EXJW WorldKennisbibliotheek

Kennisbibliotheek › Familie en relaties

Mijn kinderen zitten er nog in

Contact houden, vertrouwen bieden en een veilige ouder blijven wanneer je kinderen nog actief geloven.

Wanneer jij de organisatie hebt verlaten maar je kinderen nog Jehovah’s Getuigen zijn, kan dat veel pijn, angst en machteloosheid veroorzaken. Misschien zijn je kinderen nog minderjarig en gaan zij met de andere ouder mee naar bijeenkomsten. Misschien zijn zij volwassen en hebben zij zelf besloten actief te blijven. In beide situaties kun je bang zijn om hen kwijt te raken. Maak onderscheid tussen minderjarige en volwassen kinderen Bij minderjarige kinderen heb je mogelijk nog een opvoedende en juridische verantwoordelijkheid. Bij volwassen kinderen ligt de keuze over geloof volledig bij hen. Dat verschil is belangrijk. Bij volwassen kinderen kun je je zorgen uitspreken, maar je kunt hun overtuiging niet controleren. Wanneer je te veel druk uitoefent, kan dat juist bevestigen wat zij mogelijk over “tegenstanders” hebben geleerd. Bij minderjarige kinderen kun je wel grenzen stellen aan zaken die hun welzijn, veiligheid, gezondheid of ontwikkeling raken. Bij juridische conflicten is individueel juridisch advies verstandig. Houd de relatie belangrijker dan de discussie Je hoeft niet te doen alsof je het eens bent. Maar ieder gesprek hoeft ook geen debat te worden. Probeer te voorkomen dat contact alleen nog bestaat uit gesprekken over: doctrine; misstanden; het Besturend Lichaam; uitsluiting; tegenstrijdigheden; wat zij “moeten inzien”. Praat ook over hun dagelijks leven, school, werk, hobby’s, gezondheid en plannen. Laat merken dat jouw liefde niet afhankelijk is van hun overtuiging. Dat biedt een belangrijk contrast wanneer zij zelf ervaren dat relaties binnen de organisatie mogelijk wel voorwaardelijk zijn. Stel open vragen Open vragen geven meer ruimte dan bewijzen en conclusies. Bijvoorbeeld: “Hoe voel jij je binnen de gemeente?” “Voel je dat je vragen mag stellen?” “Wat zou er gebeuren als je ergens anders over denkt?” “Voel je je vrij om zelf keuzes te maken?” “Wat betekent dit geloof voor jou persoonlijk?” “Zijn er dingen waar je je zorgen over maakt?” Luister naar het antwoord zonder direct te corrigeren. Soms is een veilig gesprek belangrijker dan een overtuigend argument. Laat weten dat je beschikbaar blijft Zeg duidelijk: “Je hoeft niet hetzelfde te denken als ik.” “Je kunt altijd bij mij terecht.” “Je hoeft niet te kiezen tussen mij en anderen.” “Ik zal je niet afwijzen als je van mening verandert.” “Ook wanneer we verschillen, blijf ik van je houden.” Herhaal dit zo nodig. Kinderen kunnen onder druk staan om afstand te nemen en hebben mogelijk tijd nodig om te ervaren dat jouw contact veilig blijft. Let op angst en mentale belasting Neem signalen serieus wanneer je kind: extreem bang is voor Armageddon; voortdurend schuldgevoel heeft; denkt nooit goed genoeg te zijn; bang is om vragen te stellen; somber of angstig wordt; sociale of medische keuzes niet vrij durft te maken; aangeeft niet meer te willen leven; onder druk wordt gezet rondom doop of uitsluiting. Bij minderjarigen kun je hulp zoeken via huisarts, school, jeugdhulp of een andere bevoegde professional. Bij direct gevaar is snelle professionele hulp nodig. Houd communicatie met de andere ouder zakelijk Bij gedeeld ouderschap kunnen geloofsverschillen snel escaleren. Probeer afspraken schriftelijk en concreet te houden. Richt je op: gezondheid; onderwijs; emotionele veiligheid; vrije informatievergaring; omgang met beide ouders; leeftijdsadequate keuzevrijheid; privacy. Gebruik kinderen niet om boodschappen over te brengen. Spreek niet kleinerend over de andere ouder waar de kinderen bij zijn. Verzamel informatie zorgvuldig Wanneer je je zorgen maakt over uitspraken, druk of incidenten, noteer dan feitelijk: datum; wat er precies gebeurde; wie aanwezig waren; wat het kind letterlijk zei; welke gevolgen zichtbaar waren. Vermijd interpretaties in je notities. Feitelijke verslaglegging is nuttiger wanneer later professionele of juridische ondersteuning nodig is. Tot slot Je kunt niet iedere overtuiging van je kinderen veranderen. Je kunt wel een betrouwbare, liefdevolle en veilige ouder blijven. Maak duidelijk dat jouw deur openblijft. Laat ruimte voor vragen. Houd contact waar dat mogelijk is. Een kind dat weet dat het zonder oordeel bij jou terechtkan, heeft altijd een veilige plek buiten het systeem.