EXJW WorldKennisbibliotheek

Kennisbibliotheek › Uitsluiting

Ik ben net gestopt

De eerste stappen in de buitenwereld: over de leegte, het heroverwegen van je identiteit en het opbouwen van een nieuw ritme.

Herkenbare vragen Waarom voelt vrijheid ineens zo vreemd? Waarom mis ik mijn oude ritme terwijl ik zelf wilde stoppen? Wie ben ik als ik mezelf niet meer als Jehovah’s Getuige zie? Wat doe ik met avonden en weekenden die ineens leeg zijn? Moet ik nu meteen uitzoeken wat ik wél geloof? Waarom wisselen opluchting, verdriet, boosheid en twijfel elkaar af? Hoe bouw ik een nieuw leven op zonder meteen alles te hoeven veranderen? En wat als ik soms terugverlang naar wat ik achter me heb gelaten? Misschien heb je zelf besloten te stoppen met bijeenkomsten en velddienst. Misschien ben je langzaam minder actief geworden. Misschien ben je uit de gemeente verwijderd of heb je officieel laten weten dat je geen Jehovah’s Getuige meer wilt zijn. Die situaties zijn niet hetzelfde. Ook de gevolgen zijn niet voor iedereen hetzelfde. De één houdt veel contact met familie en vrienden, terwijl een ander een groot deel van zijn sociale omgeving ziet veranderen. De één voelt vooral opluchting. De ander verdriet, angst of verwarring. En veel mensen kunnen verschillende gevoelens tegelijkertijd ervaren. Wat wel kan gebeuren wanneer een jarenlang vertrouwd religieus ritme verandert, is iets onverwachts: er ontstaat ruimte. Geen bijeenkomst op die avond. Geen velddienst op die ochtend. Geen voorbereiding die nog af moet. Misschien geen dagtekst meer. Geen congres waar je rekening mee hoeft te houden. Je hebt ineens tijd. Maar weten wat je met die tijd wilt doen, is iets anders. De ‘vrije tijd’ kan vreemd voelen Wanneer je jarenlang een vaste weekstructuur hebt gehad, kan een lege zaterdag- of zondagochtend verrassend onwennig voelen. Misschien had je juist naar die vrijheid verlangd. En toch zit je thuis en denk je: Wat moet ik nu eigenlijk doen? Dat hoeft niet te betekenen dat je de verkeerde beslissing hebt genomen. Het bewijst ook niet dat je eigenlijk terug wilt. Je mist misschien niet eens het geloof. Je kunt simpelweg merken dat een vertrouwde structuur is verdwenen . Een ritme kan houvast geven, ook wanneer je niet langer achter alles staat wat binnen dat ritme gebeurde. Daarom is het nuttig om twee vragen uit elkaar te houden: Mis ik mijn geloof? en: Mis ik structuur, mensen, vertrouwdheid of het gevoel ergens bij te horen? Het antwoord kan ook een combinatie zijn. Je hoeft de leegte niet onmiddellijk op te vullen Na een druk georganiseerd leven kan de neiging ontstaan iedere lege plek meteen opnieuw te vullen. Een nieuwe hobby. Sport. Uitgaan. Reizen. Daten. Nieuwe vrienden. Cursussen. Onderzoek naar Jehovah’s Getuigen. Urenlang video’s bekijken. Alles lezen wat je vroeger niet las. Maar vrijheid hoeft niet onmiddellijk productief gemaakt te worden. Misschien is een van de vreemdste dingen die je opnieuw moet leren: dat een lege avond gewoon een lege avond mag zijn. Je hoeft niets voor de gemeente te doen. Maar je hoeft die tijd ook niet onmiddellijk te bewijzen dat je nu een geweldig leven buiten de organisatie hebt. Misschien voel je je schuldig wanneer je niets doet Sommige voormalige JG’s merken dat de activiteit is verdwenen, maar het gevoel van moeten nog niet. Je slaapt op zaterdagochtend uit en denkt: Ik zou eigenlijk iets nuttigs moeten doen. Je zit op de bank en wordt onrustig. Je plant een weekend weg en merkt dat een deel van jezelf nog steeds bezig is met wat je vroeger op zo’n weekend zou hebben gedaan. Dat betekent niet automatisch dat dit bij iedere voormalige JG gebeurt. Maar als je het herkent, kun je jezelf afvragen: Moet er werkelijk iets gebeuren, of ben ik eraan gewend geraakt dat vrije tijd ingevuld hoort te worden? Rust leren verdragen kan óók onderdeel zijn van opnieuw beginnen. Wie ben ik eigenlijk? Er kan nog iets veel groters veranderen dan je agenda. Voor sommige JG’s zijn geloof, sociale omgeving, moraal, toekomstbeeld en identiteit jarenlang sterk met elkaar verweven geweest. Je wist misschien hoe je jezelf omschreef: Ik ben een Jehovah’s Getuige. Daarbij hoorde mogelijk een heel kader. Wat je geloofde. Welke toekomst je verwachtte. Welke keuzes je belangrijk vond. Wie je vrienden waren. Hoe je naar relaties keek. Wat goed en verkeerd was. Wat je levensdoel was. Wanneer een deel daarvan wegvalt, kan een onverwacht grote vraag ontstaan: Wie ben ik zonder dit alles? Je hoeft daar niet onmiddellijk een antwoord op te hebben. Je hoeft geen nieuwe identiteit te kiezen Een veelgemaakte denkfout na een grote verandering is dat het oude antwoord onmiddellijk door een nieuw antwoord moet worden vervangen. Ik was JG, dus wat ben ik nu? Atheïst? Christen? Agnost? Spiritueel? Ex-JG? Misschien weet je het nog niet. Dat is toegestaan. Je hoeft ook niet onmiddellijk te weten wat je vindt van God, de Bijbel, Jehovah, religie, relaties, feestdagen, politiek, seksualiteit of alle andere onderwerpen waarover je vroeger een duidelijk kader had. ‘Ik weet het op dit moment niet’ is ook een antwoord. Het kan zelfs een belangrijke tussenfase zijn waarin je voor het eerst onderzoekt wat je zelf denkt zonder dat de uitkomst al vast hoeft te staan. Je waarden verdwijnen niet automatisch met je geloof Misschien vraag je je af: Als de organisatie niet langer bepaalt wat goed en verkeerd is, waarop baseer ik mijn keuzes dan? Je begint niet vanaf nul. Eerlijkheid kan nog steeds belangrijk voor je zijn. Zorg voor anderen. Trouw. Betrouwbaarheid. Liefde. Verantwoordelijkheid. Rechtvaardigheid. Familie. Vriendschap. Je mag opnieuw onderzoeken waarom je iets belangrijk vindt. Niet: Wat hoor ik te vinden? Maar: Wat vind ik belangrijk, waarom vind ik dat belangrijk en welke gevolgen hebben mijn keuzes voor mezelf en anderen? Sommige waarden die je als JG belangrijk vond, kun je behouden. Andere kun je anders gaan bekijken. En misschien ontdek je waarden waaraan je vroeger weinig ruimte gaf. Dat proces hoeft niet in één keer klaar te zijn. Pas op voor een omgekeerde identiteit Er bestaat nog een andere valkuil. Je identiteit kan eerst grotendeels rond Jehovah’s Getuigen hebben gedraaid en daarna volledig rond ex-JG zijn gaan draaien. Je leest voortdurend over de organisatie. Je praat er dagelijks over. Je volgt alle veranderingen. Je kijkt uren naar ex-JW-video’s. Je denkt veel na over wat er gebeurd is. Dat kan tijdelijk heel begrijpelijk en zelfs behulpzaam zijn. Je probeert je eigen geschiedenis opnieuw te begrijpen. Maar uiteindelijk mag ook deze vraag ontstaan: Wie ben ik wanneer mijn leven niet meer vóór, maar ook niet meer tégen Jehovah’s Getuigen hoeft te draaien? Je bent meer dan je religieuze verleden. Doseer het onderzoek Na vertrek kan er een enorme behoefte aan informatie ontstaan. Misschien wil je ineens alles weten. 607 v.Chr. Het Besturende Lichaam. Bloed. Uitsluiting. Geschiedenis. Oude publicaties. Rechtszaken. Ervaringen van anderen. Onderzoek kan helpen om gebeurtenissen en overtuigingen opnieuw te begrijpen. Maar je hoeft niet iedere wakker minuut onderzoek te doen. Wanneer je merkt dat je voortdurend leest, slecht slaapt, nauwelijks nog aan iets anders denkt of steeds opnieuw informatie zoekt om jezelf gerust te stellen, kan het verstandig zijn bewust pauzes in te bouwen. Niet omdat je niet verder zou mogen onderzoeken. Maar omdat je leven ondertussen ook doorgaat. Je gevoelens hoeven elkaar niet logisch op te volgen De ene dag kun je denken: Eindelijk. De volgende dag: Wat heb ik gedaan? Daarna misschien: Ik wil nooit meer terug. En een week later: Ik mis iedereen. Dat lijkt tegenstrijdig, maar verschillende verliezen en verlangens kunnen tegelijkertijd bestaan. Je kunt blij zijn met je vrijheid en verdriet hebben om mensen die je mist. Je kunt bepaalde leerstellingen niet meer geloven en warme herinneringen aan de gemeente hebben. Je kunt boos zijn over gebeurtenissen en nog steeds van actieve JG-familieleden houden. Je kunt opgelucht zijn dat je gestopt bent en bang zijn voor Armageddon. Het ene gevoel maakt het andere niet automatisch onwaar. Terugverlangen betekent niet automatisch dat je terug wilt Op een eenzame zondag kun je ineens verlangen naar de Koninkrijkszaal. Of naar de vrienden die je daar had. Naar samen ergens naartoe gaan. Naar een congres. Naar zingen. Naar het gevoel dat iedereen hetzelfde doel had. Neem zo’n gevoel serieus, maar trek er niet onmiddellijk een conclusie uit. Vraag jezelf: Wat mis ik precies? Mis ik Jehovah? Mijn geloof? Mijn familie? Mijn vrienden? De gemeenschap? De zekerheid? De structuur? Het gevoel ergens bij te horen? Misschien ontdek je dat je daadwerkelijk bepaalde delen van je geloof mist. Ook dat mag je onderzoeken. ExJW.World hoeft je niet te vertellen wat het antwoord moet zijn. Wees voorzichtig met ‘alles inhalen’ Na jarenlang bepaalde dingen niet te hebben gedaan, kun je het gevoel krijgen: Nu wil ik alles meemaken. Je eerste verjaardag. Kerst. Uitgaan. Daten. Seks. Alcohol. Festivals. Een tatoeage. Andere kleding. Nieuwe vrienden. Sommige dingen kunnen geweldig blijken. Andere helemaal niet. Vrijheid betekent niet dat je nu het tegenovergestelde moet doen van wat Jehovah’s Getuigen leren. Dan zou de organisatie nog steeds mede bepalen wat jij doet — alleen in omgekeerde richting. De interessantere vraag is: Zou ik dit ook willen wanneer het niets met mijn verleden als Jehovah’s Getuige te maken had? Je hoeft niets in te halen om te bewijzen dat je vrij bent. Bouw eerst een zacht ritme Volledige vrijheid klinkt aantrekkelijk, maar mensen hebben meestal enige structuur nodig. Je kunt daarom een nieuw ritme maken zonder opnieuw een overvolle agenda te creëren. Denk bijvoorbeeld aan vaste slaap- en opstaantijden, werk of studie, beweging, boodschappen, een avond waarop je iemand ziet, tijd buiten, een hobby en bewust ook momenten waarop niets gepland staat. Het doel is niet: mijn oude schema zo snel mogelijk vervangen. Maar: ontdekken welk ritme mij goed doet. Experimenteer klein Je hoeft niet meteen te weten wat je hobby’s zijn. Probeer dingen. Wandel. Ga sporten. Lees iets waar je nieuwsgierig naar bent. Volg een cursus. Ga alleen ergens koffie drinken. Bezoek een museum. Leer koken. Maak muziek. Doe vrijwilligerswerk. Ga naar een evenement. Niet iedere activiteit hoeft een levensdoel te worden. Je mag iets één keer proberen en denken: Nee, dit is niets voor mij. Ook dat is informatie over wie je bent. Nieuwe mensen leren kennen kost tijd Een gemeente bood iets wat buiten een religieuze gemeenschap niet automatisch ontstaat: terugkerend contact met dezelfde mensen. Nieuwe vriendschappen ontstaan meestal niet doordat je één keer ergens verschijnt. Ze groeien door herhaling. Daarom kunnen plaatsen waar je regelmatig dezelfde mensen tegenkomt behulpzaam zijn: sport, vrijwilligerswerk, een cursus, vereniging, werk, studie of een andere terugkerende activiteit. Je hoeft niet onmiddellijk een nieuwe ‘gemeente’ te vinden. Een paar betrouwbare contacten kunnen al veel betekenen. Vijf dingen die je niet vandaag hoeft te weten Je hoeft vandaag niet te weten: of je ooit teruggaat; wat je precies over God gelooft; hoe je jezelf religieus of niet-religieus noemt; hoe je nieuwe sociale leven er uiteindelijk uitziet; wie je over vijf jaar zult zijn. Je mag onderweg van gedachten veranderen. Wanneer professionele hulp verstandig kan zijn Stoppen met een religieuze gemeenschap is geen psychische stoornis. Ook verdriet, twijfel of tijdelijk niet weten wie je bent betekent niet automatisch dat je therapie nodig hebt. Maar professionele hulp kan wel verstandig zijn wanneer angst, somberheid, paniek, slaapproblemen, schuldgevoel, traumaklachten of verlies van functioneren ernstig worden of lang aanhouden. Ook wanneer familiebreuken, uitsluiting of verlies van je sociale netwerk zwaar op je drukken, kan het prettig zijn met iemand te praten die niet probeert te bepalen of je moet terugkeren of juist weg moet blijven. Een goede hulpverlener hoeft jouw geloof niet voor je te beoordelen. Hij of zij kan je helpen onderzoeken wat jij denkt, voelt, nodig hebt en wilt. Een kleine oefening voor je eerste weken Pak een vel papier en maak drie kolommen: Dit mis ik Dit mis ik niet Dit weet ik nog niet Schrijf zonder jezelf te corrigeren. Misschien staat onder Dit mis ik : mijn moeder, zingen, zekerheid, vrienden. Onder Dit mis ik niet : vroeg opstaan, bepaalde verwachtingen, vergaderingen. En onder Dit weet ik nog niet : Jehovah, de Bijbel, kerst, nieuwe relaties, wie ik wil zijn. Die derde kolom is belangrijk. Je hoeft niet alles onmiddellijk naar ja of nee te verplaatsen. Tot slot Gestopt zijn hoeft geen eindpunt te zijn. Het kan een overgang zijn tussen een leven waarvan veel onderdelen vertrouwd waren en een leven waarvan je nog niet precies weet hoe het eruit zal zien. Misschien voelt dat bevrijdend. Misschien leeg. Misschien allebei. Je hoeft die leegte niet onmiddellijk dicht te bouwen. Je hoeft geen nieuwe overtuiging te kiezen omdat de oude is gaan schuiven. Je hoeft niet alles te proberen wat vroeger niet bij je leven hoorde. Je hoeft ook niet te bewijzen dat je vertrek de juiste beslissing was. Je mag eerst ontdekken. Wat mis ik? Wat wil ik behouden? Wat wil ik achterlaten? Wat geloof ik nog? Wat weet ik niet? Waar krijg ik energie van? Welke mensen wil ik om mij heen? En misschien vooral: Als niemand mij zou vertellen hoe mijn nieuwe leven eruit hoort te zien, hoe zou ik het dan zelf langzaam willen opbouwen? Lees ook op ExJW.World Ik mis mijn gemeenschap - Mis je je geloof, de mensen, de structuur of het gevoel ergens bij te horen? Rouwen om een geloof - Waarom het veranderen of verliezen van een geloof ook een rouwproces kan zijn. Sociale opbouw na de gemeente: van structuur naar vrijheid - Praktische stappen om opnieuw een sociaal netwerk op te bouwen. Ik wil professionele hulp - Hoe vind je iemand die ruimte laat voor jouw eigen overtuiging en keuzes?