoeveel ruimte heeft een individuele Jehovah’s Getuige om tot een andere conclusie te komen voordat het Besturende Lichaam dat doet? Wachten op Jehovah Een Jehovah’s Getuige die iets niet begrijpt, kan besluiten geduldig te wachten. Misschien wordt het later duidelijk. Misschien komt er nieuw licht. Dat hoeft niets te maken te hebben met intelligentie of een gebrek aan zelfstandig denkvermogen. Het kan juist voortkomen uit diep vertrouwen . Wanneer iemand werkelijk gelooft dat Jehovah deze organisatie gebruikt, is het logisch dat hij denkt: Zij weten misschien iets wat ik niet weet. Jehovah zal het op zijn tijd duidelijk maken. Ik hoef niet vooruit te lopen. Iemand kan daardoor bewust besluiten zijn eigen conclusie niet te volgen, niet omdat hij niet kan nadenken, maar omdat hij erop vertrouwt dat Jehovah eventuele onjuistheden op zijn tijd zal corrigeren. Juist daarom zijn deze twee vragen interessant: Wat geloof ik omdat ik het zelf heb onderzocht? en: Wat geloof ik omdat ik erop vertrouw dat de organisatie het voor mij goed heeft onderzocht? Die twee kunnen hetzelfde antwoord opleveren. Maar dat hoeft niet altijd. Niet iedere verandering heeft dezelfde gevolgen Hier ligt een belangrijk onderscheid. Stel dat morgen een toepassing rond kleding verandert. Dan kun je andere kleding aantrekken. Stel dat een opvatting over gezichtsbeharing verandert. Dan kun je een baard laten staan. Maar stel dat een religieuze toepassing jarenlang invloed heeft gehad op: Wel of kinderen kinderen willen, waar wonen en in wat voor huis; wat voor werk; wat voor opleiding; familiecontact; ouder-kindrelaties; vriendschappen; huwelijken; grootouders en kleinkinderen; medische beslissingen; of contact met iemand die uit de gemeente is verwijderd. Dan kan een verandering niet alles herstellen. Want tijd kun je niet teruggeven. Een gedachte-experiment: stel dat het licht over uitsluiting opnieuw verandert Laten we iets hypothetisch voorstellen. Dit is geen voorspelling en dit is niet het huidige standpunt van Jehovah’s Getuigen. Het is alleen een gedachte-experiment. Stel dat het Besturende Lichaam in de toekomst tot de conclusie zou komen dat iedere Jehovah’s Getuige grotendeels zelf mag bepalen hoeveel contact hij heeft met iemand die niet langer tot de gemeente behoort. Stel dat de uitleg bijvoorbeeld zou worden: Je mag contact hebben met je zoon, dochter, broer, zus of vriend. Wanneer die persoon negatief over jouw geloof praat en jij dat niet prettig vindt, mag je zelf een grens stellen en aangeven dat je daar niet over wilt praten. Met andere woorden: je hoeft de persoon niet af te wijzen om een grens aan het gesprek te stellen. Nogmaals: dit is hypothetisch. Maar stel dat zo’n verandering ooit zou komen. Dan ontstaat een pijnlijke vraag: Wat betekent dat voor alle mensen die jarenlang volgens de eerdere regels hebben geleefd? Verloren jaren kun je niet teruggeven Denk aan een moeder die haar volwassen dochter jarenlang nauwelijks heeft gezien. Een vader die zijn zoon mist. Broers en zussen die geen onderdeel meer zijn van elkaars dagelijkse leven. Een grootouder die zijn kleinkind ziet opgroeien via anderen. Een kind dat belangrijke momenten zonder zijn ouders beleeft. Een familielid dat ernstig ziek wordt. Een huwelijk. Een geboorte. Een diploma. Een gewone zondagmiddag. Een laatste gesprek dat nooit heeft plaatsgevonden. Wanneer een regel over een baard verandert, kan iemand morgen een baard laten staan. Maar een gemiste jeugd kun je morgen niet opnieuw beleven. Een overleden ouder kun je niet terughalen. Tien jaar zonder je broer kun je niet opnieuw invullen. Een kleinkind wordt geen vier jaar oud meer omdat een religieuze uitleg later verandert. Daarom is een verandering die menselijke relaties of onomkeerbare levensbeslissingen raakt van een andere orde dan een verandering over uiterlijk. Hoe groter de gevolgen, hoe groter de verantwoordelijkheid Daaruit volgt een moeilijke vraag: Hoe groter de gevolgen van een religieuze regel voor het leven van mensen, hoe zekerder zou je dan moeten zijn dat God die regel werkelijk verlangt? En als zo’n uitleg later verandert: Is het voldoende om alleen te vertellen wat vanaf vandaag geldt? Of hoort daar ook bij: erkennen wat de eerdere uitleg met mensen heeft gedaan? Dat is geen vraag die alleen aan Jehovah’s Getuigen gesteld kan worden. Iedere organisatie die grote invloed heeft op het leven van mensen kan ermee te maken krijgen. Maar bij een religieuze organisatie krijgt de vraag extra gewicht wanneer gelovigen ervan overtuigd zijn dat de leiding uiteindelijk van God afkomstig is. God ziet het hart Jehovah’s Getuigen geloven dat Jehovah het hart van mensen kan zien. Hij kent motieven. Hij weet wat iemand denkt. Hij kan uiteindelijk beter oordelen dan mensen. Dat maakt een andere vraag interessant: Hoeveel ruimte zou een individuele Jehovah’s Getuige dan kunnen krijgen om zelf zijn geweten te gebruiken in de omgang met iemand van wie hij houdt? Je kunt immers tegen iemand zeggen: ‘Ik houd van je en wil je graag blijven zien, maar ik wil niet dat ieder gesprek over mijn geloof gaat.’ Dat is een grens. Je kunt zeggen: ‘Ik respecteer dat jij niet meer gelooft. Wil jij respecteren dat ik wel geloof?’ Ook dat is een grens. Dat is iets anders dan: ‘Omdat jij niet meer hetzelfde gelooft, kan onze relatie niet meer hetzelfde bestaan.’ Daarmee verschuift de vraag van: Mag ik contact hebben? naar: Hoe wil ik binnen dit contact mijn eigen grenzen bewaken? Maar stel dat het beleid nooit zo verandert? Dat kan natuurlijk ook. Niemand weet welk ‘nieuw licht’ in de toekomst wel of niet zal komen. Juist daarom is het gedachte-experiment interessant. Een Jehovah’s Getuige die vandaag een familielid nauwelijks ziet omdat hij ervan overtuigd is dat dit religieus de juiste keuze is, zou zichzelf kunnen afvragen: Als het Besturende Lichaam dit over tien jaar anders zou uitleggen, zou ik dan wensen dat ik vandaag anders met mijn familielid was omgegaan? Dat is geen antwoord. Het is een gewetensvraag. En misschien hoort daar nog een tweede bij: Als Jehovah mijn hart ziet, welke verantwoordelijkheid heb ik dan zelf voor de manier waarop ik met iemand van wie ik houd omga? Verandering is niet het probleem Een organisatie die nooit iets verandert, hoeft daarmee niet betrouwbaarder te zijn. Een fout kunnen erkennen kan juist waardevol zijn. Nieuwe informatie kan tot een andere conclusie leiden. Een Bijbeltekst kan opnieuw worden onderzocht. Een toepassing kan onnodig blijken. Het probleem hoeft daarom niet te zijn: ‘Waarom veranderen Jehovah’s Getuigen?’ Misschien zijn interessantere vragen: Hoe wordt een verandering uitgelegd? Wordt duidelijk benoemd wat eerder anders werd geleerd? Wordt erkend wanneer een eerdere interpretatie niet juist was? Wat gebeurt er met mensen die eerder al tot het nieuwe inzicht waren gekomen? En vooral: Wat gebeurt er met mensen die ingrijpende levenskeuzes hebben gemaakt op basis van het oude inzicht? Oud licht kan echte gevolgen hebben Dat is misschien de belangrijkste gedachte. ‘Nieuw licht’ gaat niet alleen over nieuwe kennis. Achter het oude licht kunnen echte levens zitten. Mensen hebben keuzes gemaakt. Mensen hebben dingen wel of niet gedaan. Mensen hebben hun geweten gevormd. Mensen hebben relaties anders ingericht. En soms zijn beslissingen genomen die niet meer teruggedraaid kunnen worden. Daarom zou bij een grote verandering misschien niet alleen gevraagd moeten worden: Wat begrijpen we nu? Maar ook: Wat heeft onze eerdere overtuiging mensen gekost? Zelf blijven denken Uiteindelijk gaat dit artikel daarom niet alleen over baarden, broeken, proosten, bloed of mogelijke toekomstige veranderingen. Het gaat over iets fundamentelers: persoonlijk geweten. Wanneer je gelooft dat God ieder mens een geweten en een vrije wil heeft gegeven, hoeveel verantwoordelijkheid mag je dan bij een organisatie neerleggen? En hoeveel blijft altijd van jezelf? Misschien kunnen deze vragen daarbij helpen: Staat dit werkelijk in de Bijbel, of is dit een interpretatie? Heb ik zelf onderzocht waarom ik dit geloof? Wat zegt mijn eigen geweten? Welke gevolgen heeft mijn keuze voor andere mensen? Zou ik dezelfde keuze maken als de organisatie morgen haar standpunt zou veranderen? En misschien de moeilijkste: Als ik later hoor dat het licht veranderd is, kan ik dan nog leven met wat ik onder het oude licht heb gedaan? Praat mee Welke veranderingen heb jij binnen Jehovah’s Getuigen meegemaakt? Was er iets wat je jarenlang niet deed omdat je dacht dat Jehovah het niet wilde en wat later wel mogelijk bleek? Hoe voelde die verandering? En zijn er beslissingen waarvan jij denkt: Als dit standpunt destijds anders was geweest, had mijn leven er anders uitgezien? Ook ervaringen van huidige Jehovah’s Getuigen zijn welkom. Het doel is niet om te zeggen dat een religieuze organisatie nooit van inzicht mag veranderen. De vraag is wat er gebeurt wanneer veranderende religieuze inzichten invloed hebben op echte mensen, echte keuzes en relaties of beslissingen die soms niet meer hersteld of teruggedraaid kunnen worden. Nieuw licht kan de toekomst veranderen. Maar wat gebeurt er met het leven dat onder het oude licht is geleefd? Bronnen voor controle: publicaties van Jehovah’s Getuigen over Spreuken 4:18 en toenemend licht; Denk jij net zo over het leven en bloed als God? ; Bloedfracties en chirurgische procedures ; en de huidige medische informatie van Jehovah’s Getuigen over bloed en bloedfracties. De huidige eigen publicaties bevestigen zowel de weigering van vol bloed en de vier hoofdbestanddelen als de persoonlijke gewetensruimte bij bepaalde fracties.