Kennisbibliotheek › Ik ben Jehovah's getuige
Als iemand Jehovah’s Getuigen verlaat: wie is die persoon dan eigenlijk?
Afvallige, kwaaddoener, twijfelaar, ongelovige — of iemand van wie we het hele verhaal niet kennen?
Herkenbare vragen Is iedere ex-Jehovah’s Getuige automatisch een afvallige? Is de organisatie verlaten hetzelfde als Jehovah verlaten? Is iemand die niet meer gelooft automatisch een kwaaddoener? Wat als iemand ooit ernstig verkeerd heeft gehandeld, maar inmiddels veranderd is? Hoe weet je of iemand veranderd is wanneer je nauwelijks meer contact hebt? Geldt 2 Johannes 9-11 volgens Jehovah’s Getuigen voor iedereen die uit de gemeente is verwijderd? Hoe behandelde Jezus twijfelaars, zondaars en mensen die berouw hadden? En hoeveel kunnen wij eigenlijk weten over het hart van een ander? Wanneer in een gemeente wordt meegedeeld dat iemand niet langer een van Jehovah’s Getuigen is , weten andere gemeenteleden niet automatisch het hele verhaal achter die mededeling. Volgens de huidige officiële informatie van Jehovah’s Getuigen wordt iemand die een ernstige zonde heeft begaan niet onmiddellijk uit de gemeente verwijderd. Ouderlingen proberen hem eerst te helpen zijn gedrag te veranderen. Wanneer iemand volgens die uitleg ondanks herhaalde pogingen blijft handelen in strijd met Bijbelse morele normen en geen berouw toont, kan hij uit de gemeente worden verwijderd. De mededeling aan de gemeente luidt dan alleen dat de persoon niet langer een van Jehovah’s Getuigen is. De huidige officiële uitleg zegt ook dat Getuigen met zo iemand geen gezellige omgang hebben. Sinds 2024 wordt daarbij expliciet gezegd dat iemand die verwijderd is niet volledig genegeerd hoeft te worden: een Getuige kan op basis van zijn geweten besluiten hem voor een vergadering uit te nodigen of hem daar kort te begroeten. Maar daarmee ontstaat een andere vraag: Wat weten de andere gemeenteleden eigenlijk over de persoon achter die mededeling? Was hij wegens ernstig verkeerd gedrag verwijderd? Heeft hij zelf besloten niet langer Jehovah’s Getuige te zijn? Is zijn overtuiging veranderd? Gelooft hij nog in Jehovah? Is hij atheïst geworden? Heeft hij spijt van gedrag uit zijn verleden? Of weten de meeste gemeenteleden daar helemaal niets van? Dat zijn verschillende situaties. Dit artikel wil niet vooraf concluderen dat iedere vorm van gemeentelijke verwijdering verkeerd is. 1 Korinthiërs 5 bevat daadwerkelijk instructies over ernstig verkeerd gedrag binnen de christelijke gemeente. Maar de Bijbel bevat meer teksten. En ook de huidige publicaties van Jehovah’s Getuigen maken bepaalde onderscheiden. Wat is een kwaaddoener volgens 1 Korinthiërs 5? In 1 Korinthiërs 5:11-13 spreekt Paulus over iemand die zich een broeder noemt en onder andere seksueel immoreel, hebzuchtig, een afgodendienaar, iemand die anderen uitscheldt, een dronkaard of een afperser is. Paulus zegt vervolgens dat zo iemand uit hun midden verwijderd moet worden. Daar is dus een duidelijk Bijbels argument voor de gedachte: Ernstig verkeerd gedrag binnen een christelijke gemeente kan consequenties hebben. De huidige officiële uitleg van Jehovah’s Getuigen baseert de verwijderingsregeling eveneens onder andere op deze tekst. Daarbij wordt gesproken over iemand die ernstige zonde blijft beoefenen en geen berouw toont. Maar kijk ook nauwkeurig naar wat Paulus hier beschrijft: gedrag . Dat roept een vraag op: Is het verlaten van een religieuze organisatie op zichzelf hetzelfde als het soort kwaaddoen dat Paulus in deze opsomming beschrijft? 1 Korinthiërs 5 noemt het verlaten van een hedendaagse religieuze organisatie niet als afzonderlijke categorie in deze opsomming. Dat bewijst niet dat iedere reden om een religie te verlaten volgens de Bijbel juist is. Het betekent alleen dat verschillende kwesties zorgvuldig van elkaar onderscheiden moeten worden. Wat betekent ‘afvalligheid’ volgens de eigen JW-literatuur? Inzicht in de Schrift legt uit dat het Griekse woord apostasia onder andere de betekenis heeft van verlating, verzaking en opstand . In christelijke context wordt het daar toegepast op religieuze afvalligheid en het zich afkeren van wat de publicatie als de ware zaak en aanbidding van God beschouwt. Maar dezelfde bron maakt een belangrijk onderscheid: ‘Vallen’ is niet noodzakelijk hetzelfde als ‘afvallen’. Volgens Inzicht in de Schrift kan iemand door zwakheid vallen, terwijl afvalligheid wordt beschreven als een definitief en moedwillig afkeren van het pad dat als rechtvaardig wordt beschouwd. Dat is voor dit onderwerp belangrijk. Wanneer iemand geen Jehovah’s Getuige meer is, weten buitenstaanders dan automatisch wat er innerlijk bij die persoon is gebeurd? Was er sprake van opstand? Van ongeloof? Van een andere Bijbelinterpretatie? Van gewetensnood? Van teleurstelling? Van verdriet? Of heeft iemand eenvoudigweg na onderzoek een andere overtuiging gekregen? Het woord ex-JG vertelt dat niet. Je kunt ook zelf uit de organisatie stappen De huidige openbare FAQ van Jehovah’s Getuigen zegt expliciet dat iemand uit de organisatie kan stappen. Dat kan volgens JW.org door mondeling of schriftelijk te laten weten dat hij niet langer bekend wil staan als Jehovah’s Getuige, of door handelingen waaruit dat blijkt, bijvoorbeeld door zich bij een andere religie aan te sluiten. Dezelfde FAQ maakt ook onderscheid tussen eruit stappen en iemand die alleen minder actief is geworden of niet meer naar bijeenkomsten gaat. Volgens JW.org betekent inactiviteit niet automatisch dat iemand zijn geloof heeft opgegeven. Dat onderscheid is relevant, want: niet meer actief zijn, zelf uit de organisatie stappen en wegens berouwloos ernstig gedrag verwijderd worden zijn niet automatisch dezelfde situatie. Is een kwaaddoener automatisch een afvallige? Niet noodzakelijk. Neem iemand met een ernstig alcoholprobleem. Die persoon kan volgens de normen van Jehovah’s Getuigen ernstig verkeerd handelen en tegelijkertijd volledig overtuigd blijven dat Jehovah bestaat en dat Jehovah’s Getuigen de ware religie zijn. Zijn gedrag en zijn geloofsovertuiging zijn dan twee afzonderlijke vragen. Andersom kan iemand zeggen: ‘Ik drink niet overmatig, bedrieg mijn partner niet, steel niet en probeer goed voor andere mensen te zijn. Maar ik geloof niet meer dat het Besturende Lichaam door God wordt geleid.’ Dan is er in ieder geval sprake van een verandering van overtuiging. Daarom helpt het drie vragen uit elkaar te houden: Wat doet iemand? Wat gelooft iemand? Waarom is zijn overtuiging veranderd? Dat zijn niet dezelfde vragen. Is iedere ex-JG automatisch een afvallige? Dat kun je uit alleen het woord ex-JG niet afleiden. De ene voormalige Jehovah’s Getuige is atheïst geworden. Een ander is christen gebleven. Weer een ander gelooft nog in Jehovah en Jezus, maar niet meer dat Jehovah’s Getuigen Gods exclusieve organisatie zijn. Iemand anders weet voorlopig helemaal niet meer wat hij gelooft. En iemand kan wegens ernstig gedrag uit de gemeente zijn verwijderd terwijl hij nog steeds volledig overtuigd is van de leer van Jehovah’s Getuigen. Daarom zegt het feit dat iemand niet meer tot de organisatie behoort nog niet alles over wat hij momenteel over God, Jezus of de Bijbel gelooft. Is de organisatie verlaten hetzelfde als Jehovah verlaten? Stel dat iemand zegt: ‘Ik geloof nog steeds in Jehovah. Ik geloof in Jezus. Ik lees nog steeds in de Bijbel. Maar ik geloof niet meer dat Jehovah’s Getuigen Gods enige ware organisatie zijn.’ Heeft die persoon Jehovah verlaten? Of is zijn overtuiging over een religieuze organisatie veranderd? Een Jehovah’s Getuige kan op grond van zijn religieuze overtuiging vinden dat die zaken nauw met elkaar verbonden zijn. De eigen JW-literatuur verbindt afvalligheid immers met het zich afkeren van wat zij als Gods ware aanbidding beschouwt. Maar voor de onderzoekende Bijbellezer blijft vervolgens een theologische vraag bestaan: Hoe wordt vanuit de Bijbel vastgesteld welke hedendaagse religieuze organisatie Gods zichtbare organisatie is? Pas wanneer iemand die eerste overtuiging accepteert, kan hij daar verdere conclusies aan verbinden. Dat is dus uiteindelijk een theologische conclusie , geen neutraal vaststaand feit. Is iemand die niet meer gelooft een kwaaddoener? Stel dat iemand zegt: ‘Ik heb jarenlang gebeden en geprobeerd mijn geloof vast te houden. Uiteindelijk kan ik niet meer geloven dat God bestaat.’ Een gelovige kan zijn conclusie over God onjuist vinden. De Bijbel bevat ook waarschuwingen over ongeloof. Maar dat is niet automatisch hetzelfde als zeggen: ‘Deze persoon is daarom moreel een slecht mens.’ Iemand die niet in God gelooft kan nog steeds eerlijk zijn, trouw zijn aan zijn partner, liefdevol voor zijn kinderen zorgen, anderen helpen en oprecht volgens zijn geweten proberen te leven. Ook hier helpt het twee vragen te onderscheiden: Wat gelooft iemand? Hoe leeft iemand? Job laat zien dat we niet altijd het hele verhaal kennen Job verloor zijn kinderen, bezit en gezondheid. Zijn verdriet werd zo groot dat hij in Job 3 de dag van zijn geboorte vervloekte. Hij stelde diepgaande en soms pijnlijke vragen. Dat betekent niet dat iedere voormalige Jehovah’s Getuige met Job kan worden vergeleken. Maar Job illustreert wel iets belangrijks: Iemand van buitenaf kent niet automatisch alles wat aan iemands geestelijke worsteling voorafging. Wij kunnen misschien zien: ‘Hij gelooft niet meer.’ Maar weten we hoeveel hij heeft gebeden? Hoe lang hij geprobeerd heeft zijn geloof vast te houden? Welke gebeurtenissen eraan voorafgingen? Welke vragen hij heeft onderzocht? We kunnen een conclusie van iemand afwijzen zonder daarmee automatisch zijn volledige innerlijke geschiedenis te kennen. Thomas twijfelde — en Jezus ging op zijn twijfel in Na Jezus’ opstanding geloofde Thomas de andere discipelen niet. Hij wilde bewijs. In Johannes 20 zien we dat Jezus hem niet simpelweg afschrijft. Thomas krijgt gelegenheid zijn twijfel te onderzoeken en komt vervolgens tot geloof. Dat bewijst niet dat iedere twijfel terecht is. Maar het laat wel zien: Twijfel kan met gesprek, geduld en bewijs worden benaderd. Wat als iemand werkelijk ernstig verkeerd heeft gehandeld? Neem een andere situatie. Iemand wordt wegens ernstig verkeerd gedrag uit de gemeente verwijderd. Jaren later heeft hij dat gedrag beëindigd en zegt hij: ‘Wat ik destijds heb gedaan was verkeerd. Daar heb ik oprecht spijt van.’ Maar ondertussen is ook zijn religieuze overtuiging veranderd. Hij gelooft niet meer dat Jehovah’s Getuigen Gods organisatie zijn en wil daarom niet terugkeren. Dan ontstaan twee vragen: Heeft hij spijt van zijn vroegere gedrag? Wil hij opnieuw Jehovah’s Getuige worden? In theorie kan het antwoord ja zijn op de eerste vraag en nee op de tweede. Dat zijn conceptueel twee verschillende vragen. ‘Toch zijn sommigen van jullie dat geweest’ Juist hier is 1 Korinthiërs 6:9-11 interessant. Paulus noemt verschillende vormen van ernstig verkeerd gedrag. Daarna zegt hij tegen christenen in Korinthe dat sommigen van hen dat vroeger waren geweest . Hun verleden wordt niet ontkend. Maar hun verleden wordt ook niet voorgesteld als iets wat hen noodzakelijk voor altijd moet definiëren. Leg daarom 1 Korinthiërs 5 en 6 naast elkaar: 1 Korinthiërs 5: ernstig verkeerd gedrag wordt serieus genomen. 1 Korinthiërs 6: mensen kunnen veranderen. Dat roept een eerlijke vraag op: Als iemand zijn vroegere verkeerde gedrag daadwerkelijk heeft beëindigd en er spijt van heeft, hoe moeten we hem jaren later bezien? De Bijbeltekst geeft niet rechtstreeks een procedure voor iedere moderne situatie. Daarom zou ik daar in dit artikel ook geen absolute conclusie aan verbinden. Maar hoe weet zijn familie dat hij veranderd is? Hier ontstaat een praktisch dilemma. Stel dat iemand tien jaar geleden werd verwijderd wegens dronkenschap. Zijn vroegere vrienden en familie herinneren zich misschien vooral dat oude verhaal. Maar inmiddels drinkt hij al jaren niet meer overmatig. Of iemand werd verwijderd wegens seksuele immoraliteit en heeft later haar leven volledig veranderd en spijt gekregen. Wanneer er weinig contact is, kunnen degenen die afstand houden maar beperkt zicht hebben op de ontwikkeling die daarna heeft plaatsgevonden. Hun laatste uitgebreide beeld van die persoon kan daardoor uit een heel andere periode van zijn leven komen. Misschien heeft iemand therapie gevolgd. Een verslaving overwonnen. Zijn fouten erkend. Een gezin opgebouwd. Andere keuzes gemaakt. En misschien denkt hij: ‘Voor jullie ben ik nog steeds degene die ik toen was.’ Dat is een belangrijk menselijk dilemma: Hoe weet je wie iemand vandaag is wanneer je hem nauwelijks meer spreekt? 2 Johannes 9-11: hier moest het artikel worden aangescherpt Dit is het onderdeel dat ik na de broncontrole het duidelijkst zou actualiseren. De Wachttoren van augustus 2024 maakt tegenwoordig expliciet onderscheid tussen verschillende situaties. Bij iemand die uit de gemeente is verwijderd, kan een individuele Getuige volgens zijn door de Bijbel gevormde geweten besluiten hem voor een vergadering uit te nodigen en hem daar kort te begroeten. Gezellige omgang blijft volgens dezelfde publicatie uitgesloten. Vervolgens bespreekt dezelfde Wachttoren 2 Johannes 9-11 afzonderlijk. De publicatie zegt dat Johannes en Paulus niet over dezelfde situatie spraken. Volgens de huidige JW-uitleg gaat 2 Johannes om personen die actief afvallige leer of verkeerd gedrag promoten . Voor zulke personen geldt volgens die uitleg dat zij niet worden begroet of voor een vergadering worden uitgenodigd. Ook de huidige FAQ op JW.org maakt die uitzondering expliciet: in wat zij “extreme gevallen” noemt, kan iemand actief proberen de gemeente te ondermijnen of verkeerd gedrag actief promoten; daarbij verwijst de organisatie naar 2 Johannes 9-11. Dat betekent dat het voor dit artikel niet nauwkeurig genoeg zou zijn om te schrijven alsof Jehovah’s Getuigen 2 Johannes 9-11 zonder onderscheid op iedere voormalige of verwijderde Getuige toepassen . Dat doen de actuele openbare bronnen juist niet. Niet iedere ex-JG bevindt zich dus in dezelfde categorie De huidige JW-bronnen zelf maken hier onderscheid. Er is verschil tussen: iemand die uit de gemeente is verwijderd wegens berouwloos ernstig gedrag; iemand die minder actief is geworden of helemaal met deelname is gestopt; iemand die zelf uit de organisatie stapt; iemand die volgens de JW-uitleg actief afvallige leer of verkeerd gedrag promoot. De precieze religieuze beoordeling van zulke situaties blijft natuurlijk die van Jehovah’s Getuigen zelf. Maar feitelijk kunnen we op basis van hun huidige openbare bronnen wél zeggen: hun eigen publicaties behandelen niet iedere voormalige Jehovah’s Getuige als exact dezelfde situatie. Hoe zit het met vergeving? In Mattheüs 18:21-22 vraagt Petrus hoe vaak hij zijn broeder moet vergeven. Jezus’ antwoord benadrukt dat vergeving niet bij een klein vastgesteld aantal hoort te stoppen. Dat roept een praktische vraag op: Hoe vergeef je iemand die spijt heeft wanneer je nauwelijks meer met hem spreekt? Stel dat een voormalig Getuige tegen zijn broer zou willen zeggen: ‘Wat ik destijds heb gedaan was verkeerd. Ik heb daar spijt van. Ik ben veranderd. Maar ik deel je religieuze overtuiging niet meer.’ Kan zijn broer hem voor dat vroegere gedrag vergeven zonder zijn huidige overtuiging over te nemen? Vergeven is niet hetzelfde als het met iemand eens worden. Dat onderscheid is Bijbels gezien relevant. Vergeving en contact In Lukas 17:3-4 worden berouw en vergeving eveneens met elkaar verbonden. Daarom kan een onderzoekende Bijbellezer vragen: Hoe vindt persoonlijke verzoening plaats wanneer twee mensen nauwelijks met elkaar communiceren? Die vraag bewijst op zichzelf niet dat de verwijderingsregeling on-Bijbels is. Maar het is wel een legitieme vraag wanneer verschillende Bijbelteksten naast elkaar worden onderzocht. De verloren zoon In Lukas 15:11-32 heeft de zoon daadwerkelijk verkeerd gehandeld. Uiteindelijk keert hij terug en erkent hij dat hij heeft gezondigd. Zijn vader ziet hem van ver, krijgt medelijden en: rent naar hem toe. Hij omhelst hem en verwelkomt hem. Maar hier moeten we zorgvuldig blijven: Deze gelijkenis presenteert geen technische procedure voor gemeentelijke verwijdering of herstel. Daarom kun je Lukas 15 niet gebruiken als rechtstreeks bewijs dat iedere religieuze verwijderingsprocedure verkeerd is. Wel laat de gelijkenis zien hoe Jezus berouw, barmhartigheid, liefde en herstel afbeeldt. 1 Korinthiërs 5 én Lukas 15 Je kunt Lukas 15 niet gebruiken om 1 Korinthiërs 5 weg te strepen. Maar je hoeft 1 Korinthiërs 5 ook niet te lezen zonder de andere Bijbelgedeelten over barmhartigheid, berouw en herstel mee te wegen. De ene tekst behandelt ernstig verkeerd gedrag binnen de gemeente. De andere schildert een vader die een berouwvolle zoon tegemoet rent. Beide teksten staan in dezelfde Bijbel. Hoe behandelde Jezus mensen? Jezus sprak met mensen met een slechte reputatie. Hij at met belastinginners en zondaars. Hij sprak met de Samaritaanse vrouw. Hij bezocht Zacheüs. Hij ging op Thomas’ twijfel in. Petrus verloochende Jezus driemaal, kreeg diep berouw en kreeg later opnieuw verantwoordelijkheid. Dat betekent niet dat Jezus verkeerd gedrag onbelangrijk vond. Maar de evangeliën laten wel verschillende zaken naast elkaar bestaan: Met iemand praten is niet hetzelfde als zijn gedrag goedkeuren. Iemand liefhebben betekent niet dat je dezelfde overtuiging moet hebben. Iemand vergeven betekent niet dat je ontkent wat er gebeurd is. En erkennen dat iemand veranderd is, betekent niet dat je zijn huidige geloofsovertuigingen moet overnemen. Wat weet je eigenlijk na een mededeling? Stel dat jij in de Koninkrijkszaal hoort: ‘[Naam] is niet langer een van Jehovah’s Getuigen.’ De actuele JW-bronnen bevestigen dat die korte formulering wordt gebruikt wanneer iemand wegens berouwloos ernstig gedrag uit de gemeente wordt verwijderd. Maar die mededeling vertelt de toehoorder niet alle achterliggende details. Weet je daardoor wat de persoon precies heeft gedaan? Wat hij heeft gezegd? Wat hij nu gelooft? Of hij spijt heeft van iets uit het verleden? Hoe hij vijf jaar later leeft? Of hij nog bidt? Of zijn overtuiging ondertussen veranderd is? Dat kun je uit alleen die ene mededeling niet afleiden. Daarom blijft de vraag: Hoeveel weten wij werkelijk over het huidige hart en leven van die persoon? Afvallige, kwaaddoener, ongelovige of twijfelaar? De Bijbel beschrijft verschillende situaties. Een kwaaddoener in 1 Korinthiërs 5 wordt besproken in verband met ernstig verkeerd gedrag. Iemand kan ongelovig worden zonder automatisch alle daar genoemde verkeerde gedragingen te vertonen. Iemand kan met God worstelen zoals Job . Iemand kan twijfelen zoals Thomas . Iemand kan ernstig falen, spijt krijgen en veranderen zoals Petrus . En Paulus kon over mensen met een verkeerd verleden schrijven: ‘Toch zijn sommigen van jullie dat geweest.’ Niet iedere mens en niet iedere situatie is hetzelfde. Wie kan uiteindelijk het hart zien? Daar komen we bij 1 Samuël 16:7 . Het Bijbelse principe is dat mensen kijken naar wat zichtbaar is, terwijl Jehovah het hart ziet. Dat betekent niet dat christenen nooit gedrag mogen beoordelen. 1 Korinthiërs 5 laat juist zien dat binnen een gemeente gedrag beoordeeld kan worden. Maar er is verschil tussen: ‘Dit gedrag vind ik op grond van de Bijbel verkeerd.’ en: ‘Ik weet volledig wat er in jouw hart leeft en wat Gods uiteindelijke oordeel over jou is.’ Dat tweede is een veel verdergaande uitspraak. Een vraag aan de actieve Jehovah’s Getuige Stel dat iemand die jij jarenlang hebt gekend geen Jehovah’s Getuige meer is. Misschien werd hij verwijderd wegens ernstig verkeerd gedrag. Misschien stapte hij zelf uit de organisatie. Misschien verloor hij zijn geloof. Misschien gelooft hij nog in Jehovah maar anders over de organisatie. Of misschien weet je nauwelijks wat er is gebeurd. Vraag jezelf dan eens af: Weet ik wat deze persoon werkelijk heeft meegemaakt? Weet ik wat hij vandaag gelooft? Weet ik hoe hij vandaag leeft? Weet ik of hij spijt heeft van fouten uit het verleden? Weet ik of hij veranderd is? Weet ik waarom hij niet terugkeert? En misschien de moeilijkste: Als ik al jaren nauwelijks contact met hem heb, hoe weet ik dan eigenlijk wie hij vandaag is? Je hoeft daarvoor verkeerd gedrag niet goed te noemen. Je hoeft zijn huidige overtuiging niet over te nemen. Je hoeft ook niet vooraf te concluderen dat iedere gemeentelijke verwijdering verkeerd is. Maar er kan wel reden zijn om onderscheid te maken tussen gedrag en geloof, verleden en heden, twijfel en afvalligheid, een organisatie verlaten en de vraag wat iemand nog over God gelooft . Misschien is daarom niet de eerste vraag: ‘Welk etiket hoort bij hem?’ maar: ‘Wat is zijn verhaal?’ Mensen kunnen veranderen. Mensen kunnen twijfelen. Mensen kunnen spijt krijgen. Mensen kunnen na onderzoek anders gaan geloven. En zelfs de eigen literatuur van Jehovah’s Getuigen maakt onderscheid tussen iemand die door zwakheid valt en iemand die volgens haar definitie werkelijk afvalt . Uiteindelijk blijft het principe uit 1 Samuël 16:7 relevant: Jehovah ziet wat wij niet volledig kunnen zien: het hart. Bronnen JW.org - Hoe behandelen Jehovah’s Getuigen voormalige geloofsgenoten? De Wachttoren - augustus 2024 - Hulp voor degenen die uit de gemeente zijn verwijderd JW.org - Kan iemand uit de organisatie van Jehovah’s Getuigen stappen? Watchtower Online Library - Inzicht in de Schrift - Afval, afvalligheid Nieuwewereldvertaling - 1 Korinthiërs 5:11-13 Nieuwewereldvertaling - 1 Korinthiërs 6:9-11 Nieuwewereldvertaling - 1 Samuël 16:7 Nieuwewereldvertaling - Job 3 Nieuwewereldvertaling - Johannes 20 Nieuwewereldvertaling - Mattheüs 18:21-22 Nieuwewereldvertaling - Lukas 15:11-32 Nieuwewereldvertaling - Lukas 17:3-4 Nieuwewereldvertaling - 2 Johannes 9-11 Lees ook op ExJW.World Mag ik Jehovah blijven geloven als ik de organisatie verlaat? - over het verschil tussen geloof in Jehovah en vertrouwen in een religieuze organisatie. Als je twijfelt: met wie kun je veilig praten? - over praten met een ouderling, partner, huisarts, psycholoog of iemand buiten de gemeente. Onderzoeken is niet hetzelfde als je geloof verlaten - over informatie onderzoeken zonder vooraf de uitkomst te bepalen. Wat houdt een ouderling vertrouwelijk? - over wat je vooraf kunt vragen voordat je persoonlijke informatie deelt. A-Z Psychologie - over groepsinvloed, cognitieve dissonantie, angst, schuld en sociale identiteit.